9.2.13

Esnesnon 7-2-13

Zo, dit duurde even! De stilte breek je het best met veel kabaal.

Alright. *kraakt de nek en de vingers*

Ik zat vandaag na te denken over goed en kwaad. Mogelijk met hoofdletters, maar voor mijn gevoel voegt bovenkast niet bijster veel toe. Misschien omdat ik niet Brits, Duits, of middeleeuws ben. De volgende trein der gedachten over menselijke moraal verliet het station nadat ik een uurtje of twee geleden met een psychologe over mezelf aan het praten was. Psychologen doen dat nou eenmaal, gesprekken met anderen aangaan over de ander. Vervolgens moet je zelf ook dat gesprek gaande houden. Ik weet niet hoe dat met andere mensen gaat, maar als ik eenmaal in een gesprek zit blijven de ideeën komen, sneller dan dat ik ze uit kan spreken, en dit gaat ook verder nadat de spreektijd erop zit. Op de wandeling naar huis bleven bepaalde gedachten spoken, en het leek me wel een aardig idee om het een en het ander daarover op te schrijven. Natuurlijk komt hier ook allerlei rommel bij, zoals de helft van deze inleiding, wat me altijd overkomt als ik niet van tevoren keurig vaststel wat ik ga schrijven. Dit zou echter niet Esnesnon zijn als ik de draad niet zo nu en dan kwijt zou raken. Gelieve mij te excuseren voor alle onnodige excursies, ik zal proberen bij het onderwerp te blijven.

Goed en kwaad! Er was iets met een appel en een man in een toga en een kerel in een rolstoel achter een sluier en gepoederde pruiken en een rood monster met hoorns. Ik ga het over geen van die dingen hebben, want ik wil niet iets zeggen over de invulling van de scheiding goed en kwaad, maar over de niveaus waarop goed en kwaad zich manifesteert. Ha! Lijkt dat even diep! Is het niet. Ik ben niet van plan al te concreet te worden en ik zal vooral in abstracte termen blijven babbelen, maar ik wil ook weer geen metafysische bespiegeling doen. Het gaat me om drie niveaus, of wat objectiever over drie verschillende types moraal, drie types moraliteit. De kwestie waar deze 'moraliteiten' over gaan is de vraag 'waarom doe ik goed,' in plaats van 'wat is goed.' De tweede vraag wordt al uitvoerig behandeld door allerlei ethische systemen, maar is eigenlijk zinloos zonder een goede grip op de eerste. Ik probeer in het volgende aan te geven dat de verschillende moraliteiten een aantal antwoorden leveren op de waarom-vraag. Het antwoord op de wat-vraag ondervindt ook invloed van de verschillende types moraliteit, maar daar probeer ik me niet teveel over uit te laten.

Waar begin ik? Ik begon met denken bij een uitspraak van mezelf dat ik een sterke persoonlijke moraal heb. Ik vind dat ik duidelijke eigen ideeën heb over wat juist en onjuist is. Wat ik precies bedoel met 'eigen' ideeën is het volgende. Op de grote vraag 'Waarom zou ik me (ethisch) goed gedragen?' zijn meerdere antwoorden mogelijk. Een mogelijk antwoord is 'We moeten ons aan de wet houden.' Dit is oppervlakkig en als je het mij vraagt tamelijk dwaas om te zeggen. De Nederlandse wet zegt namelijk helemaal niet dat je bepaalde dingen niet mag doen, er staat alleen maar vast dat iemand bij overtreding van een wet een bepaalde bestraffing hoort te krijgen van de gerechtigde instanties. Het eerste antwoord is dus eigenlijk 'Omdat ik niet bestraft wil worden door de overheid wegens het overtreden van de wet.' Dit antwoord is volkomen legitiem, en hier zijn we beland bij de eerste 'moraliteit,' die ik verder zal aanduiden als Wet. De hoofdletter onderscheidt het abstracte begrip van het concrete. Het is een hele makkelijke vorm van goed gedrag om je aan de wet te houden omdat de regels duidelijk zijn, voor iedereen te verkrijgen, en je hoeft niet zelf  te oordelen omdat je daar instanties voor hebt.

Ik hoop niet dat ik uit hoef te leggen dat Wet ook een erg beperkte moraliteit is. Er zijn immers geen formele wetten voor beleefdheid of voor goede daden. Wet kan eigenlijk alleen maar verbieden, en ik vind iemand die geen overtredingen begaat niet een goed mens. Wet ziet een mens die niet in overtreding is als een goed mens. Daar komt nog bij dat volgens het wetboek iemand niet schuldig is aan een misdaad als diegene niet betrapt wordt. De wet dient om mensen te beschermen tegen medemensen die de andere typen moraliteit negeren. Het is een codificeerde vorm van een gebied van de Moraal. De Moraal, grosso modo, levert als antwoord op de waarom-vraag 'Ik handel goed omdat dit het juiste is.' Ik weet niet wat u daarvan vindt, maar ik vind dat een heel moeilijk antwoord om te slikken en dit is normaal het moment waarop ik ogenblikkelijk protest aanteken. Het is voor mij onvoldoende om te zeggen dat iets juist is en vervolgens de zin met een punt te eindigen. Ik zou iedereen wantrouwen die een dergelijke zin tegen mij zou uitspreken. "Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten" en ik zal proberen dit antwoord te ontleden. Ik laat hierbij 'Ik handel goed' onaangeraakt omdat dit een ander onderdeel van de praktische rede is.

'Omdat dit het juiste is' dus. De eerste uitleg van deze zin is de sociale. Onze maatschappij heeft bepaalde opvattingen over goed en kwaad, die het eeuwen overleefd hebben. Ze staan bloot aan kritiek en overleg, en er zijn ook ontwikkelingen in aan te duiden. We hebben bijvoorbeeld de afschaffing van slavernij gezien, omdat dit onethisch werd. Discriminatie op basis van ras, geloof, geslacht en seksuele geaardheid is aan het teruglopen, omdat we dit meer en meer als moreel onacceptabel beschouwen. In de tussentijd hebben 'Gij zult niet stelen' en 'Gij zult geen moord begaan' en bovenal 'behandel uw naaste als uzelf' een hoop taalkundige veranderingen gezien maar ze zijn behouden als grondslagen van moreel gedrag. Dit is niet omdat ze in de Bijbel stonden, gezien het feit dat de regels in de Tien Geboden in teksten duizenden jaren ouder dan de Schrift geattesteerd zijn. Ook zijn er genoeg regels in de Bijbel die, ook door fanatieke gelovigen, genegeerd worden omdat ze de test des tijds niet doorstaan hebben. De verklaring is dus dat we ons er gezamenlijk redelijk in kunnen vinden. Er is altijd ruimte voor discussie en overtreding (gelukkig hebben we Wet nog voor noodgevallen) maar je mag stellen dat de sociale moraal geldig is omdat deze regels praktische kwaliteit hebben voor een samenleving.

Zijn we nu klaar? Nee. Ik zei dat er drie moraliteiten waren. Ik ben nog niet klaar met ontleden van de Moraal. Waarom gehoorzamen mensen namelijk deze regel? Ik ben niet tevreden met het idee dat men zich voor ethische beslissingen laat leiden door het argument van kwaliteit. De constatering dat een regel goed is voor de samenleving leidt er niet automatisch toe dat dezelfde regel ook goed is voor het individu, en nu belanden we bij het Prisoner's Dilemma, dat u in alle rust nog een keer na kan lezen elders. Er is dus nog een reden dat mensen moreel gedrag kiezen boven potentiële individuele winst. Eenvoudig geformuleerd is dit: 'Ik vind het onaangenaam om tegen de moraal in te handelen.' Dit is voor de meerderheid van de mensen de reden om geen kwaad te doen. Het omgekeerde, goed gevoel door goed gedrag, werkt hier in tegenstelling tot bij Wet, waar er geen ruimte is voor bijzonder 'wettelijk' gedrag. Ook nu zijn we nog niet ten einde, want er zijn mijns inziens twee duidelijk verschillende verklaringen voor deze emotionele band met moreel gedrag. We komen nu bij de laatste dichotomie: de moraliteiten Schaamte en Wroeging. (Sociaal-antropologen hebben het over cultures of Shame en Guilt.)

Ik ga proberen nu iets korter van stof te zijn, anders kom ik nooit meer bij het einde. De moraal van schaamte is tamelijk normaal. We willen niet dat mensen denken (of weten, knipoogje) dat we slechte mensen zijn. We willen niet dat de publieke opinie dit denkt, we willen niet dat onze vrienden en geliefden dit denken, dat onze idolen dat denken. We hebben een 'erecode,' en het overtreden daarvan levert schaamte op. Dit werkt in dit geval, in tegenstelling tot bij Wet ook de positieve kant op, waar goed handelen met trots of eer beloond wordt. Niemand spreekt meer van eer, niet echt. We doen wel eens alsof de Arabische culturen eer-culturen zijn waar wij Westerlingen van verschillen, maar dat maak je mij niet wijs. Het idee is dat de westerse cultuur een gewetens-cultuur is. Dit is alleen waar in zoverre dat de moraliteit van geweten, of eigenlijk Wroeging, in de westerse cultuur opgekomen is. Wroeging is een belachelijk archaïsch woord, en ik laat me verleiden om te denken dat het verouderen van het woord gepaard is gegaan met het uit de mode zijn van het concept. Er is een verschil tussen wroeging en schaamte, een verschil van nuance. Het gevoel lijkt op elkaar omdat het in beide gevallen een negatieve beoordeling van handelingen betreft waar mensen zich slecht over voelen. Ze zouden willen dat ze datgene niet gedaan hadden. Schaamte is echter het gevoel van negatief oordeel van anderen, wroeging is een prive-aangelegenheid.

Wroeging, de derde moraliteit, is het verborgen goede. Het moment dat je communiceert over je eigen goede daden, in de wetenschap of overtuiging dat je het goede hebt gedaan schurk je op zijn minst tegen het terrein van Schaamte aan. Ik bevind mezelf in een vreemde positie omdat ik vind dat ik wel wat met de Wroeging-moraliteit heb maar als ik dit zou zeggen zou het Schaamte-moraliteit zijn. Fijnzinnigheden zijn ook mijn ding. Je doet goed, binnen Wroeging, ter voorkomen van een bezwaard geweten en om jezelf in een eigen hoger moreel aanzien te plaatsen. De exacte invulling van dat geweten is een kwestie van wat-vragen, en deze neigen weer wortels te hebben in het sociale. Publiek en privaat zijn nooit zo goed van elkaar gescheiden als sommige filosofen zouden willen. Eenmaal in werking is Wroeging iets tussen een mens en zijn geweten. Ik heb een geweten. Dat geweten is belangrijker voor mij dan het oordeel van welk ander wezen dan ook, omdat het altijd bij me zal zijn en omdat ik me niet kan verbergen voor mijn geweten. Schaamte kun je voorkomen door je handelingen in het verborgene te plegen - op dezelfde manier dat je ook voor Wet verborgen kunt zijn. Voor beide vormen van veinzen zijn genoeg voorbeelden te geven en te verzinnen, en mocht u niet overtuigd zijn dan zou ik daar graag een keer op ingaan. Ik ga er even vanuit dat het niet nodig is, dus ga ik door naar het volgende.

Excursie naar onzeker terrein - voor mij althans. Er zijn mensen die voor de laatste moraliteit een andere terminologie hanteren. Ik heb het over het geloof in een ethisch bovenmenselijke. God kan dienen als geweten, als oordelend vermogen buiten de mensen om ons heen. Een aantal geloven gaat uit van een persoonlijke relatie tussen mens en God waarbij God dient als geweten. Hij is even (of eigenlijk nog meer) bewust van onze handelingen dan het geweten, waardoor de mens zich voor Hem evenmin kan verbergen. Deze mensen hanteren in dit geval een vorm van Wroegingsmentaliteit. Ik heb het gevoel dat sommige gelovigen meer neigen naar een Schaamte voor God; een minder persoonlijke band, waar bepaalde eschatologische opvattingen bij horen, zoals een vrees of hoop voor het oordeel. In het christendom is er naar ik weet geen onderscheid tussen de morele opvattingen van het geweten en die van God. Geweten is ook inwisselbaar of deel van de menselijke ziel.

Voor alle duidelijkheid is dit mij vreemd. Ik voel de aandrang om te zeggen dat 'ik geen behoefte heb aan God,' maar dit is een oppervlakkige en malle uitspraak. Geloof in God is geen kwestie van pragmatiek. Iemand wordt geen gelovige omdat hij dit nuttig vindt. Iemand kan zich wel bekeren omdat dit nuttig is, maar dat is niet hetzelfde omdat dit ook onoprecht gedaan kan worden. Geloof is geen keuze. We kiezen onze opvattingen niet, we ontvangen ze als deel van onszelf. Ik kan er niet voor kiezen om mijn moraliteit te wijzigen om het goddelijke te incorporeren. We kunnen overtuigd worden, dat is waar, maar we kunnen hier zelf niet meer aan doen dan het hebben van een open blik. De kwestie in hoeverre we ooit iets echt zelf kiezen is onzeker, maar dit is een pot wormen. In termen van verantwoordelijkheid, specifiek de vraag in hoeverre iemand ergens voor verantwoordelijk te houden is, kunnen we geen verantwoording afleggen voor onze overtuigingen. Op zijn best kunnen we een verklaring leveren. Ik ben een voorstander van gegronde overtuigingen en hoewel ik niet iedere overtuiging even goed vind (de overtuiging dat God of een ideologie mensen het recht geeft anderen te doden vind ik bijvoorbeeld verwerpelijk) zijn overtuigingen geen zaak van keuze en dus automatisch ook niet van verantwoordelijkheid. Ik vind het bovenstaande niets nieuws, maar wil het toch even vermelden. Om terug te komen en af te ronden: ik praat over de moraliteiten vanuit mijn goddeloze ethiek maar dat wil niet zeggen dat de religieuze ethiek niet volgens dezelfde patronen functioneert.

Ik beschouw Wroeging als moraliteit superieur aan Schaamte en Schaamte op zijn beurt superieur aan Wet. Schaamte en Wet kunnen omzeild worden, Wet heeft alleen verboden zonder geboden. Volgens alle moraliteiten kunnen mensen ethisch goed zijn, en iemand die zijn geweten boven sociale moraal plaatst is niet automatisch beter. Voor de duidelijkheid, deze moraliteiten gedragen zich afzonderlijk. Ze kunnen overeenstemmen en verschillen, en de invulling kan van plaats, tijd en persoon anders zijn. Iemand die Schaamte boven Wet kiest in een dilemma kan een goed mens volgens de ene en een crimineel, slecht mens dus, volgens de ander zijn. De moraliteiten leveren een extra dimensie in de ethiek die de zaak weliswaar gecompliceerder maar volgens mij ook zinniger maken. Als het op filosofie aankomt ben ik een voorstander van modaliteit.

Laatste opmerkingen: tegen Wet handelen is nooit een veilig idee. Gelukkig leef ik in een land waar de wet potentieel veel strenger had kunnen zijn en deze ook door democratische besluiten aangepast kan worden in het geval dat de moraal verschuift. Wroeging oftewel geweten verkies ik boven Schaamte oftewel eer, maar mocht u ooit een situatie tegenkomen waarbij de meerderheid het met uw ethische keuzes oneens is, probeer dan de bescheidenheid te vinden om de moraliteiten tegen elkaar af te wegen. Ik verdedig tot het bittere eind het recht van mensen om zich te vergissen. 

Hugo Maat

Ps: Een arts of een piloot of een politicus die zich 'vergist' is niet hetzelfde. Opvattingen en handelingen zijn niet dezelfde dingen.

20.1.13

Esnesnon 20-1-13

Hallo.

Ik wil even kort iets zeggen over emancipatie. Veel zin in een introductie heb ik toch niet, dus ik begin gewoon maar bij waar het op staat. Ik ben een tamelijk bevoorrecht mens, als blanke man, vrijgesteld van alle bekende vormen van discriminatie hier in het Westen. Het is dwaas om te beweren dat ik emancipatie zelf echt nodig heb. Mijn 'kant', mijn 'hoek' van de arbitraire scheidslijnen van discriminatie is de veilige kant, die het makkelijkst banen krijgt en de hele geschiedenis lang al aan kop loopt. Op zijn meest wordt de blanke man gediscrimineerd omdat hij volgens sommigen indirect schuldig is aan de discriminatie door de bevoorrechten. Blanke mannen vaarden er wel bij terwijl mensen met een andere huidskleur of geslacht het onderspit dolven. Ik meen dat ik daar een soort van schuldgevoel voor moet meedragen, maar vooral niet teveel omdat positieve discriminatie weer betuttelend is. Het grote onderwerp, op maatschappelijke schaal, vind ik vermoeiend en het zet me teveel aan het denken. Het is frustrerend dat ik me verantwoordelijk gehouden voel voor een maatschappelijk probleem ongeacht mijn eigen acties of gevoelens, vooral omdat je makkelijk iedereen van allerlei soorten discriminatie kan betichten. Om te voorkomen dat ik teveel klem zit in die doffe ellende wil ik de kwestie kleinschalig bekijken, en bovenal luchtig.

Mijn favoriete cocktail is de aardbeien daiquiri. Het is een soort vrolijk fruitig drankje, denk aan een alcoholische smoothie. Ik hoorde er voor het eerst van in een boek van Neil Gaiman, waar de smaak van aardbeien daiquiri samenvalt met een zoete herinnering aan betere tijden en het wonderlijke gevoel van eerste liefde. Dat moest ik dus een keertje drinken. Ik moet zeggen dat het me verdraaid goed beviel. Het was geen spontane amoureuze symfonie in een glas, laten we wel wezen, maar ik was en ben erover te spreken. Het probleem is dat het een zoete cocktail is, en onvermijdelijk roze. Voor de duidelijkheid: mannen drinken zure of bittere cocktails, vrouwen drinken zoete drankjes. Als het roze is moeten mannen er al helemaal bij uit de buurt blijven, tenzij ze het maken of naar een vrouw toe brengen. De uitzondering, natuurlijk, is voor homoseksuele mannen, die moeten juist roze drankjes hebben met gekrulde rietjes, waar ze af en toe een klein slokje van nemen terwijl ze in het hoge nasale stem lopen te kakelen, uitgebreide gebaren inbegrepen. Diepe zucht. Laat het even duidelijk wezen dat dit slechts een visie is, één die ik niet deel. Mijn subtiele afkeuring krijg ik soms in gesproken conversaties niet overgebracht, dus ik ben wat voorzichtig als ik schrijf.

Ik vind dat deze stereotypering op het gebied van cocktails de wereld uit moet. Het zal wel uit dezelfde tijd stammen als het idee dat filtersigaretten voor vrouwen waren omdat ze niet tegen de echte smaak van tabak konden, zoals de altijd stoere mannen. Daar zijn we ook mee klaar, dus waarom niet de culturele grenzen van de cocktails wegdoen? In de eenentwintigste eeuw kunnen mannen zich rustig wat 'vrouwelijke' stijlkenmerken aanmeten zonder daarmee hun mannelijkheid te verliezen. Er is voor zover ik weet geen biologische basis om de dranken op te delen in het gebied voor jongetjes en voor meisjes, en biologisch verschil hoort de enige aanleiding tot onderscheid te zijn tussen de geslachten. Ik heb er geen bezwaar tegen als vrouwen bier, whisky of wodka drinken en ik vind dat mannen gewoon roze fruitige drankjes moeten kunnen bestellen. Het gaat hier niet om recht - mannen en vrouwen hebben wettelijk gezien alle vrijheid om welk drankje op de kaart dan ook te bestellen en ik kan me niet voorstellen dat een ober dit iemand zou weigeren. Het gaat me om het sociale stigma en de onmiddellijke classificatie van drank en drinker. Ik wil niet alleen mijn daiquiri kunnen drinken: ik wil het doen zonder erop te worden aangekeken.

Liever maak ik geen statement. Liever zit ik niet met opgeheven hoofd en stralenkrans aan mijn 'wijvendrankje' en ik hoef niet van mensen te horen hoe probleemloos ze het vinden dat ik een roze drankje heb besteld. Dat is allemaal nog discriminatie. Het werkelijk oplossen van het probleem van discriminatie, de werkelijke emancipatie, is de internalisering van de gelijkschakeling. De facto is dat het moment dat we ophouden met zeuren. Ik zie uit naar dat moment. Maar laten we eerlijk zijn, dat laatste is niet iets waar ik voor uit kom, gezien het feit dat ik een blanke man ben en me boetvaardig op moet stellen. Geen ruimte en tijd voor kleinzerig gezeur over details. Ik denk dat ik me herinner waarom ik zolang niets hier geschreven heb.

Hugo Maat