21.2.11

Esnesnon 21-2-11

Zucht.

Ik word zo giftig van verkiezingen. Het wordt een wanhopige keuze, wie er mijn stem krijgt in de verkiezingen voor de Provinciale Staten op twee maart. Op provinciaal niveau ben ik niet geïnteresseerd genoeg om een goede keuze te maken, maar daar schijnt niemand zich ook echt om te bekommeren: het gaat alleen maar om de Eerste Kamer in de media en de campagne. Als ik het daar op moet kiezen wordt de keuze alleen maar ingewikkelder gezien het feit dat ik aan iedere partij een hekel heb, in meerdere of in mindere mate. Wegens mijn persoonlijke affiliatie met kunst en onderwijs zit ik al snel aan de linkerkant, maar wegens een aantal redenen, niet allemaal even rationeel, heb ik moeite met die keuze.

SP: Brabo's en Limbo's. Ik ben niet echt een racist, maar de lieden van bezuiden de rivieren en ten noorden van Vlaanderen zijn over het algemeen een object van mijn walging. Ik zou nooit steun kunnen betuigen aan Roemer in welke vorm dan ook, gewoon omdat het een zuiderling is. Geldt overigens ook voor het CDA wegens die rat van een Verhagen.

GroenLinks: Ze steunen de 'politiemissie' in Afghanistan. Hiermee tonen ze zich een stel dwazen, zowel jegens de menselijke geschiedenis (moraal van alle militaire geschiedenis van het Midden-Oosten: blijf uit Afghanistan) en hun eigen geschiedenis (pacifisten, communisten, hippies). Dit soort slap gedrag, ofwel een verraad aan hun principes of gewoon kortzichtigheid, leidt mij ertoe dat ze mijn stem niet krijgen. Mijn haat jegens iedereen die de 'politiemissie' steunt strekt zich ook uit om D66 buiten het plaatje te houden.

PvdA: Laat me niet lachen. Ik weet niet eens waar die partij nog voor is. Ik zie alleen maar een praatje, een keurig opgedreund mantra van eerlijkheid, de liturgie van gelijkheid, het evangelie van de solidariteit, enzovoorts enzoverder.

Ik kan even niet bedenken wie er nog meer links zouden zijn, dus ik ga even verder met het haten van alle andere partijen in Nederland:
VVD: Ik begrijp dat het leuk is voor iedereen die al een inkomen en een huis heeft om te blijven zitten waar ze zitten om de toekomst af te wachten, ofwel gelovend in de Dutch Dream van 'als we onze broekriem maar aanhalen komt het vanzelf allemaal goed' of deze propagerend om het gepeupel blij te houden, maar er is nog een generatie Nederlanders hierna, en daarna. De Chinezen, Indiërs, Brazilianen en vele anderen hebben begrepen dat de toekomst op niemand wacht en ik vrees dat de vaart der volkeren dit land wederom achter zich zal laten. Een beetje meer werken aan de toekomst en grootsheid van dit land.

PVV: Ik heb hier haast geen woorden voor. Deze partij is in contradictie met zich zelf in meer opzichten dan er partijpunten zijn. Het is een frontje dat een massa lege retoriek, machtswil en stupiditeit herbergt.

SGP: Dankzij jullie zijn we in de emancipatiemeter van de EU gedaald tot onder Polen. Dank u wel.

50+: Ik ben er ook nog, verdorie. En een generatie met mij. Als jullie het openbaar vervoer gaan opeisen en mij er geen privileges in geven op basis van mijn leeftijd, (alsof ik zoveel geld heb) is er straks niemand meer die voor jullie opstaat in de bus.

Partij van de Dieren: Stel je voor, ik begin een partij waarin ik de gewone arbeider vertegenwoordig. Ik hou een leuk praatje over het beschermen van de hardwerkende Nederlander en hoeveel we aan hem te danken hebben, maar thuis eet ik geregeld een stuk arbeider. Ik kannibaliseer erop los en eet ongeveer drie Hermans of Ingrids per jaar. Goed, ik vind dat de arbeiders meer leefruimte moeten hebben, en ik ze laat vermoorden zorg ik ervoor dat het pijnloos gebeurt en dat er geen gek ritueel van gemaakt wordt. Ik weet dat deze vergelijking vreselijk karikaturaal, onrealistisch en krom is, maar mijn mening staat vast: deze partij is stom.

ChristenUnie: Nu komt de schok. Suf als ik deze partij vind moet ik toegeven dat ik geloof dat van alle poppenkastpoppen in de huidige politieke arena (ik vind dat overigens een leuk beeld, poppenkastpoppen in een arena) alleen Rouvoet een persoon schijnt te zijn. Hij lijkt een geweten te hebben. Dat geweten is niet helemaal goed afgesteld, en zijn partij correspondeert niet helemaal met mijn eigen visie, maar hij komt zelf als enige over als... nou ja, goed. Arete.

Kortom, ik haat de huidige politiek zoveel dat nota bene de ChristenUnie goed voor de dag komt. Net kreeg ik de suggestie om helemaal niet te gaan stemmen, wat ineens veel zinniger begint te klinken.

Hugo Maat.

15.2.11

Esnesnon 15-2-11

Goedenavond.

Parafernalia. (Ik ben erg trots op mezelf dat ik het in één keer uit mezelf goed gespeld heb dus dat wilde ik even melden.) De dikke Van Dale heeft er het volgende over te zeggen: "(oneig.) bij iem. of iets behorende zaken." Lieve goedheid, wat een ruim begrip. Dat had ik niet aan zien komen toen ik besloot het woordenboek te pakken om mijn idee van de lading van het woord wat aan te scherpen.

Tot mijn parafernalia behoren drie voorwerpen. Recent heb ik een tijdelijk verloren deel van voornoemde collectie teruggevonden, wat mij deed beseffen dat ik weinig waard ben zonder die drie dingen, of minder gechargeerd: ik voel me een stuk meer op mijn gemak als ik deze drie dingen op mijn persoon heb. Here we go, #1.

Dit is mijn trouwe telefonino. Het was een cadeautje van mijn oudeheer die een nieuwe en betere mobiele telefoon had, en het net als vele anderen als een gebrek beschouwde dat ik niet meeging met mijn tijd en generatie. Zo kwamen de lijnen van overschot en tekort elkaar tegen en kwam ik aan dit kleine ding, dat ik nog altijd heb. Typisch voor mijn redelijk no-nonsense opvatting van dit soort zaken kan deze telefoon alleen maar bellen en sms'en, meer niet. Dat is ook het enige wat ik er mee doe, en dat bevalt prima. Sterker nog, ik kan er niet zo heel goed zonder. Om nou niet te zeggen dat ik fanatiek of erg veel communiceer met dit ding. Veel mensen kunnen beamen dat ik erg weinig sms of bel. Het feit dat ik niet goed buiten mijn telefonino kan komt door een paar vrienden die wel eens de neiging hebben om spontaan iets leuks te willen gaan doen, waardoor ik dan plotselinge berichtjes krijg met de vraag of ik die dag of avond iets te doen heb. Het is erg ongemakkelijk en onbeleefd om een dergelijk bericht te missen. Ik kan heus wel een week zonder te bellen o.i.d., maar áls iemand mij probeert te bereiken en ik mis dat voel ik er niet lekker bij. Vandaar dit item in dit lijstje.

Goed, nummer twee. Dit is mijn trouwe key-coard, of gewoon mijn huissleutel, want het is min of meer synoniem geworden in mijn beleving. Ik heb dit ding minstens sinds de tweede klas, misschien zelfs een jaar langer dan dat. Het is behoorlijk versleten, maar nog functioneel. Normaliter draag ik het bevestigd aan een lus van mijn broek, verder weggestopt in mijn linker broekzak. Over de jaren ben ik wat sleutels verloren, zoals de sleutel van mijn permanent ongebruikte kluisje op de middelbare school, zodat ik nu met slechts één permanente clave rondloop. Desondanks voel ik me niet op mijn gemak als ik zonder dit ding buitenshuis rondloop, want het betekent meestal dat ik mijn woning niet zelf in kan. Ik heb waarschijnlijk vaker dit ding bij me dan mijn telefoon.

Een horloge. Zo weet ik ten alle tijden de tijd. Ik had niet door hoe aangenaam het is om een horloge om te hebben tot ik de afgelopen drie dagen herhaaldelijk op mijn pols begon te kijken. Op een telefoon kijken hoe laat het is volstaat in de meeste gevallen, maar ik vind het ietwat ordinair en het voelt nóg minder sociaal aan dan op je horloge kijken. Gelukkig is dit horloge niet al te protserig (het is bijvoorbeeld geen zakhorloge, wat ik zelf teveel toneel en te weinig moderne efficiëntie vind) en past het uitstekend. Allemaal goede eigenschappen en een overduidelijk deel van mijn persoonlijke parafernalia. Volgende aflevering in deze serie gaat over mijn vele stropdassen.

Hugo Maat

14.2.11

Esnesnon 14-2-11

Goedenavond.

Ik zou een paar woorden kunnen opschrijven over Valentijnsdag, maar deze dag is in bijzonder veel opzichten te gek voor woorden. Af en toe kwam het idee in me op om het als surrealistisch te bestempelen, maar ik geloof dat 'absurd' en misschien 'komisch' volstaat. Gisteren was in veel opzichten een veel betere dag en ik maak in mijn hoofd die zondag dan ook de 'echte' Valentijnsdag 2011, omdat ik dan een geweldige Valentijnsdag heb beleefd in plaats van een absurde. Voor mezelf als toekomstige lezer zal ik proberen afdoende hints achter te laten om te herinneren wat zich heeft voltrokken, hoewel ik misschien tegen die tijd daar liever niets meer van af wil weten. Here goes.

Ik heb een gevoel dat door mijn vader (en niet door mij) werd vergeleken met 'geen ondergoed aan hebben maar wel gewoon een broek,' in termen van 'het voelt vreemd en een soort van ongemakkelijk'. Alle opmerkingen over de mensen die het niet dragen van ondergoed onder kleding als iets aangenaams beschouwen daar gelaten, ik kan een soort van begrip opbrengen voor wat mijn vader precies bedoelde op dat moment. Ook was vandaag een opeenvolging van ongemakkelijke momenten, beter te benoemen met een Engelse woord 'awkward', wat bij mij altijd de associatie van tjirpende krekels oproept. A wordt met B alleen gelaten omdat C... nou ja, laten we zeggen dat er weinig rolpatronen intact worden gelaten. Tenslotte: luchtbuks, mouche, en The Neverending Story. Dat moet voldoende herinneringen oproepen.

Nu dat afgehandeld is wil ik even kort iets zeggen over iets academisch. Ik lees een flink deel van een boek van Robert A. Scott, getiteld The Gothic Enterprise, over de gothische stijl in architectuur en een aantal onderwerpen die daarmee gepaard gaan. Op een bepaald punt, tegen het einde van hoofdstuk 10, over sacrale ruimtes, gaat het over de sociologische theorie van Durkheim ter verklaring van het ritueel van de liturgie. De schrijver meent dat hij geconfronteerd wordt met een raadsel als hij schrijft over een jaarlijks ritueel van de kathedraal van Salisbury waarin het Corpus Christi rond (dus buiten) de kerk gedragen wordt. Hij beschouwt het erg apart dat het heilige spul buiten de speciaal daarvoor opgerichte sacrale ruimte gehaald wordt en laat er een drietal verklaringen op los: de extractie diende om de opgebouwde heiligheid eruit te kunnen laten om die in het daarop volgende jaar te hernieuwen; het gaf het 'gevaar' waarin de gemeenschap zich continu bevond ritueel weer; of het hertekende en versterkte de grenzen van de sacrale ruimte (door er omheen te lopen, over de grens). Ik vind hier de veel aangehaalde vergelijking met carnaval eigenlijk beter op zijn plaats. Is het niet een veel sterkere en meer Durkheimesque uitleg om te zeggen dat juist door de abnormaliteit van de extractie de normaliteit van de vaste positie van het gewijde materiaal in de sacrale ruimte onderstreept wordt? Ik pleit voor een uitleg waarin het opnieuw aangeven van de grenzen niet in letterlijk topografische zin opgevat wordt maar in een bredere, symbolische context van Durkheims sacrale en profane ruimtes.

Mijn excuses.

Hugo Maat

10.2.11

Esnesnon 10-2-11

Hallo.

Vandaag zo ook op eerdere dagen ben ik naar het gebouw van de universitas afgereisd met een oude rugtas, van het merk Eastpak. Dit is de tas die ik als middelbare scholier vijf jaar gebruikt heb, en nu als tweedejaars student met me meesleep. Dit doe ik schromeloos, en wel om twee redenen. Ten eerste is mijn gebruikelijke tas niet goed bruikbaar meer. Het hengsel dat het tot schoudertas maakt is al geruime tijd zoek; in de vorm van rugtas is één van de banden gebroken en nutteloos waardoor ik deze tas alleen nog quasi-nonchalant aan één schouder kan dragen; de kliksluiting gaat uit zichzelf open het moment dat de tas bij iets anders dan de enige schouderband wordt vastgepakt; en de rits is stuk. Kortom, de tas in kwestie is kaput. Alles goed en wel, maar waarom koop ik dan niet gewoon een nieuwe tas? Dit is het punt waarop ik qua mentaliteit niet thuishoor in de éénentwintigste eeuw. Ik heb namelijk nog een tas en die doet het prima. Eastpaks zijn stevig, comfortabel, er past veel in (en wie dertien uur in Amsterdam doorbrengt alvorens naar huis weder te keren heeft soms wel veel in zijn mars) en ze overleven hun eigenaars, zoals de reclames al uitdragen. Ik heb er helemaal geen last van dat ik met het symbool van een middelbare scholier op mijn rug rondloop, iets wat een aantal van mijn vrienden wel ten zeerste zouden hebben.

Ander onderwerp: mijn sporadische verblijf in de academische wereld heeft mij op veel manieren skeptisch gemaakt, ook in zeer onverwachte zin. Er is namelijk een serie stoplichten tussen het treinstation waar ik aankom en het universiteitsgebouw die schrijnend vaak en lang op rood staan. Onlangs heb ik de gewoonte opgevat om het voetgangersstoplicht te negeren en te spieken welk licht de automobilisten voor ogen hebben. Zo ben ik erachter gekomen dat 'wij voetvolk' en de trotse beheerders van de stinkmachines dikwijls beiden tegen een rood licht aan staren. Dat is het punt dat ik als enige de kleine menigte aan de kant van de weg verlaat en met triomfantelijke pas oversteek. Ik voel me elke keer dat ik dat doe gesterkt in mijn droombeeld dat ik als skepticus me altijd in de voorhoede bevind ten opzichte van de confirmerende massa.

Ter afsluiting reïtereer ik mijn eigen definitie van arrogantie: zelf kenbaar maken je terecht of onterecht superieur te voelen ten opzichte van anderen. Wat zou ik toch met deze keuze van uitspraak bedoelen?

Hugo Maat

9.2.11

Esnesnon 9-2-11

Goedenavond.

Ten eerste: ik ben afficionado geworden van de band Shpongle. Ik vind het heerlijke muziek. Ten tweede: ik ben goed op weg om verrekte handig te worden in het lezen van oud-Nederlandse handschriften met het vak Paleografie (de kunst van het lezen van oud schrift). Of, om het anders te zeggen: ick ben goed op wegh vereckten handigh te worden in 't leesen van oúd nederlandsche hantsghriften met den kunste der Paleografie. Jammer alleen dat het zo ontzettend vaak over veroordelingen gaat, die allemaal dezelfde formules hanteren. De identieke bewoordingen beginnen me de keel uit te hangen, nu al. Ten derde: de komende dagen worden hectisch. Ik verlaat morgen mijn huis waarschijnlijk om half acht, om vervolgens pas tegen een uur of negen 's avonds thuis te zijn. Dat komt omdat ik 's avonds te horen krijg welke rol ik toegeschreven krijg in het toneelstuk Titus Andronicus, dat mijn toneelgroep van de zomer zal presenteren. Ik heb auditie gedaan voor de titulaire rol van Titus, en ik vond het erg goed gaan, maar ik weet voorlopig niet hoe de jury hierover denkt. Bij de bekendmaking is gelijk een doorlezing van het script ingepland, dus ik kom nog een tijdje niet thuis.

Dat is alleen nog maar morgen. De dag erna ga ik een slordige drie uur repeteren voor een optreden bij een diner dat ik zondag verzorg samen met een muzikale collega van me, heb ik nog les en kan ik mij die avond inzetten om spullen in te pakken voor het evenement van de dag daarop. Op zaterdag neemt mijn teerbeminde orkest deel aan de landelijke finale van het concours voor jeugdorkesten, dat wij vanzelfsprekend hopen te winnen (doch niet bepaald verwachten, gezien de moordende concurrentie, onze dirigent schatte onze kansen in als "FC Twente wint ook wel eens"). Hiervoor moet er een hoop materiaal mee naar Rotterdam, dat de avond daarvoor ingepakt moet worden, om op zaterdagochtend voor achten te worden ingeladen. Voor de rest: vaarwel zaterdag. Zondag is er nog een concert, ditmaal in Almere (er zijn nog kaarten beschikbaar, bij de Kunstlinie Almere, maar ze gaan hard) en na afloop daarvan heb ik nog een schnabbel in een restaurant. Achteraf doe ik ook nog even sociaal met één van mijn favoriete personen ter wereld. Maandag is er nóg een tweetal concerten, waardoor ik twee colleges mis, ter meerdere glorie van het orkest waar ik op dat moment de hoogste voorrang aan verleen. In de tussentijd habe ich vor om nog het één en ander te lezen en te doen, wat waarschijnlijk totale dwaasheid betekent.

Alles voor de kunst. Zak over het hoofd, vlag in de hand, verkeerde lijfspreuk bij verkeerde context, mijn excuses.

Gedaan te Almeere bij mijne heer Maat, Raed in den voorzegden Hove, en gepronuntieerd op den 9den Februarij 2011.
-

7.2.11

Esnesnon 7-2-11

Goedemorgen.

Ik heb keurig netjes acht uur geslapen van het weekend. Jammer dat ik dat over twee nachten verspreid heb. Ook jammer dat ik dan een college heb om kwart over negen waar ik mijn hoofd bij moet houden. Het ging aardig, maar ik voel me nu ook wel een beetje op, hoewel de dag nog nauwelijks begonnen is. Daarnaast is het ook nog jammer dat ik nog een college later op de dag heb waar ik het met enige helderheid en het liefst nog met een zekere spitsvondigheid moet hebben over het boek ' What is cultural history' van Peter Burke. Dat boek heb ik in het voornoemde weekend uitgelezen, waar ik mezelf mee verbaasd heb. Ik weet echter niet hoe goed de reproductie gaat verlopen, met de zeef-staat waar mijn hoofd in verkeert. Maar daar is de opeenvolging van jammer-klachten nog niet ten einde. Ik heb namelijk tegen het einde van de middag nog een auditie voor toneel. Ik hoop dat ik een scene mag doen waarin ik een lijk speel, dan kan ik zorgeloos in slaap vallen en hoef ik alleen te hopen dat ik niet ga snurken.

Maar goed, over het studieweekend van het Almeers Jeugd Symfonie Orkest. Mijn eindoordeel is: leip. Je brengt de dagen door met muziek en nog eens muziek, de avonden met een hoop activiteiten die niet nachtrust inhouden, en in de pauzes eet je genoeg cake, brownies en soortgelijke verwennerij om de slaap uit je ogen te houden. Er is een bonte avond, er is een busreis, er is een vaag 'moordspel', genoeg mensen om sociaal te zijn en al met al een hoop vermaakswaarde. Desondanks was ik verrekte depri, het grootste deel van het weekend. Zoals gebruikelijk kan ik niet het weekend of de andere mensen de schuld geven, want dat ging allemaal goed en lekker, zoals hierboven opgemerkt. Ik begin me gewoon hoe langer hoe minder lekker in mijn vel te voelen, wat ik op zaterdagavond heb aangevochten door het flink op een drinken te zetten (wat uitstekend werkte). Gedurende het weekend heb ik ook flink zitten kankeren op alles wat los of vast zit, wat heel therapeutisch werkte, maar ook een verkeerde uitwerking had op een aantal mensen met wie ik contact zat, wat me uiteindelijk nog minder vrolijk maakte. Het is lang geleden dat ik daadwerkelijk zinnig gedronken heb. Eventueel was dit weekend zelfs de eerste keer dat het me hielp.

Ik zou door kunnen gaan over hoe embarmelijk het gesteld is met mij, maar het is zinniger om op te houden met zeuren en me te richten op studie en toneel, ter verzetting van de zinnen. Niet dat dit een genezing van mijn deprimerende en zinloze staat van zelfmedelijden teweeg brengt, maar dat is een ander verhaal voor een andere keer, of een verhaal dat nooit verteld gaat worden. Het heeft allemaal te maken met de vraag of ik eigenhandig mezelf kan opknappen, of dat ik me aan iemand moet gaan optrekken. Wat ongewoon is voor mijn doen. Ik weet het allemaal niet zo goed. En dat is ook weer redelijk ongewoon.

Hugo Maat