30.12.10

Esnesnon 30-12-10

Goedemorgen.

Het jaar is bijna om en ik ben in alle rust mijn ochtend aan het doorbrengen in een zijden ochtendjas, met een dosis thee op, met Bagatellen van Beethoven op de achtergrond. Mijn gezelschap zit op de bank te hangen, niet in staat om op te staan. Het gesprek dwaalt even veel als de muziek. Mijn mijmeringen strekken zich door het raam uit, de sneeuw in en langs de waterkant. Ik zou kunnen inzakken als een mislukte soufflé en mijn hele dag doorbrengen als een vormeloze, overleden plumpudding. Wonderlijk.

Ik ga de rest van de dag loom doorbrengen. Sinds ik te weten ben gekomen dat ik per 3 januari weer intellectueel aan de slag mag, heb ik mij voorgenomen om de laatste dagen rond de jaarwisseling rust te houden. Ik vind het een topidee.

Overigens, ik vier dit jaar wederom geen oudjaar. Ik sluit mijzelf om half twaalf op op een donkere kamer om muziek te luisteren en de onzin te negeren.

Het is moeilijk in woorden uit te drukken hoe onvoorstelbaar relaxed ik ben. U zult het van me aan moeten nemen.

Hugo Maat

28.12.10

Esnesnon 27-12-10

Goedemorgen.

Eerder vanmorgen, zo rond half zeven, in het duister van de heersende winter, stond ik op station Lelylaan. Terwijl om mij heen de eerste forensen knipperden in de kou passeerde voor mijn ogen met een aardige vaart de Thalys. Het voelde alsof er op twee meter afstand een rode, Franse leeuw langs liep zonder me op te merken.

Ik heb de vorige zes dagen in de vrije stand doorgebracht. Na mijn tentamens had ik zin om uit te rusten en niets te doen. Dat uitte zich in allerlei vormen van aartslui gedrag, zoals wachten met uit bed komen tot de lunch, gamen tot diep in de nacht en tot aan het avondeten in mijn negligé rondlopen. Ik was uit vorm. Ik dacht niet, ik deed niets. Van mens was ik tot couch potato verworden. Ik hou nog steeds vol dat een mens steeds minder kan doen op een dag naarmate hij minder gaat doen omdat zijn conditie verslechtert: de mens komt dan in een lagere versnelling. Qua versnelling stond ik in mijn vrij, zo niet in z'n achteruit.

Dat vond ik zorgwekkend. Ik las ineens niets meer, nadat ik toch met enige verve, ook weer niet met volle overgave, had gestudeerd, weken achtereen. Dat deed me weer denken aan Erica Terpstra. Omdat ik daar geen zin in had besloot ik dat ik op de één of andere wijze mezelf bezig moest zien te krijgen. Twee avonden achter elkaar doorzakken, omgeven door alcohol, tabak en cannabis lijkt daar misschien niet het beste begin voor, maar dat was het wel.

Vanochtend werd ik wakker om vijf uur, op een bank. Ik had ontzettend goed geslapen en stond om zes uur, niet in staat om te blijven liggen en weer terug te zinken in droomloze leegte, rechtop en helder in mijn schoenen. Ik was in jas en handschoenen, mijn tas gepakt om kwart over zes en kort daarna vertrok ik, met vriendelijke groeten aan mijn gastheer voor de avond (die tamelijk slaapdronken me de deur uit hielp) naar het station.

Ik had het gevoel van doelmatigheid. Ik was ergens mee bezig en ik was ergens van overtuigd. Weinig dingen zijn zo wonderlijk als het menselijke gevoel van zelfverzekerdheid. Terwijl de treinen langs me raasden pompte mijn hart een prettige, natuurlijke amfetamine door mijn aderen en hoofd. Mijn bloed voelde warmer en het leek alsof ik er ruim en liter meer van bezat. Ik was de meest wakkere reiziger op het station. Zelfs het feit dat het me bijna anderhalf uur kostte om thuis te komen maakte me niets uit. Ik ben "on my feet and every ounce of me wants to get some killing done", om maar een vreemd citaat te gebruiken. "Today is a day, tomorrow is a new one." Vanaf vandaag voel ik me alsof ik weer klaar ben om aan de slag te gaan.

Nou gebeurt me dat elke keer. Elke keer dat ik een nachtje daar in Amsterdam doorbreng keer ik terug als meer mens dan ik eerst was, alsof ik gegroeid ben. Elke keer weer past mijn huid zich ook weer aan om de grotere hoeveelheid zelf te kunnen omvatten.

Hugo Maat

21.12.10

Esnesnon 21-12-10

(pre scriptum: voor Theorie-samenvatting door naar de post van 16 december, hier)

Goedenavond.

Nu het nog vers in mijn gedachten zit heb ik de neiging een beetje te ontsporen, maar ik zal proberen het kort te houden over het onderwerp van de (on)begrijpelijkheid van andermans gedachtewereld. Het is een kwestie die in de geschiedschrijving (mijn tak van sport) van enig belang is omdat menig historicus meent te kunnen beweren wat iemand gedacht of gewild heeft. Dit gaat soms zo ver als de bewering dat alle geschiedenis over andermans gedachten gaat. In hoeverre is het mogelijk voor een mens om zich in een ander in te leven?

Enerzijds is het goed vol te houden dat het mogelijk is om andermans gedachten en opvattingen te verklaren. Als we bemerken dat iemand ongelukkig is, en we weten dat onlangs diegene een familielid (of minder extreem, een huisdier) aan een tragisch ongeval verloren is, worden die feiten al snel aan elkaar gekoppeld. Dat kan aan de ene kant door te zeggen dat je zelf ook ongelukkig zou zijn als iets soortgelijks jou zou overkomen maar ook in de bredere zin, door aan te geven dat het in onze cultuur (of gewoon als algemeen kenmerk van menselijkheid) gewoon is om het verlies van dierbaren te betreuren. In de geest van Durkheim zou je kunnen stellen dat een dergelijk verdriet dan weer onderdeel is van de cultuur omdat het hechten van waarde aan dierbaren de sociale cohesie van onze 'stam' vergroot.

Theorieën van Freud en andere, latere gedragswetenschappers hebben allemaal verklaringen voor menselijke gevoelens en gedrag aangedragen, nog te zwijgen over neuropsychologen. Aan de hand van deze verklaringen is het mogelijk om al het menselijk gedrag te 'snappen.' Hoewel veel verklaringen, voornamelijk de 'common sense' aanpak hierboven, feilbaar zijn, blijven de verklaringen erg taai en resistent tegen kritiek, vooral omdat ze over het algemeen geldig zijn en blijven. We kunnen daaruit voorlopig concluderen dat menselijk gedrag veelal confirmeert aan sociale norm en misschien zelfs biologisch bepaalde patronen.

Aan de andere kant is het maar de vraag of het verklaren van een emotie, gedachte of sterker nog, een opvatting of overtuiging, voldoende is om deze ook te kunnen begrijpen. Als een neurochirurg een toegenomen activiteit signaleert in een bepaald deel van de hersenen zodra de persoon in de scan een kitten ziet, kan hij dan begrijpen hoe schattig de proefpersoon dit diertje vindt? We kunnen wel zeggen dat we van een oorlogsveteraan snappen dat hij getraumatiseerd is na maanden in de loopgraven te hebben gezeten, zich verschuilend voor bombardementen et cetera, maar hij zal ons op het hart drukken dat wij niet kunnen begrijpen wat hij doorgemaakt heeft. Is de hedendaagse generatie, opgegroeid in een welvarende samenleving na de val van het communisme, wel in staat om te begrijpen hoe het voelt om arm te zijn, of hoe het is om overtuigd te zijn van het gelijk van het socialistisch ideaal? Snapt een overtuigd atheïst hoe het is voor een gelovige om te geloven in een hiernamaals, een ziel en God? Weet een man hoe het is om een vrouw te zijn en andersom? Het is maar de vraag of rationalisatie van gedrag en emotie voldoende is om inleving in een ander mogelijk te maken.

Het laatste punt, samen te vatten in de dooddoener "daar had je bij moeten zijn" beschouw ik als een onweerlegbaar argument tegen het menselijk vermogen om zich in te leven in anderen. Alleen door iets zelf mee te maken kan men de totaliteit van de ervaring verkrijgen. Alle rationalisaties schaven aan de randen en moeten de menselijke ervaring benaderen via generalisatie. Om terug te komen op het uitgangspunt wil ik wel volhouden dat een gerationaliseerde benadering van menselijk gedrag, wegens de ten dele verklaarbare menselijke geest, toch nuttig kan worden ingezet door de historicus. Deze wordt wel geacht zich een passende bescheidenheid aan te meten, vergelijkbaar met het gedrag in bijzijn van een oorlogsveteraan. Zelfs al kunnen de historische personages je niet vertellen dat het onvoorstelbaar is wat ze meegemaakt hebben, dat blijft het toch. Mocht je me niet geloven, dan kan ik je altijd een maandje shell-shock aanbevelen. Ik geef het je met plezier.

Hugo Maat

16.12.10

Esnesnon 16-12-10

N.B.: Dit is de voorlopige versie van deze samenvatting. Het is bedoeld om deelnemers aan de tentamens of de herkansingen van het vak Theorie van de Geschiedenis te helpen.

Theorie van de geschiedenis
Op basis van 'De constructie van het verleden' door prof. Chris Lorenz en de collegereeks van dr. Chiel van den Akker.

Als eerst volgt een uitgewerkte set aantekeningen van de behandeling van vandaag. Ik verzuim een scan van het origineel op te nemen omdat het van belabberde kwaliteit is. Cursief is latere toevoeging. (Om het cursieve uit de tekst te halen, mocht u dat bloedirritant vinden, kunt u de tekst naar een tekstverwerker verplaatsen en daar de hele tekst eerst cursief te maken en daarna weer te decursiviseren. Dat woord was overigens de enige reden dat ik dit schreef.)

Hoofdstuk 2: Een feit is een weergave van een gebeurtenis. In deze formulering veronderstelt het begrip feit een waarheidsclaim. Feiten zijn afhankelijk van hun context en bestaan in verschillende contexten die elkaar niet noodzakelijk uitsluiten. De Grote Verhalen sluiten elkaar in de regel wel uit. Deze contexten zijn talige kaders van begrippen die betekenis toekennen in de weergave van een gebeurtenis, alias een feit. Gebeurtenissen worden tot feiten 'ver-taald.' Begrippen verwijzen naar aspecten van werkelijkheid. Nooit de werkelijkheid in totaliteit, altijd een greep. Er is geen verschil tussen een feitelijke weergave en een interpretatie van de werkelijkheid.
(Voorbeeld: Lodewijk XIV werd onthoofd met de guillotine. In het begrippenkader van een arts is het feit als volgt: 'Lodewijk overleed doordat zijn hoofd van zijn romp werd gescheiden.' De republikein stelt het feit als volgt: 'Burger Capet is door de beul terechtgesteld.' Voor de royalist is het echter: 'Koning Lodewijk is door het gepeupel vermoord.' Let wel dat mijn eerste weergave van de gebeurtenis evengoed beladen is met context, ondanks mijn poging neutraal te zijn. Ik heb de reden verzwegen, de omstandigheden van de executie, ik noemde expliciet het werktuig, etc.)

Hoofdstuk 3: Er zijn verschillende theorieën voor de betekenis van 'waarheid'.
Ten eerste de Correspondentietheorie. Deze veronderstelt dat een direct verband tussen uitspraak en de werkelijkheid betekent dat de uitspraak waar is. Uitspraken zijn toetsbaar aan de werkelijkheid en geven een realistische stand van zaken weer. Dit is de meest gebruikte betekenis van waarheid in het dagelijks leven. Echter is taal een scheiding tussen de werkelijkheid en uitspraken, omdat alle feiten onderdeel uitmaken van kaders van begrippen, zoals hierboven gesteld. Accurate weergave van de werkelijkheid is onmogelijk en taal is niet de spiegel van de werkelijkheid.
Ten tweede de Coherentietheorie. Een uitspraak is waar wanneer deze in overeenstemming is met een andere uitspraak waarvan de waarheid aangenomen is. Dit geldt bij uitstek voor het gebruiken van bronnen door de historicus. Het kritiekpunt hier is dat de bewijslast voor het waarheidsgehalte alleen vooruitgeschoven wordt en nog niets echt bewijst.
Ten derde de Pragmatische Theorie: 'Wat werkt is waar.' Echter is het bij uitspraken over historische onderwerpen moeilijk te zeggen wat het betekent als iets 'werkt', wat de vraag wel verandert maar niet beantwoordt.
Het begrijpen van een uitspraak is het begrijpen van de waarheidscondities (onder welke omstandigheden is de uitspraak waar) die onderdeel zijn van taal en daardoor door mensen gedeeld worden. Dit is noodzakelijk voor het bepalen van waarheid, om deze reden is waarheid intersubjectief.

Hoofdstuk 4-8: Er zijn 3 wetenschapstradities in de geschiedschrijving: Positivisme, hermeneutiek en narrativisme.
Positivisme. Gebeurtenissen hebben algemene oorzaken. Dit principe is een bron van algemene wetten. Elke wet functioneert met de juiste omstandigheden (ceteris paribus) en functioneert volgens een 'als ... dan'-structuur. Dit werkt volgens het principe van het syllogisme. Het gebruiken van syllogismen om algemene wetten af te leiden heet het Covering Law Model, ook wel CLM. Het CLM specificeert omstandigheden, verklaart en voorspelt en schept algemeen geldende wetten. Problemen met dit model: Het model kan alleen algemene aspecten benoemen; laat geen ruimte voor complexe oorzaken en is alleen toepasbaar in de situaties zoals ze door de wet omschreven zijn. Veel factoren zijn door voorgaande aspecten onoverzienbaar.
Verdere kritiek op het positivisme: 1: De wetenschapshistorische kritiek (natuurwetenschap, hét voorbeeld van het positivisme voldoet niet altijd aan het CLW door verwijzing naar specifieke planeten); 2: Epistemologische kritiek (kennis is nog altijd feilbaar, syllogismen vereisen aanname van premissen die niet noodzakelijk gegrond zijn.); 3: methodologische kritiek (verklaring betekent nog niet voorspelling; CLM levert geen echte verklaringen; laws of association.) 4: wetenschapsfilosofische kritiek: niet bewijzen maar theorieën zijn de stuwende kracht achter de wetenschap.
Hermeneutiek: steekwoorden: bijzonderheid, spatio-temporele context,
Intentionele verklaringen. Collingwood: Re-enactment of past thought. "All history is the history of thought." Het principe van re-enactment of past thought vormt de onderbouwing van het bestaan van de intentionele verklaring, maar levert geen specifieke methode. Het stelt wel het doel (volgens Collingwood) van de historicus.
Dray: Rationeel verklaringsmodel. (wat is de rationele handeling in deze situatie + situatie doet zich voor = handeling) Kritiek: Er is geen 'Rationaliteit'; mensen handelen niet altijd rationeel.
Von Wright: Teleologisch verklaringsmodel. (wat is de juiste manier om een beoogd doel te bereiken + beoogd doel = handeling) "Waarom steekt dit persoon zijn hand op?" "Met het doel me te groeten." Kritiek: Niet iedere handeling heeft een doel; niet iedere gebeurtenis is het bewuste product van menselijk handelen; intenties maken zich niet altijd kenbaar in handelen.
Algemene kritiek tegen hermeneutiek (tegen het intentionele verklaringsmodel) is het argument van het solipsisme, de opvatting dat gedachten voorbehouden zijn aan de denker en de gedachtewereld door de spatio-temporele context (de afstand in ruimte en tijd). Tegenargumenten: mensen zijn niet uniek in handeling en gedachten (alle emoties, gedachten en uitdrukkingen daarvan zijn cultuur- of natuurbepaald); handelingen zijn uitdrukkingen van motieven (een handeling is een actie plus intentie); gedachten zijn talig (wat ook gedeelde opvatting vereist).
Narrativisme. Tak van hermeneutiek, heeft betrekking op de vorm van het geschiedkundig werk. Samen te vatten in 2 stellingen en twee types van 'narratives' of 'narratio's'.
Een narrative is:
  1. (Geschiedenis als) Een volgorde van gebeurtenissen. Dit heet ook wel een diachroon beeld. De weergave hoeft niet chronologisch te zijn; het wordt, sterker nog, ten strengste afgeraden aan de historicus om een chronologische narrative te schrijven.
  2. (Geschiedenis als) Een beeld of representatie van het verleden. Dit is een synchroon beeld. Er wordt hier geen ontwikkeling maar een gelijktijdig beeld van verschillende aspecten gegeven.
Twee stellingen ten grondslag:
  1. De plaats die een gebeurtenis inneemt in een verhaal is gelijk aan de betekenis. En andersom. Een gebeurtenis op zich heeft geen betekenis, maar zodra een gebeurtenis in een verhaal wordt geplaatst en het begin, midden of einde van een ontwikkeling wordt krijgt het binnen in het verhaal (dat ook een conceptueel kader vormt) een betekenis.
  2. De structuur van een verhaal is niet in het verleden aanwezig. Hangt samen met het bovenstaande. Verhalen bestaan niet in de werkelijkheid. Een historicus (of romancier) maakt een keuze uit alle gebeurtenissen in het verleden om daar een verhaal van te maken.
Postmodernisme.
2 kenmerken: Het verdwijnen van centra voor legitimatie van kennis (ook wel het einde van de Grote Verhalen); het schrijven van de geschiedenis van de marginalen (niet langer de welvarende blanke man, maar ook de koloniaal, de vrouw, de arme mensen als onderwerp).
Verwante namen: Derrida (deconstructivisme, probeer uit te vinden wat een tekst niet zegt en val de tekst hierop aan), Foucault (niet aan bod), Hayden White (ook niet echt besproken), Ankersmit (geschiedenis niet langer beoordelen op representatie van de waarheid maar aan de hand van objectieve criteria zoals originaliteit en rijkwijdte, geschiedenis als literaire vorm).

(Vanaf dit punt heb ik geen notities van donderdag 16-12-10 over.)
Hoofdstuk 9-11: Oorzakelijke verklaringen in de geschiedenis.
In de geschiedwetenschap maakt men gebruik van niet-wetmatige, oorzakelijke verklaringen. Ze zijn niet-wetmatig omdat de historicus zich bezighoudt met specifieke gebeurtenissen, in plaats van met typen gebeurtenissen, met het bijzondere in plaats van met het algemene. De historicus gelooft echter wel in causaliteit, maar hoeft in de historische verklaring geen gebruik te maken van wetten. Eerder genoemde verklaringsmodellen zijn het Covering Law Model en het intentionele verklaringsmodel. Hierna volgen nog het singulier causaal verband; de INUS-verklaring; de abnormalistische verklaring; en het vergelijkende verklaringsmodel.
Inleiding op causaliteitsmodellen: Als één oorzaak één gevolg heeft is de oorzaak voldoende en noodzakelijk. Als één oorzaak meerdere gevolgen kan hebben is die oorzaak noodzakelijk voor de gevolgen, maar niet voldoende. Als één gevolg meerdere oorzaken kan hebben zijn deze oorzaken wel voldoende maar niet noodzakelijk. Ik wou dat ik het kon tekenen.
-Het singulier causaal verband. Dit verklaringsmodel heeft één oorzaak en één gevolg, maar leidt geen wetten af. Het is toegespitst op een afzonderlijk geval (singulier). De noodzakelijkheid van de oorzaak wordt bewezen door facticiteit toe te passen: als afwezigheid van de oorzaak tot afwezigheid van het gevolg leidt is de oorzaak noodzakelijk.
-De INUS-verklaring. Dit model dient voor complexe oorzaken. Afzonderlijke verklaringen zijn in dit model niet voldoende (Insufficient) maar nooit overbodig (Non-redundant). Het is een verzameling van verklaringen die samen weliswaar niet noodzakelijk (Unnecessary) maar ook voldoende (Sufficient) is. Dat wil zeggen dat er alternatieve verzamelingen verklaringen kunnen worden aangevoerd die ook voldoende zijn voor het gevolg, door het weglaten en/of toevoegen van verklaringen of het verschuiven van nadruk. Verklaringen zijn altijd een combinatie van factoren, en de historicus doet bij zijn verklaring een greep uit de totaliteit van oorzaken. Ook intentionele verklaringen kunnen deel uitmaken van een geheel van oorzaken.
-Het abnormalistische model. Indien de 'normale' verklaring voor een gebeurtenis niet opgaat kan het abnormalistische model worden gebruikt, waarin een afwijking in de 'normale' stand van zaken gebruikt wordt als verklaring. N.B.: het model verklaart niet wat 'normaal' eigenlijk is.
-Het vergelijkende verklaringsmodel. (Favoriet van Ch. Lorenz, door hem ook wel comparativisme genoemd.) Vergelijking kan plaatsvinden tussen gebieden of tussen fenomenen (in gebieden). In dit model worden alle (benadering) factoren met betrekking tot de te onderzoeken gebieden of fenomenen van de verschillende kanten naast elkaar gezet om te kijken op welk punt de factoren overeenkomen en verschillen. Bij de verschillende factoren wordt onderzocht of ze verklarende waarde hebben.
(Kritiek op dit model: zijn gebeurtenissen en landen wel met elkaar te vergelijken in de geschiedenis? Op welke basis wordt bepaald wat de geldigheid van niet overeenkomende factoren zijn?)

Hoofdstuk 12: Geschiedenis en de sociale wetenschappen
De geschiedenis was in de jaren '50 en '60 sterk op politieke geschiedenis gericht. In de jaren '70 en '80 werd de geschiedwetenschap onder invloed van de sociale wetenschappen 'verwetenschappelijkt' en werd vooral de sociale wetenschap populair. In de jaren '90 werd cultuurgeschiedenis de standaard.
Alle drie stromingen passen bij een bepaalde stijl van geschiedwetenschap, te weten de hermeneutiek, het positivisme en het narrativisme.
'Verwetenschappelijking', ofwel de invloed van de sociale wetenschappen op de geschiedschrijving, heeft de volgende invloeden gehad: stellingen en hypotheses zijn verduidelijkt; er wordt gebruik gemaakt van kwantificeerbare data; er worden socio-economische verklaringsmodellen gebruikt; meer nadruk op structuren dan op personen in verklaringen; en er wordt weer een scheiding tussen verklaren en beschrijven gemaakt.
Kritiek op de invloed van de sociale wetenschappen in de geschiedenis: kwantificeerbare data levert alleen gemiddeldes en types op, geen informatie over specifieke of unieke gebeurtenissen of personen. (volgens een aantal opvattingen het hele punt van geschiedenis)

Individualisme - collectivisme/holisme
Deze twee opvattingen doen zich voor bij twee kwesties: de ontologie (leer van het zijn) en methodologie. Dat levert de volgende vier standpunten op:
  • Ontologisch individualisme: Er zijn individuen
  • Ontologisch collectivisme: Er zijn instituten
  • Methodologisch individualisme: Alle sociale fenomenen zijn te herleiden tot individuen
  • Methodologisch collectivisme: Alle sociale fenomenen zijn te herleiden tot instituten
De kwestie is rond de vraag of bijvoorbeeld werkeloosheid een eigen bestaan heeft of dat het alleen een verzameling is van mensen zonder werk, en of de oorzaak hierin bij mensen of bijvoorbeeld bij de arbeidsmarkt moet worden gezocht.

De opvattingen van Droysen, Ankersmit, Gadamer, Derrida en Popper. (Deze vijf zijn voorbij gekomen in de colleges, maar worden hier in de stijl van het boek van Lorenz beschreven. Het is mogelijk dat niet alle informatie hier even hard nodig is.)
-Droysen (narrativist): De structuur van een verhaal is niet aanwezig in het verleden en de historicus selecteert altijd feiten vanuit een bepaalde vraag: narratives zijn dus geen spiegel van het verleden maar van de gedachteconstructies van de auteur over het verleden. Er is een onverbrekelijke verbinding tussen de onderzoeksfase en de compositiefase van een historische narrative. Niet alle geschiedschrijving is narratief: in het geval van een incomplete overlevering of de onmogelijkheid om gebeurtenissen te herleiden op bewuste handelingen van historische personen kan er geen verhalende geschiedenis worden geschreven.
-Ankersmit (narrativist, postmodernist): Een verhaal is een metafoor en verschilt daardoor in stijl van de onderzoeksfase (die geschreven is in termen van feiten in plaats van metaforen). Het verhaal refereert niet aan het verleden maar is zelf-referentieel. Het neemt door de metafoor de plaats in van de werkelijkheid en biedt een suggestie voor een visie op het verleden.
-Gadamer: Interpreteren is een wijze van zijn (interpretatie wordt continu door de mens toegepast, alles is interpretatie). De spatio-temporele context is onoverbrugbaar omdat de onderzoeker altijd zijn eigen wordingsgeschiedenis heeft. De interpretatie van historische bronnen (re-enactment of past thought is geen optie) werkt als een gesprek waarbij de onderzoeker zijn vooroordelen op de tekst projecteert (anticiperen op zin). Resultaat is het scheppen van een nieuw werk, een interpretatie die optioneel maar niet dwingend is. Ook wel 'horizonversmelting'.
-Derrida (postmodernist): Uitvinder van het deconstructivisme. Interpretatie hoort niet als een gesprek maar als een aanval te gebeuren waarin de onderzoeker de tekst 'afbreekt' tot de elementen die eraan ten grondslag liggen. De interpretator moet hierbij naar de verborgen informatie zoeken.
-Popper: Het klassieke positivisme functioneert niet goed door het inductieprobleem. Popper introduceerde het principe van falsificatie. Een theorie is op zijn meest 'nog niet ontkracht' maar daarmee niet 'waar'.

Hugo Maat

13.12.10

Esnesnon 13-12-10

Goedemorgen.

Ten eerste mijn klacht over de taboe op de opvoedkundige tik. Ik vind right off the bat al dat het term in kwestie wel erg eufemistisch is. Noem het gewoon een (opvoedkundige) klap of een flinke mep, zodat het tenminste te onderscheiden is van een handeling die net zo goed in een kinderspelletje voor kan komen. Er zijn zat leuke alternatieven: een draai om je oren, een oplawaai, een pets in je gezicht, een optater, een oorvijg of gewoon een dreun. Ik vind dat deze woorden allemaal iets beter uitdrukken wat deze vorm van geweldpleging precies inhoudt en betekent. Het is geen verdoezeling, geen omgewonden doekje, geen zijden handschoen met fluwelen afzetting, maar een pijnlijke confrontatie tussen Verstand en Dwaasheid, tussen Goed en Kwaad, tussen Hand en Gezicht. Het is een handeling die alle aandacht op zich neemt door een flinke schok door alle zintuigen te sturen: de hand die je ineens op je af ziet komen, het droge geluid van de inslag en natuurlijk boven alles het brandende, trekkerige gevoel terwijl de hand zich op het gezicht aftekent als merkteken voor het slachtoffer. En dan komen de tranen. Een normaal mens valt stil na een goede klap in het gezicht. Hij wordt zich gewaar van zijn overtreding van een onzichtbare of zichtbare grens en denkt na. De verbazing maakt plaats voor schaamte, de schaamte voor begrip. Uit eigen ervaring weet ik dat ik nog nooit een opvoedkundige klap in het gezicht heb ontvangen die ik niet verdiend heb en waar ik niet van geleerd heb. Het is een actie waar zoveel kracht en betekenis in schuilt dat het zonde zou zijn hem te verbieden.

Hierbij moet ik wel opmerken dat opvoedkundig geweld altijd met beleid moet worden gehanteerd. Waarschuw indien mogelijk van tevoren dat iemand de toegestane limiet van bepaald gedrag nadert en zie erop toe dat achteraf de ontvanger begrijpt wat de reden van de klap was. Als het daadwerkelijk zover is, let dan op een goede slagtechniek: gebruik vlakke hand voor optimaal geluid en langdurige pijn; wees snel en voer de aanval plotseling uit om enig verzet te voorkomen; bied niet onmiddellijk je excuses aan, dat verpest namelijk het effect; ga om dezelfde reden niet meteen lachen maar blijf boos kijken; en zorg voor publiek om het moment extra beschamend te maken. En last but not least, vergeet niet te genieten van het moment van autoriteit en onthou dat het voor een goed doel is.

Happy slapping everyone!

Hugo Maat

9.12.10

Esnesnon 9-12-10



1: Constantijn vaardigde het edict van Milaan uit samen met zijn mede-Augustus (die van het Oostelijk rijksdeel) Licinius. De oudste bekende bron over de inhoud is geschreven in de zomer van 313, het edict komt ergens uit het jaar ervoor hoewel ik de precieze gegevens even niet bij de hand heb.

2: Het edict gaf aan christenen (volgens de formulering alle religieuze groeperingen, maar in de praktijk werd dit wel eens genegeerd) het recht samen te komen en hun geloof te belijden, onder voorwaarde dat ze de orde niet zouden verstoren en ze zouden bidden voor het goed van het rijk en haar inwoners. Ook kregen ze het recht om alle kerken en kerkelijke bezittingen die ze niet langer in bezit hadden, of die nou verkocht of weggegeven waren, opnieuw op te eisen. De keizers zouden hiervoor garant staan.

Het bovenstaande is gebaseerd op het werk van de schrijvers Lactantius en Eusebius, die los van elkaar een nagenoeg identieke weergave van het edict geven (het feit dat Eusebius Grieks schreef verklaart al veel van de details) in hun respectievelijke werken De mortibus persecutorum en de Kerkgeschiedenis (waarschijnlijk historia ecclesiastica).

Hugo Maat

8.12.10

Esnesnon 8-12-10

Goedemorgen.

Er heerst een soort wijdverbreide opvatting dat muziek kan dienen voor het uiten kanaliseren van emoties en passies. Daar kan ik mij niet in vinden. In alle ernst: als ik probeer muziek te maken gaan mijn emoties juist 'uit' omdat ik me moet richten op wat ik aan het doen ben. Als ik te emotioneel ben om me te concentreren komt er vervolgens ook geen fatsoenlijke noot uit. Muziek maken is een precieze bezigheid en gaat om oplettendheid, zorgvuldigheid en nauwgezet studeren, het is geen kwestie van jezelf te laten gaan en kijken wat er gebeurt.

Maar misschien ligt dat ook wel aan mij. Ik kan niet emotioneel muziek maken, niet emotioneel acteren, niet emotioneel schrijven en ik kan niet tekenen/schilderen/beeldhouwen. Ik kan me ook niet voorstellen hoe dat op de één of andere manier bijdraagt, omdat alle kunst een verfijnd proces is en ook een zekere vaardigheid vereist. Wat wel kan is het pretenderen van emoties. Dat is bij toneel het meest logisch en noodzakelijk omdat een acteur daar doet alsof hij een echt persoon is met menselijke emoties, terwijl hij er alleen voor zorgt dat het net lijkt alsof dat het geval is. Een acteur moet zelf niet emotioneel begaan zijn met wat hij doet, vooral omdat je juist die emoties niet kan zien, alleen de tekenen ervan. Als ik dus schrijf, acteer of musiceer is dat een kwestie van uitvoering van een kunstje.

Uiteindelijk leidt dat tot het punt dat ik geen emotionele uitlaatklep heb in de kunst. Ik heb niet echt een vorm van activiteit die niet vanuit rationele voorbedachte rade wordt uitgevoerd. Alle initiatieven om het tegenovergestelde te doen worden al snel door de censor tegengehouden. Tot voor kort dacht ik nog een manier te hebben gevonden om toch alles eruit te gooien, of om in ieder geval mijn emoties te kunnen kanaliseren en te verwerken. Maar dat is nu ook onmogelijk geworden. Dat laatste vind ik bijzonder pijnlijk, maar dat krijg je alleen te weten omdat ik je er opzettelijk over vertel.

Hugo Maat

6.12.10

Esnesnon 6-12-10



Met dank aan:
Jonathan de Jong, Kunstenaar

Noot:
Het gaat om Johann Strauss Jr., ook wel Johann Strauss II.

Hugo Maat

5.12.10

Esnesnon 5-12-10

30.11.10

Esnesnon 30-11-10



Hugo Maat

27.11.10

Esnesnon 27-11-10

Goedemorgen.

Ik droomde dat ik in het duister van de nacht uit een slaapzaal wegliep naar het huis of de kamer van een niet nader te noemen bekende, waar ik gelijk kennis begon te maken met de twee katten op de vloer. Pas toen ik beter keek besefte ik dat één van deze twee huisdieren een stuk speelgoed was, met een katoenen huid en een voorkomen dat in een tekenfilm paste. Deze 'kat' was lichtblauw of lichtroze, maar mijn geheugen is niet nauwkeurig meer op dit punt. Mijn gezelschap verzekerde mij van het feit dat het een echte kat was, waaruit ik opmaakte dat iemand een kat gevild had en zijn vacht had vervangen door een cartooneske buitenkant, wat ik verkeerd vond.

Het is vermakelijk, vind ik, om te merken hoezeer dromen kennis overdragen zonder iemand iets te laten zeggen of iets te laten zien. Het lijkt alsof dromen draaien op een niet bestaand geheugen waar de dromer dan uit kan putten. Het is die onderliggende kennis die het mogelijk maakt om redelijk absurde situaties niet alleen aanvaardbaar te maken, maar ook volstrekt logisch en bekend te laten lijken. Ik geloof dat de onnatuurlijke begrijpelijkheid van dromen de meeste verwarring veroorzaakt, veel meer dan wat je ziet of hoort. De kwaliteit van de sensaties in een droom is bij mij namelijk zo laag dat ik achteraf gemakkelijk kan rationaliseren dat de niet echt zijn.

En toen dwaalden mijn gedachten af naar alle vergelijkbare situaties buiten dromen. Wat als dat reservoir aan pseudo-begrip ook op kan duiken in andere omstandigheden? Ik werp nu in gedachten de champagnefles op een volgende aanval op de veronderstelde rationaliteit van de menselijke geest.

Hugo Maat

24.11.10

Esnesnon 24-11-10

Goedemiddag.

Het existentialisme heeft het bij het verkeerde eind. De essentie gaat vooraf aan de existentie, niet andersom. Het komt mijzelf voor als een opvatting die niet samengaat met mijn leven als beginnend geesteswetenschapper, alfa tot op het bot en nog enigszins kunstzinnig geörienteerd, maar mensen hebben niet de vrijheid hun eigen essentie te definiëren. Dat geldt op alle fronten, maar het punt dat ik nu vooral wil onderstrepen is dat van ethiek, de normatieve kijk op menselijk gedrag.

Om even terug te grijpen op het idee van een man die al ruim tweeduizend jaar niet meer onder ons is: de mens is een sociaal wezen. Sommige mensen spreken in dit geval van EQ, anderen kiezen voor kuddegeest. In wezen is het sociale gedrag, het altruïsme, een residu van evolutionaire gedragsregels. In de wording van de menselijke soort is de ethiek aan de mens gebonden. De versimpelde weergave, ik ben immers niet bijzonder goed onderlegd in de details van het proces, is als volgt: in den beginne zijn er mensen die sociaal zijn en mensen die dat niet zijn. De twee kampen zijn door loop van millennia gevormd door minieme genetische mutaties. Uiteindelijk, nadat er nog wat meer tijd overheen gegaan is, blijkt dat de groep die een soort 'altruïsme-gen' heeft beter in staat is om te overleven omdat men elkaar bijvoorbeeld niet doodmaakt, het voedsel deelt en op andere manieren om elkaar geeft. Deze sociale wezens krijgen sociale kinderen. De asociale wezens overleven wat minder goed.

Wat ik hiermee wil zeggen is dat het incorrect is om ethisch gedrag te zien als een keuze die je als mens kunt maken. Ethiek is geen menselijke uitvinding, in tegendeel. De mens is geschapen door ethiek, omdat we zonder dat altruïsme als soort ons niet zo hadden kunnen ontwikkelen. Omdat altruïsme en ethiek voorafgaan aan het bestaan van de mens en dus ook aan het bestaan van ieder individueel mens is het een onderdeel van ons bestaan als mens. Het sociale aspect ligt in onze essentie: het is de reden dat we mens zijn.

We kunnen niet bestaan buiten de wereld. We kunnen ons niet verzetten tegen wie we zijn om de simpele reden dat we onze essentie zíjn. We bestaan als die essentie.

Hugo Maat

5.11.10

Esnesnon 5-11-10

Goedemorgen.

Ik heb een zeer tragische aankondiging te maken: mijn tas is overleden.

Het is relatief beschouwd niet heel erg: ik heb nog twee andere tassen die vrij inzetbaar zijn, mijn oude rugzak voor school en een tas bij wijze van aandenken van een concertreis in Parijs, maar geen van beiden vervullen de taak die mijn gebruikelijke tas trouw al jaren op zich had genomen. Ik refereer aan de taak van het draagbaar maken van een paar spullen, maar dan zonder een hoop extra ruimte mee te nemen. Mijn andere tassen zijn meestal te groot.

Ik stoorde mij geheel niet aan de vervagende zwarte kleur, die een vreemde roodbruine tint begon aan te nemen op sommige plaatsen om onverklaarbare redenen. Het feit dat het hele ding versleten was en ik de alternatieve draagband kwijt was kon mij ook niet deren. Helaas is het meest recente mankement dermate storend dat ik mijn tas moet laten gaan en voort moet leven. Hij zou het begrepen hebben.

Dus: volgende week koop ik een nieuwe tas.

Hugo Maat

3.11.10

Esnesnon 3-11-10

29.10.10

Esnesnon 29-10-10

Goedemorgen.

Vandaag is er iets dat ik niet ga doen. Voor het eerst sinds ik vorig jaar september ben begonnen met deze studie is er een tentamen waar ik me voor heb opgegeven dat ik niet meteen haal. Nou lijkt het misschien heel melodramatisch als ik het zo zeg, maar dat is niet de impressie die ik bedoel. Gezien het feit dat andere studenten even goed sommige tentamens niet halen en er hun schouders over op kunnen halen heb ik geen recht om er moeilijk over te doen; het lijkt daarnaast ook verdacht veel op ogen uitsteken als ik zou klagen over een tentamen, een minor nota bene.

Deze relativistische uitlating is niet mijn ware mening. In werkelijkheid vind ik het ontzettend vervelend. Ik had gehoopt, stilletjes, alles te halen en volgens eigen bewoording, niet verslagen te worden. In werkelijkheid maakt het me helemaal niet uit wat andere studenten vinden over studie en het belang van tentamens, daarvoor ben ik niet naar een universiteit gegaan. Ik doe dit niet om van andere mensen te winnen; ik hou niet eens van competitie. Het spel, of de strijd die ik wil winnen is tussen mij en mijzelf, of eventueel tussen mij en de universiteit of de docent. In dat licht is al dan niet een tentamen halen een kwestie van winnen of verliezen: niet met de flexibele standaard die het vergelijken met medestudenten is maar met de harde, hoge lat van het overkomen van mijn eigen zwaktes of de eisen van de academische wereld. Denk ervan wat u wilt: dit is hoe het voor mij voelt en hoe ik het graag zie, bezijden de realiteit als het moge zijn.

Het vak in kwestie lukte me niet omdat ik wegens een slordig rooster het college niet kon volgen. Nu zijn colleges voor mij van integraal belang: anders heb ik geen enkel aanknopingspunt en kan ik alle verdere kennis niet goed plaatsen. Colleges zijn voor mij noodzakelijk om een goed beeld te vormen van de stof. Dat op zich vind ik een belangrijke ontdekking over mijzelf en mijn leervaardigheden, hoewel niet de prijs van een tentamen waard. De oplossing: deze cursus wordt om het jaar gegeven, dus in 2012, (nog voor het einde van de wereld) volg ik de colleges en haal ik dit vak.

Dat idee, dat mij zo helder voor de geest kwam, ging gepaard met een langzaam maar zeker beter te onderscheiden andere wens: dat ik over twee jaar in ieder geval nog twee eigenschappen bezit die ik nu werkelijk als onderdeel van mijn persoonlijkheid zie. Ik hoop dat ik die karaktertrekken beklijven.
In de eerste plaats trots. Kan eveneens worden getypeerd als ijdelheid, in de niet- fysieke zin. Ik weiger op te geven, omdat ik het gevoel heb dat ik me feitelijk gewonnen geef, een gevoel waar ik absoluut niet van hou. Trots betekent voor mij dat ik me vasthoud aan hetgeen ik gekozen heb en het verdedigen van mijn eigen positie verkies boven het veranderen van keuze. Als je voor iets kiest dat niet goed blijkt te zijn, verbeter dan het voorwerp van keuze in plaats van over te gaan naar een onzekere andere optie. Dit is de emotie die ten grondslag ligt aan mijn onwilligheid om uit Almere te verhuizen, hoe vaak men mij dat ook aanraadt, die mij ertoe drijft mijn gelijk toch proberen te halen ook al lijkt het wanhopig, maar ook het halen van alle tentamens waar ik me voor opgeef. Het is de oorzaak van het nare gevoel dat ik krijg als ik opgeef en de drijfveer achter het ingaan op uitdagingen. Trots is wat mij mijn best laat doen, wat me grimmige voldoening geeft als ik 'win' en verslagen en leeg laat voelen als ik 'verlies.' Maar zelfs in verlies ben ik koppig: als de sterren weer gunstig staan doe ik die cursus en haal ik het tentamen.

Het tweede kenmerk is moeilijker te benoemen. Ik noem het zelf 'magisch denken.' Het houdt in dat ik van de wereld een verhaal maak, of een spel: dat ik regels creëer die niet werkelijk gelden die via de magische wetten van imitatie of associatie werken en dat systeem gevoelsmatig prefereer boven de realiteit. Ter verklaring een paar voorbeelden: voor mijn tentamen afgelopen maandag had ik een droom waarin ik dacht dat het tentamen afgelopen was en dat het goed ging. Toen ik wakker werd verkeerde ik in enorme stress omdat het een potentieel gevaar is voor de kwaliteit: gelijk aan het zeggen 'dit gaat best aardig' midden in een spelletje overgooien of 'wat kan er nou helemaal misgaan' in iedere willekeurige context. Dat moet worden afgewend door het kloppen met de linkerhand aan de onderkant van een houten oppervlak, of door aan een stuk hout te krabben en drie keer rond te draaien. Echter ging het tentamen verrassend goed, dus het is duidelijk dat ik een voorspellende droom had. Tweede voorbeeld: ik ontdekte enige tijd terug een muziekstuk waarvan ik (onterecht) dacht dat het 'lente' heette. Twee dagen later werd ik verliefd. Ik zag (en zie eerlijk gezegd nog steeds) een directe correlatie tussen het ontdekken van 'lente' en verliefd worden. Ik zou nog verder kunnen gaan en beweren dat het feit dat het uiteindelijk niet veel bijzonders met de persoon in kwestie is geworden samenhangt met het feit dat het muziekstuk helemaal niet die titel droeg. Hetzelfde verhaal gaat op voor een massa andere muziekstukken, waar ik allemaal aparte connecties mee heb. Het is het magische denken dat mij vertelt dat het geen kwestie is van punten wel of niet halen, maar van een conflict, van een proeve die ik moet doorstaan, een onderdeel van een queeste door het leven, een hoofdstuk uit een verhaal dat ik meemaak. Ik geloof dat er meer in het leven is dan de ene gebeurtenis die op de ander volgt.

Let wel, bij geen van genoemde voorbeelden ging ik er met mijn volle verstand vanuit dat de gedachtegang ergens op sloeg. Het was mijn gevoel dat me ingaf dat er een verband bestond, waar mijn verstand me vertelde dat ik zelf een verband legde. Als dat verband er echter eenmaal is weiger ik het los te laten en blijft de magische connotatie in mijn hoofd bestaan.

De afsluitende woorden van deze post vind ik moeilijk te vinden, dus ik spring over op een ander onderwerp voor de laatste regels: per overmorgen, 1 november om 0.01, begin ik met mijn derde (driemaal is scheepsrecht) poging tot het halen van NaNoWriMo. Sidder en beef.

Hugo Maat

19.10.10

Esnesnon 19-10-10

Goedemiddag.

Schrik en afgrijzen, en wel om twee hele redenen.

Ten eerste, ik heb volgende week tentamens (nog geen schrik hier) en ik ben al ruimschoots aan het studeren ervoor (ook nog niets verrassends). Om mijn hersenen voldoende cafeïne en suiker te blijven voeren loop ik nu rond met een grote fles cola (hier ergens is het schokmoment). Ziet u, ik had gisteren een klein moment van gewaarwording op het station. Ik bedacht dat het een idioot idee was om zoveel koffie uit de automaten te drinken gezien het feit dat het eigenlijk maar stompzinnige plastic bekertjes zijn als ik voor dezelfde prijs als twee bekertjes automatisch gezet hersenvoeding ook een liter cola kon kopen. Bovendien begon ik teveel op een docent te lijken met een dergelijke koffieconsumptie. Daarom neem ik nu ongeveer een liter per dag aan cola in, enigszins lauw en zonder een spoortje prik, puur om helder te blijven. Mijn hemel, wat werkt dat goed. Ik heb totaal geen slaperige momenten meer tijdens het lezen. Het is maar goed dat ik nu nog even de grote waarde van veel te zoete frisdrank heb ontdekt.

Ten tweede. NaNoWriMo. Jawel. Driemaal is immers scheepsrecht.

Hugo Maat

15.10.10

Esnesnon 15-10-10

11.10.10

Esnesnon 11-10-10

Goedemorgen.

Ik zat vanochtend in een trein van Deutsche Bahn, iets dat ik over het algemeen zeer zelden doe en nimmer eerder voor binnenlandse reizen heb gedaan, waar ik mij voordeed als iemand anders. Ik pretendeerde een buitenlandse afkomst te hebben, iets waar ik mij prima in kon vinden gezien het feit dat ik in een buitenlandse trein zat en geen van instructies in de desbetreffende trein in mijn moedertaal was opgesteld. Na de Italiaanse en Franse instructieve teksten over noodgevallen tijdens treinreizen te hebben ontcijferd besloot ik een gesprek aan te knopen met een jonge man die net als ik in het gangpad op de grond zat. Gezien het feit dat ik geen flauw benul had welk taal of dialect de voorkeur genoot in zijn dagelijks spraakgebruik begon ik mijn beste Engels, accenten zo veel mogelijk vermijdend. Zijn reactie was, toepasselijk, qua taal aangepast op de initiator van de conversatie. Het accent waarmee hij sprak verried echter onmiddellijk dat ik mij ten onrechte in het gezelschap van een buitenlander had gewaand: de kerel was zo oer-Hollands als de kroketten van Kwekkeboom.

Niet van plan gezichtsverlies te lijden bij een volslagen onbekende wegens de verkeerde keuze in aanhef zette ik het gesprek voort, op iedere vraag een gefingeerd antwoord gevend. Binnen een minuut tijd was ik een inwoner van Hamburg, die op weg was naar station Amsterdam Zuid om daar opgehaald te worden door een familielid dat mij verwachtte, om vervolgens bij die persoon een week door te brengen. Ik vroeg hem niets in weerwoord omdat ik niet geneigd was om iets over de werkelijkheid te weten te komen. Toen de trein eenmaal tot stilstand was gekomen nam ik een andere route dan ik gewoon ben naar de universiteit om mijn dekmantel in ieder geval nog intact te houden tot wij uit ons beider zicht verdwenen zouden zijn. Ik flaneerde enkele minuten onder de torenflats bij het station door, hield in om een moment lang een kunstwerk te bewonderen en slenterde vervolgens langs de defecte stoplichten terug mijn gebruikelijke leven in. Al met al beschouwde ik het een uitstekend begin van mijn dag.

De werkelijke reden dat ik even wilde schrijven was een poëtische gedachte die in mij opkwam terwijl ik in het gangpad van de eerder genoemde trein van de DB zat en naar buiten zat te staren (ik verkeerde immers in het buitenland bij wijze van Ferien en kon moeilijk als een doorgewinterde lokale forens naar het interieur blijven turen). Ik zag vanuit mijn kikvorsperspectief een aantal bomen wier bladeren een bleke wit tint waren, vermoedelijk omdat ik tegen de onderzijde van het blad aankeek. De bast van de boom was eveneens zeer licht in kleur. Ik nam de woorden in mijn hoofd, vormde de zin in mijn mond en sprak, te zacht voor het oor om op te vangen: deze bomen zijn een kunstwerk, van blanco papier gevouwen.

Dat vond ik een interessante gedachte. Papier wordt namelijk van bomen gemaakt, niet andersom.

Hugo Maat

8.10.10

Esnesnon 8-10-10



In other news, ik ben bezig met het reorganiseren van mijn kamer. Het is behoorlijk moeilijk om alle willekeurige dingen ergens te plaatsen en niet weg te gooien omdat ik ze niet nodig heb. Denk maar aan twee vreemde sierlampjes, een miniatuurvuurtoren, een kaarsje in een mooi porseleinen bakje, twee pluizige hondjes met magneetjes in de poten, twee stukken aangespoeld koraal, een paperclip, twee castagnettes, een gebruiksaanwijzing voor een defecte grafische rekenmachine, een defecte grafische rekenmachine, twee defecte mobiele telefoons, een horloge met een kapot bandje, een luciferboekje van een conventie, een yahtzeebeker, een hoge stapel boeken die ik niet meer ga lezen, twee bibliotheekpassen, twee rotjes, een kapotte briefopener, vier tegeltjes met de letters van mijn naam, een spotlight, de verpakking van mijn wekkerradio, twee collectebussen, een verrekijker en een stuk stof dat je in een laptop doet als je hem dichtklapt. Help.

Hugo Maat

4.10.10

Esnesnon 4-10-10

Hallo.

Gisteren was Leidens ontzet. Donderdag en vrijdag is Alkmaars ontzet. Ik heb toevallig een paar ooggetuigenverslagen uit die tijd gekregen, bij wijze van presentje, in boekvorm, en ik ben een fanatieke aspirant-historicus, dus dat zijn dingen die ik weet.

Vandaag is het Werelddierendag, ook een hele belangrijke dag, voor allerlei mensen.

Wat een belangrijke data deze week. Zo belangrijk dat we maar beter alle andere dingen deze week even kunnen negeren. Dat lijkt me wel zo fair, om voldoende respect te betonen aan de dingen die er toe doen.

In other news: ik doe weer toneel. Ik heb in het Shakespeariaanse 'The Taming of the Shrew' de rol van Lucentio van Pisa te pakken, terwijl ik opteer voor een dubbelrol met Grumio, een bediende. Ik moet even lobbyen met de regisseuse hiervoor. Ik ben licht gefrustreerd de hoofdrol te zien verdwijnen voor mijn ogen. Gelukkig heb ik genoeg zelfbeheersing om mij niet sip of nors te gaan gedragen. Ik toon gewoon mijn kunnen en bij het volgende stuk wel voor de hoofdrol. Niet versagen.

In other news also: Resident Evil 4 is de slechtste film die ik in mijn leven heb gezien. Dat ligt vanzelfsprekend aan mij, omdat ik het van het vreemd soort bioscoopganger ben dat van een goed verhaal houdt en pas kan genieten van rondvliegende ledematen en andersoortige gewelddadige scènes als ik een reden heb om begaan te zijn met het welzijn van één van beide partijen. Als er echter een aantal figuren rondlopen die geen reden van bestaan schijnen te hebben en geen van hun acties kunnen rechtvaardigen of motiveren, mij dus geen reden gevend waarom ik geïnteresseerd zou moeten zijn in wat ze doen, vind ik het saai. Ik probeer mij in te leven in personages van een verhaal, maar om de één of andere reden kon ik mij nog het best identificeren met één van de zombies die een beetje sloom toe stond te kijken hoe de acteurs betekenisloze acties uitvoerden.

Hugo Maat

2.10.10

Esnesnon 2-10-10

1.10.10

Esnesnon 1-10-10

Ik weet nog niet zeker of ik al dan niet in de onttovering van de maatschappij geloof, gezien de hardnekkige blindheid dan wel stupiditeit van sommige mensen. (Ik refereer even aan de meerderheid. Mocht je van mening zijn dat je daar onder valt, besef dan dat mijn mening die van de minderheid is en dus wat minder belangrijk is, vanuit jouw standpunt tenminste.)

Waar ik zelf wel redelijk zeker van ben is de onttovering van mensen. Dat komt omdat ik het zelf ken en er bij mijzelf in geloof. In dit geval heb ik het dan voornamelijk over het grenzeloos opkijken tegen bepaalde personen in je leven. Ik weet niet hoe het met anderen zit, maar ik kende als kind een aantal mensen waarvan ik heilig geloofde dat ze een soort van bovenmenselijke vaardigheid bezaten waardoor ze in staat waren iedere tegenslag te overkomen, altijd wisten wat het juiste was en wat ze moesten doen, dat ze niet last hadden van de dingen die ik zelf betreurenswaardig vond en dat ze altijd zo zouden blijven.

Dat is natuurlijk wishful thinking. Naarmate de tijd vorderde, in een proces dat je eventueel opgroeien kan noemen, kreeg ik in de gaten dat ik dat ideaal iets moest bijschaven en weggooien. Dit gebeurde meestal naar aanleiding van een specifieke handeling: huilen. Als ik één van deze supermensen zag huilen was het voorbij. Dat was hun geheime zwakte, iets wat hen spontaan veranderde in een gewoon, kwetsbaar mens. Ik heb aardig wat tranen zien vloeien naarmate de tijd verstreek, wat tot het afbrokkelen van mijn droombeeld leidde. Nu heb ik onderhand zoveel helden van hun voetstuk zien vallen dat ik moeite heb om degenen die nog staan overeind te houden, laat staan het installeren van nieuwe 'übermenschen'. Ik zie inmiddels, volgens het principe van generalisatie, een normaal, 'zwak' mens in iedereen.
De wereld is voor mij dus onttoverd door vermenselijkt te zijn.
Als een sprinkhaan in een storm hou ik mij nog vast aan een laatste korenhalm met een defaitistische roep huilend in de oren op mijn knieën.

Hugo Maat

13.9.10

Esnesnon 13-9-10

Over ethiek en existentialisme.
(conceptversie)

De theorie van evolutie bepaalt dat overerfbare kenmerken die een positieve bijdrage leveren aan de overlevingskans van hetgeen dat ze bezit voortbestaan. Dit is logisch, gezien het feit dat iets met meer overlevingskans meer navolgingen kan krijgen, die dezelfde of een aantal overerfbare kenmerken zullen bezitten, waardoor die op hun beurt beter kunnen overleven en ook hun kenmerken verder kunnen verspreiden. Overerfbare kenmerken die de overlevingskans van hun drager verkleinen zullen op hun beurt, door het verdwijnen van de dragers, minder worden verspreid.

Ik wil even wijzen op het feit dat ik in mijn visie op de betekenis van evolutie geen verwijzing maak naar biologie. Dat komt omdat evolutie naar mijn mening een algemene wet is als het gaat om overleven en overdraagbare eigenschappen. Een paar voorbeelden: Een ontwerp van een stoel dat wegens zijn eigenschappen beter is in het vervullen van zijn bedoelde taak (decoratie, comfort), heeft een grotere kans om populair te worden in de verkoop. De succesvolle kenmerken zullen worden overgenomen door andere ontwerpers en fabrikanten, misschien wel door dezelfde personen die het oorspronkelijke ontwerp gemaakt hebben, voor hun tweede versie.
Een levensbeschouwelijke opvatting die de beoefenaars aanmoedigt tot meer voortplanting en verspreiding van de ideeën zal waarschijnlijk meer aanhangers krijgen over tijd dan een opvatting die afzondering van de wereld behelst en geen voorbeelden stelt. Let wel dat in beide voorbeelden, net als in de biologische evolutie, er meerdere opties zijn die niet noodzakelijk verkeerd hoeven te zijn of tot uitsterving leiden.

Goed, tot zover de introductie. Ik ga even college volgen, daarna schrijf ik dit wel af.

6.9.10

Esnesnon 6-9-10

28.8.10

Esnesnon 28-8-10

26.8.10

Esnesnon 28-8-10

10.8.10

Esnesnon 10-8-10



By the way, ik ben tot de 26ste in het buitenland, om mijn stalkers te ontlopen. Ik verwacht ietsje bruiner en gezonder terug te keren. Tot dan,

Hugo Maat

8.8.10

Esnesnon 8-8-10

Goedemiddag.

Ik denk wel eens van mezelf dat ik het wonderbaarlijke vermogen heb om me aan ieder mens op aarde te ergeren. Vaak kan ik binnen een kwartier op zijn minst bij ieder persoon een reden verzinnen om me aan diegene te ergeren. Die instelling leidt tot mijn hoge mate van misanthropie en helpt bij het genoegen dat ik schep uit alleen zijn. Het is echter niet een altijd en overal geldende waarheid.

Er zijn namelijk, bij hoge uitzondering, mensen waar ik me niet aan kan ergeren. Ik heb het dan over drie of vier die ik persoonlijk ken. Dat zijn mensen die ten alle tijden het voor elkaar krijgen om mij op mijn gemak te laten voelen. Het zijn de mensen aan wie ik zou kunnen vertellen hoe ik me voel, wat me bezig houdt. Het zijn de mensen waarbij ik me niet zou schamen voor wat ik doe of denk, de mensen die me altijd tot rust brengen. Het zijn wonderbaarlijke mensen, maar gek genoeg zijn het niet degenen die ik normaal als mijn beste vrienden beschouw, of überhaupt nauwelijks als vrienden. Iets wat ze eigenlijk wel zijn en anders naar mijn mening verdienen. Vandaag een kort spotlight op één van deze mensen.

Mijn pianodocent, René, is één van de meest relaxte mensen die ik ken. Ik heb hem nooit boos gezien, nooit ongelukkig, wel eens vrolijk maar nooit uitbundig. Hij is wel eens opgewonden en gefascineerd, maar altijd op een rustige en enigszins afwezige manier. Het gaat in die gevallen overigens eigenlijk altijd over muziek. Hij is een kunstenaar, een toegewijde in dat geval, die nooit zijn gevoelige jaren (ik gok de jaren '70 of '80) achter zich gelaten heeft. Hoewel hij niet wars is van moderne technologie en zich ook niet kleedt alsof hij zijn zolder onlangs opgeruimd heeft is er iets in zijn manier van doen en praten die van een andere tijd is, een tijd dat andere dingen belangrijker waren en de tijd niet op dezelfde manier verliep.

Ik vind het gemakkelijk om hem te beschrijven. Ik ken hem namelijk erg lang. Ik heb al les van hem sinds mijn achtste op zijn minst, wat betekent dat hij al meer dan de helft van mijn leven mijn docent is. Iedereen die ik buiten mijn familie ken legt het daarom tegen hem af. Ik kan het uitstekend met hem vinden. Nooit heb ik echt een andere docent overwogen of nodig gehad of ben ik ontevreden geweest met mijn wekelijkse lessen. Toch is het pas iets van het laatste jaar dat ik ben gaan beseffen hoezeer ik hem eigenlijk mag en dat ik toch al jaar in jaar uit iedere week samen met hem achter een piano zit wat hem tot een van mijn trouwste kennissen maakt. Zelfs als ik er nu over nadenk verbaast het me eigenlijk. Het lijkt helemaal niet bij de rest van mijn leven te passen.

Iets als een jaar geleden was ik op het randje om een avond lang een emotioneel wrak te zijn, nadat mijn toenmalige vriendin het had uitgemaakt. Binnen een half uur had ik pianoles. Ik kwam binnen met de aankondiging dat ik misschien een beetje afgeleid zou zijn en vertelde wat er gebeurd was. René's enige commentaar was: 'Goh, wat kut.' Dat heb ik hem nooit horen zeggen in al die jaren. Ik was dus meteen getroost. De volgende ochtend was ik weer keurig in orde. Eindeloos doorgezaagd worden door een goede vriend van me over de onvermijdelijke ellende van het leven hielp eigenlijk totaal niet, terwijl een enkel teken van nooit eerder vertoond medeleven me meteen wakker schudde en overeind hielp. Ik weet niet goed waarom ik dit vertel. Ik denk om zelf niet te vergeten hoeveel sommige mensen voor me betekenen en hoe zelden ik dat besef. Mijn docent verdient een dankbaarheid die ik hem nooit kan tonen. Dat geldt maar voor zeer weinig mensen.

Hugo Maat

2.8.10

Esnesnon 2-8-10



Grrr.

30.7.10

Esnesnon 30-7-10

29.7.10

Esnesnon 29-7-10

Goedemorgen.

Waarschuwing, dit vlog bevat muziek, opgenomen op een webcam.



Nou ja, er zijn wat schoonheidsfoutjes hier en daar, maar op zich vind ik het best aardig. De gebruikte nummers zijn 'Nice work if you can get it' van Gershwin en 'Purpose' uit de musical Avenue Q door Robert Lopez en Jeff Marx.

Hugo Maat

28.7.10

Esnesnon 28-7-10


*1

*2: Deze uitspraak is niet gebaseerd op de waarheid. Die vraag heeft nog nooit iemand me in ernst gesteld. Ik lieg niet zozeer als dat ik een verhaaltje vertel om een boodschap over te brengen.

27.7.10

Esnesnon 27-7-10

21.7.10

Esnesnon 21-7-10

20.7.10

Esnesnon 20-7-10

Op het huidige moment ontbijt ik, mijn eerste fatsoenlijke maaltijd sinds dit filmpje.
*gaap* *eet* *gaap*

19.7.10

Esnesnon 19-7-10

18.7.10

Esnesnon 18-7-10

:(

17.7.10

Esnesnon 17-7-10

The morning after.


16.7.10

Esnesnon 16-7-10



Diagnose is negatief.

15.7.10

Esnesnon 15-7-10

Ik dacht eens: weer wat anders. Bij deze.


14.7.10

Esnesnon 14-7-10

Juist ja.

Het is slecht gesteld met de wereld. Ik weet nog niet wat de juiste benaming is voor de trend van geestelijk verval, maar ik bestempel het gemakshalve als het 'youtube-commentator syndroom' naar de natuurlijke habitat van grote kuddes idioten. Wat ik bedoel is het uitwisselen van gebrekkige kennis over de wereld zonder een greintje respect voor taal of medemensen. Dat laatste is de extreme vorm van dit fenomeen die vooral op internet wordt waargenomen. Minder extreme vormen weten respect voor medemensen te behouden (terwijl ze de menselijke soort te schande maken) en in sommige gevallen wordt het ook nog met fatsoenlijk taalgebruik gedaan.

Een commentaar in de krant verkondigde, met het oog op het redelijk warme weer van de laatste dagen, dat alle mensen die twijfelden aan de opwarming van de aarde door de koude winter nu ongelijk hadden gekregen omdat het inmiddels wel warm was. Ik leef een beetje met het devies dat domme opmerkingen geen reactie verdienen, tenzij het een correctie of opbouwende kritiek bevat. Op idioten ingaan en een even domme tegenwerping leveren is niet een goede levenswijze. Dat geldt voor alle onderdelen van het leven, van internet tot echt sociaal contact tot de politiek. Ja, de halsstarrige vijanden van Geert Wilders ook. Ik ben niet voor die man, maar ik denk dat we idioten niet te veel aandacht moeten geven. Ze krijgen een klopje op hun schouder en worden daarna teruggestuurd naar hun moeder, die ze wel een kopje warme melk met een koekje zal geven. Domme mensen moet je medelijden mee hebben. (Alsjeblieft geen groot publiek medelijden met camera's en dat soort gezever, zoals sommige grote groepen mensen nog wel eens willen doen.)

Hugo Maat

13.7.10

Esnesnon 13-7-10

Goedemorgen.

Ik ben er misschien achter hoe ik zonder fatsoenlijke lichaamsbeweging een scharminkel weet te blijven. Het ligt niet aan weinig eten, daar ben ik namelijk erg slecht in. Ik denk dat ik mijn sport uit muziek haal. Normaal merk ik het niet zo sterk, maar als ik in dit weer een kwartiertje zit te musiceren zweet ik al als een otter. Het is vreselijk. Zeker nu het mijn gewoonte is geworden ruim een half uur per keer te spelen en dat meermaal daags ben ik mezelf in dit weer aan het uitputten. Ik vind het fascinerend om te zien dat ik tot lichamelijke exercitie in staat ben. Onlangs nog heb ik even mijn BMI bekeken, die is zoals gebruikelijk op het randje van ondergewicht. Misschien als ik een weekje intensief muziek ga maken met deze hitte dat ik die laatste stap nog kan zetten om officieel ongezond te worden verklaard. Of ik meet morgenochtend nog eens, voordat ik gegeten heb en als ik net uit bed kom. (Mensen zijn 's ochtends langer, omdat door de loop van de dag de zwaartekracht het kraakbeen en zo meer in elkaar drukt, iets dat 's nachts al liggend ongedaan wordt gemaakt. Dit is gebaseerd op van-horen-zeggen, wetenschappelijke basis is voor de enthousiaste vrijwilliger.)

Aanstaande zaterdag komt mijn huis leeg te staan, met alle gevolgen van dien. Dat duurt een week. Maandag tot en met donderdag ga ik een wedstrijd in feestelijk uithoudingsvermogen doen met een aantal mensen en invloeden van buitenaf. Ik heb voorgenomen al die dagen een korte melding te geven van mijn verglijdende humeur en geestelijke gezondheid.

Derde niet-gerelateerde mededeling: Gedurende de hele vakantie is er voor mij geen enkel moment tekort aan sociaal contact. Er is wel een overschot. Ik denk dat ik voor mijn eigen welzijn en amusement de algemene hoeveelheid omgang met andere mensen moet gaan beperken, zodat ik er meer plezier aan beleef als het een keer wel gebeurt. Als ik teveel tijd in het bijzijn van mensen doorbreng word ik bang voor ze en krijg ik een hekel aan ze. Ik denk dat ik zonder mijn persoonlijke isoleercel op zolder helemaal gek zou worden. Stapelkrankjorum gek. Volstaat misanthroop als label hierbij?

Hugo Maat

4.7.10

Esnesnon 4-7-10

Goedemorgen.

Ik idoleer mijn neef Simon. Toen hij iets jonger was dan ik nu ben had hij niets op zijn kamer staan behalve een matras op de grond. Zijn haar was langer dan dat van mij nu is. Bohemian, noemt hij het zelf. Hoewel hij inmiddels dat stadium van spartaans leven is ontgroeid en zijn leven iets serieuzer en normaler inricht blijft hij een object voor bewondering wat mij betreft. Ik ben redelijk spartaans. Ik vind mijn kamer vol, terwijl vrijwel iedereen buiten mijn dierbare neef de tegenovergestelde mening toegedicht is. As a matter of fact ga ik er een paar dingen uit verwijderen. Ik laat het bed voor wat het is omdat die nergens heen kan op het moment, maar een paar andere dingen mogen wel in een kartonnen doos gezet worden om te verdwijnen. Dat is onderdeel van de komende week, waarin ik wat meer tijd voor nietsdoen in het rooster heb dan voorgaande weken, een beetje van mezelf en een beetje van Maggie.
Mijn kamer ziet tegenwoordig zeldzaam nog het daglicht om de temperatuur draaglijk te maken. Het nadeel van deze geïmproviseerde klimaatbeheersing is dat mijn kamer een deprimerende omgeving is geworden. Het gebrek aan daglicht is niet erg goed voor mijn humeur, waardoor ik niet veel tijd meer daar kan doorbrengen tenzij ik slaap.

Andere ingrijpende veranderingen in mijn leven behelzen het wederom in contact raken met een correspondentiepartner en het aanschaffen van een analoge versie van Esnesnon, zodat ik ook in privé kan ranten. Ik ben er persoonlijk erg van gecharmeerd en zie er naar uit om komend academisch jaar al mijn gevatte onuitgesproken opmerkingen over mijn geweldige docenten in een boekje op te schrijven in plaats van in de kantlijnen van mijn collegeaantekeningen. Dat zag er namelijk enigszins onverzorgd uit, wat echt het laatste is dat mijn bijzonder rommelige aantekeningen nodig hebben. Wat er niet verandert in mijn leven is de positie van de bladwijzer in de Propylaeen Index. Dat boek verkondigt te beginnen bij 1400, maar ik zit nu nog vast tegen 1350. Ik heb echter nog een uitdaging om tegemoet aan te komen. Nu de familieweekenden, de toneelvoorstellingen, de orkestrepetities, verspeelde ochtenden en depressies een beetje tegen een einde lopen kan ik echter aan dat boek beginnen. Laat hiermee niet gezegd zijn dat ik het druk heb. Lieve hemel, ik moet een betere tijdsbesteding vinden. Waren de colleges er nog maar, ik weet wel een paar mensen die me aan het werk hadden kunnen krijgen.

Mijn surrogaat-zus blijft me intussen tot verwarring en wanhoop drijven. Ik wil dat de huisartsen euthanasie gaan aanbieden. Kindertjes rijden kwallen dood met plastic tractors.

Hugo Maat

26.6.10

Esnesnon 26-6-10

Hoo boy.

Je kunt het de blues noemen, of een luxeprobleem. Je kunt iemand een uitzonderlijk persoon noemen of een freak. Je kunt iemand gelijk geven met een grap of uitfoeteren en afdanken ermee. Je kunt iets leuke muziek noemen of, ik citeer: 'Bonkie-bonkie takkeherrie.' Zwarte kousen tot de knieën onder een korte broek, ja of nee. Een computer is een toverkassie, of een gestandaardiseerd meubelstuk dat dermate vanzelfsprekend is, samen met alle toepassingen, dat er niet meer verbaasd op gereageerd wordt. 'Eet een koe gras?' Je gevoelige periode is voorbij, of je zit er middenin zonder het in te zien.

Daar zal je hem hebben. Zelfreflectie en herkenning van het zelf zijn sleutels tot... iets. Een beter leven, vind ik zelf. Het is een groter leven, een wijzer leven. Het is een dergelijke verdieping van je eigen systeem dat alle deterministen tot dusver klem komen te zitten, inclusief ikzelf. Zelfreflectie is noodzakelijk voor moderne filosofie. Het onderscheidt gewone mensen van bijzondere mensen, goede leraren van 'meh', mensen die ik mag van mensen die er niet bijzonder toe doen, kunst van een kunstje.

Het is geen kwestie van leeftijd, omdat de meerderheid van de mensen deze fase van geestelijke ontwikkeling naar mijn mening nooit bereikt. Het is in de eerste plaats een zekere mate van kunstzinnige of filosofische vorming en misschien een deel ervoor dat ik niet kan identificeren. Is het alleen een kwestie van een deficiënte vooropleiding, of zijn er werkelijk mensen die al dan niet het in zich hebben om een bepaald niveau te behalen? Ikzelf ben rabiaat tegen de 'nature' kant van het nature-nurture debat, maar niet uit rationele overweging. Ik prefereer de illusie van de vrijheid van ieder mens om... oh help, laten we eerlijk wezen. Ik kan het niet laten. Het nadeel van zelfreflectie is dat ik goed bewust ben van het giftige afval in mijn gedachtegoed. Het liefst heb ik natuurlijk dat iedereen mijn idealen deelt en ben ik van mening dat mijn levenswijze de best mogelijke is. Met de vrijheid van de mens bedoel ik in feite niets anders dan de keuze van de mens voor mijn zaak in plaats van een andere. Zwak en arrogant. Het is de zelfreflectie die mij houdt waar ik thuishoor, in een blog, hatelijke rommel over het internet uitspuwend. Ik veracht mezelf zo nu en dan, niets van aantrekken a.u.b. (Moet hier nog een punt extra achter?)

Hugo Maat

24.6.10

Esnesnon 24-6-10

Raspberry heaven! Draag vleugels in je hart en geef je gevoelens over aan de wind.

Sorry.

Goed, ik kan met uitgestreken hart aan de vakantie beginnen. Alweer. Om preciezer te zijn, ik beleef het een keer extra. Maar belevenis doet vreemde dingen met ongrijpbare zaken. Het is belevenis die chemische dan wel biologische processen omzet in de traan die je laat om de verscheurde wasbeer in de doornstruiken of de vrije val in je hart en spijsverteringsorganen, om maar wat extremen te noemen. (En de waarheid bevindt zich tussen twee extremen in. De mate van extremisme in deze twee onjuistheden met kernen van waarheid in deze opvatting verschilt tussen mensen.)

Mijn hart maakt sprongetjes. Dit komt door up-beat, droomachtige liedjes en leuke boeken, door mezelf opvouwen in een bureaustoel als een luie kat, het afdoen van mijn nieuwe horloge en de aanwezigheid van een zomerse nestgeur om me heen. Ik word vooral vrolijk van het idee van spoedige hereniging met twee mensen. De één heb ik iets meer dan een week niet gezien en daarvoor nog nooit. Scheiding van iemand die je nog maar net kent is altijd pijnlijk. Afwezigheid van een oude vriend kan je nog wel verdragen, maar het missen van iemand die nog maar net in je leven is kan veel moeilijker zijn. Vandaar dat het idee van weerzien mij zo vrolijk maakt. De ander met wie ik verwacht herenigd te worden heeft twee jaar geleden ongeveer de hoop opgegeven ooit weer in contact met mij te staan, na herhaalde mislukte pogingen van haar kant, kwam ik drie dagen geleden achter. Dat weerzien zal helemaal zoet smaken, denk ik.

Niet dat mijn hart niets dan vreugde bevat. Naast de anticipatie van weerzien is er ook altijd afscheid en gemis zonder duidelijk vooruitzicht van hereniging. Maar die gevoelens overheersen nu niet. Ik weet niet waarom. Ik begrijp mijn hart niet. Biologie is nooit mijn sterke kant geweest.

Hugo Maat

22.6.10

Esnesnon 22-6-10

Heb ik reeds opgemerkt dat ik de tweehonderd posts gepasseerd ben? Zie de onderstaande post voor mijn korte relaas over ijdelheid en de post in kwestie, voor het geval een uit de lucht gegrepen nummer enige betekenis voor je heeft. Ik zal waken voor je dolende schim.

Ik ben er achter gekomen dat ik verrekte veel op mijn moeder lijk, wat altijd een vreemde ontdekking is met een wrange bijsmaak. Het begint met het simpele feit dat we allebei intellectueel elitair zijn. Dat was een deel dat mij al bekend was sinds ik zelf mij tot die elite begon te rekenen. Daar komt bij dat we allebei een voorliefde voor het dolce far niente koesteren, hoewel ik daar iets bedrevener in ben en het ook meer beoefen. Voor alle vragen over het concept van dolce far niente, een cruciaal onderdeel van mijn levensbeschouwing, kan ik u van harte de Lof der Luiheid aanbevelen, ofwel In Praise of Idleness, van het meesterbrein achter de (momenteel nog onuitgevoerde) luie revolutie, Tom Hodgkinson. Het derde punt van overeenkomst is een zekere mate van kalm nonconformisme. Om dit uit te leggen spring ik over naar een nieuwe alinea. Op deze wijze wijzig ik mijn onderwerp halverwege de tekst, wat mijns inziens wel past bij dit blog.

Helaas kon ik gedurende het schrijven van die witregel niet het plaatje vinden van een groep 'goths' die door hun zwarte make-up naar de camera staren, met het onderschrift 'We are nonconformists, that is why we all look the same.' Het was toepasselijk geweest. Ik vertrouw op uw eigen fantasie voor de illustratie. Welnu, nonconformisme is niet hetgeen dat al die subculturen doen. Ze kunnen het zoveel zeggen als ze willen. In dat opzicht lijken ze wel op die halvegaren die beweren dat anarchie inhoudt dat iedereen handelt naar eigen believen. Nonconformisme kun je niet van iemand leren, niet direct. Het heeft geen dogma, geen leider, geen facebook-pagina, geen vlag, geen uniform en geen eigen politieke partij. In de stijl van Gödel is nonconformisme vooral iets niet. Wat er overblijft is iets dat in essentie ook een afwezigheid is: vrijheid. Geen abstracte vrijheid zoals het principe van de vrije wil, die discussie ga ik nu niet aan, maar een politieke, culturele en intellectuele vrijheid. Het is de mogelijkheid niet voor het brede pad te kiezen, dat naar verluidt niet naar de verlossing leidt. Het is de meest menselijke levensstijl op de menukaart van de huidige wereld. Goed, we zijn begonnen als kuddedieren, of sociale wezens, voor de benadering van de Filosoof, maar de mens is nu ver genoeg ontwikkeld, sinds de 'moderne tijd'* om de volgende stap te maken: het maken van een lange neus naar de achterblijvende kuddedieren en iets te beleven. Life is a f*cking adventure!

Hugo Maat

*Geen aanhalingstekens zijn groot genoeg.

20.6.10

Esnesnon 20-6-10

Goedemorgen.

Oh, ik ben zo ijdel. Ik ben waanzinnig ijdel. Ook al vertik ik het quotum van de gemiddelde moderne mens te bereiken qua aandacht voor fysieke verschijning in esthetische zin, ofwel hoe ik eruit zie, kan ik het niet laten belang te hechten aan de presentatie van mijzelf voor de grillige woestenij van het publiek. Dit weliswaar niet zozeer op het gebied van mijn uiterlijk maar eerder als het gaat om kunst. Zoals het ieder rechtgeaard omhooggevallen intellectueel betaamt begeef ik mij op kunstzinnig gebied veelal om de schoonheid van de kunsten zelf voor mijn eigen artistieke vermaak, maar soms schep ik genoegen in het blootstellen van dergelijke prestaties aan andere mensachtigen in de ijdele hoop erkenning te verkrijgen. Als een individu van enig organisatorisch inslag mij de kans aanbiedt om in het openbaar mijn vaardigheden ten toon te spreiden weet ik aldus zelden hoe snel ik mijn teken van goedkeuring moet geven. Ik heb het genoegen vandaag te mogen optreden na daar twee dagen geleden voor gevraagd te zijn, zonder zelf enige moeite te hebben hoeven doen. Vanzelfsprekend, gezien de voorgaande tekst, word ik daar erg blij van.

Ondanks wat een eerdere post van mij insinueerde geloof ik dat ik behoorlijk vrolijk ben. Ik luister ook muziek die dat gevoel onderstreept. Mijn stemmingswisselingen, die zich binnen een week kunnen voltrekken, doen mij vermoeden dat ik misschien wel ernstig bipolair ben, dat ik minder moet drinken, of dat ik me op regelmatige basis aanstel. Ik ben niet zeker over dat laatste, net als het eerste en het tweede. Wat betreft mijn humeur denk ik dat er een specifieke verandering in mijn gedrag is die een groot effect teweeg heeft gebracht op dit gebied, zijnde het zonlicht. Ik heb vorige week teveel tijd in duisternis doorgebracht, waar een heel normaal menselijk instinct op inhaakt. Ik spendeer een paar dagen in het licht, in de duinen, buiten op straat, terwijl ik gedurende de verduisterde uren veelal in bed lig, en mijn stemming gaat zienderogen de goede kant op. Of het nu vitamine D, evolutionair bepaald gedrag, mijn nieuw verworven romantische geest of louter toeval is kan ik niet zeggen. Ik zeg alleen: vandaag ben ik zo vrolijk. (Morgen ben ik zo dronken.)

Hugo Maat

19.6.10

Esnesnon 19-6-10

Menselijke vooruitgang.

"Ik vind het mooi dat dertig jaar geleden het bekendste woord uit Zuid-Afrika Apartheid was; en nu is het Vuvuzela."

Intussen werk ik al halfhartig aan een nieuwe carnavalshit voor volgend jaar, getiteld Vuvuzela. Ik bedacht het als volgt: het nummer 'Ik heb een toeter op mijn waterscooter' of hoe het ook heet, sloeg wel aan maar was niet een echt succes voor carnaval omdat zo verrekte weinig mensen een waterscooter met goed klinkende toeter hebben. Volgend carnaval hebben echter bijzonder veel mensen in Nederland een vuvuzela waar ze niets meer mee kunnen omdat het WK in Zuid-Afrika voorbij is en waarschijnlijk niet meer terugkomt binnen de levens van degenen die de instrumenten gekocht hebben. Het zou leuk zijn als ze er wat aan hadden met carnaval. Iedereen is dronken, de slechte smaak is reeds tot een soort kunstzinnig ideaal verheven en op het gebied van muziek hoef je totaal niet innovatief of creatief uit de verf te komen. De belangrijkste strofe van het nummer is 'Voulez-vous vuvuzela! *twee keer toeteren op de vuvuzela*'

Maar wacht eens, is dat wel te verenigen? Ben ik niet een elitair, kunstzinnig, hoogdravend intellectueel persoon die compleet hoort te walgen van het gedrag van de plebeëers? Dan zou je zeggen dat ik niet eens aan carnaval moet denken, laat staan dingen ervoor bedenken. Incorrect. Het is juist een geschikte bezigheid voor de hoge heer om manieren te fabriceren om het lagere volk eronder te houden, door ze ongevoelig te maken voor het waardeloze aspect van hun bestaan. Blinde mensen kunnen geen oogkleppen zien, als je begrijpt wat ik bedoel. Een nog edeler sport voor de superieure mens is het gewone volk manipuleren in strijd tegen een andere speler in het spel, of tegen meerderen. Sommige mensen gaan daar heel ver in. Zo ver zelfs dat onze samenleving zich over verloop van tijd heeft geschikt naar dat spel en op die manier ieders leven beïnvloedt. Voetbal is, in termen van manipuleren van het plebs, gigantisch ondergeschikt aan de beoefening van politiek.

Dit is echter geen uitgemaakte strijd. Dit WK zien we al duidelijke tekenen van een jaloerse steek van de wereld van voetbal naar de wereld van politiek. Een strijd van de ene soort onderdrukkende elite tegen de ander, een interdisciplinaire krachtmeting, is op handen. De FIFA tegen de regeringen van de wereld, te beginnen met Zuid-Afrika. Wie wint er? All bets are open. Eén ding staat vast: Nederland komt in ieder geval niet door de halve finale heen, dus ik richt me al op een FIFA-coalitie in plaats van de onzin die we nu hebben.

Hugo Maat

Ps. Fifazela?

15.6.10

Esnesnon 15-6-10

Goedemiddag.

Ik kwam tot een soort openbaring, afgelopen zaterdag. Niets dan goeds over mijn vrijdagavond, of mijn zondag for that matter, of eigenlijk de invulling van mijn gehele week. In een bui van opperste vermoeidheid, teleurstelling en melodrama besloot ik dat ik op moest houden mezelf kwaad aan te doen. Dat idee is minder onconventioneel, noch op dergelijke basis gestoeld, als de conventionele denkwijzes aan zouden geven. Ik wil daarbij duidelijk stellen dat ik geen nonconformist ben vanuit overtuiging. Antideestablishmentalism.

In de eerste plaats bedoel ik dat lichamelijk. De afgelopen twee weken, pak 'm beet, ben ik bijzonder ongezond aan het leven. Ik slaap weinig en zonder goed schema, ik eet veel minder, ongezonder, en onregelmatiger, terwijl ik niet eens bijzonder lui leef. Ik wijt dat alles aan het feit dat ik met mijn aanstormende vakantie besloot al mijn tijd vol te plannen met leuke dingen om te doen, waardoor alles met elkaar in de weg loopt, ik het drukker heb dan tijdens mijn studiedagen en ik me uiteindelijk helemaal niet goed voel. Het is echt vreemd. Ik ben niet gewend me ongezond te voelen, met uitzondering van die enkele ochtend na een aardige dosis aqua vitae. Het feit dat die gewaarwording nieuw voor me is geeft me het idee dat ik het anders aan moet pakken en dat ik terug moet naar een iets beter leven. Dat wil zeggen dat ik geen last heb van mijn gezondheid terwijl ik leuke dingen probeer te doen.
Slaap is ook zoiets grappigs. Als ik eerder opsta is mijn dag meer waard. Als ik uitslaap krijg ik niet meer energie maar verlies ik mijn hele ochtend en maak ik mijn middag slap om vervolgens de hele avond te zitten gapen en pas laat in een energiekick te geraken waar ik dan niets aan heb. Beter is het om met de zon mee op te zijn, wat natuurlijker is en lichamelijk verantwoorder. Ik heb geen zin om mijn vakantie weg te gooien door al mijn uren slapend of slaperig door te brengen. Per slot van rekening heb ik nog steeds genoeg boeken thuis staan om een fatsoenlijk hunebed van te bouwen, met name de Propyläen, die stuk voor stuk zwaar genoeg zijn om ezels te castreren.

In de tweede plaats moet ik mezelf mentaal wat minder aan gaan doen. Ik ben het spuugzat dat ik me ouder voel dan dat ik ben. Ik ben veel te jong om me te oud te voelen. Ik ben te jong om te denken dat ik kostbare tijd verlies met alles wat ik doe. Het ergste van allemaal is dat ik consequent bezig ben niet naar mezelf te luisteren. Ik volg noch mijn gevoel noch mijn eigen verstand, voor zover iets dergelijks bestaat. Ik doe dingen waar ik achteraf niet vrolijker van word alleen op basis van een ondoordachte, onwillekeurige blindheid. Het feit dat ik dit doe, net als het feit dat ik in staat ben het bij mezelf te constateren maakt me ronduit razend. Ik moet er eigenlijk mee ophouden, maar het is moeilijk.

Alles draagt bij aan dat vreemde gevoel van leegte, de regressie. Het is het gevoel van uit frustratie tegen een muur te willen slaan en het dan niet doen omdat je weet dat het niets uitricht. Het is het gevoel van thuis aan tafel zitten en over de telefoon iemand vertellen dat je op dat moment net in de trein zit en geen tijd hebt voor iets leuks. Het is het gevoel dat iemand gedag tegen je zegt en je vergeet diegene te omhelzen. Het is de loszittende veter die je weigert vast te knopen. Het is de ouder die bezorgd vraagt of er aan de hand is om vervolgens te horen dat alles goed gaat. Het is de traan die weigert te komen. Het is de gezichtsuitdrukking die mensen als chagarijnig interpreteren terwijl het niets anders is dan ontspanning. Het is de iets lichtere streep huid rond mijn pols. Het is het ene biertje waarvan je volhoudt dat het al je vijfde is. Het is het schuldbewuste staren naar een onopgeruimde kast. Het is opstaan, weglopen, terugkomen en weer gaan zitten.

Ik liep door Amsterdam en zag een bordje 'Almere.' Ik herinner me duidelijk dat ik in alle ernst dacht: 'Als ik gewoon ga lopen haal ik het voor de zon weer opkomt.' Regressie is de uren die je te voet doorbrengt, die verdwijnen bij aankomst. Als het ver genoeg gaat is het september in een oogwenk, mocht ik dan nog leven. Het is het toetje over datum dat je achteloos in de vuilnisbak gooit. Een oud advies, om zin te geven aan je leven als die er niet is, wordt verstandiger en onmogelijker met de dag.

Hugo Maat.

13.6.10

Esnesnon 13-6-10

Vandaag is het net een beetje anders. Ik heb voor de grap een recensie geschreven voor een boek, uit vrije wil, om te vieren dat ik al een jaar van de middelbare school af ben.

Vogelvrij – Angus Donald
Vogelvrij is verfrissend, vlot en meeslepend. Donald zet het klassieke Robin Hood verhaal, bekend van Disney en Kevin Costner, met gemak overboord. Hoewel het werk fictief is leest het alsof de auteur een boek heeft geschreven over ‘De ware Robin Hood.’ Ik had het gevoel een boek te lezen dat de mythe ontkrachtte en het geheim ontrafelde.
Dat ligt in de eerste plaats aan Donalds oog voor historisch correcte details. Voedsel, kleding en omgangsvormen tot aan middeleeuwse geneeskunde of krijgskunst zijn in het verhaal opgenomen, zonder als gedwongen smaakmakers over te komen. Al deze elementen worden verantwoord en realistisch gegeven wat het verhaal tot een historisch geheel maakt.
Ten tweede heeft de auteur goed rekening gehouden met de context van de tijd waar het zich afspeelt, wat het fictieve gedeelte van het verhaal, Robin Hood zelf, voor het gevoel uit de fictie weghaalt. Het vermelden van de politieke situatie in Engeland gebeurt ook zeer ongedwongen, verweven in het verhaal en nonchalant gehanteerd als de dagelijkse werkelijkheid in het boek. Dit maakt voor mij het boek een historische roman, in plaats van alleen een avonturenroman.
Ook wordt het personage van Robin flink genuanceerd en een paar tinten duisterder gemaakt. De lachende, sluwe schelm in maillots is er op zich nog wel, maar Donald verbreedt het personage door een flinke scheut koelbloedige killer en inspirerende leider toe te voegen. De overduidelijke heldenrol van Robin wordt niet veranderd in een antiheld en de ware antagonisten blijven duidelijke slechteriken, maar het gedrag van de bekende held is moreel moeilijker te rechtvaardigen dan eerst.
De algemene tendens van het boek is er een van grauw, wreed realisme. Donald slaagt erin de grijstinten goed naar voren te brengen en door middel van gruwelijkheden, een geprononceerd moreel middenvlak en een andere tijdsgeest de personages en hun handelingen geloofwaardig te maken en voor de lezer ook gerechtvaardigd te maken. Zo weet hij een realistischer Robin Hoodverhaal te schetsen zonder Robin of zijn medestanders (zoals de hoofdpersoon van het boek) hun heldenrecht te ontnemen.
De grauwe en realistische stijl neemt een aardige hoeveelheid seks en geweld met zich mee. De bloederige details van de gevechtshandelingen in het boek en de enkele expliciete seksscènes dragen bij aan het gevoel voor detail en historische accuratesse, maar wekken soms de indruk dat het opzettelijk grof gemaakt is voor een schokeffect op de lezer. Sommige lezers zouden hier misschien zelfs door afgeschrikt kunnen worden. Ik vind zelf het realisme hierin wel aangenaam maar gezien de geringe relevantie van dergelijke passages voor het verhaal zou ik de vloed aan details bijna vergelijken met de ‘historische’ series op SBS6.
Het verhaal wordt verteld uit het gezichtspunt van Alan Dale, een Engelse boerenjongen in zware tijden die opgenomen wordt in de legendarische bende vogelvrijen van Robin, om een van hen te worden. Alan begint als zwakke, kleine jongen en gaat gedurende het boek door een uitgebreid curriculum aan lichamelijke, geestelijke en emotionele ontwikkeling. Hij wordt hierin gedreven door een grenzeloze bewondering voor de charismatische aanvoerder, rancune tegen de sheriff van Nottingham, die een weergaloos niveau van verachtelijkheid bereikt vergeleken met zijn andere vertolkingen, en een hoofse liefde die met een opmerkzame mate geloofwaardigheid gebracht wordt.
Het boek is geschreven als de memoires van een zestigjarige Alan die terugkijkt op zijn tijd met Robin. De overdenkingen over de gebeurtenissen zijn hier en daar voorzien van hints naar gebeurtenissen die duidelijk nog op een later punt in het boek of in latere boeken langs zullen komen en doen de poging om een groter doorlopend verhaal van meerdere delen aan te geven. Omdat deze gedeeltes soms geen referentie hebben aan gebeurtenissen in het boek en dus om hints naar nog niet verschenen delen gaan leidt het tot onduidelijkheden en zijn ze moeilijker te lezen. Ze halen de vaart en scherpte uit het boek.
De auteur slaagt er gelukkig wel in om Alan als kroniekschrijver niet tot een toeschouwer van Robin te maken. De jongen onderneemt zelf voldoende en speelt ook een duidelijke rol in het verhaal, zonder de glans van Robin te stelen maar zonder in de achtergrond te verdwijnen en de spots weer teveel op Robin te zetten. Niet slecht voor een kleine jongen.
De schrijver slaagt erin om van Alan een middeleeuws, vogelvrij Zwitsers zakmes te maken: de jongen kan muziek maken, goed zingen, schrijven in meerdere talen, maar ook goed zwaardvechten, paardrijden en hij is ook nog eens een vaardig zakkenroller, allemaal voordat hij eigenlijk oud genoeg is om zich te scheren. Als zestigjarige is hij zo bescheiden om nog toe te geven dat hij nooit echt het hanteren van de Welse boog onder de knie gekregen heeft, maar dat brengt er geen balans in. De veelzijdigheid van de jonge held is leuk voor het verhaal maar schaadt de geloofwaardigheid van het personage. Robin Hood zelf lijkt niet veel meer vaardigheid te hebben dan vechtkunst, charisma, sluwheid en lef, waardoor hij regelmatig afhankelijk is van hulp van anderen. Dit wekt sympathie en geloofwaardigheid. Alan had iets minder getalenteerd gemogen, het verhaal had het goed aangekund.
Al met al is het boek sterk geschreven. Als lezer bouwde ik snel sympathie op voor de personages en de kant waar ze aan stonden, wat altijd aangenaam is. De vooruitwijzingen die binnen het boek bleven maakten me nieuwsgierig naar verdere ontwikkelingen zonder teveel te verklappen. Het boek was geloofwaardig, zowel door de historische context als de consequent verantwoorde handelingen van de personages en de hoofdpersoon Alan Dale als sidekick en kroniekschrijver van Robin was een leuke invalshoek voor het verhaal. Ik kijk zeker uit naar de volgende avonturen, als Donald meer en meer van het klassieke platgetreden Robin Hoodverhaal afgaat. Er waait een frisse wind door Sherwood.

Hugo Maat

1.6.10

Esnesnon 1-6-10

Goedemorgen.

Ik zit een beetje met deze post in mijn maag. Om die reden probeer ik mezelf te forceren zo helder en duidelijk mogelijk te schrijven. Misschien krijg ik het zo helder op een rijtje, in ieder geval vanuit mijn standplaats. Ik heb bij mijn weten geen bijbedoelingen met deze post en ik probeer niemand iets duidelijk te maken. Ik wil ook niets aan iemand duidelijk maken. Gelieve bij deze post dus de titel van het blog in ogenschouw te nemen.

In de droom die ik me van vannacht nog herinner zat ik op een hotelkamer die iets van mijn eigen kamer weghad. Het verschil zat hem vooral in de ruimte en meubilair. Zo was er een tweepersoonsbed, een extra matras op de vloer, meer lege muur, geen schuin plafond en een paar voorwerpen die ik niet meer helder voor de geest kan halen maar die absoluut niet uit mijn kamer komen. Ik droeg mijn blauwe badstof kamerjas. De andere aanwezige in de kamer was een vrouw, iets onder de vijfentwintig gok ik (soms weet je ook gewoon feiten in dromen), die afgezien van een witte kamerjas naakt was. Op een bepaald punt was ze gewond; ze verloor bloed uit sneeën bij haar sleutelbeen en iets onder haar navel. Ze werd verbonden (door iets in de droom terwijl ik even niet oplette denk ik) maar de witte verbanden, die al snel doordrenkt met bloed raakten, dekten haar geslachtsdelen niet af. Bovendien hing haar kamerjas open. Enigszins wulps stelde ze voor de kamerjas helemaal weg te doen zodat ik goed zicht had, maar ik zei dat het sexyer was als ze nog een beetje verborgen hield. Halverwege het verwijderen van het kledingstuk stopte ze daarom en begon ze me uit te dagen met haar half zichtbare lichaam. Het feit dat zij zich voegde naar mijn suggestie werd instinctief opgevat als een algemene goedkeuring en ik drukte haar tegen de muur aan en mijzelf tegen haar en kuste haar. Op een bepaald punt lieten onze benen het afweten, maar toen hoorden we stemmen dichterbij komen. Om niet op deze wijze op een hotelkamer betrapt te worden kroop ik maar snel het tweepersoonsbed in, om afstand te doen ontstaan tussen haar en mij tot een stem op de gang vermeldde dat iemand 'maar beter niet net kon doen alsof er niets aan de hand was' en dat hij beter 'er gewoon voor uit kon komen.' Ik herkende deze venijnige en scherpe stem en gaf er min of meer gehoor aan. Ik en de witte-kamerjas-dame kropen onder de deken van het (behoorlijk brede) matras op de grond en wendden voor daar in slaap te zijn of iets dergelijks. Ik probeerde bij haar in de buurt te komen maar ze lag te ver weg op hetzelfde matras. Het laatste wat ik me herinner voor alles vaag wordt is de cynische constatering dat ik deed alsof ik sliep en het hervatten van het gewone leven van deze hotelkamer.

Ik wil even duidelijk stellen dat dit geen seksuele fantasie was. Ik was op geen punt tijdens de droom en het opschrijven en herinneren ervan lichamelijk opgewonden. Ik ben vooral een beetje verbaasd en nieuwsgierig. In een droom ben je niet veel meer dan een observant, vooral je gezichtsvermogen functioneert goed terwijl onder andere je tastzin het (bij mij) erg laat afweten. Het heeft dus meer weg van het zien van een filmscène waar ik zelf in speel. Ik heb het idee dat ik mezelf probeer te verdedigen tegen een bevooroordeeld standpunt dat misschien niet eens gedeeld wordt door anderen, dat alles met blote vrouwen erin een seksuele fantasie moet zijn. Niet dat daar iets inherent mis mee is. Ik zou echter niet beginnen hierover als het onderwerp niet meer was dan iets dat ik werkelijk privé hoor te houden volgens die paar slecht gedefinieerde normen in mijn bestaan.

De vrouw in kwestie is geen persoonlijk bekende van me. Sterker nog, ik kan me niet heugen haar ooit ontmoet te hebben. Ik heb wel vaker haar in een droom gezien. Dat maakt haar, hou je vast, mijn droomvrouw. Misschien is ze samengesteld uit een aantal mensen die ik in de loop van mijn leven gezien heb tot een naamloze onbekende. Misschien is ze mijn persoonlijk ideaal, ofwel in kunstzinnig of instinctief evolutionair aspect, bepaald door mijn esthetische principes of mijn genen. En heel misschien heeft de FSM haar in mijn brein geplaatst, maar dan hebben we de onwaarschijnlijkheden ook in een klap genoemd.

Ik ben echter wel in staat andere dingen in de droom te identificeren. Een droom is volgens mij een verwerking van herinnering waardoor je kunt speculeren over de herkomst van elementen uit de droom door te kijken naar de gebeurtenissen van de dagen, en vooral de eerste dag, daarvoor. Ik speculeer al flink. Ik voel me echter een amateuristische psychoanalyticus terwijl het eigenlijk over helemaal niets gaat. Op zijn meest is dit gewoon zelfreflectie, het begrijpen van mijn eigen gevoelens over dingen die buiten dromen gebeurd zijn. Het is dwaas om spijt te hebben voor dingen die buiten je verantwoordelijkheid of vermogen om te beïnvloeden liggen. Zie deze hele verwerking dus maar als mijn zelfverdediging tegen de ingebeelde toekijkende ogen die ons ook aan enige moraal houden als we moederziel alleen zijn.

Hugo Maat

27.5.10

Esnesnon 27-5-10

Goedemorgen.

Het is een schande. Daar ben ik mij terdege van bewust. Dan heb ik het niet over de overdosis vet op dit toetsenbord, misschien van een obsessief lippenbalsemgebruiker die probeerde de kruimels van een gevulde koek tussen de toetsen vandaan te zuigen. Ik heb het ook niet over de ontzagwekkende eenvoud van het kiezen van mijn majoren en minoren, waarvan ik nu pas echt besef hoezeer ik in vrijheid gelaten word. Ik heb het ook niet over de inhoud van mijn tentamen, want die ging wel aardig. Ik heb het zelfs niet eens over mijn toekomstige drankgebruik (zeer nabije toekomst). Het gaat om het feit dat ik nu vakantie heb.

Vanzelfsprekend chargeer ik, er zijn een paar dingetjes dangetjes die nog gedaan moeten worden, maar geen tentamens, geen lesstof en geen colleges. Geen docenten, geen bankjes, geen powerpoints. Het is een huilende schande (anglicisme). Waarom houden ze op met college? Goed, ze hebben wel wat beters te doen, mogen ook eens rust hebben, niet alle studenten willen nog meer colleges en meer van die logische verklaringen, maar daar geef ik helemaal niet om. Ik ben in een volstrekt irrationele bui. Ik moet mijn intellectuele manie maar botvieren op vrijwillig boeken lezen (met name fictie, eindelijk weer) en politiek.

Change of subject. Al geruime tijd (wel een jaar of vier of meer) heb ik een ontzettend nerd-achtige hobby. Ik doe namelijk aan tabletop roleplaying. De normale mensen houden zich veelal bezig met pseudo-rpg's, altijd elektronische spellen. Ik en mijn tegenspelers gebruiken echter fantasie, toneel, papier en dobbelstenen voor roleplaying. Het spel heet Dungeons and Dragons en is de grootste inlvoed op de moderne fantasy sinds Tolkien. Bioware heeft zelfs computerspelmechanica geschreven naar het principe van DnD. In de mainstream cultuur is DnD het meest zichtbaar in dingen als Neverwinter Nights, wat naar een DnD-setting geschreven is.

Het is echter niet de inhoud die DnD maakt tot wat het is. Het spel bevat eigenlijk helemaal geen inhoud en is meer een gigantisch stelsel van regels die de verhalen volgen. De baseline is dat een spelgroep bestaat uit een stel spelers en een Dungeon Master (DM) die de regels bijhoudt en het verhaal voortdrijft. De spelers spelen allemaal een personage in een fantasywereld (aangeleverd door de DM) die samen op avontuur gaan. De spelers kondigen aan wat hun karakters doen en de DM houdt alle consequenties daarvan bij. Op basis daarvan is een heleboel mogelijk. Sterker nog, DnD heeft een niveau van vrijheid die in geen computer-rpg wordt geëvenaard en misschien ook helemaal niet geëvenaard kan worden.

Ik ga dat echt schandelijk veel spelen nu ik vakantie heb. Daarnaast ga ik me bezighouden met een beetje politiek, kunst, en af en toe een boek. Maar eerst word ik zó ontzettend dronken... (Insiders joke voor de Berlijnreis, de auteur biedt zijn nederige excuses aan.)

Hugo Maat.