30.6.11

Esnesnon 30-6-11

Goedenavond.

Zo. Mijn stemming is gemengd en gecompliceerd. Niets nieuws onder de zon. Niet dat ik inhoudelijke uitleg zal leveren hierover, dat kunt u met mijn vriendelijke groeten op uw buik schrijven. (Ik zal niet ontkennen dat ik erg benieuwd ben of u dat zo zal doen dat u het kunt lezen, oftewel ondersteboven, of dat u rekening zou houden met een eventuele lezer. Een spiegel zou u in het laatste geval natuurlijk niet helpen.)

Welnu. Kunst. Ik vind het een naar onderwerp, voornamelijk omdat ik mijn persoonlijke liefhebberijen aan de kant moet zetten voor een grimmige realiteitszin; een realisme waar vervolgens een dwaas en onbereikbaar verlangen uit voortkomt: alle symptomen van een crisis van middelbare leeftijd met uitzondering van het beginnende buikje en het vreemdgaan. Ik ontdek mijn eigen voorkeur, intuïtie en gevoel in de aanvallen die ik van anderen ontvang; ik zie het ongemakkelijke realisme in het standpunt, in mijn standpunt, dat zij aanvallen; en mijn werkelijke wensdroom blijft verborgen in mijn hoofd, met uitzondering van een terloopse uitspatting of eventueel dit.

Het begon allemaal bij de actuele problematiek van het afschaffen van de cultuursubsidie in Nederland. De politiek heeft zich afgewend van kunst en cultuur, de 'linkse hobby's', en ik vermoed dat ik weinig achtergrondinformatie hoef te leveren als u in Nederland woonachtig bent en een keer een krant gelezen heeft in het afgelopen jaar. Ik verkeer regelmatig in culturele kringen, voornamelijk die van de muziek, en ik word daardoor ook vaak geconfronteerd met de bezuinigingen. Niet dat ik merk dat er bezuinigd wordt omdat ik er last van heb, mijn hinder ontvang ik van de klachten die mijn lotgenoten uiten over de bezuinigingen en de problemen die zij denken te ontvangen als het zover is. Ik bevond mezelf ineens in een staat van beschuldiging toen ik niet bleek te hebben geparticipeerd aan een protestactie tegen de bezuinigingen. Dat doe ik namelijk nooit. Ik had volgens mijn aanklager niets over voor de kunsten. Mijn verdediging werd mij niet in dank afgenomen en werd terzijde geworpen. Ik werd niet rationeel bestreden maar alleen met een emotioneel salvo afgeschoten.

Mijn verdediging is als volgt: Kunst hoort niet door de overheid gesubsidieerd te worden. (Meestal word ik hier onderbroken, maar ik denk dat ik hier voordeel heb aan het medium.) Kunst is een luxe; het is geen levensbehoefte. Het is niet nodig. Ik ontken niet dat het iets moois is. Sterker nog, ik ben dol op kunst. Ik maak zelf een hoop muziek, ik doe aan amateurtoneel, hou van Nederlandse meesters en ben verliefd geworden op de barokke kerken in Rome. Meestal ben ik minder dol op moderne kunst, maar zo nu en dan kan ik dat ook waarderen. Ik wil echter wel dat men erkent dat het gewoon onnodig is. Alle functie van kunst valt onder het kopje 'Extra' en de kosten van al dit moois valt ook onvermijdelijk onder 'Extra kosten.' Wie niet vermogend genoeg is om aan kunst te komen: jammer. Werkelijk waar. Iedereen wil graag een zwembad in de tuin, maar niet iedereen kan dat veroorloven, hoe leuk dat ook is. Ja, ik vergelijk kunst voor dit doel met een zwembad in de tuin. Kunst is ongetwijfeld oneindig veel malen waardevoller en bijzonderder en onvergelijkbaar, het verrijkt ons leven, maar de populisten hebben wel gelijk: het is een hobby. Het is een liefhebberij en kwaliteit is duur. Is het alleen voor rijke mensen? Eigenlijk: ja. Kunst is cultureel kapitaal en om het te hebben moet je het kopen. Dat is erg en niet wenselijk maar het is wel waar.

De cultuursector staat op het punt zware schade op te lopen wegens twee zeer krachtige systemen die aan de basis liggen van onze maatschappij – en dit is waarom het probleem zo diep ligt. Het ene probleem is de democratie. Kunst wordt namelijk maar door een klein onderdeel van de maatschappij wordt gewaardeerd terwijl cultuursubsidie uiteindelijk wordt betaald door een regering die namens alle Nederlanders handelt. Dat maakt het steunen van kunst door de overheid in essentie moeilijk te verdedigden. Het klinkt populistisch, maar het alternatief is het bevoorrechten van een bevolkingsgroep omdat ze cultureel meer ontwikkeld zijn (en waarschijnlijk hoger opgeleid, en in vrijwel alle gevallen ook een stuk welvarender.) De tweede oorzaak is het kapitalisme. Ik zal het zo kort en eenvoudig zeggen als ik maar kan: de kunstensector is in gevaar omdat het teveel kost en te weinig verdient. Er is teveel aanbod voor te weinig vraag, dus een aantal aanbieders zullen gewoon failliet gaan. Als tien fabrikanten honderdduizend koelkasten produceren en er worden maar tienduizend gekocht gaan er gewoon fabrikanten over de kop. En ja, dat is een geldige vergelijking voor kunstenaars. Kunstenaar is een beroep en de kunst is een product, de kunstliefhebber een klant. Dit heeft de mens al eeuwen geweten, sinds de uitvinding van het professioneel artiestenbestaan in een ver en schimmig verleden. Commercieel? Ja. Dat is geen zonde. Tschaikovsky schreef muziekstukken waar hij een hekel aan had, die hem heel veel geld opleverden, die algemeen bejubeld worden vandaag de dag. Alle grote kunstenaars van de Klassieken, Middeleeuwen, de Renaissance, de barok, de Verlichting, de Romantiek, tot aan redelijk kort geleden deden het ófwel om geld te verdienen óf omdat ze al mensonterend rijk waren en het voor hun hobby deden. Het is een probleem van hedendaagse normen en waarden dat men vindt dat kunst daar boven hoort te staan. Dat is namelijk helemaal niet per se waar. Als u kunst wilt hebben of beleven, trek dan de portemonnee, is mijn devies. Een verstandig kunstenaar (het ideale hedendaagse voorbeeld is André Rieu, met zijn walgelijke stronthappende grijns) doet wat hij kan om zoveel mogelijk geld binnen te halen, of door de grootste menigte te behagen (de popmuziek-approach) of door een publiek te vinden dat er erg veel voor betaalt (het principe dat bijvoorbeeld de kunstveilingen in leven houdt.)

Maar zoals ik al zei: ik vind het een grimmige realiteit. Idealiter schaffen we de democratie af en laten we het gepeupel niet langer beslissen over belangrijke dingen. Ik behoor tot de groep van de kunstenaars. Ik zit in de culturele en intellectuele elite, mij zal niets ontbreken. In plaats daarvan probeer ik een zakcentje bij te verdienen door voor mensen met geld cultureel kapitaal te leveren. Daar ligt de toekomst in. In het beste (niet-realistische en alleen gedroomde) scenario wordt het land gedomineerd (niet alleen geregeerd) door de mensen met het meeste geld die intellectueel en cultureel ontwikkeld zijn of op zijn minst daar geld in steken.

Ik word hier naar van. Ik word er heel naar van.

Hugo Maat

17.6.11

Esnesnon 17-6-11

Moment, sms.


Ja. Nee, ik denk dat ik hem heb. Even kijken.


Afgelopen dinsdag verzeilde ik in de banale conversatie over welke Hollywood-actrice het aantrekkelijkst was. Dat kwam na mijn bewering dat Megan Fox, de dame van de nieuwe Transformers-films en de tiener-slasher-thriller Jennifer's Body, niet aantrekkelijk was. Dat is onconventioneel, een omvangrijk deel van de testosteronisten, vooral rond mijn leeftijdscategorie, is dol op haar en ik meen dat ze een soort van sekssymbool is. Daar heb ik geen last van. Ik kan me eventueel laten overtuigen door anderen dat een bepaalde actrice een leuk smoeltje heeft, maar dat fenomeen heeft ook grenzen. Een korte evalutatie van de walk of fame vertelt me dat ik absoluut ongeïnteresseerd ben in de parade aan oh zo knappe of sexy acteurs en actrices. Ik heb altijd een lijst met klachten klaar, tot aan het subversieve 'te onmenselijk in perfectie dus eng' maar zelfs zonder kritiek te hoeven uiten heb ik ook gewoon een algemeen 'meh.' Het is niet eens uit overtuiging of uit ratio: de verschijning van een actrice (of acteur, for that matter) op een scherm maakt niets in me los, noch in mijn Vitruviaanse venustas-zintuig, noch in mijn fysieke of mentale lendenen, excuses dat ik ter sprake breng.


Mijn verklaring: ik vind het stupide, kortzichtig, oppervlakkig, smakeloos en ronduit zonde om mensen op hun fysieke verschijning te beoordelen. En nee, dat is niet omdat ik vind dat het alleen om het karakter gaat. Ik heb wild aantrekkelijke mensen gekend met een gruwelijk rotkarakter en mensen die absoluut geweldige personen zijn maar met wie ik nooit een intiem moment zou willen delen. Mijn oppervlakkigheid gaat erg diep. Wat ik daarmee bedoel is dat er aan een mens als esthetische entiteit veel meer te beleven valt dan alleen zichtbaar uiterlijk. Stel je voor dat je naar een klassiek orkest gaat en een uur lang naar een symfonie gaat luisteren, om dan dat hele uur alleen naar de tweede violen te luisteren! Misschien zijn het hele mooie violen en kunnen ze het allemaal heel goed, maar is er niet veel meer te beleven? Zou een recensie van die voorstelling op basis van dezelfde observatie niet ontzettend suf zijn? Ander voorbeeld: stel je krijgt een gigantisch toetje, een soort hypothetisch superdessert dat absoluut om te kwijlen is, met vuurwerk, glimmend bestek en uren om het stukje bij beetje op te snoepen, het culinaire hoogtepunt in je leven bereikend tot de tranen in je sokken lopen, (excuses voor de excursie naar de superlatieven) en je eet de slagroom. Alleen de slagroom. Met een plastic lepeltje. Waarna je tegen de verbijsterde kok zegt dat de slagroom echt heel erg lekker was. Kom op nou!


De mens is toebedeeld met een hele set zintuigen en een menselijk lichaam kan worden waargenomen met elk van hen. De hartslag en ademhaling is hoorbaar. Een kus is een smaaksensatie. Elk mens heeft een lichaamsgeur met een compleet palet en melange, rijker in diversiteit dan de wereld van de wijnproeverij ons levert. Daarbij zijn de menselijke feromonen ook nog onbewust waarneembaar, met een ander zintuig dan andere geuren. De warmte van een blos is meer dan een verkleuring van de wangen. Wie zijn ogen sluit kan bovendien ook zijn handen laten kijken, naar het eindeloze wonder van een levend wezen, bewegend, groeiend, kloppende aderen en rillingen over de rug... Ook zonder gelijk in allerlei onbetamelijkheden te vervallen is het mogelijk om een mens waar te nemen als meer dan een plaatje. Is het vreemd dat ik ontevreden ben met een oordeel over aantrekkelijkheid van een mens terwijl ik maar een klein aspect kan zien? Dus nee, ik vind geen van de celebs (BN of import, man of vrouw, jong of oud, zwart of wit, groot of klein en meer tegenstellingen) aantrekkelijk. Ik schort mijn oordeel over Megan 'Boring Fanservice' Fox op tot ik haar vastgehouden heb.

Heh.

Hugo Maat

Esnesnon 16-6-11

Goedenavond.


Ik ga zitten op een klapstoeltje dat harder aanvoelt dan het betonnen perron waar ik net aan begon te wennen. In mijn hoofd klinkt het gejeremieer van een week terug, dat zelfs de stoelen van de eerste klas in een sprinter zitten als houten planken. Het gezeur in mijn geheugen voegt zich in een samenzang met het gezeur in mijn achterste, een hoge en een lage stem, met een enkele dissonant als de trein zich weer in beweging zet en ik het tempo van het typen doorbreek.


Het is op momenten als dit dat ik me pijnlijk bewust word van de kracht van het onderbewuste, aan alle invloeden waar het deel van de hersenen dat we collectief hebben geïdentificeerd als een persoon, een bewustzijn geen grip op heeft. Of zoals het voor mij voelt, opgevoed als ik ben, invloeden waar ík geen controle over kan uitoefenen. Het is evengoed onderdeel van mij, op dezelfde manier waarop mijn teen van mij is als ik 'mijn' teen stoot. Het is correct om te beweren dat ik me stoot, alsof het mijn gehele lichaam en hoedanigheid betreft, hoewel het alleen mijn teen is die contact legt. Het is ook mijn pijn, als deze botsing hard genoeg is. Zo is honger en vermoeidheid, uitputting en ergernis van een dag vol eenzaamheid en moeizame studie allemaal mij. Ik ben die dingen, het is niet iets dat me overkomt zoals een virus dat zich als vreemdeling in me nestelt. Al die toestanden zijn wezenlijke wijzigingen in mij, die ook datgene beïnvloeden wat de klassieke filosofie en gezond verstand maar al te graag als rationeel en onafhankelijk zouden willen zien.


Als ik honger heb of moe ben, zoals nu absoluut het geval is, word ik snel boos. Ik merk het onmiddellijk en mijn meer rationele en mijn rustige kanten zijn verrast omdat ik uit mijn doen ben en niet handel zoals ik zou moeten handelen of gewoon ben te doen. De kleinste dingen, zoals iets te lang wachten op een sms-je als ik om een antwoord gevraagd heb, of een onderhuidse belediging, al dan niet gemeend of al dan niet bestaand: ik voel ze allemaal voorbij komen in het tijdsbestek van een uur en ik reageer in alle gevallen buitenproportioneel. Als het veertien uur eerder was gebeurd, voordat ik begonnen was aan mijn lange zit, mijn wake in het heilige der heiligen van de geschiedvorsers op de Vrije Universiteit, was ik waarschijnlijk een stuk schappelijker geweest. Ik veronderstel dat ik in een normale toestand (normaal zijnde goed gevoed en uitgerust, voorzien van alle basale levensbehoeften die wij verwende Europeanen zo als vanzelfsprekend beschouwen) mijn schouders op zou kunnen halen. Ik zou mijn zinnen kunnen verzetten.


Welnu, ik beschouw het verlies van mijn zelfbeheersing op een dergelijke wijze als iets zeer kwalijks. Ik heb het vast eerder gezegd, vele malen zelfs, ook (of vooral) binnen dit blog, maar toch: ik hecht veel waarde aan zelfbeheersing. Achteloos, koel en laconiek (vernoemd naar de Spartanen oftewel Laconiërs, die desnoods wel in de schaduw vechten of die avond dineren in het gezelschap der doden) zijn waardevolle eigenschappen voor me. Het is een ideaal dat ik nastreef – en dat nastreven lukt heel aardig, kan ik u met een gerust verzekeren. Maar er zijn uitzonderingen, en die uitzonderingen vallen onbehaaglijk dikwijls samen met tekort aan lichamelijke voeding of slaap. Ik kan niet zeggen dat ik in zulke gevallen mijzelf niet ben, wat een comfortabele aanname zou zijn voor mijn over het algemeen rustige ideaaltype; ik ben zoals eerder gezegd evengoed die hysterische waanzinnige, ik ben ook de onrust die over mij komt als een myriade van een myriade aan generaties vol Darwiniaans erfgoed aan de binnen kant van mijn schedel beginnen te krabben, als ze met bezemstelen tegen het plafond stoten dat de vloer van mijn geest is.


Dat brengt mij tot de vreemde notie dat ik eet en slaap om een deel van mijzelf de mond te snoeren: Ik, Ratio, ben de welwillende regent van mijzelf: mijn onderdanen zullen niets tekort komen, en ze zullen hun mond houden. En arresteer hem die ook maar denkt aan een referendum!


Hugo Maat


Ps: Dit werd geschreven in een trein. Alle voorbeelden zijn ontleend aan de werkelijkheid.

6.6.11

Esnesnon 6-6-11

Pre scriptum: Ik herinnerde me net weer mijn eerste dag binnen de muren van de Vrije Universiteit. Als weifelende middelbare scholier en blaaskaak vroeg ik een voorlichter ten overstaan van een zaal waarom ik specifiek voor de VU zou kiezen, hopend op een keurig verkooppraatje. In plaats daarvan vroeg de voorlichter aan mij waarom ik voor de VU zou kiezen (dat nog niet gedaan hebbende). Hij bracht me van mijn stuk en ik had geen goed antwoord klaar. Het antwoord dat ik wel klaar had was 'Ik hoorde dat de koffie hier erg goed was.' Hij verzekerde me ervan dat hij daar nog niet zo zeker van was. En toch ben ik hier.

Goedemiddag.

Nog twee of drie van dit soort dagen, van volledige onderdompeling in de stof met geen ander gezelschap dan Whitehead, Krentz, Osborne, Tod, Raubitschek, Rhodes en Burckhardt en ik heb één van mijn werkstukken voor deze periode af. Daar komt nog één dag onderdompeling in de archieven in Den Haag (mooie stad) bij en een onbepaalde hoeveelheid gestuntel met communicatiegeschiedenis en ik heb vakantie. Het enige wat ik feitelijk moet doen is 's ochtends mijn bed uit komen en het openbaar vervoer in kukelen, dan is de rest niet zo bijster moeilijk meer. Niet op studiegebied, althans.

Moeilijker is het om, als ik hard aan het nadenken ben, niet mijn nagels af te kluiven zodat mijn handen op die van Elijah Woods beginnen te lijken (kijk The Lord of the Rings en let er maar eens op). Moeilijker is het om niet tot twee uur 's nachts op te blijven elke dag. Het is ook moeilijk om geduld te hebben met mensen die zich naar mijn mening dom gedragen. Het is een uitdaging niet alvast te beginnen met mijn vakantie, naar de fles of de peuk te grijpen. Maar die problemen zijn weg te werken door vol te houden dat uiteindelijk muziek en studie betere en duurzamere ervaringen opleveren.

Uiteindelijk zijn al die dingen niet eens zo taai. Ik maak me niet zo gek veel zorgen om mezelf. Daarbuiten zijn pas de dingen waar ik me echt om bekommer.

Hugo Maat