Oh my God. Zijn dat rimpels? Zijn dat echt rimpels in mijn voorhoofd?
Ik durf niet meer tegen mijn spiegelbeeld te praten sinds ik mijn spiegelbeeld vertelde dat ik wel eens tegen mijn spiegelbeeld praat. Dat was absoluut het meest zielige moment dat ik in tijden heb meegemaakt. Welnu, sindsdien kijk ik mezelf zwijgend aan. Ik ben verbaasd maar kan de verbazing niet van de vermoeide ogen van mijn spiegelbeeld lezen.
Is dat het gezicht dat ik al jaren zie? Ik zie die kop als het goed is regelmatig: in weerspiegelingen op de ramen van treinen, de spiegels in mijn kamer, toiletten op de universiteit. Het is niet alleen het haar dat anders is, dat weet ik zeker. Er is iets anders aan dat gezicht. Mijn hemel, ik weet dat het rimpels zijn, het kan haast niet anders.
Op een feestje, afgelopen woensdag, vertelde iemand die ik nog nooit eerder had gezien dat ik een bijzonder expressief gezicht had. Ze had nog nooit iemand ontmoet die zoveel gezichtsuitdrukkingen kon tonen terwijl hij iets vertelde. Dit vond ik enig om te horen. Per slot van rekening, het is best leuk om te weten dat je uitzonderlijk bent. Althans, dat is leuk om te weten zolang het je niet distantieert van andere mensen, in dat geval treedt de beruchte 'eenzaamheid aan de top' in. Ik haat dat gevoel, maar de behoefte mezelf te onderscheiden wordt er niet minder om. Ik verwar mezelf.
Er zijn mensen die me gesloten vinden. Ze vinden dat ik mijn gevoelens niet prijs geef en besluiten vervolgens dat ze zelf kunnen besluiten wat die gevoelens zijn. Met die beslissing ben ik het niet eens, maar daar heb ik het misschien ooit nog over. Niet op oudejaarsdag. Ik heb overwogen om dat eens een keer heel anders aan te pakken, daar niet van. Zo nu en dan vat ik het absurde plan op om eens een keer eerlijk tegen mensen te zijn en te recht voor hun raap te vertellen wat ergens mijn insteek over is of wat in mij opkomt. Ik zal u vertellen dat ik geen genoegen schep uit de resultaten van mijn eerlijkheid. Tot zover lijk ik mensen alleen maar af te schrikken of te verwarren. De voorgaande teksten op deze site zijn een assortiment verdwaalde gedachten waarvan ik het idee heb dat ik het maar moet laten om ze in een gewoon gesprek ten tonele te voeren. Vandaar dat ze hier terecht zijn gekomen.
Misschien heeft iedereen dingen die ze liever niet zeggen. Maar in dat geval denk ik dat ik beter dan vele anderen me bewust ben van iedere niet verwoorde wens, van iedere verworpen uitspraak, van elke verlaten droom. Ik maak ze aan in bosjes tegelijk en laat ze even goed gelijk weer vallen. Na hun dood achtervolgen ze me als spoken. Ik zie hun gezichten en ik hoor mezelf de woorden zeggen die ik had kunnen zeggen.
Even ben ik stil en dan komt de vraag bij me terug die eigenlijk meteen achter het afgrijzen en de verwondering over mijn voorhoofd opkwam. Is dit nou wat het heden is? Om naar een verleden te kijken en 'nee' te zeggen? Om bewust te worden van een afwezigheid van passerende tijd, om te bemerken dat ieder moment en iedere gebeurtenis die je je voor kan stellen in het verleden ligt? Om met groeiende verontrusting te bemerken dat die vraag niet nieuw is? Ik kom niet bepaald woorden tekort om te beschrijven wat er hier en nu is, maar er is een ander kenmerk van die tegenwoordige tijd wat onbespreekbaar aanvoelt. Elke keer dat ik probeer te schrijven wordt het schrijven mijn nieuwe heden. Elke keer dat ik het probeer te vertellen wordt de vertelling mijn nieuwe heden. Ik leef in een ondeelbare staat van zijn. Binnenkort passeert die staat van zijn het moment dat universeel (ook informeel in China) als het begin van het nieuwe jaar geldt.
2011? Er is veel gebeurd. De wereld maakte allerhande zooi mee. Interessant als de wereldtoestand moge wezen, voor mij is dit jaar het eerste jaar dat ik me oud begon te voelen. En dat terwijl ik daar eigenlijk nog veel te jong voor ben. Ik voel me oud en moe. De hele wereld is onwerkelijk geworden. Ik ben vervreemd van mijn medemens, mijn eigen gedachten en nu zelfs mijn eigen gezicht.
Ik val stil, en mijn onherkenbare spiegelbeeld met mij. De wereld maakt een hels kabaal.
Hugo Maat