11.12.11

Esnesnon 11-12-11

Goedenavond.

Ik schrijf niet altijd om het zelf te lezen. Het op schrift stellen is voor mij een bijproduct van een specifiek type denkproces waarbij er afbakeningen en vorm moeten worden aangebracht in wat daarvoor een idee van zuiverder aard is. Schrijven nodigt uit tot reflectie, verfijning en concretisering van de gedachte. Reflectie omdat ik veel sneller denk dan ik schrijf (of praat, maar daar spelen andere factoren nog meer een rol), waardoor mijn gedachten ver genoeg op de tekst vooruitlopen om alvast te denken aan wat komen gaat en hoe dat erin past; verfijning omdat een tekst veel meer mogelijkheden heeft tot structuur dan een ongebonden gedachte, die niet gedwongen is van een begin tot een eind te lopen of samenhang te vertonen; concretisering omdat een tekst een communicatiemiddel is en net als alle vormen van communicatie in staat moet zijn begrepen te worden door andere mensen. Ondanks dat laatste schrijf ik niet altijd om daadwerkelijk te communiceren. Meestal schrijf ik om communicabiliteit aan te brengen in een idee dat vervolgens een idee blijft, maar wel helderder en beter geïntegreerd in andere ideeën zal zijn.

Deze toepassing van schrijven heeft me een aantal stukken tekst opgeleverd, onder andere een behoorlijk aantal van de teksten binnen dit blog. Onlangs stuitte ik nog op een stuk dat ik in dezelfde geest neerpende, ongeveer drie jaar geleden. Het was op de eerste bladzijde van een (toen al) oud schrift dat vrijwel niet gebruikt was. Ik ben er onlangs weer in gaan schrijven voor andere doeleinden, maar deze eerste bladzijde kom ik elke keer weer tegen. Het verontrust me hoezeer ik nog begrijp wat er staat, hoezeer ik het er nog mee eens ben, en dat de problemen die ik voor mezelf uiteenzette nog steeds gelden. Als een idee over een spanne van jaren nog steeds opgeld doet en even begrijpelijk is vind ik dat ik mag concluderen dat het een serieuze gedachte is. Voor mij is het nieuw: een constante tendens in mijn denken. Voor mij toont het aan dat ik dit soort dingen vooral schrijf voor mezelf. En al lees ik zelden wat ik zelf geschreven heb, al deze teksten zijn waardevol materiaal voor de sporadische zoektocht naar wie ik ben - in plaats van wie ik kies te zijn. Maar ik betrap mezelf al op schandalige vaagheid. Ik moet ook toegeven dat zoiets een dwaze onderneming is.

De eerste zin blijft me verbazen omdat ze multi-interpretabel is: "Nietzsche had een punt, hij ging alleen niet ver genoeg." Ergens in 2008 schrijf ik deze woorden op en ik kan me goed voorstellen dat de rest van de tekst minuten op zich heeft laten wachten. En daar is de tekst onvolkomen en inferieur aan de gedachte. Toen ik het schreef moet ik alles begrepen hebben, stel ik me voor. Nu ik het lees kan ik alleen datgene vinden dat ik nagelaten heb: de concrete versie van die gedachte. Wat er staat is taal, geen persoon. Dat onderdeel kan ik alleen construeren, inbeelden, maar niet ervaren. Net zoals ik nu de storm der gedachten voel razen in mijn hoofd om de schamele woorden heen en ooit op een dag terug zal kijken en als spoor alleen gesublimeerde overdenking heb.
Er is zoveel dat ik niet zeg maar wel weet. Ik begin er niet aan. Ik raad het iedereen ook ten zeerste af.

Hugo Maat

Geen opmerkingen: