Goedenavond.
Ik herinner me nog de oude tijd, waarin iedere keer dat ik bij het stukje 'Title' de datum invulde dat er een lijstje stond van gelijkende data, omdat de browser meende dat ik misschien een oude titel wilde hergebruiken en dus ook al klaar stond. Vroeger bleef die lijst staan tot ik bij de maand aankwam, het getal dat de dag aangaf was altijd wel een keer eerder gebruikt. Nu geeft de browser het raden op, het moment dat ik de drie van dertig intik. Ik heb dit blog duidelijk verzaakt en weer opnieuw leven ingeblazen dan. Nu ik aan het einde van een eerste maand gebrabbel 2.0 kom vind ik dat ik met enige gepaste tevredenheid mag zeggen dat ik weer aan het bloggen ben. Ik schrijf dermate veel dat ik richting nano-niveau kan als ik gewoon elke keer mijn blogpost in een word-bestand smijt. Dat is licht overdreven, een post haalt niet het dagelijks quotum. Dat komt vooral omdat ik misschien toch wat nadenk tussendoor. Dat is ook niet helemaal waar, immers ontstaan mijn pauzes gewoon omdat ik even iets anders doe, voornamelijk hangen op internet, of over enkele momenten: iemand anders even de toegang tot deze computer verschaffen door zelf te verdwijnen naar een andere locatie waar ik even mezelf vermaak met een plastic pinguïn aan een touwtje aan een stokje aan mijn hand aan mijn arm aan mijn lijf en ik ben het doel van deze zin kwijt omdat ik even besloot op te houden met nadenken en nu denk ik toch wel weer na waardoor deze zin weer een soort zin krijgt.
Mijn excuses voor deze omgekeerde onderbreking. Ahem. Mijn hele leven lang ben ik min of meer technologisch onderontwikkeld geweest. (Leuk dat ik dat al bloggend vermeld, vind je niet?) Ik ben het nog steeds best wel, dat zal ik absoluut niet ontkennen, maar ik heb sinds een tijdje een mobiele telefoon en ineens heb ik ook draagbare muziek. Wat ik wel een grappig feitje vind is dat mijn opa van inmiddels 84 eerder een digitaal muziekdoosje op zakformaat had dan ik. Ik sla even wat details in het verhaal over want mijn familiezaken gaan mijn blog feitelijk geen hoela aan, maar het komt neer op het volgende. Mijn opa moest een tijdje terug geopereerd worden, dat overkomt mensen op leeftijd wel eens. Andere naaste familie besloot dat hij maar een troostertje moest hebben, iets om hem bezig te houden in het ziekenhuis terwijl hij daar de hele dag in zo'n bed moest liggen, dus kreeg ik spoedig daarna een iPod nano van de computerfabrikant Apple in mijn handen en de opdracht er wat 'leuke muziek voor opa' op te zetten. Nou, zo gezegd zo gedaan, met behulp van een muziekprogramma waarvan ik inmiddels geheel besef waarom het met enige afkeer wordt behandeld. Toen kreeg ik van het weekend toevallig een cadeautje, ik geloof dat het misschien iets met het einde van mijn opleiding op de middelbare school te maken had, wat een ongeveer identieke iPod bleek te zijn. Ik ben er in redelijk korte tijd achter gekomen dat draagbare muziek heel erg leuk is.
Niet dat ik het luisteren van muziek tot een activiteit verhef, dat doe ik alleen als ik een equivalent van meditatie verlang. (Tussendoor: Ik kan echt niet mediteren. Ik verveel me namelijk gelijk een ongeluk en dat zorgt niet voor rust in mijn hoofd of bezinning, enkel irritatie. Als ik niets wil doen kan ik dat zonder probleem. Als ik niets wil denken kan ik dat ook, maar tegelijk met niets doen is dat onmogelijk. Inactiviteit in mijn hoofd wordt alleen mogelijk als ik een volkomen hersenloze taak verricht, wat de enige manier is die ik ken om mijn hoofd uit te zetten, hoewel die manier ook weer niet feilloos is.) Luisteren naar muziek is een activiteit die me toestaat om mijn hoofd op nul te zetten, iets wat ik alleen doe als ik echt mijn hoofd nodig heb in de nabije toekomst. Ik luister muziek om een soundtrack onder mijn leven te zetten. Werkelijk, dat is een enorme aanrader. Door bij alles wat je de hele dag door doet muziek aan te hebben die alleen jij hoort, (en dankzij het redelijk lange draadje kan het echt de hele tijd door) krijgt alles ineens invulling, betekenis. Zoals ik het zelf graag zeg, je leven wordt een film.
Het meest krijg ik dat gevoel van over straat lopen met muziek, omdat die handeling ontzettend neutraal is. Misschien loop je normaliter naar school, of terug uit school, of slenter je door de stad, of wat dan ook. Met epische muziek ben je ineens op een missie om de wereld te redden in een al even epische film. Met enigszins melancholieke muziek speel je een filmscène waarin het net verkeerd gaat met het verhaal, omdat het tegenzit of omdat er iemand dood is, you name it. Is de muziek vrolijk, dan gebeurt er in het verhaal net iets vrolijks. Veel filmscènes laten niets zien, maar voegen muziek toe (en context, okee) waardoor het invulling krijgt. Ik doe dat met mijn leven, als er muziek is. Dat doe ik gewoon alsof ik in een film iets met invulling meemaak en voordat ik het weet heb ik een ontzettend slap Hollywood-script geschreven zoals er dagelijks tien worden gemaakt door van die professional corny scriptschrijvers. Ineens beleef ik een dilemma waarin ik moet kiezen tussen het najagen van mijn passie als danser, zanger, of wat dan ook en mijn familie die het verbiedt, of ik moet me plotseling gedeisd houden voor de geheime dienst die overal toekijkt, of ik zit gewoon in een ontzettende arthouse film hele betekenisloze dingen te doen die alleen maar een betekenis krijgen omdat het een arthouse film is. De mogelijkheden zijn eindeloos. Dus: het leven heeft geen zin, dat is alleen in films zo.
Hugo Maat.
30.6.09
29.6.09
Esnesnon 29-6-09
Voordat ik begin met ratelen moet dit er even uit: Ik ben ontzettend verzot op bastogne-koeken. Geef me een pak en ik eet het leeg, geef me er tien en ik krijg buikpijn en een brede grijns voor de rest van de dag. Wauw.
Goedemorgen.
Een vreemdsoortige studiegerelateerde ervaring overviel mij vanochtend, toen ik op mijn knieën zat. Nee, ik zat niet te bidden, daar krijg ik namelijk geen bijzondere ervaring of ideeën van. Ik had een feestje in een huis dat niet van mij was en besloot de volgende ochtend me in te zetten voor wat schoonmaakwerk, het minste wat je kunt doen als je in het huis van iemand anders feest en niet eens een cadeautje meeneemt. Het schoonmaken en opruimen na een feestje is een apart gebeuren. Er bestaat een zekere afstand tussen gewoon wekelijks, maandelijks of eventueel dagelijks schoonmaken en het opruimen na een feestje, omdat de eerste vorm, het normale schoonmaken, de status quo opheft en de tweede de status quo terugbrengt. Het opruimen na een feestje komt er op neer dat de omgeving weer leefbaar wordt gemaakt, dat het domein van het feestje wordt opgeheven. Dat domein is het gebied waar feestjes gevierd worden, de omgeving schikt zich tijdelijk naar de nieuwe bezigheid, een bezigheid die neerkomt op zorgeloos vermaak en rommel produceert, als bijproduct. De productie van rommel begint vrijwel onmiddelijk en het domein wordt daardoor ook duidelijk afgebakend. Het is bij het opruimen de dag daarna een kwestie van het herinvoeren van het leefdomein, het domein van de mens in plaats van het domein van de feestganger.
De status quo van een huis is het dagelijkse leven; voor een woning is bewoond worden de natuurlijke staat van dingen. Dit domein heeft ook een afvalproductie, van vuile was tot huidschilders en haar die samen stof vormen. Dat afval bakent het leefgebied ook af; het geeft aan dat ergens geleefd wordt. Bij een gewone schoonmaak, (dit is het moment dat ik mijn neus optrek en met enige sjeu het woord 'ordinair' gebruik) door het verwijderen van de bijproducten van het dagelijks leven, wordt de omgeving tot een schoon en daarmee levenloos geheel gemaakt, een staat die in een leefomgeving vervolgens vaak maar erg kort duurt. Het levensdomein neemt al gauw weer zijn plek in temidden de zuivere reinheid, het huis wordt teruggebracht naar zijn status quo na de onderbreking van de schoonmaak. Bij het schoonmaken na een feestje is dit andersom. Na een feestje hoeft alles niet weer brandschoon te zijn, maar alleen weer leefbaar, dat is dus een vorm van schoonmaken die de status quo weer instelt na een onderbreking. Aan het einde van het opruimen merk ik ook op, nadat ik rond heb gekeken: Hier is geen feest geweest.
Dat idee zorgde voor een interessante gewaarwording. Wat ik feitelijk aan het doen was, toen ik op de grond het zeil voor de televisie ontdeed van diens recente plakkerige eigenschap, was het uitwissen van sporen. Ik zorgde ervoor dat het feestje niet had plaatsgevonden door het bewijs te vernietigen. Zo werkt geschiedenis feitelijk ook, bedacht ik. Objectief gezien gebeuren dingen en achteraf zijn die ook nog steeds gebeurd, maar vanuit een menselijk perspectief is alleen datgene gebeurd waarvan we weten dat het gebeurd is, wat we weer uit sporen opmaken. Als er geen sporen meer zijn van een gebeurtenis bestaat die gebeurtenis niet langer. Door op mijn knieën sporen uit te wissen pleegde ik feitelijk op kleine schaal geschiedsvervalsing. 'Hier stond een bierflesje,' zei de vloer. Boen, boen. 'Hier stond geen bierflesje,' zegt de vloer nu. Sterker nog, er 'stond' nu geen flesje meer daar. Erger zelfs, het heeft niet bestaan. Niet te uitgebreid opruimen, zei ik mezelf nog, met enige vergezochtheid. Als het te opgeruimd is zou dat duiden op een recent feestje.
Ik overwoog vanochtend, toen het idee om te bloggen opkwam, om de post te beginnen met de opmerking hoe brak ik me voelde. Dat idee is redelijk snel de prullenbak in gegaan. Alsof er iemand geïnteresseerd is in iemand met zelfmedelijden en onnodig gezanik. Ik vind het bovendien gewoon geen mooi begin voor een post. Er zijn veel leukere manieren om het verhaal een beetje weg te krijgen dan de eerste de beste persoonlijke observatie die toevallig ook nog een hele negatieve is. Een leukere manier om te beginnen is een vrolijke noot, met een snufje dwaasheid. Bijvoorbeeld: Het leven zit vol met eenvoudige genoegens, eenvoudiger dan men zich soms kan voorstellen. Zo heb ik daarnet voor het eerst in minstens een maand bewust ademgehaald. Ademhalen is zo'n vaak herhaalde actie dat het helemaal uit het zicht verdwijnt na een tijdje. Dat is niet vreemd, als we bij alle routineacties uit het dagelijks leven stil zouden staan zouden we knettergek worden. Af en toe stilstaan, echter, kan absoluut geen kwaad. Het was zelfs erg aangenaam om eens te doen.
Het is crimineel mooi weer, in de zin dat ik eigenlijk een boete verdien omdat ik achter een pc zit in plaats van in de zon. Het is het soort weer dat me doet beseffen dat de grote vakantie wel in de zomer móét, omdat het de perfecte tijd is om zonder tas of zorgen over straat te lopen. Tijdens zo'n wandelingetje vandaag kwam ik op het absurde idee om even mijn longen vol met lucht te gooien. Dat voelde eigenlijk best goed, de lucht is zuiver en met iedere flinke ademteug werd mijn hoofd helderder en voelde ik me gezonder van lijf en leden. Ademhalen is echt een aanrader eigenlijk. Ik begon haast high te raken van doodnormale zuurstof, midden op straat. Van binnen gonsde ik van een onbekend soort dankbaarheid voor het bestaan van bomen, gemengd (ik heb immers nooit alleen positieve gedachtes, bespaar me) met een flinke vervloeking van automobilisten en hun heilige koeien (vreemde beesten: koeien die hun eigenaars melken in plaats van andersom) en een milde vervloeking jegens honden en hun baasjes. Is het nou zoveel gevraagd om geen poep buiten te laten liggen? Ik weet dat de honden het moeilijk kunnen helpen, maar veel verbetert die kennis de situatie niet.
Hoe dan ook, ik begon wat te brainwaven door het vele ventileren, snuiven en wandelen, waardoor deze post al een beetje begon te ontkiemen in mijn hoofd. Dat gebeurt soms, dat ik van te voren een post in mijn hoofd heb. Dat vind ik zelf de mooiste posts, niet om te lezen, dat doe ik sowieso niet heel erg, maar leuk om te schrijven. (Irrelephant Man to the rescue... of things that do not need to be rescued at all.) Ik denk ze niet letterlijk uit, maar het zijn toch de posts waar een gedachte achter zit wat mij betreft. Bij veel posts komt die gedachte pas na drie alinea's klik-klak en bij sommigen komt 'ie helemaal niet. Het is brainwave-schrijven, het surfen op een golf van gedachtes. Vervolgens is er wel een omissie wat betreft de inhoud van de brainwave, maar goed. Ik ben zelf meer geïnteresseerd in de verschillende uitwassen van het hoofdidee en ik laat het hele zooitje dan ook even goed uitkristalliseren om ze hier neer te zetten om het vervolgens niet te lezen en alles maar te vergeten. Nee, niet alles. Een paar belangrijke punten wil ik wel in mijn achterhoofd houden. In de eerste plaats wel de ervaring van het ademhalen en langs een park en hoog riet lopen. Het leefde allemaal en ik ademde met dat leven mee. Het was de gewaarwording dat ik leefde die het hem deed. Ik leef, want ik beleef. Ergo.
Hugo Maat.
Goedemorgen.
Een vreemdsoortige studiegerelateerde ervaring overviel mij vanochtend, toen ik op mijn knieën zat. Nee, ik zat niet te bidden, daar krijg ik namelijk geen bijzondere ervaring of ideeën van. Ik had een feestje in een huis dat niet van mij was en besloot de volgende ochtend me in te zetten voor wat schoonmaakwerk, het minste wat je kunt doen als je in het huis van iemand anders feest en niet eens een cadeautje meeneemt. Het schoonmaken en opruimen na een feestje is een apart gebeuren. Er bestaat een zekere afstand tussen gewoon wekelijks, maandelijks of eventueel dagelijks schoonmaken en het opruimen na een feestje, omdat de eerste vorm, het normale schoonmaken, de status quo opheft en de tweede de status quo terugbrengt. Het opruimen na een feestje komt er op neer dat de omgeving weer leefbaar wordt gemaakt, dat het domein van het feestje wordt opgeheven. Dat domein is het gebied waar feestjes gevierd worden, de omgeving schikt zich tijdelijk naar de nieuwe bezigheid, een bezigheid die neerkomt op zorgeloos vermaak en rommel produceert, als bijproduct. De productie van rommel begint vrijwel onmiddelijk en het domein wordt daardoor ook duidelijk afgebakend. Het is bij het opruimen de dag daarna een kwestie van het herinvoeren van het leefdomein, het domein van de mens in plaats van het domein van de feestganger.
De status quo van een huis is het dagelijkse leven; voor een woning is bewoond worden de natuurlijke staat van dingen. Dit domein heeft ook een afvalproductie, van vuile was tot huidschilders en haar die samen stof vormen. Dat afval bakent het leefgebied ook af; het geeft aan dat ergens geleefd wordt. Bij een gewone schoonmaak, (dit is het moment dat ik mijn neus optrek en met enige sjeu het woord 'ordinair' gebruik) door het verwijderen van de bijproducten van het dagelijks leven, wordt de omgeving tot een schoon en daarmee levenloos geheel gemaakt, een staat die in een leefomgeving vervolgens vaak maar erg kort duurt. Het levensdomein neemt al gauw weer zijn plek in temidden de zuivere reinheid, het huis wordt teruggebracht naar zijn status quo na de onderbreking van de schoonmaak. Bij het schoonmaken na een feestje is dit andersom. Na een feestje hoeft alles niet weer brandschoon te zijn, maar alleen weer leefbaar, dat is dus een vorm van schoonmaken die de status quo weer instelt na een onderbreking. Aan het einde van het opruimen merk ik ook op, nadat ik rond heb gekeken: Hier is geen feest geweest.
Dat idee zorgde voor een interessante gewaarwording. Wat ik feitelijk aan het doen was, toen ik op de grond het zeil voor de televisie ontdeed van diens recente plakkerige eigenschap, was het uitwissen van sporen. Ik zorgde ervoor dat het feestje niet had plaatsgevonden door het bewijs te vernietigen. Zo werkt geschiedenis feitelijk ook, bedacht ik. Objectief gezien gebeuren dingen en achteraf zijn die ook nog steeds gebeurd, maar vanuit een menselijk perspectief is alleen datgene gebeurd waarvan we weten dat het gebeurd is, wat we weer uit sporen opmaken. Als er geen sporen meer zijn van een gebeurtenis bestaat die gebeurtenis niet langer. Door op mijn knieën sporen uit te wissen pleegde ik feitelijk op kleine schaal geschiedsvervalsing. 'Hier stond een bierflesje,' zei de vloer. Boen, boen. 'Hier stond geen bierflesje,' zegt de vloer nu. Sterker nog, er 'stond' nu geen flesje meer daar. Erger zelfs, het heeft niet bestaan. Niet te uitgebreid opruimen, zei ik mezelf nog, met enige vergezochtheid. Als het te opgeruimd is zou dat duiden op een recent feestje.
Ik overwoog vanochtend, toen het idee om te bloggen opkwam, om de post te beginnen met de opmerking hoe brak ik me voelde. Dat idee is redelijk snel de prullenbak in gegaan. Alsof er iemand geïnteresseerd is in iemand met zelfmedelijden en onnodig gezanik. Ik vind het bovendien gewoon geen mooi begin voor een post. Er zijn veel leukere manieren om het verhaal een beetje weg te krijgen dan de eerste de beste persoonlijke observatie die toevallig ook nog een hele negatieve is. Een leukere manier om te beginnen is een vrolijke noot, met een snufje dwaasheid. Bijvoorbeeld: Het leven zit vol met eenvoudige genoegens, eenvoudiger dan men zich soms kan voorstellen. Zo heb ik daarnet voor het eerst in minstens een maand bewust ademgehaald. Ademhalen is zo'n vaak herhaalde actie dat het helemaal uit het zicht verdwijnt na een tijdje. Dat is niet vreemd, als we bij alle routineacties uit het dagelijks leven stil zouden staan zouden we knettergek worden. Af en toe stilstaan, echter, kan absoluut geen kwaad. Het was zelfs erg aangenaam om eens te doen.
Het is crimineel mooi weer, in de zin dat ik eigenlijk een boete verdien omdat ik achter een pc zit in plaats van in de zon. Het is het soort weer dat me doet beseffen dat de grote vakantie wel in de zomer móét, omdat het de perfecte tijd is om zonder tas of zorgen over straat te lopen. Tijdens zo'n wandelingetje vandaag kwam ik op het absurde idee om even mijn longen vol met lucht te gooien. Dat voelde eigenlijk best goed, de lucht is zuiver en met iedere flinke ademteug werd mijn hoofd helderder en voelde ik me gezonder van lijf en leden. Ademhalen is echt een aanrader eigenlijk. Ik begon haast high te raken van doodnormale zuurstof, midden op straat. Van binnen gonsde ik van een onbekend soort dankbaarheid voor het bestaan van bomen, gemengd (ik heb immers nooit alleen positieve gedachtes, bespaar me) met een flinke vervloeking van automobilisten en hun heilige koeien (vreemde beesten: koeien die hun eigenaars melken in plaats van andersom) en een milde vervloeking jegens honden en hun baasjes. Is het nou zoveel gevraagd om geen poep buiten te laten liggen? Ik weet dat de honden het moeilijk kunnen helpen, maar veel verbetert die kennis de situatie niet.
Hoe dan ook, ik begon wat te brainwaven door het vele ventileren, snuiven en wandelen, waardoor deze post al een beetje begon te ontkiemen in mijn hoofd. Dat gebeurt soms, dat ik van te voren een post in mijn hoofd heb. Dat vind ik zelf de mooiste posts, niet om te lezen, dat doe ik sowieso niet heel erg, maar leuk om te schrijven. (Irrelephant Man to the rescue... of things that do not need to be rescued at all.) Ik denk ze niet letterlijk uit, maar het zijn toch de posts waar een gedachte achter zit wat mij betreft. Bij veel posts komt die gedachte pas na drie alinea's klik-klak en bij sommigen komt 'ie helemaal niet. Het is brainwave-schrijven, het surfen op een golf van gedachtes. Vervolgens is er wel een omissie wat betreft de inhoud van de brainwave, maar goed. Ik ben zelf meer geïnteresseerd in de verschillende uitwassen van het hoofdidee en ik laat het hele zooitje dan ook even goed uitkristalliseren om ze hier neer te zetten om het vervolgens niet te lezen en alles maar te vergeten. Nee, niet alles. Een paar belangrijke punten wil ik wel in mijn achterhoofd houden. In de eerste plaats wel de ervaring van het ademhalen en langs een park en hoog riet lopen. Het leefde allemaal en ik ademde met dat leven mee. Het was de gewaarwording dat ik leefde die het hem deed. Ik leef, want ik beleef. Ergo.
Hugo Maat.
27.6.09
Esnesnon 27-6-09
Goedenmiddag.
Ik vier even kort, persoonlijk, de grootheid van het consumentisme terwijl ik veins de grondbeginselen van het communisme te verwerpen. Immers, algemeen gratis onderwijs en gezondheidsorg voor Jan en alleman is een walgelijk idee, of het idee dat alle mensen gelijk zijn, wat geheel voorbij gaat aan het feit dat sommige mensen, omdat ze rijke familieleden hebben, gewoon meer kans verdienen in onze maatschappij. Het gaat voorbij aan het feit dat de vooruitgang van de maatschappij af te lezen valt aan de welstand van het selecte clubje succesvolle heren, die a grace de uitbuiting van de onwetende en welriekende massa in zoveel weelde leven dat er een industrie moet worden opgezet alleen al om mensen te laten bedenken waar de ronduit absurde hoeveelheden geld heen moeten. Communisme en het daarbij horende gedachtegoed, samen met alle mogelijke vijanden van de capitalistische utopie, worden onder andere nog gebezigd door de intellectuele vrijdenkers, de parasieten van het hoge succes. En wie, van de mensen met gezond verstand daar buiten, zou nou in hemelsnaam luisteren naar die nietsnutten en geestelijke rebellen, die weigeren wezenlijke bijdrage te leveren aan de vooruitgang van onze samenleving. Zij onttrekken zich aan het toneel van de wereld, weigeren consument te worden en op die manier ontnemen ze eerlijke arbeiders werk en zetten ze zich in om de samenleving die wij hebben opgebouwd met zweet, tranen, koffie en supradyn te saboteren. Dankzij de tomeloze inzet van de goede mensen en het onwrikbaar vertrouwen in het kapitalisme en consumentisme dat men koestert in het kamp van de vrijheid zijn zij daarin niet geslaagd en zullen zij ook nimmer slagen.
Vroeger was het de eeuwige cirkel van het arbeidersbestaan, tot we,op de drempel van de moderne tijd ontdekten dat het ook in een eeuwige spiraal kon. In plaats van mensen elke keer een wortel voor te houden, die ze na een tijd opaten waardoor er weer een nieuwe wortel voor in de plaats moest komen. Altijd was er één wortel nodig en men deed braaf zijn werk. De spiraal houdt echter in dat iemand steeds meer wortels krijgt, steeds meer, maar ze ook voorgehouden blijft krijgen en ze steeds wil volgen. Het nut hiervan is dat er wortels nodig zijn, waardoor er weer mensen aan het werk kunnen en geld kunnen verdienen. Als je genoeg of te veel wortels hebt, wordt je gewoon een smakelijker wortel voorgehouden die de oude wortels overbodig maakt en in het niet doet vallen als beloning. Zo ontstaat er ook weer behoefte aan smakelijker wortels, oftewel de mogelijkheid voor nog meer mensen om te werken.
Nou vraagt u mij: Wat is dan de waarde van werken, waarom zou u willen dat er mensen aan het werk kunnen? Laat ik dit beantwoorden met een eenvoudig, aards voorbeeld. Het kleine kindje valt zijn moeder lastig om een snoepje, om een liedje, om aandacht. De moeder heeft wel iets beters te doen met haar tijd, ik weet zeker dat iedereen wel een betere tijdsbesteding kan vinden dan eindeloos proberen te voldoen aan de al even eindeloze wensen van jonge, onwetende kinderen. Daarom geeft de moeder haar kind iets te doen. Eerst voetbal met de kinderen op straat, anders een televisie om naar te kijken zodat hij zich koest houdt, tenslotte school en huiswerk om hem naar te verwijzen. Werk neemt grotendeels die functie over, maar dan voor het volwassen kind. Het werk is er niet om aan levensonderhoud te voldoen, dat kan met veel minder inspanning en gebruik van tijd. Sterker nog, mensen zouden productiever werken als een aantal arbeidsuren zouden vervallen. Maar een mens zonder werk is lui, is vrij om vruchteloos te denken en het idee op te vatten dat er meer is in het leven dan wortels of dat een paar wortels voldoende zijn voor een mens. Een vrij mens zal een denkend mens en zo een saboteur van de glorieuze moderne samenleving worden. Als hij hard werkt zal hij echter gehoorzamen en zullen de wielen van het raderwerk blijven draaien. Ik geloof niet dat ik erbij hoef te vermelden dat zonder dat draaiende raderwerk een heleboel mensen zonder privé-jets en zwembaden in de achtertuin van hun villa's komen te zitten, terwijl ze daar zo veel voor gedaan hebben. Doe het goede, steun de samenleving en denk niet na.
Hugo Maat.
Ik vier even kort, persoonlijk, de grootheid van het consumentisme terwijl ik veins de grondbeginselen van het communisme te verwerpen. Immers, algemeen gratis onderwijs en gezondheidsorg voor Jan en alleman is een walgelijk idee, of het idee dat alle mensen gelijk zijn, wat geheel voorbij gaat aan het feit dat sommige mensen, omdat ze rijke familieleden hebben, gewoon meer kans verdienen in onze maatschappij. Het gaat voorbij aan het feit dat de vooruitgang van de maatschappij af te lezen valt aan de welstand van het selecte clubje succesvolle heren, die a grace de uitbuiting van de onwetende en welriekende massa in zoveel weelde leven dat er een industrie moet worden opgezet alleen al om mensen te laten bedenken waar de ronduit absurde hoeveelheden geld heen moeten. Communisme en het daarbij horende gedachtegoed, samen met alle mogelijke vijanden van de capitalistische utopie, worden onder andere nog gebezigd door de intellectuele vrijdenkers, de parasieten van het hoge succes. En wie, van de mensen met gezond verstand daar buiten, zou nou in hemelsnaam luisteren naar die nietsnutten en geestelijke rebellen, die weigeren wezenlijke bijdrage te leveren aan de vooruitgang van onze samenleving. Zij onttrekken zich aan het toneel van de wereld, weigeren consument te worden en op die manier ontnemen ze eerlijke arbeiders werk en zetten ze zich in om de samenleving die wij hebben opgebouwd met zweet, tranen, koffie en supradyn te saboteren. Dankzij de tomeloze inzet van de goede mensen en het onwrikbaar vertrouwen in het kapitalisme en consumentisme dat men koestert in het kamp van de vrijheid zijn zij daarin niet geslaagd en zullen zij ook nimmer slagen.
Vroeger was het de eeuwige cirkel van het arbeidersbestaan, tot we,op de drempel van de moderne tijd ontdekten dat het ook in een eeuwige spiraal kon. In plaats van mensen elke keer een wortel voor te houden, die ze na een tijd opaten waardoor er weer een nieuwe wortel voor in de plaats moest komen. Altijd was er één wortel nodig en men deed braaf zijn werk. De spiraal houdt echter in dat iemand steeds meer wortels krijgt, steeds meer, maar ze ook voorgehouden blijft krijgen en ze steeds wil volgen. Het nut hiervan is dat er wortels nodig zijn, waardoor er weer mensen aan het werk kunnen en geld kunnen verdienen. Als je genoeg of te veel wortels hebt, wordt je gewoon een smakelijker wortel voorgehouden die de oude wortels overbodig maakt en in het niet doet vallen als beloning. Zo ontstaat er ook weer behoefte aan smakelijker wortels, oftewel de mogelijkheid voor nog meer mensen om te werken.
Nou vraagt u mij: Wat is dan de waarde van werken, waarom zou u willen dat er mensen aan het werk kunnen? Laat ik dit beantwoorden met een eenvoudig, aards voorbeeld. Het kleine kindje valt zijn moeder lastig om een snoepje, om een liedje, om aandacht. De moeder heeft wel iets beters te doen met haar tijd, ik weet zeker dat iedereen wel een betere tijdsbesteding kan vinden dan eindeloos proberen te voldoen aan de al even eindeloze wensen van jonge, onwetende kinderen. Daarom geeft de moeder haar kind iets te doen. Eerst voetbal met de kinderen op straat, anders een televisie om naar te kijken zodat hij zich koest houdt, tenslotte school en huiswerk om hem naar te verwijzen. Werk neemt grotendeels die functie over, maar dan voor het volwassen kind. Het werk is er niet om aan levensonderhoud te voldoen, dat kan met veel minder inspanning en gebruik van tijd. Sterker nog, mensen zouden productiever werken als een aantal arbeidsuren zouden vervallen. Maar een mens zonder werk is lui, is vrij om vruchteloos te denken en het idee op te vatten dat er meer is in het leven dan wortels of dat een paar wortels voldoende zijn voor een mens. Een vrij mens zal een denkend mens en zo een saboteur van de glorieuze moderne samenleving worden. Als hij hard werkt zal hij echter gehoorzamen en zullen de wielen van het raderwerk blijven draaien. Ik geloof niet dat ik erbij hoef te vermelden dat zonder dat draaiende raderwerk een heleboel mensen zonder privé-jets en zwembaden in de achtertuin van hun villa's komen te zitten, terwijl ze daar zo veel voor gedaan hebben. Doe het goede, steun de samenleving en denk niet na.
Hugo Maat.
26.6.09
Esnesnon 26-6-09
Goedendag.
De Quakers waren een stel gekke Britse christenen die het geloof handhaafden (ik hoop voor ze onder andere, anders was het wel een heel suf geloof) dat ze voor niemand hun hoed af zouden nemen behalve voor God. Ze droegen dus overal een hoed, hoewel ik geloof dat ze een uitzondering maakten voor in bad, wat wel interessante vragen oproept over hun godsbeeld. In Engeland reageerde men geschokt op deze mensen en werd er niet bepaald vriendelijk mee omgegaan. Meutes boze Engelsen vielen deze Quakers aan en probeerden met grof geweld deze eigenzinnige heren van hun dierbare hoofddeksels te ontdoen. Dat mocht, want de Quakers waren toch ontzettend asociaal, ze weigerden immers anderen beleefd te groeten. De Engelse koning was niet zo gemeen, hij vond het maar een amusant clubje en hij nodigde van tijd tot tijd Quakers aan het hof uit, met hoed. De Quakers zien we vandaag de dag nog terug op verpakkingen van ontbijtgranen, met hoed. Voor de rest is er naar mijn weten niets meer over van dit aparte clubje. Net zoals er over een jaar of twee vrijwel niemand meer zal twitteren.
Overigens wil ik hier aan toevoegen dat het hoog tijd is dat we genocide gaan plegen. Niet op mensen natuurlijk, dat zou barbaars zijn. Ook niet op mensen die we, verblind door onze eigen idealen, niet langer als mensen beschouwen, dat is een beetje barbaars. We hebben als ras nog geen tekort aan leefruimte, mits we een beetje inschikken. Als de bevolkingsdichtheid in de VS even hoog was als in Nederland konden we er makkelijk de wereldbevolking kwijt, om maar even aan te geven hoeveel bruikbare ruimte we nog te besteden hebben op aarde. Voedsel is ook nog geen probleem, alle hongersnood op aarde wordt veroorzaakt door een beetje knullige verdeling, om het maar even onvoldoende te onderstrepen hoe belachelijk het is dat we de Taj Mahal van overgebleven, nog niet opgegeten EG-boter kunnen nabouwen, we alle zwembaden in Almere kunnen vullen met wijn die niemand verder op krijgt, terwijl andere mensen dat niet kunnen. Omdat ze dood zijn. Zo komen we terug op genocide, maar niet heus, want die mensen zijn omgekomen van de honger. Leuk geprobeerd.
Sowieso zou ik het idee van massaal vermoorden van mensen nooit goed en wel door de sociale censuur kunnen krijgen de komende eeuw of zo, want het duurt nog even voordat de menselijke bevolking werkelijk dramatische en problematische proporties aanneemt. Dat is ook het moment dat iedereen ineens massamoord als serieuze oplossing begint te zien, dat iedereen het idee naar voren brengt of in de praktijk begint te brengen en dat voormalige freako's, kuch kuch, om het hardst tegen elkaar op gaan roepen dat zij het idee als eerst hadden en dat toen niemand naar ze geluisterd had, waarna vervolgens niemand serieus naar ze luistert behalve zijzelf. Dat is het droevige lot van iedere freako, alias visionair. Het woord freako doet me sterk denken aan Michael Jackson op de één of andere manier, deze alinea sluit ik ook af met een minuut uitbundig gejuich om zijn overlijden te herdenken. Ik ben er niet als de kippen bij, ik kwam er twee uur geleden achter en het duurde even voor het heugelijke feit tot me doorgedrongen was.
Voordat ik gal ga spuwen over de celebrity-scene die het mogelijk maakt voor jonge muzikanten om in vreemde, verknipte, kruis-graaiende mormels met lelijke gezichten te veranderen en besluit stil te staan bij de gevolgen die de dood van meneer Jackson op de carrières van professionele imitators zal hebben of de nieuwe invulling van de slogan 'the king is dead, long live the king,' want ik vind zijn hartstilstand absoluut de beste actie die hij in decennia heeft ondernomen voor zijn carrière, ga ik proberen me weer voor de geest te halen wat de Quakers met genocide te maken hadden. Deze post zou veel makkelijker te maken zijn, ware het niet dat ik tussen de eerste en tweede alinea een paar uur in benauwd Amsterdam geflaneerd heb, op een terrasje heb gezeten en door de bibliotheek heb geslenterd. Ik kan wel een link fabriceren van de één naar de ander, maar eer het een geheel vormt moet ik aan de opbouw sleutelen, wat ik het liefst ten alle tijden vermijd als ik aan het bloggen ben. Ik laat dus het verband tussen mensen die hun hoed weigeren af te doen en volkerenmoord aan u, de arme stakker die ik ontzettend aan het lijntje hou. Mogelijk.
Goed, ik ben dus tegen het massaal uitmoorden van mensen. Volgens mij is er wel sympathie voor dat standpunt op te brengen op het moment vanuit verschillende hoeken behalve van de mensen die het maar slap vinden dat ik puur omdat genocide in de publieke opinie inherent verkeerd is verwerp terwijl ik er best wel wat voor voel om iedereen die niet aan mijn eisen voldoet qua gedrag en uiterlijk af te laten maken. In theorie. Om mijn Id te sussen stel ik een genocide van duiven voor. Die beesten worden met het jaar makker. Onderhand komen ze zo dichtbij je en zijn ze zo onbevreesd dat je bijna op ze gaat staan. Ik huiver bij het idee van een duivengeneratie die zonder schroom boven op je hoofd gaat zitten en zich met geen mogelijkheid laat wegjagen omdat ik geen voorstander ben van coprofagie. Goed, dat is een beetje vreemd om zo te zeggen. Laten we het erop houden dat ik graag het woord coprofagie wilde gebruiken om jullie allemaal te dwingen het op te zoeken zodat ik me ontzettend elitair en verheven kan voelen. Ego voeden: check.
Begrijp me alsjeblieft (wel) niet verkeerd. Ik wil niet dat alle duiven doodgaan, de beestjes zijn een enige toevoeging aan het straatbeeld. Ik wil gewoon dat dit enkel decoratieve pluimvee weer leert de mens te vrezen, zodat ze weer gepaste afstand houden. Liever dat we nu beginnen ze weer schrik aan te jagen dan op het moment dat ze na een hevige morfologische resonantie als verdoofde katten op een zomerdag weigeren van hun gevederde achtersten af te komen, want dan is alle lol van het jagen op die beesten weg. Als we gewoon op die beesten gaan jagen (en ze ook nog een beetje proberen te blijven leven) kunnen hele volksstammen hun frustraties en agressie kwijt en kunnen we ook nog eens een programma ervan maken. Iedereen blij, want dode duiven kunnen niet verdrietig zijn en de overlevers zijn te dom om te rouwen om de anderen. Net zoals bij de indianen.
Hugo Maat.
De Quakers waren een stel gekke Britse christenen die het geloof handhaafden (ik hoop voor ze onder andere, anders was het wel een heel suf geloof) dat ze voor niemand hun hoed af zouden nemen behalve voor God. Ze droegen dus overal een hoed, hoewel ik geloof dat ze een uitzondering maakten voor in bad, wat wel interessante vragen oproept over hun godsbeeld. In Engeland reageerde men geschokt op deze mensen en werd er niet bepaald vriendelijk mee omgegaan. Meutes boze Engelsen vielen deze Quakers aan en probeerden met grof geweld deze eigenzinnige heren van hun dierbare hoofddeksels te ontdoen. Dat mocht, want de Quakers waren toch ontzettend asociaal, ze weigerden immers anderen beleefd te groeten. De Engelse koning was niet zo gemeen, hij vond het maar een amusant clubje en hij nodigde van tijd tot tijd Quakers aan het hof uit, met hoed. De Quakers zien we vandaag de dag nog terug op verpakkingen van ontbijtgranen, met hoed. Voor de rest is er naar mijn weten niets meer over van dit aparte clubje. Net zoals er over een jaar of twee vrijwel niemand meer zal twitteren.
Overigens wil ik hier aan toevoegen dat het hoog tijd is dat we genocide gaan plegen. Niet op mensen natuurlijk, dat zou barbaars zijn. Ook niet op mensen die we, verblind door onze eigen idealen, niet langer als mensen beschouwen, dat is een beetje barbaars. We hebben als ras nog geen tekort aan leefruimte, mits we een beetje inschikken. Als de bevolkingsdichtheid in de VS even hoog was als in Nederland konden we er makkelijk de wereldbevolking kwijt, om maar even aan te geven hoeveel bruikbare ruimte we nog te besteden hebben op aarde. Voedsel is ook nog geen probleem, alle hongersnood op aarde wordt veroorzaakt door een beetje knullige verdeling, om het maar even onvoldoende te onderstrepen hoe belachelijk het is dat we de Taj Mahal van overgebleven, nog niet opgegeten EG-boter kunnen nabouwen, we alle zwembaden in Almere kunnen vullen met wijn die niemand verder op krijgt, terwijl andere mensen dat niet kunnen. Omdat ze dood zijn. Zo komen we terug op genocide, maar niet heus, want die mensen zijn omgekomen van de honger. Leuk geprobeerd.
Sowieso zou ik het idee van massaal vermoorden van mensen nooit goed en wel door de sociale censuur kunnen krijgen de komende eeuw of zo, want het duurt nog even voordat de menselijke bevolking werkelijk dramatische en problematische proporties aanneemt. Dat is ook het moment dat iedereen ineens massamoord als serieuze oplossing begint te zien, dat iedereen het idee naar voren brengt of in de praktijk begint te brengen en dat voormalige freako's, kuch kuch, om het hardst tegen elkaar op gaan roepen dat zij het idee als eerst hadden en dat toen niemand naar ze geluisterd had, waarna vervolgens niemand serieus naar ze luistert behalve zijzelf. Dat is het droevige lot van iedere freako, alias visionair. Het woord freako doet me sterk denken aan Michael Jackson op de één of andere manier, deze alinea sluit ik ook af met een minuut uitbundig gejuich om zijn overlijden te herdenken. Ik ben er niet als de kippen bij, ik kwam er twee uur geleden achter en het duurde even voor het heugelijke feit tot me doorgedrongen was.
Voordat ik gal ga spuwen over de celebrity-scene die het mogelijk maakt voor jonge muzikanten om in vreemde, verknipte, kruis-graaiende mormels met lelijke gezichten te veranderen en besluit stil te staan bij de gevolgen die de dood van meneer Jackson op de carrières van professionele imitators zal hebben of de nieuwe invulling van de slogan 'the king is dead, long live the king,' want ik vind zijn hartstilstand absoluut de beste actie die hij in decennia heeft ondernomen voor zijn carrière, ga ik proberen me weer voor de geest te halen wat de Quakers met genocide te maken hadden. Deze post zou veel makkelijker te maken zijn, ware het niet dat ik tussen de eerste en tweede alinea een paar uur in benauwd Amsterdam geflaneerd heb, op een terrasje heb gezeten en door de bibliotheek heb geslenterd. Ik kan wel een link fabriceren van de één naar de ander, maar eer het een geheel vormt moet ik aan de opbouw sleutelen, wat ik het liefst ten alle tijden vermijd als ik aan het bloggen ben. Ik laat dus het verband tussen mensen die hun hoed weigeren af te doen en volkerenmoord aan u, de arme stakker die ik ontzettend aan het lijntje hou. Mogelijk.
Goed, ik ben dus tegen het massaal uitmoorden van mensen. Volgens mij is er wel sympathie voor dat standpunt op te brengen op het moment vanuit verschillende hoeken behalve van de mensen die het maar slap vinden dat ik puur omdat genocide in de publieke opinie inherent verkeerd is verwerp terwijl ik er best wel wat voor voel om iedereen die niet aan mijn eisen voldoet qua gedrag en uiterlijk af te laten maken. In theorie. Om mijn Id te sussen stel ik een genocide van duiven voor. Die beesten worden met het jaar makker. Onderhand komen ze zo dichtbij je en zijn ze zo onbevreesd dat je bijna op ze gaat staan. Ik huiver bij het idee van een duivengeneratie die zonder schroom boven op je hoofd gaat zitten en zich met geen mogelijkheid laat wegjagen omdat ik geen voorstander ben van coprofagie. Goed, dat is een beetje vreemd om zo te zeggen. Laten we het erop houden dat ik graag het woord coprofagie wilde gebruiken om jullie allemaal te dwingen het op te zoeken zodat ik me ontzettend elitair en verheven kan voelen. Ego voeden: check.
Begrijp me alsjeblieft (wel) niet verkeerd. Ik wil niet dat alle duiven doodgaan, de beestjes zijn een enige toevoeging aan het straatbeeld. Ik wil gewoon dat dit enkel decoratieve pluimvee weer leert de mens te vrezen, zodat ze weer gepaste afstand houden. Liever dat we nu beginnen ze weer schrik aan te jagen dan op het moment dat ze na een hevige morfologische resonantie als verdoofde katten op een zomerdag weigeren van hun gevederde achtersten af te komen, want dan is alle lol van het jagen op die beesten weg. Als we gewoon op die beesten gaan jagen (en ze ook nog een beetje proberen te blijven leven) kunnen hele volksstammen hun frustraties en agressie kwijt en kunnen we ook nog eens een programma ervan maken. Iedereen blij, want dode duiven kunnen niet verdrietig zijn en de overlevers zijn te dom om te rouwen om de anderen. Net zoals bij de indianen.
Hugo Maat.
25.6.09
Esnesnon 25-6-09
Goedemorgen.
Dit is het tijdstip dat ik me uitrek en overweeg om terug in bed te kruipen dan wel meer te gaan eten en de post te negeren. Mooi niet, vind ik, slapen heb ik meer dan genoeg gedaan en eten doe ik toch al op ongeregelde tijdstippen, wat voor mij betekent dat ik het eventueel zonder schroom uit kan stellen. Nu ik dat helder tegenover mezelf geponeerd heb kan ik me wederom richten op de geestelijk aanwezige zaak. Stel je zit, op een mooie herfstige dag, met vallende blaadjes en een koele grijze lucht, in alle rust aan het water op een mooi grasveldje, naast je een tijdmachine en voor je uit de skyline van Manhattan. Twee vliegtuigen leggen de twee torentjes in puin en mensen gillen wat en rennen als kippen zonder kop rond, maar dermate in de verte dat het meer een soort amusante, opvallende gebeurtenis is dan iets waar je compassie voor kweekt. Het wordt wat koeler en om je heen lopen mensen continu te schreeuwen, dus het wordt steeds moeilijker lezen. Je neemt een slokje thee/starbucks-koffie/fris/water/bier/wijn/whutever you're drinkin' en stapt in de tijdmachine en plaatst jezelf een uur terug, met als gevolg dat je wederom in alle rust op het gras kan zitten lezen en drinken. Zullen de torens weer instorten? Zullen de mensen wederom rondrennen en toevallig precies hetzelfde schreeuwen? Zal het precies op hetzelfde moment precies wat koeler worden? En hoevaak moet je opnieuw een uur teruggaan voordat de torens niet instorten? Ik zeg: je kan zovaak terug in de tijd gaan als je wilt. Dat uur zal zich, met uitzondering van je eigen bezighede als tijdreiziger, exact op dezelfde manier voltrekken.
Overigens, ik gebruik bij dit verhaaltje altijd het voorbeeld van 11 september 2001 omdat iedereen er door het mediabombardement een beeld bij heeft. Het roept geen gevoelens van terroristenhaat of sympathie bij me op want echte terroristen bestaan niet of zitten in de regering, een denkbeeld dat ik voor mijn gevoel al vaak genoeg heb uitgedragen. Het weinige dat ik wil zeggen over 11 september is dat jaarlijks twee miljoen mensen omkomen door hun werk. Dingen als stress en overwerk, in Japan heeft men zelfs een speciaal woord voor dood door overwerk, meen ik. Laat me intussen even dat slachtoffersaantal wat duidelijker verkopen, want ik vind het schandalig. Twee miljoen mensen per jaar gaan dood aan hun werk. Dat is een 11-9 iedere dag. (als we het toch hebben over relativeren, de Amerikaanse militaire acties in het Midden-Oosten eisten maandelijks een 11-9 aan slachtoffers op) Deze waardes zijn niet uit de lucht gegrepen, dit staat in VN-rapporten. Die vind ik toch wel de moeite waard om te citeren, eigenlijk. In andere woorden, ik hecht geen betekenis aan de slachtoffers op elf september, als ik dat wel zou doen zou ik constant in de rouw moeten voor alle mensen die verder nog doodgaan iedere dag aan het terrorisme van de werkcultuur. Oh, of ik zou me zorgen moeten maken over arme kindertjes in Afrika, waarvan de schuld moeilijk te plaatsen is, massa's dood en verwoesting door tsunami's en aarbevingen, wat voor een aardig deel afkomstig is van moeder natuur, of repressionele acties in China, het terrorisme van hun eigen overheid. Ik kan over één dood mezelf al breken, ik heb geen greitje behoefte om dat met alle andere doden te doen. Niet zolang ik te realistisch (lees: laf, noot redacteur) ben om de barricades op te gaan en iets aan wat dan ook te doen. Ik zou idealiter geen bezwaar hebben tegen Tom Hodgkinsons 'War on Work' echter. Daar hebben we een nobele strijd te pakken, één van de laatste dingen waar we in de contemporaine westerse samenleving nog voor op de barricades mogen klimmen. Een massa-pleidooi voor het drinken van thee, uitslapen, lange en langzame lunches houden, part-time werken, de hele mikmak. Een samenleving vol al die dingen zou, in mijn ogen, alle mensen gelukkiger en gezonder maken. Dán pas ben ik bereid te zeggen dat we in de moderne tijd leven, of dat we moderne kunst mogen maken.
Hugo Maat.
Dit is het tijdstip dat ik me uitrek en overweeg om terug in bed te kruipen dan wel meer te gaan eten en de post te negeren. Mooi niet, vind ik, slapen heb ik meer dan genoeg gedaan en eten doe ik toch al op ongeregelde tijdstippen, wat voor mij betekent dat ik het eventueel zonder schroom uit kan stellen. Nu ik dat helder tegenover mezelf geponeerd heb kan ik me wederom richten op de geestelijk aanwezige zaak. Stel je zit, op een mooie herfstige dag, met vallende blaadjes en een koele grijze lucht, in alle rust aan het water op een mooi grasveldje, naast je een tijdmachine en voor je uit de skyline van Manhattan. Twee vliegtuigen leggen de twee torentjes in puin en mensen gillen wat en rennen als kippen zonder kop rond, maar dermate in de verte dat het meer een soort amusante, opvallende gebeurtenis is dan iets waar je compassie voor kweekt. Het wordt wat koeler en om je heen lopen mensen continu te schreeuwen, dus het wordt steeds moeilijker lezen. Je neemt een slokje thee/starbucks-koffie/fris/water/bier/wijn/whutever you're drinkin' en stapt in de tijdmachine en plaatst jezelf een uur terug, met als gevolg dat je wederom in alle rust op het gras kan zitten lezen en drinken. Zullen de torens weer instorten? Zullen de mensen wederom rondrennen en toevallig precies hetzelfde schreeuwen? Zal het precies op hetzelfde moment precies wat koeler worden? En hoevaak moet je opnieuw een uur teruggaan voordat de torens niet instorten? Ik zeg: je kan zovaak terug in de tijd gaan als je wilt. Dat uur zal zich, met uitzondering van je eigen bezighede als tijdreiziger, exact op dezelfde manier voltrekken.
Overigens, ik gebruik bij dit verhaaltje altijd het voorbeeld van 11 september 2001 omdat iedereen er door het mediabombardement een beeld bij heeft. Het roept geen gevoelens van terroristenhaat of sympathie bij me op want echte terroristen bestaan niet of zitten in de regering, een denkbeeld dat ik voor mijn gevoel al vaak genoeg heb uitgedragen. Het weinige dat ik wil zeggen over 11 september is dat jaarlijks twee miljoen mensen omkomen door hun werk. Dingen als stress en overwerk, in Japan heeft men zelfs een speciaal woord voor dood door overwerk, meen ik. Laat me intussen even dat slachtoffersaantal wat duidelijker verkopen, want ik vind het schandalig. Twee miljoen mensen per jaar gaan dood aan hun werk. Dat is een 11-9 iedere dag. (als we het toch hebben over relativeren, de Amerikaanse militaire acties in het Midden-Oosten eisten maandelijks een 11-9 aan slachtoffers op) Deze waardes zijn niet uit de lucht gegrepen, dit staat in VN-rapporten. Die vind ik toch wel de moeite waard om te citeren, eigenlijk. In andere woorden, ik hecht geen betekenis aan de slachtoffers op elf september, als ik dat wel zou doen zou ik constant in de rouw moeten voor alle mensen die verder nog doodgaan iedere dag aan het terrorisme van de werkcultuur. Oh, of ik zou me zorgen moeten maken over arme kindertjes in Afrika, waarvan de schuld moeilijk te plaatsen is, massa's dood en verwoesting door tsunami's en aarbevingen, wat voor een aardig deel afkomstig is van moeder natuur, of repressionele acties in China, het terrorisme van hun eigen overheid. Ik kan over één dood mezelf al breken, ik heb geen greitje behoefte om dat met alle andere doden te doen. Niet zolang ik te realistisch (lees: laf, noot redacteur) ben om de barricades op te gaan en iets aan wat dan ook te doen. Ik zou idealiter geen bezwaar hebben tegen Tom Hodgkinsons 'War on Work' echter. Daar hebben we een nobele strijd te pakken, één van de laatste dingen waar we in de contemporaine westerse samenleving nog voor op de barricades mogen klimmen. Een massa-pleidooi voor het drinken van thee, uitslapen, lange en langzame lunches houden, part-time werken, de hele mikmak. Een samenleving vol al die dingen zou, in mijn ogen, alle mensen gelukkiger en gezonder maken. Dán pas ben ik bereid te zeggen dat we in de moderne tijd leven, of dat we moderne kunst mogen maken.
Hugo Maat.
24.6.09
Esnesnon 24-6-09
... de resten vuil weggestopt in de kloven van mijn ogen, de ontspannen vingers met de gespannen palmen, mijn knieën opgetrokken tot hoogte van mijn schouders, mijn haar ongewassen en ongekamd, de droogte achterin mijn mond, het zacht murmelen van mijn maag, overal de geur van mezelf, die al uren de tijd heeft gehad op me in te dringen terwijl ik me tussen de dekens omdraaide en me een gepofte aardappel waande, uren voordat ik uit de oven en uit de aluminiumfolie hoefde. De sensatie van wakker worden en me achter een toetsenbord verschansen, gehuld in badjas en pyjama en mijn eigen nestgeur, waarvan ik vermoedelijk de enige persoon op de wereld ben die het aangenaam vindt, wat ook weer vermoedelijk voor iedereen geldt. Katten laten hun geur achter op plekken die ze voor zichzelf opeisen en aan die geur kunnen anderen, niet alleen katten, bemerken dat ze misschien niet op die plek moeten komen. Deze dierlijke wijze van territorium ziet men nog steeds een beetje terug in de nestgeur. Alleen strekt mijn territorium zich meestal uit tot mezelf, mijn badjas, mijn bed, of op die heerlijke dagen dat ik uitgebreid ben uitgeslapen en weiger mijn kamer te laten luchten, mijn hele kamer. Iedereen die in mijn territorium probeert te komen merkt gelijk dat het reeds in beslag genomen is en heeft dan twee opties: ofwel ze druipen af, verslagen door mijn geur, of ze proberen mijn gebied aan te vallen, wat in de moderne wereld niet langer gebeurt door het plaatsen van een andere nestgeur, maar door het verwijderen van de geur waardoor het territorium aromatisch niemandsland wordt. Of erger, het territorium komt in handen te vallen van de grote machine.
Het verwijderen van iemands geur heeft een aantal verschillende methodes, die hoofdzakelijk neerkomen op twee variaties. Ofwel de geur wordt verwijderd door iets schoon te maken, of de drager van de geur wordt gedwongen zijn eigen geur te verwijderen. Ze zijn beiden redelijk wreed, door iemands territorium en eigenste te verwijderen, het speciaal van nature opgeëiste stukje aarde (en ook echt vaak een heel klein stukje maar) en daarmee de drager van de geur in ballingschap te dwingen, maar de tweede is het ergst. Dat is in gebaar gelijk een overwonnen Fransman die gedwongen wordt de Franse vlag boven Versailles neer te halen, kolonialen die 'at gunpoint' gedwongen worden hun eigen kampong in brand te steken, Trojanen die bij wijze van taakstraf hun muur moeten slopen, of nog meer redelijk verzonnen voorbeelden. Niet alleen verlies je je territorium, niet alleen zie je toe dat het gebeurt, maar je moet het zelf gedwongen opgeven. Dit kan door gedwongen worden je kamer op te ruimen, om maar iets geks te noemen.
Dit is het moment om me aan te klagen dat ik banaliteiten onnodig uitvergroot en ineens tot een halszaak maak met absurde disproportionele vergelijkingen en het moment dat ik mijn hoofd schud en benadruk dat het terrein dat we verliezen dankzij het haast dagelijkse, systematisch uitroeien van onze nestgeur, maar bijvoorbeeld ook onze on- maar toch ordelijke manier van voorwerpen in onze kamers stallen, meer waard is dan wat voor een gebied dan ook! Ik hecht meer waarde aan mijn mens-zijn, de uiting van mijn wezen in lichamelijke en geestelijke praktijken, dan aan mijn nationale identiteit. Wellicht ben ik niet in de eerste plaats mens, maar 'mens' staat bij mijn beschrijving erg hoog in het lijstje, voor mijn y-chromosomen en mijn inmiddels afgeronde middelbare school, voor mijn broer- of zoon-zijn, voor mijn atheïsme en muzieksmaak, laat staan mijn nationaliteit, wat me eigenlijk in vergelijking geen boon kan schelen. Ik wil niet zeggen dat ik geen waarde hecht aan al die andere dingen, ik ben toevallig dol op mijn y-chromosomen, maar ik zal harder vechten om het gebied van mijn menselijkheid en natuur te verdedigen dan om mijn land.
Ik heb niets tegen Nederland. Ik ben er werkelijk van overtuigd dat er op Bayern na geen betere plek is om te leven, maar dat komt niet doordat ik zo trots ben op onze cultuur en identiteit. Mijn voorliefde voor Nederland ligt hem in de levensomstandigheden. Ik heb altijd genoeg te eten, ik kan altijd onderdak krijgen, het onderwijs is slecht maar niet hemeltergend waardeloos of afwezig, ik woon in een ruim huis met meer luxe dan een kind dat te lui is om één dagje te werken verdient en ik mag bloggen tot ik een ons weeg. Onder andere. De politiek vind ik een rotzooi, maar in ieder geval heeft onze overlegcultuur ons tot zoverre een samenleving gebracht waar gezondheidszorg betaalbaar is en de meerderheid van de mensen nog geneest ook. Als er nou nog gewoon wat minder Nederlanders waren zou het perfect zijn. Tussen de regels vandaan gehaald: ik heb een ontzettende hekel aan Nederlanders. Ik heb een werkelijke afkeer van Almeerders. Niet aan iedereen natuurlijk. Ik hecht nog wel waarde aan mijn leven. De paar echt goede mensen worden alleen in de vergelijking uitgewist door een massa bruin-groen-grijze smurrie waar zelfs de strontvliegen liever vanaf zouden blijven, zouden ze weten wat er allemaal inzit. Hint: het zijn geen EG-goedgekeurde hulpstoffen.
Hoe dan ook, het is tijd om mijn strijd voor het behoud van mijn menselijkheid en eigenheid tijdelijk op te geven, mijn kamer te luchten en mijn slaapgeur te verwijderen. Ik ben ook nog dingen vóór mens en die dingen moeten van tijd tot tijd toch ook wel de ruimte krijgen. Dat gezegd hebbende, morgen of zelfs vanavond beklim ik gewoon weer de barricades in de strijd om recht op onze natuurlijke mensheid. Ik zie de afkeurende en vertwijfelde blikken van de voorbijgangers al voor me.
Hugo Maat.
Het verwijderen van iemands geur heeft een aantal verschillende methodes, die hoofdzakelijk neerkomen op twee variaties. Ofwel de geur wordt verwijderd door iets schoon te maken, of de drager van de geur wordt gedwongen zijn eigen geur te verwijderen. Ze zijn beiden redelijk wreed, door iemands territorium en eigenste te verwijderen, het speciaal van nature opgeëiste stukje aarde (en ook echt vaak een heel klein stukje maar) en daarmee de drager van de geur in ballingschap te dwingen, maar de tweede is het ergst. Dat is in gebaar gelijk een overwonnen Fransman die gedwongen wordt de Franse vlag boven Versailles neer te halen, kolonialen die 'at gunpoint' gedwongen worden hun eigen kampong in brand te steken, Trojanen die bij wijze van taakstraf hun muur moeten slopen, of nog meer redelijk verzonnen voorbeelden. Niet alleen verlies je je territorium, niet alleen zie je toe dat het gebeurt, maar je moet het zelf gedwongen opgeven. Dit kan door gedwongen worden je kamer op te ruimen, om maar iets geks te noemen.
Dit is het moment om me aan te klagen dat ik banaliteiten onnodig uitvergroot en ineens tot een halszaak maak met absurde disproportionele vergelijkingen en het moment dat ik mijn hoofd schud en benadruk dat het terrein dat we verliezen dankzij het haast dagelijkse, systematisch uitroeien van onze nestgeur, maar bijvoorbeeld ook onze on- maar toch ordelijke manier van voorwerpen in onze kamers stallen, meer waard is dan wat voor een gebied dan ook! Ik hecht meer waarde aan mijn mens-zijn, de uiting van mijn wezen in lichamelijke en geestelijke praktijken, dan aan mijn nationale identiteit. Wellicht ben ik niet in de eerste plaats mens, maar 'mens' staat bij mijn beschrijving erg hoog in het lijstje, voor mijn y-chromosomen en mijn inmiddels afgeronde middelbare school, voor mijn broer- of zoon-zijn, voor mijn atheïsme en muzieksmaak, laat staan mijn nationaliteit, wat me eigenlijk in vergelijking geen boon kan schelen. Ik wil niet zeggen dat ik geen waarde hecht aan al die andere dingen, ik ben toevallig dol op mijn y-chromosomen, maar ik zal harder vechten om het gebied van mijn menselijkheid en natuur te verdedigen dan om mijn land.
Ik heb niets tegen Nederland. Ik ben er werkelijk van overtuigd dat er op Bayern na geen betere plek is om te leven, maar dat komt niet doordat ik zo trots ben op onze cultuur en identiteit. Mijn voorliefde voor Nederland ligt hem in de levensomstandigheden. Ik heb altijd genoeg te eten, ik kan altijd onderdak krijgen, het onderwijs is slecht maar niet hemeltergend waardeloos of afwezig, ik woon in een ruim huis met meer luxe dan een kind dat te lui is om één dagje te werken verdient en ik mag bloggen tot ik een ons weeg. Onder andere. De politiek vind ik een rotzooi, maar in ieder geval heeft onze overlegcultuur ons tot zoverre een samenleving gebracht waar gezondheidszorg betaalbaar is en de meerderheid van de mensen nog geneest ook. Als er nou nog gewoon wat minder Nederlanders waren zou het perfect zijn. Tussen de regels vandaan gehaald: ik heb een ontzettende hekel aan Nederlanders. Ik heb een werkelijke afkeer van Almeerders. Niet aan iedereen natuurlijk. Ik hecht nog wel waarde aan mijn leven. De paar echt goede mensen worden alleen in de vergelijking uitgewist door een massa bruin-groen-grijze smurrie waar zelfs de strontvliegen liever vanaf zouden blijven, zouden ze weten wat er allemaal inzit. Hint: het zijn geen EG-goedgekeurde hulpstoffen.
Hoe dan ook, het is tijd om mijn strijd voor het behoud van mijn menselijkheid en eigenheid tijdelijk op te geven, mijn kamer te luchten en mijn slaapgeur te verwijderen. Ik ben ook nog dingen vóór mens en die dingen moeten van tijd tot tijd toch ook wel de ruimte krijgen. Dat gezegd hebbende, morgen of zelfs vanavond beklim ik gewoon weer de barricades in de strijd om recht op onze natuurlijke mensheid. Ik zie de afkeurende en vertwijfelde blikken van de voorbijgangers al voor me.
Hugo Maat.
22.6.09
Esnesnon 22-6-09
Goedenavond.
Ik onderbreek het uittrekken van mijn schoenen sporadisch met een paar woorden. Woorden via mijn zenuwen, richting mijn vingers, richting mijn toetsenbord, richting de computer, via het beeldscherm naar mijn ogen voor controle en via het internet richting blogger, om vanaf daar naar andere computers, richting andere beeldschermen, richting andere ogen en richting andere hersenen. En dat is de makkelijke, beknopte omschrijving. Het zou overigens zomaar eens een onjuiste omschrijving kunnen zijn, daar zie ik mezelf toe in staat. Als schrijver druk ik je graag op het hart dat alles wat hier geschreven wordt echter, de leugens inbegrepen, de volledige waarheid is. Die waarheid geldt echter alleen binnen de eendjes en nullen van dit blog, daarbuiten is esnesnon-kennis ofwel niet relevant ofwel niet toepasbaar. De enige manier om deze private vorm van waarheid toe te passen op andere zaken is eenvoudigerwijs het domein, het gebied van esnesnon uit te breiden. Door de wereld onder esnesnon te schikken kunnen de bijbehorende wetten er ook toepassing op vinden. Het moment dat je tuin, bijvoorbeeld, deel uitmaakt van dit blog zijn de waarheden die binnen esnesnon bestaan ook de waarheden van je tuin.
Wegens de opzet van de illustratie doet dit fenomeen zich enigzins vreemd voor, terwijl er heus iets voor te zeggen valt. Het vereist alleen een ander voorbeeld. Het eenvoudigste voorbeeld is waarschijnlijk de wiskunde. Deze kunst van zuivere logica kan geen relevante of kloppende uitspraken over de werkelijke wereld leveren omdat deze geheel op zichzelf staat en volgens het analytische axioma van waar is waar werkt met een onbesproken derde, wat de wiskunde tot een onpraktische zaak maakt. Echter kan de wiskunde nuttige uitkomsten leveren op het moment dat zaken in de echte wereld ineens veranderd worden in wiskundige zaken, oftewel, als het domein van de wiskunde verlegd wordt. Als drie appels en twee peren ineens worden betrokken tot het domein van de wiskunde worden ze veranderd in cijfers, of wellicht afmetingen en gewichten. Dan pas kan de wiskunde er relevante uitspraken over doen, als de werkelijke wereld voldoende is vertaald om wiskunde te zijn.
De basis van dit idee zou men zelfs kunnen uitweiden tot de notie van een dergelijk exclusief domein voor ieder mens. Dit gaat ervan uit dat door de beperkingen van menselijke communicatie we toch in zekere zin onze eigen interpretatie van de wereld creëren, sterker nog, onze eigen wereld maken in zekere zin. Ieder mens bouwt zijn eigen referentiekader om alle gebeurtenissen en opgedane kennis van het dagelijks leven een plaats te geven en te ordenen, aan de hand van dagelijkse kennis en gebeurtenissen. Dit kader is echter pas van toepassing op de wereld op het moment dat de wereld tot onderdeel van de menselijke beleving wordt gemaakt in plaats van een voorwerp op zichzelf. Dat gebeurt door de wereld te veranderen in een waarneming; oftewel gewoon door het waar te nemen. Dat is het proces dat het domein van de exclusieve menselijke beleving uitstrekt tot de objectieve wereld buiten ons, waardoor deze vatbaar wordt voor onze waarheden.
Nu is het tijd om de mensheid te verdelen in de mensen die dit lulkoek vinden, die dit interessant vinden, die hier niets van begrijpen en de mensen die liever niet door mij ingedeeld willen worden. Als ik zou kunnen tekenen zou ik een taartmenu tekenen waarin er één erg aanwezige kleur is. Maar als ik zou kunnen tekenen zou ik waarschijnlijk heel veel dingen tekenen. Ik bemerk dat met het verstrijken van tijd ook mijn vermogen om (quasi-)intelligente dingen te zeggen afneemt. Tijd om te slapen en daarna bier te drinken. Ik heb me genoeg gedragen.
Hugo Maat.
Ik onderbreek het uittrekken van mijn schoenen sporadisch met een paar woorden. Woorden via mijn zenuwen, richting mijn vingers, richting mijn toetsenbord, richting de computer, via het beeldscherm naar mijn ogen voor controle en via het internet richting blogger, om vanaf daar naar andere computers, richting andere beeldschermen, richting andere ogen en richting andere hersenen. En dat is de makkelijke, beknopte omschrijving. Het zou overigens zomaar eens een onjuiste omschrijving kunnen zijn, daar zie ik mezelf toe in staat. Als schrijver druk ik je graag op het hart dat alles wat hier geschreven wordt echter, de leugens inbegrepen, de volledige waarheid is. Die waarheid geldt echter alleen binnen de eendjes en nullen van dit blog, daarbuiten is esnesnon-kennis ofwel niet relevant ofwel niet toepasbaar. De enige manier om deze private vorm van waarheid toe te passen op andere zaken is eenvoudigerwijs het domein, het gebied van esnesnon uit te breiden. Door de wereld onder esnesnon te schikken kunnen de bijbehorende wetten er ook toepassing op vinden. Het moment dat je tuin, bijvoorbeeld, deel uitmaakt van dit blog zijn de waarheden die binnen esnesnon bestaan ook de waarheden van je tuin.
Wegens de opzet van de illustratie doet dit fenomeen zich enigzins vreemd voor, terwijl er heus iets voor te zeggen valt. Het vereist alleen een ander voorbeeld. Het eenvoudigste voorbeeld is waarschijnlijk de wiskunde. Deze kunst van zuivere logica kan geen relevante of kloppende uitspraken over de werkelijke wereld leveren omdat deze geheel op zichzelf staat en volgens het analytische axioma van waar is waar werkt met een onbesproken derde, wat de wiskunde tot een onpraktische zaak maakt. Echter kan de wiskunde nuttige uitkomsten leveren op het moment dat zaken in de echte wereld ineens veranderd worden in wiskundige zaken, oftewel, als het domein van de wiskunde verlegd wordt. Als drie appels en twee peren ineens worden betrokken tot het domein van de wiskunde worden ze veranderd in cijfers, of wellicht afmetingen en gewichten. Dan pas kan de wiskunde er relevante uitspraken over doen, als de werkelijke wereld voldoende is vertaald om wiskunde te zijn.
De basis van dit idee zou men zelfs kunnen uitweiden tot de notie van een dergelijk exclusief domein voor ieder mens. Dit gaat ervan uit dat door de beperkingen van menselijke communicatie we toch in zekere zin onze eigen interpretatie van de wereld creëren, sterker nog, onze eigen wereld maken in zekere zin. Ieder mens bouwt zijn eigen referentiekader om alle gebeurtenissen en opgedane kennis van het dagelijks leven een plaats te geven en te ordenen, aan de hand van dagelijkse kennis en gebeurtenissen. Dit kader is echter pas van toepassing op de wereld op het moment dat de wereld tot onderdeel van de menselijke beleving wordt gemaakt in plaats van een voorwerp op zichzelf. Dat gebeurt door de wereld te veranderen in een waarneming; oftewel gewoon door het waar te nemen. Dat is het proces dat het domein van de exclusieve menselijke beleving uitstrekt tot de objectieve wereld buiten ons, waardoor deze vatbaar wordt voor onze waarheden.
Nu is het tijd om de mensheid te verdelen in de mensen die dit lulkoek vinden, die dit interessant vinden, die hier niets van begrijpen en de mensen die liever niet door mij ingedeeld willen worden. Als ik zou kunnen tekenen zou ik een taartmenu tekenen waarin er één erg aanwezige kleur is. Maar als ik zou kunnen tekenen zou ik waarschijnlijk heel veel dingen tekenen. Ik bemerk dat met het verstrijken van tijd ook mijn vermogen om (quasi-)intelligente dingen te zeggen afneemt. Tijd om te slapen en daarna bier te drinken. Ik heb me genoeg gedragen.
Hugo Maat.
21.6.09
Esnesnon 21-6-09
Goedemorgen.
Deze post krijg ik niet in een keer af en daar kan ik mee leven. Waar ik niet mee kan leven is het idee dat ik hem later niet af krijg, wat wel eens voor is gekomen op andere dagen. Zo heb ik zojuist nog twee drafts van afgelopen week in de prullenmand gemikt (en het was raak) omdat ze beiden gebaseerd waren op actualiteiten (vanuit mijn oogpunt, tenminste) en daardoor niet op een later tijdstip alsnog afgeschreven en gepubliceerd konden worden. Uit respect voor de overleden schrijfseltjes heb ik de eerste alinea van deze post aan de ongeboren brainchildren gewijd. Per slot van rekening zouden ze voor eeuwig zijn vergeten, door mij en door de wereld die nooit de kans heeft gehad er kennis van de nemen, wat een lot is dat ik alleen mensen aan wie ik me erger toewens. Voordat ik me af ga vragen of ik me misschien ergerde aan de posts die ik vernietigd heb ga ik over iets anders praten.
Mijn broer, die al enige tijd niet meer hier thuis woont, is van het weekend tijdelijk weder ingetrokken omdat hij nogal ziek, zwak en zo is. Hij claimt dus beurtelings de pc (ja, wij hebben er thuis maar één, big deal) en de televisie met bijbehorende bank, om vervolgens een beetje gloomy uit te zieken. Als groot voorstander van een beetje relativiteit op zijn tijd voel ik me daarom behoorlijk goed. Begrijp me alstublieft niet verkeerd, dit is niet omdat het hier om mijn broer gaat, iedere zieke die duidelijk aanwezig en merkbaar ziek met mij in één huis zit is goed voor mijn humeur zolang ik niet een deelgenoot van hun droevig lot ben. Om maar even lekker sadistisch te doen presenteer ik mijn lijfspreuk voor vandaag: Gedeelde smart is halve smart, maar smart dat alleen anderen treft is dubbel plezier. Brede grijns.
Ik hou van zonnig weer, want mijn uitzicht gaat er zo op vooruit. Het zorgt ervoor dat ik om de zoveel tijd even de tuin in tuur vanuit de studeerkamer (waar nooit gestudeerd wordt, maar goed) om eventjes af te dwalen en mijn schrijftempo een hartstilstand te bezorgen. Ik vind het een serie aangename onderbrekingen, die ook weer geen dag duren, zoals andere onderbrekingen die ik niet nader zal benoemen omdat het dan zou lijken dat ik er kwaad over spreek, wat ik liever eigenlijk niet doe. Ik heb er normaal geen probleem mee onderbroken te worden, sterker nog, ik heb vrijwel nooit klachten over onderbrekingen van alles dat op werk lijkt, maar soms ben ik al in zoverre in dat werk bezig geweest dat er een voldoening zit in het afmaken van de noeste, doch redelijk nutteloze arbeid.
Ik heb onlangs een cadeautje gekregen, een bijproduct van het einde van mijn vervelende middelbare schooltijd. Net alsof je een paar jaar lang door onduidelijke zompige grijsbruine prut waar dode Chinezen in drijven terwijl hun geesten uit gewoonte proberen zo dicht mogelijk op elkaar te staan, allerwijl de geur van verse mest, bruine suiker, wierrook en zilte zeelucht je neusgaten vult, om vervolgens op een stevige ondergrond te komen te staan; een groen grasland waar het alleen nog maar vaagjes ruikt naar overjarige, gecontainerde immigranten, om vervolgens dus nog een cadeau te krijgen ook. Het geval in kwestie is een boek, getiteld de dikke vegetariër, een prachtige hypallage (nee, dat spreek je níét op z'n frans uit) die noodzakelijk terugslaat op het boek, want het is ellendig moeilijk voor vegetariërs om dik te worden. Het is het standaardwerk voor de vegetarische keuken en dus net het boek dat ik met mijn vreemde eetafwijking kan benutten. Ik ga vandaag er nog wat uit bereiden ook, ik moet alleen nog even kiezen welk recept precies. Alle tijd van de wereld, als ik het goed heb.
Nu is het tijd dat ik de tekst van een liedje op ga zoeken waarvan ik spijt ga hebben dat ik het ken bij latere aangelegenheden, hoewel dat niet voor de korte termijn zal gelden. Rätselachtig. Niet dat ik behoefte aan raadsels heb, laat staan aan mensen die ze proberen op te lossen.
Hugo Maat.
Deze post krijg ik niet in een keer af en daar kan ik mee leven. Waar ik niet mee kan leven is het idee dat ik hem later niet af krijg, wat wel eens voor is gekomen op andere dagen. Zo heb ik zojuist nog twee drafts van afgelopen week in de prullenmand gemikt (en het was raak) omdat ze beiden gebaseerd waren op actualiteiten (vanuit mijn oogpunt, tenminste) en daardoor niet op een later tijdstip alsnog afgeschreven en gepubliceerd konden worden. Uit respect voor de overleden schrijfseltjes heb ik de eerste alinea van deze post aan de ongeboren brainchildren gewijd. Per slot van rekening zouden ze voor eeuwig zijn vergeten, door mij en door de wereld die nooit de kans heeft gehad er kennis van de nemen, wat een lot is dat ik alleen mensen aan wie ik me erger toewens. Voordat ik me af ga vragen of ik me misschien ergerde aan de posts die ik vernietigd heb ga ik over iets anders praten.
Mijn broer, die al enige tijd niet meer hier thuis woont, is van het weekend tijdelijk weder ingetrokken omdat hij nogal ziek, zwak en zo is. Hij claimt dus beurtelings de pc (ja, wij hebben er thuis maar één, big deal) en de televisie met bijbehorende bank, om vervolgens een beetje gloomy uit te zieken. Als groot voorstander van een beetje relativiteit op zijn tijd voel ik me daarom behoorlijk goed. Begrijp me alstublieft niet verkeerd, dit is niet omdat het hier om mijn broer gaat, iedere zieke die duidelijk aanwezig en merkbaar ziek met mij in één huis zit is goed voor mijn humeur zolang ik niet een deelgenoot van hun droevig lot ben. Om maar even lekker sadistisch te doen presenteer ik mijn lijfspreuk voor vandaag: Gedeelde smart is halve smart, maar smart dat alleen anderen treft is dubbel plezier. Brede grijns.
Ik hou van zonnig weer, want mijn uitzicht gaat er zo op vooruit. Het zorgt ervoor dat ik om de zoveel tijd even de tuin in tuur vanuit de studeerkamer (waar nooit gestudeerd wordt, maar goed) om eventjes af te dwalen en mijn schrijftempo een hartstilstand te bezorgen. Ik vind het een serie aangename onderbrekingen, die ook weer geen dag duren, zoals andere onderbrekingen die ik niet nader zal benoemen omdat het dan zou lijken dat ik er kwaad over spreek, wat ik liever eigenlijk niet doe. Ik heb er normaal geen probleem mee onderbroken te worden, sterker nog, ik heb vrijwel nooit klachten over onderbrekingen van alles dat op werk lijkt, maar soms ben ik al in zoverre in dat werk bezig geweest dat er een voldoening zit in het afmaken van de noeste, doch redelijk nutteloze arbeid.
Ik heb onlangs een cadeautje gekregen, een bijproduct van het einde van mijn vervelende middelbare schooltijd. Net alsof je een paar jaar lang door onduidelijke zompige grijsbruine prut waar dode Chinezen in drijven terwijl hun geesten uit gewoonte proberen zo dicht mogelijk op elkaar te staan, allerwijl de geur van verse mest, bruine suiker, wierrook en zilte zeelucht je neusgaten vult, om vervolgens op een stevige ondergrond te komen te staan; een groen grasland waar het alleen nog maar vaagjes ruikt naar overjarige, gecontainerde immigranten, om vervolgens dus nog een cadeau te krijgen ook. Het geval in kwestie is een boek, getiteld de dikke vegetariër, een prachtige hypallage (nee, dat spreek je níét op z'n frans uit) die noodzakelijk terugslaat op het boek, want het is ellendig moeilijk voor vegetariërs om dik te worden. Het is het standaardwerk voor de vegetarische keuken en dus net het boek dat ik met mijn vreemde eetafwijking kan benutten. Ik ga vandaag er nog wat uit bereiden ook, ik moet alleen nog even kiezen welk recept precies. Alle tijd van de wereld, als ik het goed heb.
Nu is het tijd dat ik de tekst van een liedje op ga zoeken waarvan ik spijt ga hebben dat ik het ken bij latere aangelegenheden, hoewel dat niet voor de korte termijn zal gelden. Rätselachtig. Niet dat ik behoefte aan raadsels heb, laat staan aan mensen die ze proberen op te lossen.
Hugo Maat.
20.6.09
Esnesnon 20-6-09
Goedenavond.
Mijn slaapritme heeft zich hersteld na een kleine schok zo rond eergisteren, toen ik pas om vier uur in bed lag om vervolgens om acht uur wakker te worden en nog uit bed te komen ook. Het resultaat was een dag waarbij ik de hele tijd bijna in slaap viel en ineens enorm wakker werd rond middernacht waardoor ik moeilijk weer in slaap viel. Wacht even, wat bazel ik nou. Mijn slaapritme heeft zich helemaal niet hersteld, dat is gewoon wishful thinking. Ik ben veel te wakker voor half elf 's avonds en mijn brainwave kwam ook volkomen op het verkeerde moment. Het zou me ook niets verbazen als ik zometeen niet in slaap val voor middernacht en mijn tijd vul met van die typische tijdmoordmethodes die de moderne techniek ons biedt.
Ik ga nu een dappere poging wagen om die laatste figuurlijke taartpunt (ik heb namelijk iets aangesneden) te koppelen aan een eerder uit de lucht gegrepen onderwerp, namelijk een brainwave. Een groot succes, zoals al af te lezen valt uit de vorige zin, want ze zijn aan elkaar gekoppeld binnen de omheining van een hoofdletter en een punt. Ook door aan te geven dat ze bij elkaar horen is die connectie al aangebracht en natuurlijk was er ook al een connectie in mijn hoofd, van wat voor soort dan ook, van metafysisch tot banaal, anders was ik nooit op het idee gekomen om ze op een dergelijke wijze bij elkaar te plaatsen. Nu moet ik nog voldoen aan een onuitgesproken eis (roomeis met aardbeien en slagroom) van een wellicht niet eens zo denkbeeldige lezer en een auteur die aan de wellicht niet eens zo denkbeeldige lezer probeert een verhaal te verkopen om die connectie op de één of andere manier aanschouwelijk te maken. Dit verhaal eveneens zou ik niet afsteken als ik niet al een beeld in mijn hoofd had van de connectie zoals ik die ga presenteren. So without further ado, een poging te bewijzen dat ik niet enkel lucht heb lopen kletsen, zonder dat een dergelijke poging vereist of nuttig is.
Ik stapte anderhalf uur terug op de fiets, reed halfslachtig de wijk door richting het huis van iemand die niet thuis was (waar ik me terdege bewust van was vanaf het vertrek), keerde, reed een eindje om het plaatselijke meertje heen en ging op een soort verlaten steiger die mij aan een stormvloedkering deed denken en ervoor zorgde dat ik mijn geheugen ging afzoeken naar een goed woord voor een dergelijke fluts. Ik zette mijn fiets neer, op slot omdat ik dat gewend ben en ging op het uiteinde van dat ding staan om naar de ondergaande zon te kijken. Iets later vroeg een voorbijganger, die ik wel eens eerder had ontmoet (we hebben samen in een space shuttle gezeten), mij waarom ik dat had gedaan. Mijn antwoord was 'zomaar.' Hoewel dat een steekhoudende reden blijft naar mijn mening is dat niet de volle waarheid. Ik had geen behoefte om alleen te zijn, dat was ik op mijn kamer of hier achter de computer, afgesloten van de buitenwereld ook al, in grote mate zelfs. Ik had geen behoefte aan frisse lucht, hoewel het me eigenlijk wel goed heeft gedaan. Ik deed het omdat ik vrij was en me vrij wilde voelen. Ik vind die verklaring zelf wat begrijpelijker als ik hem formuleer als 'ik was niets en wilde me niets voelen.' Experiences may vary.
Om even wat voort te kantklossen op die vreemde, quasi-filosofische zin die zo thuis zou kunnen horen in een emo-gedicht: Ik geloof dat je 'zijn' voor een aardig deel wordt bepaald door je 'doen.' Of andersom, maar dat is een beetje een kip-en-ei relatie. (Dat wil trouwens zeggen dat beide richtingen waar kunnen zijn, afhankelijk van de manier waarop je het bekijkt, het betekent niet per se dat het voor eeuwig doorgaat.) Mijn redenering is deze: Om vrij te zijn is om niets te doen. Niets zijn komt voort uit niets doen. Iets zijn betekent in ieder geval iets doen, bestaan in de eerste plaats. Concreter: een scholier zijn betekent naar school gaan. Een vegetariër zijn betekent vegetarisch eten. Wat betekent het een mens te zijn? Rationeel denken, zou je kunnen zeggen. Ik zou hier een pot wormen kunnen openen en vragen wat het betekent om een man of een vrouw te zijn of andere van dit soort sociaalfilosofische kwesties aan de orde brengen, maar dat laat ik voor het moment maar even. Wat betekent het dan om vrij te zijn van al deze dingen, van het zijn van een mens, het zijn van een leeftijd, een baan, een nationaliteit, een geslacht, een getypeerde persoonlijkheid? Het niet 'doen' van welk dan ook van deze dingen. En dus, op die manier, het zijn van niets door niets te doen.
Dit verklaart alleen hoe ik meen dat ik vrij kan zijn, het verklaart niet waarom ik vrij wilde zijn. Ik heb namelijk met de claim niets te willen zijn een zekere verantwoording af te leggen waarom ik geen mens, geen persoonlijkheid zou willen zijn. Ik heb het idee dat ik die verantwoording een beetje schuldig moet blijven omdat ik met die vraag met mezelf in de knoop zit. Dat wil zeggen, ik weet mijn eigen antwoord niet omdat er verschillende antwoorden zijn. De rebel zegt dat ik niet getypeerd wil worden door de wrede, onderdrukkende maatschappij en dat ik mijn leven wil leiden op mijn eigen manier. De hoogdraver zegt dat ieder mens vrijheid verlangt vanuit zijn natuur. De scepticus, die het meeste van mijn denkwerk beheerst, zegt dat ik waarschijnlijk graag wil volhouden dat ik vrijheid heb om me beter te voelen of om mezelf voor mijn gevoel boven de rest van de wereld te plaatsen die natuurlijk wel in het raderwerk van labels gevangen zit terwijl dat helemaal niet kan.
Een andere verklaring heeft te maken met mijn liefde voor het begrip dolce far niente. Met gewoon far niente ben ik maar al te bekend, in mijn tijd op school heb ik ontzettend veel niets gedaan. Niet alleen binnen de muren van het instituut, ook daarbuiten had ik er een handje van. Ik had geen behoefte om te zwoegen voor hoge cijfers, of voor geld of wie weet wat nog meer voor rommel. Het was aangenamer en makkelijker om mijn tijd te verdoen met de tijdmoordmethodes die de moderne technologie ons gebracht heeft. Het kost geen moeite, het houdt nooit op, het staat totale lichamelijke en geestelijke inactiviteit toe, het is eigenlijk een verlengstuk van slaap. Nee, far niente was geen kunst voor mij en ik paste het uitvoerig toe. Werd ik er gelukkig van? Natuurlijk niet. Er is weinig geluk te behalen in eeuwig slapen, een dergelijk leven levert alleen een afwezigheid van pijn op. Ik zou zonder problemen mijn hele leven slapend door kunnen brengen, als ik niet een soort overkoepelend, beoordelend bewustzijn had in een stoffig hoekje van mijn hoofd dat je zomaar eens een geweten zou kunnen noemen. Dat is het deel van mijn hoofd dat van tijd tot tijd ziet wat ik weken of jaren lang heb gedaan en zich zorgen maakt om vervolgens te schreeuwen om een grote ommekeer.
En dat is gewoon bullshit. Ik kan zo vaak als ik wil schreeuwen om een grote verandering in mijn leven, om een manier om alles anders te doen, maar ik weet maar al te goed dat er geen toekomst in die ideeën zit. Dat hoger bewustzijn houdt het in extreme gevallen misschien een paar dagen vol om mijn leven te beheersen, om vervolgens te verdwijnen waarna alles weer naar het oude terugkeert. Niet dat ik geen grote ommekeren ken. Ik had zostraks nog een moment waarop er zomaar eentje had kunnen gebeuren. Ik stond aan het water, kijkend naar de ondergaande zon, de golfjes tekenden zich duidelijk af doordat de kant die niet in de zon stond donker werd in vergelijking tot de rest van het water waardoor het hele meer in een reliëf veranderde, de wolken rond de zon werden goudkleurig en daarna roze, oftewel een perfect moment om tot bezinning te komen. In een film.
Ik geloof niet in die bekeringsmomenten. Ik geloof dat het net zoveel fictie is als liefde op het eerste gezicht, goddelijke openbaringen, (en nu is het tijd dat ik een goed voorbeeld noem, iets dat iedereen als fictie beschouwt) het zegevieren van het goede, zwevende auto's en pratende dieren. Als mensen al een soort inkeermoment hebben gekend in hun leven dan gnuif ik en reageer ik door het begrip fictie op te rekken voorbij verhalen in boeken of films die niet echt gebeurd zijn tot alles wat verzonnen is. Daarbij is ook het creëeren van verbanden inbegrepen. Ik zou humesiaans kunnen doen en zeggen dat alle verbanden door de menselijke geest geschapen worden en allemaal verzonnen zijn. Er is veel fictie die bestaat uit feiten die gewoon op een bepaalde manier verbonden en weergegeven zijn waardoor er een verhaal ontstaat dat niet noodzakelijk waar is. Dat doen mensen ook met hun eigen leven, door lijnen en verbanden waar te nemen in hun eigen geschiedenis en daarmee er een verhaal van makend dat niet per se waar is. Ik ben nu ontzettend hoogdravend aan het doen natuurlijk, omdat ik niet veel meer kan doen dan zeggen dat dit voor mij waar is om vervolgens aan te nemen (en te hopen) dat dit ook voor anderen geldt.
Waar wil ik nou eigenlijk heen? Ik kan in ieder geval zeggen waar de hoogdraver heen wil: namelijk dat ieder leven een eigen fictioneel kunstwerk is en dat we vrij zijn dat vorm te geven. Ik weet ook wat het hoger bewustzijn als conclusie geeft: Ik moet mijn leven eindelijk blijvend veranderen en het far niente inruilen voor het betere dolce far niente. Ik weet dat de scepticus alle mogelijke denkbeelden relativeert en reduceert tot iets basaals of aangeeft hoeveel onzin het eigenlijk is. Ik weet wat mijn Id wil, maar die is niet aan het woord geweest en dat gaat niet gebeuren ook. (Gore klootzak dat het is.) Ik weet wat mijn superego wil: namelijk dat ik mijn teksten een betere opbouw geef en dat ik van tevoren besluit wat de clue is. Als ik toch freudiaans bezig ben is het natuurlijk ook de bedoeling dat ik mijn ego aanspreek en vraag wat voor een clue die zoekt, maar het enige wat het ego ziet is alles wat niet gezegd wordt of de leegte van dingen die gezegd zouden kunnen worden, zou ik weten wat die dan zijn. De scepticus, die al enige tijd aan het woord is, zou zich hier afvragen of er wel een ego is en tenslotte uitkomen op een redelijk bedroevend en teleurstellend eindpunt. De conclusie is dat er geen conclusie is.
Hugo Maat.
Mijn slaapritme heeft zich hersteld na een kleine schok zo rond eergisteren, toen ik pas om vier uur in bed lag om vervolgens om acht uur wakker te worden en nog uit bed te komen ook. Het resultaat was een dag waarbij ik de hele tijd bijna in slaap viel en ineens enorm wakker werd rond middernacht waardoor ik moeilijk weer in slaap viel. Wacht even, wat bazel ik nou. Mijn slaapritme heeft zich helemaal niet hersteld, dat is gewoon wishful thinking. Ik ben veel te wakker voor half elf 's avonds en mijn brainwave kwam ook volkomen op het verkeerde moment. Het zou me ook niets verbazen als ik zometeen niet in slaap val voor middernacht en mijn tijd vul met van die typische tijdmoordmethodes die de moderne techniek ons biedt.
Ik ga nu een dappere poging wagen om die laatste figuurlijke taartpunt (ik heb namelijk iets aangesneden) te koppelen aan een eerder uit de lucht gegrepen onderwerp, namelijk een brainwave. Een groot succes, zoals al af te lezen valt uit de vorige zin, want ze zijn aan elkaar gekoppeld binnen de omheining van een hoofdletter en een punt. Ook door aan te geven dat ze bij elkaar horen is die connectie al aangebracht en natuurlijk was er ook al een connectie in mijn hoofd, van wat voor soort dan ook, van metafysisch tot banaal, anders was ik nooit op het idee gekomen om ze op een dergelijke wijze bij elkaar te plaatsen. Nu moet ik nog voldoen aan een onuitgesproken eis (roomeis met aardbeien en slagroom) van een wellicht niet eens zo denkbeeldige lezer en een auteur die aan de wellicht niet eens zo denkbeeldige lezer probeert een verhaal te verkopen om die connectie op de één of andere manier aanschouwelijk te maken. Dit verhaal eveneens zou ik niet afsteken als ik niet al een beeld in mijn hoofd had van de connectie zoals ik die ga presenteren. So without further ado, een poging te bewijzen dat ik niet enkel lucht heb lopen kletsen, zonder dat een dergelijke poging vereist of nuttig is.
Ik stapte anderhalf uur terug op de fiets, reed halfslachtig de wijk door richting het huis van iemand die niet thuis was (waar ik me terdege bewust van was vanaf het vertrek), keerde, reed een eindje om het plaatselijke meertje heen en ging op een soort verlaten steiger die mij aan een stormvloedkering deed denken en ervoor zorgde dat ik mijn geheugen ging afzoeken naar een goed woord voor een dergelijke fluts. Ik zette mijn fiets neer, op slot omdat ik dat gewend ben en ging op het uiteinde van dat ding staan om naar de ondergaande zon te kijken. Iets later vroeg een voorbijganger, die ik wel eens eerder had ontmoet (we hebben samen in een space shuttle gezeten), mij waarom ik dat had gedaan. Mijn antwoord was 'zomaar.' Hoewel dat een steekhoudende reden blijft naar mijn mening is dat niet de volle waarheid. Ik had geen behoefte om alleen te zijn, dat was ik op mijn kamer of hier achter de computer, afgesloten van de buitenwereld ook al, in grote mate zelfs. Ik had geen behoefte aan frisse lucht, hoewel het me eigenlijk wel goed heeft gedaan. Ik deed het omdat ik vrij was en me vrij wilde voelen. Ik vind die verklaring zelf wat begrijpelijker als ik hem formuleer als 'ik was niets en wilde me niets voelen.' Experiences may vary.
Om even wat voort te kantklossen op die vreemde, quasi-filosofische zin die zo thuis zou kunnen horen in een emo-gedicht: Ik geloof dat je 'zijn' voor een aardig deel wordt bepaald door je 'doen.' Of andersom, maar dat is een beetje een kip-en-ei relatie. (Dat wil trouwens zeggen dat beide richtingen waar kunnen zijn, afhankelijk van de manier waarop je het bekijkt, het betekent niet per se dat het voor eeuwig doorgaat.) Mijn redenering is deze: Om vrij te zijn is om niets te doen. Niets zijn komt voort uit niets doen. Iets zijn betekent in ieder geval iets doen, bestaan in de eerste plaats. Concreter: een scholier zijn betekent naar school gaan. Een vegetariër zijn betekent vegetarisch eten. Wat betekent het een mens te zijn? Rationeel denken, zou je kunnen zeggen. Ik zou hier een pot wormen kunnen openen en vragen wat het betekent om een man of een vrouw te zijn of andere van dit soort sociaalfilosofische kwesties aan de orde brengen, maar dat laat ik voor het moment maar even. Wat betekent het dan om vrij te zijn van al deze dingen, van het zijn van een mens, het zijn van een leeftijd, een baan, een nationaliteit, een geslacht, een getypeerde persoonlijkheid? Het niet 'doen' van welk dan ook van deze dingen. En dus, op die manier, het zijn van niets door niets te doen.
Dit verklaart alleen hoe ik meen dat ik vrij kan zijn, het verklaart niet waarom ik vrij wilde zijn. Ik heb namelijk met de claim niets te willen zijn een zekere verantwoording af te leggen waarom ik geen mens, geen persoonlijkheid zou willen zijn. Ik heb het idee dat ik die verantwoording een beetje schuldig moet blijven omdat ik met die vraag met mezelf in de knoop zit. Dat wil zeggen, ik weet mijn eigen antwoord niet omdat er verschillende antwoorden zijn. De rebel zegt dat ik niet getypeerd wil worden door de wrede, onderdrukkende maatschappij en dat ik mijn leven wil leiden op mijn eigen manier. De hoogdraver zegt dat ieder mens vrijheid verlangt vanuit zijn natuur. De scepticus, die het meeste van mijn denkwerk beheerst, zegt dat ik waarschijnlijk graag wil volhouden dat ik vrijheid heb om me beter te voelen of om mezelf voor mijn gevoel boven de rest van de wereld te plaatsen die natuurlijk wel in het raderwerk van labels gevangen zit terwijl dat helemaal niet kan.
Een andere verklaring heeft te maken met mijn liefde voor het begrip dolce far niente. Met gewoon far niente ben ik maar al te bekend, in mijn tijd op school heb ik ontzettend veel niets gedaan. Niet alleen binnen de muren van het instituut, ook daarbuiten had ik er een handje van. Ik had geen behoefte om te zwoegen voor hoge cijfers, of voor geld of wie weet wat nog meer voor rommel. Het was aangenamer en makkelijker om mijn tijd te verdoen met de tijdmoordmethodes die de moderne technologie ons gebracht heeft. Het kost geen moeite, het houdt nooit op, het staat totale lichamelijke en geestelijke inactiviteit toe, het is eigenlijk een verlengstuk van slaap. Nee, far niente was geen kunst voor mij en ik paste het uitvoerig toe. Werd ik er gelukkig van? Natuurlijk niet. Er is weinig geluk te behalen in eeuwig slapen, een dergelijk leven levert alleen een afwezigheid van pijn op. Ik zou zonder problemen mijn hele leven slapend door kunnen brengen, als ik niet een soort overkoepelend, beoordelend bewustzijn had in een stoffig hoekje van mijn hoofd dat je zomaar eens een geweten zou kunnen noemen. Dat is het deel van mijn hoofd dat van tijd tot tijd ziet wat ik weken of jaren lang heb gedaan en zich zorgen maakt om vervolgens te schreeuwen om een grote ommekeer.
En dat is gewoon bullshit. Ik kan zo vaak als ik wil schreeuwen om een grote verandering in mijn leven, om een manier om alles anders te doen, maar ik weet maar al te goed dat er geen toekomst in die ideeën zit. Dat hoger bewustzijn houdt het in extreme gevallen misschien een paar dagen vol om mijn leven te beheersen, om vervolgens te verdwijnen waarna alles weer naar het oude terugkeert. Niet dat ik geen grote ommekeren ken. Ik had zostraks nog een moment waarop er zomaar eentje had kunnen gebeuren. Ik stond aan het water, kijkend naar de ondergaande zon, de golfjes tekenden zich duidelijk af doordat de kant die niet in de zon stond donker werd in vergelijking tot de rest van het water waardoor het hele meer in een reliëf veranderde, de wolken rond de zon werden goudkleurig en daarna roze, oftewel een perfect moment om tot bezinning te komen. In een film.
Ik geloof niet in die bekeringsmomenten. Ik geloof dat het net zoveel fictie is als liefde op het eerste gezicht, goddelijke openbaringen, (en nu is het tijd dat ik een goed voorbeeld noem, iets dat iedereen als fictie beschouwt) het zegevieren van het goede, zwevende auto's en pratende dieren. Als mensen al een soort inkeermoment hebben gekend in hun leven dan gnuif ik en reageer ik door het begrip fictie op te rekken voorbij verhalen in boeken of films die niet echt gebeurd zijn tot alles wat verzonnen is. Daarbij is ook het creëeren van verbanden inbegrepen. Ik zou humesiaans kunnen doen en zeggen dat alle verbanden door de menselijke geest geschapen worden en allemaal verzonnen zijn. Er is veel fictie die bestaat uit feiten die gewoon op een bepaalde manier verbonden en weergegeven zijn waardoor er een verhaal ontstaat dat niet noodzakelijk waar is. Dat doen mensen ook met hun eigen leven, door lijnen en verbanden waar te nemen in hun eigen geschiedenis en daarmee er een verhaal van makend dat niet per se waar is. Ik ben nu ontzettend hoogdravend aan het doen natuurlijk, omdat ik niet veel meer kan doen dan zeggen dat dit voor mij waar is om vervolgens aan te nemen (en te hopen) dat dit ook voor anderen geldt.
Waar wil ik nou eigenlijk heen? Ik kan in ieder geval zeggen waar de hoogdraver heen wil: namelijk dat ieder leven een eigen fictioneel kunstwerk is en dat we vrij zijn dat vorm te geven. Ik weet ook wat het hoger bewustzijn als conclusie geeft: Ik moet mijn leven eindelijk blijvend veranderen en het far niente inruilen voor het betere dolce far niente. Ik weet dat de scepticus alle mogelijke denkbeelden relativeert en reduceert tot iets basaals of aangeeft hoeveel onzin het eigenlijk is. Ik weet wat mijn Id wil, maar die is niet aan het woord geweest en dat gaat niet gebeuren ook. (Gore klootzak dat het is.) Ik weet wat mijn superego wil: namelijk dat ik mijn teksten een betere opbouw geef en dat ik van tevoren besluit wat de clue is. Als ik toch freudiaans bezig ben is het natuurlijk ook de bedoeling dat ik mijn ego aanspreek en vraag wat voor een clue die zoekt, maar het enige wat het ego ziet is alles wat niet gezegd wordt of de leegte van dingen die gezegd zouden kunnen worden, zou ik weten wat die dan zijn. De scepticus, die al enige tijd aan het woord is, zou zich hier afvragen of er wel een ego is en tenslotte uitkomen op een redelijk bedroevend en teleurstellend eindpunt. De conclusie is dat er geen conclusie is.
Hugo Maat.
18.6.09
Esnesnon 18-6-09
Hoi.
In mijn utopie van de hemel is minstens één dag van de week 'uitslag van je examens ontvangen via de telefoon'-dag. Zoals, even denken, vandaag. Het is welbeschouwd een slecht idee om ergens bijzonder tevreden over te zijn, of iets de hemel in te prijzen, voordat het gebeurd is en je geen enkele kans hebt gehad om er kennis van de nemen, maar dat negeer ik hier volkomen, die zeldzame momenten van optimisme, zij het alleen voor één dag de toekomst in, koester ik en bewaar ik om er later cynisch over te kunnen lachen, wat ook weer een goed soort vermaak is.
Wat is er in hemelsnaam zo bijzonder aan een dag waarop je je uitslag krijgt van je examen over de telefoon? Ik zou het kunnen opsommen en daarna uitweiden, ik zou gewoon kunnen beginnen met ranten, hoewel ik ook zou kunnen ophouden om te beschrijven dat ik nadenk over verschillende manieren om het te vertellen omdat ik tijdens het schrijven al klaar was met denken. Ten eerste, ik ben nog niet aangekleed en dat is altijd pure win. Ik doe straks in het kader van openbare en private zedelijkheid maar een badjas en slippers aan terwijl ik mijn haar in een soort gore, gisteren een beetje gelakte bos ellende laat zitten. Ik ruik zelfs nog helemaal naar slaap en daar word ik heel tevreden van. Is er een grotere luxe dan de hele dag lang net uit bed komen? Ja, maar een beetje hyperbole kan geen kwaad in mijn hoofd.
Wacht, dat kan ik niet laten lopen. Wat is de grootste luxe? Ik kan niet zo goed een afzonderlijk iets noemen eigenlijk, ik kom al snel op combinaties. Dingen die voor mijn geestesoog springen, want mijn fantasie wordt door die vraag heel erg geprikkeld, zijn op de niet-zo-vroege ochtend: Zijden kamerjassen, jacuzzi's, aardbeien met slagroom, verschillende uitvoeringen van hele grote bedden met bíjna teveel kussens, lakens en dekens waar je ontzettend in wegzakt, enorme engelse tuinen, een volière met flamingo's met gouden halsbandjes, een standbeeld van chocola in de hal, een chocoladefontein, een privébibliotheek met gedempt licht en niet bijzonder overdreven maar wel erg comfortabele stoelen, hangmatten op zwarte caribische stranden, meters aan overdreven opgeflufte buffetten, een enorme marmeren trap met zachte bekleding om op te zitten, een waterval in huis, een enorme harem in moorse stijl, privézwembaden, een smaakvol ingerichte limousine op zonne-energie, een leven lang kunnen studeren, appeltaart. Een andere luxe is een bijzonder moment gedeeld met vriend(in)(en)(nen)(fluts) waarmee ik natuurlijk een gevoelig punt raakt dat vermoedelijk achterin je keel zit en een warme straal gal over de internetvloer uitnodigt. Hier, een teiltje.
Vandaag is bijzonder omdat het eigenlijk het einde van de les proefzwemmen is. Ik neem aan dat iedereen die dit leest ooit wel eens zwemles heeft gehad, dus dit zou een toegankelijke vergelijking moeten zijn. Het halen van het volgende niveau of het diploma bij zwemles bestond uit drie fases; de gewone lessen, het proefzwemmen en daarna het afzwemmen. De gewone lessen gebeurde niets mee, er zat geen consequentie aan en ze dienden als voorbereiding op een soort test: het proefzwemmen. Het proefzwemmen was die zwemles waarbij je aan het einde, mits je het goed had gedaan die les, een kaartje kreeg wat vermeldde dat je mocht gaan afzwemmen. Dat afzwemmen was dan een zwemles met toeschouwers van alle soorten en maten en soms muziek, waarbij je aan het einde een diploma in je klauwen kreeg gedrukt. Wat ik toen ook al opmerkelijk vond is dat het 'je mag gaan afzwemmen'-kaartje je eigenlijke diploma is. Het is geen uitnodiging voor de volgende ronde van uitdagingen, nee, het is de bevestiging dat je het gehaald hebt. Het maakt niet uit hoe erg je het vernachelt bij het afzwemmen, je kan bij wijze van spreken verdrinken, je krijgt gewoon je diploma. Iedereen bij afzwemmen krijgt een diploma. De kinderen uit het klasje die geen diploma krijgen zijn de kindjes die überhaupt niet mochten afzwemmen, dus de beslissing was in de proefzwemles gemaakt. Mijn analogie is onderhand wellicht duidelijk. Vandaag is het einde van de proefzwemles, de examens. Op twee juli, als we allemaal een diploma in onze klauwen krijgen, zijn de mensen die niet overgaan er misschien niet eens bij. Nou, dat mag wel, maar ze mogen niet in het water en ze krijgen ook niets. Op twee juli is het alleen maar een show voor de ouders en the like, die graag willen zien dat hun kind geslaagd is. Het is ceremonie, maar compleet betekenisloos. Twee weken eerder krijgt het zwemleskindje namelijk al een kaartje in handen dat meer betekenis heeft dan een diploma. Of bij ons zelfs een telefoontje. De tweede reden dat ik een goed gevoel heb over vandaag? Vandaag slaag ik.
De derde reden, en vermoedelijk de laatste want ik verwacht bezoek en ik weet niet hoeveel zin die hebben om mijn aandacht te delen met een toetsenbord, is een koud biertje om drie uur 's middags. We blijven namelijk optimistisch en gaan niet eens naar de telefoon kijken in die tijd. De zon schijnt dus ik richt de tuin een beetje comfortabel in, regel een paar zoutjes en wacht in goed gezelschap tot de badmeester me mijn kaartje geeft. Werkelijk, het ziet er prachtig uit. Een mededinger voor de grootste luxe, maar waarschijnlijk alleen voor mijn helft van de planeet: een koud biertje in de tuin in de zon en nietsen.
Hugo Maat.
In mijn utopie van de hemel is minstens één dag van de week 'uitslag van je examens ontvangen via de telefoon'-dag. Zoals, even denken, vandaag. Het is welbeschouwd een slecht idee om ergens bijzonder tevreden over te zijn, of iets de hemel in te prijzen, voordat het gebeurd is en je geen enkele kans hebt gehad om er kennis van de nemen, maar dat negeer ik hier volkomen, die zeldzame momenten van optimisme, zij het alleen voor één dag de toekomst in, koester ik en bewaar ik om er later cynisch over te kunnen lachen, wat ook weer een goed soort vermaak is.
Wat is er in hemelsnaam zo bijzonder aan een dag waarop je je uitslag krijgt van je examen over de telefoon? Ik zou het kunnen opsommen en daarna uitweiden, ik zou gewoon kunnen beginnen met ranten, hoewel ik ook zou kunnen ophouden om te beschrijven dat ik nadenk over verschillende manieren om het te vertellen omdat ik tijdens het schrijven al klaar was met denken. Ten eerste, ik ben nog niet aangekleed en dat is altijd pure win. Ik doe straks in het kader van openbare en private zedelijkheid maar een badjas en slippers aan terwijl ik mijn haar in een soort gore, gisteren een beetje gelakte bos ellende laat zitten. Ik ruik zelfs nog helemaal naar slaap en daar word ik heel tevreden van. Is er een grotere luxe dan de hele dag lang net uit bed komen? Ja, maar een beetje hyperbole kan geen kwaad in mijn hoofd.
Wacht, dat kan ik niet laten lopen. Wat is de grootste luxe? Ik kan niet zo goed een afzonderlijk iets noemen eigenlijk, ik kom al snel op combinaties. Dingen die voor mijn geestesoog springen, want mijn fantasie wordt door die vraag heel erg geprikkeld, zijn op de niet-zo-vroege ochtend: Zijden kamerjassen, jacuzzi's, aardbeien met slagroom, verschillende uitvoeringen van hele grote bedden met bíjna teveel kussens, lakens en dekens waar je ontzettend in wegzakt, enorme engelse tuinen, een volière met flamingo's met gouden halsbandjes, een standbeeld van chocola in de hal, een chocoladefontein, een privébibliotheek met gedempt licht en niet bijzonder overdreven maar wel erg comfortabele stoelen, hangmatten op zwarte caribische stranden, meters aan overdreven opgeflufte buffetten, een enorme marmeren trap met zachte bekleding om op te zitten, een waterval in huis, een enorme harem in moorse stijl, privézwembaden, een smaakvol ingerichte limousine op zonne-energie, een leven lang kunnen studeren, appeltaart. Een andere luxe is een bijzonder moment gedeeld met vriend(in)(en)(nen)(fluts) waarmee ik natuurlijk een gevoelig punt raakt dat vermoedelijk achterin je keel zit en een warme straal gal over de internetvloer uitnodigt. Hier, een teiltje.
Vandaag is bijzonder omdat het eigenlijk het einde van de les proefzwemmen is. Ik neem aan dat iedereen die dit leest ooit wel eens zwemles heeft gehad, dus dit zou een toegankelijke vergelijking moeten zijn. Het halen van het volgende niveau of het diploma bij zwemles bestond uit drie fases; de gewone lessen, het proefzwemmen en daarna het afzwemmen. De gewone lessen gebeurde niets mee, er zat geen consequentie aan en ze dienden als voorbereiding op een soort test: het proefzwemmen. Het proefzwemmen was die zwemles waarbij je aan het einde, mits je het goed had gedaan die les, een kaartje kreeg wat vermeldde dat je mocht gaan afzwemmen. Dat afzwemmen was dan een zwemles met toeschouwers van alle soorten en maten en soms muziek, waarbij je aan het einde een diploma in je klauwen kreeg gedrukt. Wat ik toen ook al opmerkelijk vond is dat het 'je mag gaan afzwemmen'-kaartje je eigenlijke diploma is. Het is geen uitnodiging voor de volgende ronde van uitdagingen, nee, het is de bevestiging dat je het gehaald hebt. Het maakt niet uit hoe erg je het vernachelt bij het afzwemmen, je kan bij wijze van spreken verdrinken, je krijgt gewoon je diploma. Iedereen bij afzwemmen krijgt een diploma. De kinderen uit het klasje die geen diploma krijgen zijn de kindjes die überhaupt niet mochten afzwemmen, dus de beslissing was in de proefzwemles gemaakt. Mijn analogie is onderhand wellicht duidelijk. Vandaag is het einde van de proefzwemles, de examens. Op twee juli, als we allemaal een diploma in onze klauwen krijgen, zijn de mensen die niet overgaan er misschien niet eens bij. Nou, dat mag wel, maar ze mogen niet in het water en ze krijgen ook niets. Op twee juli is het alleen maar een show voor de ouders en the like, die graag willen zien dat hun kind geslaagd is. Het is ceremonie, maar compleet betekenisloos. Twee weken eerder krijgt het zwemleskindje namelijk al een kaartje in handen dat meer betekenis heeft dan een diploma. Of bij ons zelfs een telefoontje. De tweede reden dat ik een goed gevoel heb over vandaag? Vandaag slaag ik.
De derde reden, en vermoedelijk de laatste want ik verwacht bezoek en ik weet niet hoeveel zin die hebben om mijn aandacht te delen met een toetsenbord, is een koud biertje om drie uur 's middags. We blijven namelijk optimistisch en gaan niet eens naar de telefoon kijken in die tijd. De zon schijnt dus ik richt de tuin een beetje comfortabel in, regel een paar zoutjes en wacht in goed gezelschap tot de badmeester me mijn kaartje geeft. Werkelijk, het ziet er prachtig uit. Een mededinger voor de grootste luxe, maar waarschijnlijk alleen voor mijn helft van de planeet: een koud biertje in de tuin in de zon en nietsen.
Hugo Maat.
12.6.09
Esnesnon 12-6-09
Goeiemorgen. (uitgerekte 'oe' wegens de gaap)
Ik had een examenstressdroom. Ik zit qua timing niet helemaal bij het juiste eind en als ik eraan terugdenk was het hele ding sowieso erg ongeloofwaardig. Maar goed, dat verschijnsel is niet geheel verrassend. Bij dromen kan ik achteraf met gemak aanwijzen waar de fouten zaten die het te onderscheiden maakten van de werkelijkheid, terwijl ik tijdens een droom op zijn extreemst me alleen een beetje verward voel. Ik vind het licht angstaanjagend te bedenken dat ik in een droom complete onzin voor realistisch en geloofwaardig kan aannemen om het pas later te beseffen, want dit brengt een misschien wel even onzinnige angst mee dat ik dit ook in andere situaties zou kunnen tegenkomen, dat ik situaties zou kunnen meemaken die alle besef van realiteit volkomen negeren en dermate absurd zijn dat ze in terugblik onmogelijk geloofd kunnen worden, om ze vervolgens, op het moment zelve, als volkomen plausibel aan te nemen en er naar te handelen. Voor mij is dat een schrikbeeld, vreemd als het moge klinken, om absurd te leven zonder het te beseffen.
Dat beseffen is eigenlijk het deel waar het me om gaat. Ik heb werkelijk niets tegen absurditeit. Als ik dat wel zou hebben zou ik niet met mezelf door één deur kunnen en zou ik veel eerder zijn opgehouden met dit blog (hoewel ik inmiddels geen idee meer heb waar ik met deze lappen tekst met nieuwe lay-out eigenlijk heen wil, maar ik heb dat ook nooit gehad) en misschien overdrijf ik ook wel en is een 'wie hou je voor de gek' wel op zijn plaats. Gisteravond had ik de behoefte om ten overstaan van tien, twintig onbekenden 'Rafiki!' te schreeuwen, wat naar mijn mening ongeveer illustreert wat ik bedoel met absurd leven terwijl ik het gewoon besef. Ik heb uiteindelijk geen bavianennamen door kamers geslingerd naar nietsvermoedende mensen met gemillimeterd haar maar ik besefte wel ineens dat ik meer te doen had in mijn freewheelweken dan ik had gedacht. (en waarom zet blogger rode lijntjes onder 'nietsvermoedende' en niet onder 'freewheelweken?' ik ben verward) Ik zou natuurlijk minder te doen hebben als ik mijn dagen niet zou slijten omringd door beeldschermen, bijna continu in pyjama (daar had ik even ruzie met de spelling) en mezelf grotendeels verwaarlozend. Zei ik dat hardop?
Hoe dan ook, ik heb nog niet verteld waar de droom over ging. Ik droomde dat ik op school (dat geeft al aan dat ik het gelijk absurd had kunnen en moeten vinden, maar goed) in het computerlokaal zat te wachten tot mijn volgende examen zou beginnen om elf uur. Ik was alleen glad vergeten waar het examen over zou gaan, blijkbaar was dat een belangrijk feit want ik besloot niet naar de examenzalen te gaan voordat ik het wist. Eerst zocht ik mijn geheugen af, maar ik kon niet bedenken welk examen ik nou nog niet gehad had. Het zou geen taal zijn, geen wiskunde ook, maar ik kon het niet bedenken. Steeds had ik dat bekende gevoel dat ik het wel wist hoewel de kennis net buiten mijn bereik lag. Ik besloot het dus (computerlokaal) op te zoeken op internet. Echter, hoe vaak ik ook 'eindexamen' of dergelijke zoektermen invoerde, het enige wat ik als resultaat kreeg waren foto's en filmpjes van amazone-indianen die in bomen hingen en met giftige pijltjes op grote dieren joegen. En het internet was een beetje langzaam. Uiteindelijk besloot ik vijf minuten voor tijd toch maar richting de gymzalen te rennen, maar op de trap liep ik een paar bekenden tegen het lijf die me meedeelden dat het toch maar 'random shit' was en dat er ook maar een paar mensen van mijn klas bij waren. Ik vond dat een hele opluchting en werd wakker. Nou ja, bij het wakker worden besefte ik ineens vrolijk dat ik helemaal geen examens meer had en dat ik daarom geen volgend examen kon bedenken. Een stressvolle droom, waar ik erg uitgeslapen en opgelaten uit wakker word. Enig.
Mijn slaapritme wordt aardig onderhouden, met ongeveer 12 tot 7, een gezonde tijd, met veel in- en uitslaapruimte. Hoewel ik nu nog een beetje zit te gapen. Van het weekend denk ik dat ik iets minder ga slapen. En ik heb twee liedjes in mijn hoofd, gelukkig niet tegelijkertijd. Ik kan overigens maar met moeite beslissen welke van de twee ik leuker vind, wat het niet veel makkelijker maakt. Heb ik al gezegd dat ik druk bezig ben om serieuzer schrijfwerk te ontduiken door hier te zitten bloggen? Vast niet. Ik krijg hoe dan ook de vreemde compulsie om deze post af te sluiten, om vervolgens een andere manier te vinden om mijn serieuzere bezigheid te omzeilen. Oh dear.
Hugo Maat.
Ik had een examenstressdroom. Ik zit qua timing niet helemaal bij het juiste eind en als ik eraan terugdenk was het hele ding sowieso erg ongeloofwaardig. Maar goed, dat verschijnsel is niet geheel verrassend. Bij dromen kan ik achteraf met gemak aanwijzen waar de fouten zaten die het te onderscheiden maakten van de werkelijkheid, terwijl ik tijdens een droom op zijn extreemst me alleen een beetje verward voel. Ik vind het licht angstaanjagend te bedenken dat ik in een droom complete onzin voor realistisch en geloofwaardig kan aannemen om het pas later te beseffen, want dit brengt een misschien wel even onzinnige angst mee dat ik dit ook in andere situaties zou kunnen tegenkomen, dat ik situaties zou kunnen meemaken die alle besef van realiteit volkomen negeren en dermate absurd zijn dat ze in terugblik onmogelijk geloofd kunnen worden, om ze vervolgens, op het moment zelve, als volkomen plausibel aan te nemen en er naar te handelen. Voor mij is dat een schrikbeeld, vreemd als het moge klinken, om absurd te leven zonder het te beseffen.
Dat beseffen is eigenlijk het deel waar het me om gaat. Ik heb werkelijk niets tegen absurditeit. Als ik dat wel zou hebben zou ik niet met mezelf door één deur kunnen en zou ik veel eerder zijn opgehouden met dit blog (hoewel ik inmiddels geen idee meer heb waar ik met deze lappen tekst met nieuwe lay-out eigenlijk heen wil, maar ik heb dat ook nooit gehad) en misschien overdrijf ik ook wel en is een 'wie hou je voor de gek' wel op zijn plaats. Gisteravond had ik de behoefte om ten overstaan van tien, twintig onbekenden 'Rafiki!' te schreeuwen, wat naar mijn mening ongeveer illustreert wat ik bedoel met absurd leven terwijl ik het gewoon besef. Ik heb uiteindelijk geen bavianennamen door kamers geslingerd naar nietsvermoedende mensen met gemillimeterd haar maar ik besefte wel ineens dat ik meer te doen had in mijn freewheelweken dan ik had gedacht. (en waarom zet blogger rode lijntjes onder 'nietsvermoedende' en niet onder 'freewheelweken?' ik ben verward) Ik zou natuurlijk minder te doen hebben als ik mijn dagen niet zou slijten omringd door beeldschermen, bijna continu in pyjama (daar had ik even ruzie met de spelling) en mezelf grotendeels verwaarlozend. Zei ik dat hardop?
Hoe dan ook, ik heb nog niet verteld waar de droom over ging. Ik droomde dat ik op school (dat geeft al aan dat ik het gelijk absurd had kunnen en moeten vinden, maar goed) in het computerlokaal zat te wachten tot mijn volgende examen zou beginnen om elf uur. Ik was alleen glad vergeten waar het examen over zou gaan, blijkbaar was dat een belangrijk feit want ik besloot niet naar de examenzalen te gaan voordat ik het wist. Eerst zocht ik mijn geheugen af, maar ik kon niet bedenken welk examen ik nou nog niet gehad had. Het zou geen taal zijn, geen wiskunde ook, maar ik kon het niet bedenken. Steeds had ik dat bekende gevoel dat ik het wel wist hoewel de kennis net buiten mijn bereik lag. Ik besloot het dus (computerlokaal) op te zoeken op internet. Echter, hoe vaak ik ook 'eindexamen' of dergelijke zoektermen invoerde, het enige wat ik als resultaat kreeg waren foto's en filmpjes van amazone-indianen die in bomen hingen en met giftige pijltjes op grote dieren joegen. En het internet was een beetje langzaam. Uiteindelijk besloot ik vijf minuten voor tijd toch maar richting de gymzalen te rennen, maar op de trap liep ik een paar bekenden tegen het lijf die me meedeelden dat het toch maar 'random shit' was en dat er ook maar een paar mensen van mijn klas bij waren. Ik vond dat een hele opluchting en werd wakker. Nou ja, bij het wakker worden besefte ik ineens vrolijk dat ik helemaal geen examens meer had en dat ik daarom geen volgend examen kon bedenken. Een stressvolle droom, waar ik erg uitgeslapen en opgelaten uit wakker word. Enig.
Mijn slaapritme wordt aardig onderhouden, met ongeveer 12 tot 7, een gezonde tijd, met veel in- en uitslaapruimte. Hoewel ik nu nog een beetje zit te gapen. Van het weekend denk ik dat ik iets minder ga slapen. En ik heb twee liedjes in mijn hoofd, gelukkig niet tegelijkertijd. Ik kan overigens maar met moeite beslissen welke van de twee ik leuker vind, wat het niet veel makkelijker maakt. Heb ik al gezegd dat ik druk bezig ben om serieuzer schrijfwerk te ontduiken door hier te zitten bloggen? Vast niet. Ik krijg hoe dan ook de vreemde compulsie om deze post af te sluiten, om vervolgens een andere manier te vinden om mijn serieuzere bezigheid te omzeilen. Oh dear.
Hugo Maat.
11.6.09
Esnesnon 11-6-09
Dag.
Als ik kon tekenen, zou ik vandaag de verbijsterende avonturen van Irrelephant man maken en posten, maar as is verbrandde turf en de aarde is niet rond. Nee, werkelijk niet. Het hele geloof dat de aarde rond is komt voor uit een uitgebreide, wereldwijde (en niet 'from around the world') samenzwering die ontstaan is in Frankrijk en later is overgenomen door de Amerikanen, die zelf nooit iets kunnen verzinnen en genoodzaakt zijn dingen van andere, betere culturen te stelen. De aarde is in feite plat. Kijk maar naar de grond onder je voeten. Je kunt er een lineaal tegenaan houden, maar die is recht. Volkomen. Ook buiten op straat is het zo. Met hele grote linealen kun je zien dat ook meren volkomen vlak zijn. Of wat dacht je dan van waterpassen? Die werken over het gehele aardoppervlak (ja, oppervlák), dus het moet wel recht lopen. Mooie, Europese uitvindingen die duidelijk bewijzen dat de ronde aarde een mythe is.
Dit betekent ook dat als we eindeloos in één richting reizen, dat we niet op hetzelfde punt terugkeren. In feite zijn er gewoon veel kopieën van de wereld waarvan we gemakshalve en egocentrisch maar uitgaan dat die uniek is. Dingen zijn helaas niet uniek en zeker onze eigen aarde niet. Maar wacht, hoor ik jullie zeggen, dan zou je ook jezelf tegen moeten komen! Nee, natuurlijk niet, die is er net vandoor gegaan om te proberen 'rond' de wereld te reizen. En stel je laat een briefje achter 'vreemdeling uit de verre wereld, bla di bla, geef bewijs,' dan kom je die zelf tegen. Ook als je vervolgens in de tegenovergestelde richting besluit te reizen.
Maar de foto's uit de ruimte, de satellieten, de documentaires, hoe verklaar je dat dan? Nou, heb je ooit zélf een foto uit de ruimte gemaakt, of heb je in een satelliet gezeten die 'rond' de aarde reist? Natuurlijk niet. Er zijn een paar foto's van de aarde vanuit de ruimte gemaakt, maar de overheden hebben ze verboden en vernietigd. En kijk welke landen er nou satellieten lanceren: Eerst Rusland, dan de VS, Frankrijk, Japan, China; de meest onbetrouwbare landen uit de wereldgeschiedenis. De SU en de VS zouden alles hebben geroepen om aan te geven dat ze meer wisten en konden dan hun grote dreigende tegenstander, betreft de Chinezen verwijs ik iedereen naar Mao Zedong en zijn mededogenloze jacht op spreeuwen, in Frankrijk kan men nog niet eens een normale wc maken dus dat ze een satelliet kunnen bouwen en lanceren is al helemaal ongeloofwaardig en de Jappen begin ik niet eens over. Ik vind het zelf wel interessant om te weten dat er maar tien landen zijn die satellieten kunnen lanceren en dat vijf daarvan in de grote G8-samenzwering zitten en de rest vazallen van deze club zijn. Een samenzwering is overduidelijk.
Nu nog de eeuwige vraag die opkomt bij het vallen van het woord samenzwering, 'waarom dan?' De verklaring is redelijk eenvoudig. Stel het zou van de ene op de andere dag bekend worden dat de verbrandingsmotor enorm achterhaald is en dat we al sedert jaren beter (zouden kunnen) weten. Het faillissement van General Motors is daar niets bij. In ongeveer een jaar tijd zou de op olie drijvende kapitalistische wereldeconomie in elkaar storten in een crisis die zijn gelijke niet kent. De helft van al het geld op aarde zou gewoon verdwijnen en met dat geld redelijk veel banen. Vanuit die crisis zal een post-kapitalistische samenleving ontstaan van mensen die ineens denken: 'Wat waren we eigenlijk dom dat we daarop vertrouwden!' en de wereld zal een betere plek worden voor iedereen. Dit alles gebeurt niet omdat de hoge heren (ja, nog altijd vooral heren, want die zijn koppiger en dommer) van de wereldeconomie, die we alle macht in handen hebben gegeven en redelijk veel vertrouwen, de heren die het paradigma bepalen en die met minder dan een handgebaar kleine individuen van de kaart kunnen vegen, hun positie van macht, die gebaseerd is op de onwetendheid van de betere alternatieven, niet willen verliezen. Wat betreft de mythe van de rondheid van de aarde, die wordt voornamelijk in stand gehouden door van die overbetaalde ruimteorganisaties en de wereldwijde overheden die nu al zo lang de platheid van de aarde ontkennen dat ze zich te veel zouden schamen als bekend zou worden dat het helemaal niet zo is. Ze besloten in ieder geval consequent te zijn. Compleet fout, maar consequent. En dat altijd beter dan inconsequent maar goed, want dan vertrouwt men je niet meer en krijg je niets meer gedaan, ook het goede niet. Beter is het dan om met het slechte pad het beste ergens van te maken. Of, mijn aanpak: kies het slechte pad, ga zitten en probeer je teennagels af te bijten.
Hugo Maat.
Als ik kon tekenen, zou ik vandaag de verbijsterende avonturen van Irrelephant man maken en posten, maar as is verbrandde turf en de aarde is niet rond. Nee, werkelijk niet. Het hele geloof dat de aarde rond is komt voor uit een uitgebreide, wereldwijde (en niet 'from around the world') samenzwering die ontstaan is in Frankrijk en later is overgenomen door de Amerikanen, die zelf nooit iets kunnen verzinnen en genoodzaakt zijn dingen van andere, betere culturen te stelen. De aarde is in feite plat. Kijk maar naar de grond onder je voeten. Je kunt er een lineaal tegenaan houden, maar die is recht. Volkomen. Ook buiten op straat is het zo. Met hele grote linealen kun je zien dat ook meren volkomen vlak zijn. Of wat dacht je dan van waterpassen? Die werken over het gehele aardoppervlak (ja, oppervlák), dus het moet wel recht lopen. Mooie, Europese uitvindingen die duidelijk bewijzen dat de ronde aarde een mythe is.
Dit betekent ook dat als we eindeloos in één richting reizen, dat we niet op hetzelfde punt terugkeren. In feite zijn er gewoon veel kopieën van de wereld waarvan we gemakshalve en egocentrisch maar uitgaan dat die uniek is. Dingen zijn helaas niet uniek en zeker onze eigen aarde niet. Maar wacht, hoor ik jullie zeggen, dan zou je ook jezelf tegen moeten komen! Nee, natuurlijk niet, die is er net vandoor gegaan om te proberen 'rond' de wereld te reizen. En stel je laat een briefje achter 'vreemdeling uit de verre wereld, bla di bla, geef bewijs,' dan kom je die zelf tegen. Ook als je vervolgens in de tegenovergestelde richting besluit te reizen.
Maar de foto's uit de ruimte, de satellieten, de documentaires, hoe verklaar je dat dan? Nou, heb je ooit zélf een foto uit de ruimte gemaakt, of heb je in een satelliet gezeten die 'rond' de aarde reist? Natuurlijk niet. Er zijn een paar foto's van de aarde vanuit de ruimte gemaakt, maar de overheden hebben ze verboden en vernietigd. En kijk welke landen er nou satellieten lanceren: Eerst Rusland, dan de VS, Frankrijk, Japan, China; de meest onbetrouwbare landen uit de wereldgeschiedenis. De SU en de VS zouden alles hebben geroepen om aan te geven dat ze meer wisten en konden dan hun grote dreigende tegenstander, betreft de Chinezen verwijs ik iedereen naar Mao Zedong en zijn mededogenloze jacht op spreeuwen, in Frankrijk kan men nog niet eens een normale wc maken dus dat ze een satelliet kunnen bouwen en lanceren is al helemaal ongeloofwaardig en de Jappen begin ik niet eens over. Ik vind het zelf wel interessant om te weten dat er maar tien landen zijn die satellieten kunnen lanceren en dat vijf daarvan in de grote G8-samenzwering zitten en de rest vazallen van deze club zijn. Een samenzwering is overduidelijk.
Nu nog de eeuwige vraag die opkomt bij het vallen van het woord samenzwering, 'waarom dan?' De verklaring is redelijk eenvoudig. Stel het zou van de ene op de andere dag bekend worden dat de verbrandingsmotor enorm achterhaald is en dat we al sedert jaren beter (zouden kunnen) weten. Het faillissement van General Motors is daar niets bij. In ongeveer een jaar tijd zou de op olie drijvende kapitalistische wereldeconomie in elkaar storten in een crisis die zijn gelijke niet kent. De helft van al het geld op aarde zou gewoon verdwijnen en met dat geld redelijk veel banen. Vanuit die crisis zal een post-kapitalistische samenleving ontstaan van mensen die ineens denken: 'Wat waren we eigenlijk dom dat we daarop vertrouwden!' en de wereld zal een betere plek worden voor iedereen. Dit alles gebeurt niet omdat de hoge heren (ja, nog altijd vooral heren, want die zijn koppiger en dommer) van de wereldeconomie, die we alle macht in handen hebben gegeven en redelijk veel vertrouwen, de heren die het paradigma bepalen en die met minder dan een handgebaar kleine individuen van de kaart kunnen vegen, hun positie van macht, die gebaseerd is op de onwetendheid van de betere alternatieven, niet willen verliezen. Wat betreft de mythe van de rondheid van de aarde, die wordt voornamelijk in stand gehouden door van die overbetaalde ruimteorganisaties en de wereldwijde overheden die nu al zo lang de platheid van de aarde ontkennen dat ze zich te veel zouden schamen als bekend zou worden dat het helemaal niet zo is. Ze besloten in ieder geval consequent te zijn. Compleet fout, maar consequent. En dat altijd beter dan inconsequent maar goed, want dan vertrouwt men je niet meer en krijg je niets meer gedaan, ook het goede niet. Beter is het dan om met het slechte pad het beste ergens van te maken. Of, mijn aanpak: kies het slechte pad, ga zitten en probeer je teennagels af te bijten.
Hugo Maat.
10.6.09
Esnesnon 10-6-09
Pre scriptum: Ik ben de honderd posts gepasseerd op dit ding, maar het telt niet omdat ik tussendoor afgehaakt ben. Ahem.
Goedenavond.
Van het ene moment op het andere zijn die twee weken die eerst gevuld waren met leegte ineens aardig volgepland, met in ieder geval íets te doen iedere dag van de week. Niet wat ik verwacht had. Vermoedelijk is vandaag de laatste dag tot aan de eenentwintigste dat ik niet iets specifiek op mijn kalender heb staan en om het te vieren heb ik deze dag dan ook gelijk helemaal ingevuld. Op het programma staat first thing in the morning het schrijven hier, nadat ik mezelf moeizaam uit bed gesleept heb, 's avonds staat verder schrijven aan iets anders, want ik hou het op één post per dag maximaal, om tussendoor nog even iets anders belangrijks te doen.
Morgen doet zich nog de wat mij betreft vreemdste bezigheid voor, namelijk een spoedrepetitie met mijn band. Omdat het van zeven tot we klaar zijn duurt en ik eerst nog even langshuppel bij bakentoneel, (ja, langshuppel. mu, wha, haha.) wordt mijn etenstijd weer een beetje freaky. Inderdaad, ik zit in een band. Misschien geef ik nog wel een seintje als we in september optreden, misschien ook wel helemaal niet. Zo fantastisch zijn we niet.
De dag van morgen toont anderzijds ook wel uitstekend het gebrék aan invulling van die oceaan aan tijd, omdat ik pas om vier uur iets hoef te doen en tot die tijd mijn leven aan het verkwisten ben, hoogstwaarschijnlijk. Dat is precies wat ik al twee weken doe, met enige onderbrekingen en ik denk niet dat ik er gemakkelijk mee zal ophouden. Ik hoop het langzaam maar zeker weer een beetje normaal te krijgen omdat het deel van mijn brein dat bij de laatste loting aangewezen is tot ratio ernstig hoofdschuddend naar mijn bezigheden van de laatste tijd kijkt en het is niet aangenaam als een deel van je brein besluit je hoofd te schudden en de rest toevallig niet. Ik word dus met fysiek geweld gedwongen om minder puur te hangen. Jech. Het plotseling beginnen te bloggen is geen slecht begin. Nu moet ik nog een ander belangrijk stukje tekst schrijven, bij voorkeur van de week nog, ik heb een heel erg druk weekend, ik moet mijn moeder van het idee af helpen dat ik geen dreun uitvoer in huis en ik moet nog de Variations Serieuses zien uit te werken en daarbij een rijstebrijberg aan oefening en frustratie trotseren. Het zijn allemaal dingen die geen echt schema en geen planning kennen, waardoor ik uiteindelijk eindig op de bank, gefixeerd op een beeldscherm en willekeurig virtuele entiteiten vernietigend. Dat vindt mijn ratio ook niks op de lange termijn.
Intussen ben ik iets minder gaan eten en iets minder gaan snacken. Ik kan het hebben, de vraag is alleen of het wel strookt met mijn gebruikelijke opvattingen, die duidelijk niet gewend zijn aan de hoeveelheid vrijheid die over mij uitgestort is. Hemeltjelief, ik heb ook nog heel erg veel leeswerk te doen, maar ik verruil stelselmatig een beeldscherm voor een boek en een bed dan wel bank of stoel voor een harde houten bureaustoel en erg onverstandige zithoudingen, waar ik vervolgens geen knikker van merk omdat de magische uitwerking van technologisch vermaak al mijn mogelijke ongemakken vermoordt. Het enige waar ik aan kan denken is dat ik wel enorm aan het lanterfanten moet zijn als ik ineens gewetensproblemen krijg. Ik ben regelrecht ongeschikt voor vrijheid. Dat mag linea recta in mijn motivatie om naar de VU te gaan.
Hugo Maat.
Goedenavond.
Van het ene moment op het andere zijn die twee weken die eerst gevuld waren met leegte ineens aardig volgepland, met in ieder geval íets te doen iedere dag van de week. Niet wat ik verwacht had. Vermoedelijk is vandaag de laatste dag tot aan de eenentwintigste dat ik niet iets specifiek op mijn kalender heb staan en om het te vieren heb ik deze dag dan ook gelijk helemaal ingevuld. Op het programma staat first thing in the morning het schrijven hier, nadat ik mezelf moeizaam uit bed gesleept heb, 's avonds staat verder schrijven aan iets anders, want ik hou het op één post per dag maximaal, om tussendoor nog even iets anders belangrijks te doen.
Morgen doet zich nog de wat mij betreft vreemdste bezigheid voor, namelijk een spoedrepetitie met mijn band. Omdat het van zeven tot we klaar zijn duurt en ik eerst nog even langshuppel bij bakentoneel, (ja, langshuppel. mu, wha, haha.) wordt mijn etenstijd weer een beetje freaky. Inderdaad, ik zit in een band. Misschien geef ik nog wel een seintje als we in september optreden, misschien ook wel helemaal niet. Zo fantastisch zijn we niet.
De dag van morgen toont anderzijds ook wel uitstekend het gebrék aan invulling van die oceaan aan tijd, omdat ik pas om vier uur iets hoef te doen en tot die tijd mijn leven aan het verkwisten ben, hoogstwaarschijnlijk. Dat is precies wat ik al twee weken doe, met enige onderbrekingen en ik denk niet dat ik er gemakkelijk mee zal ophouden. Ik hoop het langzaam maar zeker weer een beetje normaal te krijgen omdat het deel van mijn brein dat bij de laatste loting aangewezen is tot ratio ernstig hoofdschuddend naar mijn bezigheden van de laatste tijd kijkt en het is niet aangenaam als een deel van je brein besluit je hoofd te schudden en de rest toevallig niet. Ik word dus met fysiek geweld gedwongen om minder puur te hangen. Jech. Het plotseling beginnen te bloggen is geen slecht begin. Nu moet ik nog een ander belangrijk stukje tekst schrijven, bij voorkeur van de week nog, ik heb een heel erg druk weekend, ik moet mijn moeder van het idee af helpen dat ik geen dreun uitvoer in huis en ik moet nog de Variations Serieuses zien uit te werken en daarbij een rijstebrijberg aan oefening en frustratie trotseren. Het zijn allemaal dingen die geen echt schema en geen planning kennen, waardoor ik uiteindelijk eindig op de bank, gefixeerd op een beeldscherm en willekeurig virtuele entiteiten vernietigend. Dat vindt mijn ratio ook niks op de lange termijn.
Intussen ben ik iets minder gaan eten en iets minder gaan snacken. Ik kan het hebben, de vraag is alleen of het wel strookt met mijn gebruikelijke opvattingen, die duidelijk niet gewend zijn aan de hoeveelheid vrijheid die over mij uitgestort is. Hemeltjelief, ik heb ook nog heel erg veel leeswerk te doen, maar ik verruil stelselmatig een beeldscherm voor een boek en een bed dan wel bank of stoel voor een harde houten bureaustoel en erg onverstandige zithoudingen, waar ik vervolgens geen knikker van merk omdat de magische uitwerking van technologisch vermaak al mijn mogelijke ongemakken vermoordt. Het enige waar ik aan kan denken is dat ik wel enorm aan het lanterfanten moet zijn als ik ineens gewetensproblemen krijg. Ik ben regelrecht ongeschikt voor vrijheid. Dat mag linea recta in mijn motivatie om naar de VU te gaan.
Hugo Maat.
9.6.09
Esnesnon 9-6-09
*gaaap* Goedemorgen.
Na een paar flinke petsen op mijn neus te hebben ontvangen en boos te zijn aangekeken kom ik op mijn volgende geliefde onderwerp, de vrijheid van meningsuiting, waar ik nog even wat webpagina aan vuil wil maken door een poging doen een pleidooi af te steken, hopelijk voor de laatste keer ook, over het feit dat deze vrijheid niet bestaat terwijl ik ga proberen niet af te dwalen totdat ik er min of meer over uitgesproken ben en mijn best doe niet te denken aan de eeuwige pijnlijke vraag: 'Wil iemand dit wel lezen?' En misschien ga ik mijn zinnen ook nog inkorten.
Vrijheid van meningsuiting is opgenomen in de Nederlandse grondwet en wordt gezien als een paradepaardje van de westerse samenleving. Wat jammer dat er heel veel haken en ogen (en kruizen, grrr...) aan deze vrijheid zitten die het arme schaap gewoon opheffen. Beperkte vrijheid is namelijk, nou ja, een nogal paradoxaal begrip. De vrijheid van meningsuiting krijgt te lijden onder druk uit twee hoeken, namelijk de geschreven en de ongeschreven wetten. Aan de ene kant zijn er wetten die de vrijheid van meningsuiting, blijkbaar een grondrecht, tegenspreken in onze wet opgenomen en aan de andere kant is de grondwet ook nog ondergeschikt aan de normen en waarden van de samenleving.
Het is natuurlijk onmogelijk dat een wet rechtstreeks de grondwet tegenspreekt in het wetboekje, maar gelukkig stikt de Nederlandse grondwet van de achterdeurtjes. De grondwet vermeldt dat afluisterapparatuur verboden is maar is zo vriendelijk hierbij aan te geven dat het wel mag als dat bij wet specifiek toegestaan is of als dit wordt uitgevoerd door mensen die daarvoor door de wet zijn aangewezen, d.w.z de politie. Ik hoor wel eens dat Nederland het land met de meeste telefoontaps is en zo gek is dat idee ook niet. De wet van vrije meningsuiting is een beetje vager in Nederland. Het begon als een vrijheid van drukpers, maar het artikel is uitgebreid tot een verbod op censuur. Uit het artikel kan je concluderen dat het ook van toepassing is op mondeling verkondigen van je mening. Leuk en aardig, maar de schrijvers van de grondwet, slimme mensen, dat moet ik ze nageven, nemen even de clausule 'behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet' erin op. Hoofd - keyboard: nb.
Ik krijg de behoefte, als ik de Nederlandse grondwet lees, om een totalitaire staat te voorspellen, die compleet volgens de grondwet te rechtvaardigen valt. Onze grondwet garandeert ons geen vrijheid van meningsuiting, onschendbaarheid van onze huizen, recht op betoging, doordat ze overal een antwoord op heeft in de vorm van die kleine clausules. Alles wat de overheid nodig heeft is een wet die onze vrijheid inperkt, een uitzonderingsregel. Het hele zaakje staat continu in de startblokken voor het ontstaan van de constitutionele (en dat woord moest ik helaas opzoeken, waar ik me voor schaam) totalitaire staat der Nederlanden. Vanaf daar kun je het invullen zoals je wilt, eventueel met een grote geblondeerde leider, wiens posters op iedere straathoek hangen, als dat beeld strookt met jouw eigen nachtmerries.
Veel beperking op vrijheid van meningsuiting komt er vanuit de wet niet. Ik mag bijzonder veel vrije mening uiten voordat de staat me in de weg gaat staan. Vrijheid van meningsuiting wordt vooralsnog het meest in de weg gestaan voor de algemeen geldenende waarden en normen. Waar het bij de wettelijke kant van vrijheid van meningsuiting meer om een theoretische paradox gaat die deze vrijheid feitelijk ontkracht, gaat het bij de dagelijkse toepassing van die ongeschreven wetten om de praktijk.
Hier wordt het natuurlijk persoonlijk, want als ik het heb over dagelijkse beperkingen van vrijheid van meningsuiting dan heb ik het over mezelf. Valt moeilijk te ontkennen en te vermijden. Ik mag niet zeggen wat ik wil omdat ik respect moet hebben voor andermans overtuigingen op gebied van geloof, ik mag niet zeggen wat ik wil omdat iemand ergens erg gevoelig over is of omdat ik iemand ermee zou beledigen. Dat heeft niets te maken met de wet, dat heeft te maken met wat mijn ouders, leeftijdsgenoten (een flink aantal, meen ik in ieder geval), leraren en ook volkomen willekeurige mensen van mij verlangen. In onze maatschappij verlangt men dat we respect voor elkaar hebben, ook al verdienen we dat totaal niet. Dankzij de toepassing van allerlei machts- en opvoedstechnieken word ik al gecensureerd voor ik mijn mond opendoe en dat frustreert enorm. Maar, los van mijn eigen frustraties, die ongetwijfeld heel interessant zijn, vrijheid van meningsuiting wordt er gewoon ondergehouden door een wet die sterker is dan welke grondwet dan ook.
Maar waarom zijn we allemaal nog zo vol van die vrijheid van meningsuiting, als het eigenlijk maar een broos geheel is, met achterdeurtjes en beperkingen overal? Die vrijheid van meningsuiting is, net als de rest van de grondwet en net als al die normen en waarden, gewoon boven twijfel verheven. Het is gepromoveerd tot volkomen intrinsiek. Jammer dat een heilige, onschendbare vrijheid van meningsuiting wegens zijn gebrek aan raakvlakken met de werkelijkheid, helemaal niets kan. Hetzelfde geldt voor alles dat boven alle twijfel verheven is. Mijn eindconclusie is (mij) duidelijk. Alle religies, met name het katholieke, protestantse en islamitische geloof, met alle zijtakken en variaties, zijn gewoon achterlijk. Probeer me dat maar eens terug te laten nemen.
Hugo Maat.
Na een paar flinke petsen op mijn neus te hebben ontvangen en boos te zijn aangekeken kom ik op mijn volgende geliefde onderwerp, de vrijheid van meningsuiting, waar ik nog even wat webpagina aan vuil wil maken door een poging doen een pleidooi af te steken, hopelijk voor de laatste keer ook, over het feit dat deze vrijheid niet bestaat terwijl ik ga proberen niet af te dwalen totdat ik er min of meer over uitgesproken ben en mijn best doe niet te denken aan de eeuwige pijnlijke vraag: 'Wil iemand dit wel lezen?' En misschien ga ik mijn zinnen ook nog inkorten.
Vrijheid van meningsuiting is opgenomen in de Nederlandse grondwet en wordt gezien als een paradepaardje van de westerse samenleving. Wat jammer dat er heel veel haken en ogen (en kruizen, grrr...) aan deze vrijheid zitten die het arme schaap gewoon opheffen. Beperkte vrijheid is namelijk, nou ja, een nogal paradoxaal begrip. De vrijheid van meningsuiting krijgt te lijden onder druk uit twee hoeken, namelijk de geschreven en de ongeschreven wetten. Aan de ene kant zijn er wetten die de vrijheid van meningsuiting, blijkbaar een grondrecht, tegenspreken in onze wet opgenomen en aan de andere kant is de grondwet ook nog ondergeschikt aan de normen en waarden van de samenleving.
Het is natuurlijk onmogelijk dat een wet rechtstreeks de grondwet tegenspreekt in het wetboekje, maar gelukkig stikt de Nederlandse grondwet van de achterdeurtjes. De grondwet vermeldt dat afluisterapparatuur verboden is maar is zo vriendelijk hierbij aan te geven dat het wel mag als dat bij wet specifiek toegestaan is of als dit wordt uitgevoerd door mensen die daarvoor door de wet zijn aangewezen, d.w.z de politie. Ik hoor wel eens dat Nederland het land met de meeste telefoontaps is en zo gek is dat idee ook niet. De wet van vrije meningsuiting is een beetje vager in Nederland. Het begon als een vrijheid van drukpers, maar het artikel is uitgebreid tot een verbod op censuur. Uit het artikel kan je concluderen dat het ook van toepassing is op mondeling verkondigen van je mening. Leuk en aardig, maar de schrijvers van de grondwet, slimme mensen, dat moet ik ze nageven, nemen even de clausule 'behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet' erin op. Hoofd - keyboard: nb.
Ik krijg de behoefte, als ik de Nederlandse grondwet lees, om een totalitaire staat te voorspellen, die compleet volgens de grondwet te rechtvaardigen valt. Onze grondwet garandeert ons geen vrijheid van meningsuiting, onschendbaarheid van onze huizen, recht op betoging, doordat ze overal een antwoord op heeft in de vorm van die kleine clausules. Alles wat de overheid nodig heeft is een wet die onze vrijheid inperkt, een uitzonderingsregel. Het hele zaakje staat continu in de startblokken voor het ontstaan van de constitutionele (en dat woord moest ik helaas opzoeken, waar ik me voor schaam) totalitaire staat der Nederlanden. Vanaf daar kun je het invullen zoals je wilt, eventueel met een grote geblondeerde leider, wiens posters op iedere straathoek hangen, als dat beeld strookt met jouw eigen nachtmerries.
Veel beperking op vrijheid van meningsuiting komt er vanuit de wet niet. Ik mag bijzonder veel vrije mening uiten voordat de staat me in de weg gaat staan. Vrijheid van meningsuiting wordt vooralsnog het meest in de weg gestaan voor de algemeen geldenende waarden en normen. Waar het bij de wettelijke kant van vrijheid van meningsuiting meer om een theoretische paradox gaat die deze vrijheid feitelijk ontkracht, gaat het bij de dagelijkse toepassing van die ongeschreven wetten om de praktijk.
Hier wordt het natuurlijk persoonlijk, want als ik het heb over dagelijkse beperkingen van vrijheid van meningsuiting dan heb ik het over mezelf. Valt moeilijk te ontkennen en te vermijden. Ik mag niet zeggen wat ik wil omdat ik respect moet hebben voor andermans overtuigingen op gebied van geloof, ik mag niet zeggen wat ik wil omdat iemand ergens erg gevoelig over is of omdat ik iemand ermee zou beledigen. Dat heeft niets te maken met de wet, dat heeft te maken met wat mijn ouders, leeftijdsgenoten (een flink aantal, meen ik in ieder geval), leraren en ook volkomen willekeurige mensen van mij verlangen. In onze maatschappij verlangt men dat we respect voor elkaar hebben, ook al verdienen we dat totaal niet. Dankzij de toepassing van allerlei machts- en opvoedstechnieken word ik al gecensureerd voor ik mijn mond opendoe en dat frustreert enorm. Maar, los van mijn eigen frustraties, die ongetwijfeld heel interessant zijn, vrijheid van meningsuiting wordt er gewoon ondergehouden door een wet die sterker is dan welke grondwet dan ook.
Maar waarom zijn we allemaal nog zo vol van die vrijheid van meningsuiting, als het eigenlijk maar een broos geheel is, met achterdeurtjes en beperkingen overal? Die vrijheid van meningsuiting is, net als de rest van de grondwet en net als al die normen en waarden, gewoon boven twijfel verheven. Het is gepromoveerd tot volkomen intrinsiek. Jammer dat een heilige, onschendbare vrijheid van meningsuiting wegens zijn gebrek aan raakvlakken met de werkelijkheid, helemaal niets kan. Hetzelfde geldt voor alles dat boven alle twijfel verheven is. Mijn eindconclusie is (mij) duidelijk. Alle religies, met name het katholieke, protestantse en islamitische geloof, met alle zijtakken en variaties, zijn gewoon achterlijk. Probeer me dat maar eens terug te laten nemen.
Hugo Maat.
8.6.09
Esnesnon 8-6-09
Hoi.
Vijf dagen terug, om even te flashbacken/backflashen (back te flashen), maakte ik mijn laatste eindexamen (van tijdvak 1) en nu al, niet eens zo gek veel later, ervaar ik een enorme leegte in mijn bestaan. Ik heb het gekke gevoel dat het een verkleinde weergave is van het gevoel dat mensen die met pensioen gaan hebben. Ik ben niet eens waanzinnig blij over het einde van mijn middelbare schoolcarrière, dat is wat me misschien nog wel het meest frustreert en verwondert, ik weet zelfs niet echt goed wat ik met de ontstane vrije tijd moet doen.
Dat is een problematisch verschijnsel. Ik ben na vijf dagen al vrijheidsmoe, terwijl ik nog echt waanzinnig veel tijd door moet met zo niet evenveel, dan wel meer vrijheid dan voorheen. We gaan niet meer op vakantie, laat staan dus zo spectaculair als vorige zomer, wat mij met drie hele maanden vakantie zonder specifieke invulling laat liggen. Zonder schroom durf ik te beweren dat ik nog maar op een slordige vijf procent zit van de totaal uit te zitten tijd en dat als het de rest van deze drie maanden zo verder gaat dat ik daar niet erg vrolijk van word.
Het is niet alsof ik nooit voor vrijheidsmoeheid gewaarschuwd ben, of dat ik het nooit zelf een beetje ervaren heb. Ik kan me uitstekend vermaken, altijd al, hoe hersenlozer het vermaak hoe langer ik het volhou ook nog. Ik merk alleen dat ik vrijheidsmoe geworden ben als ik activiteiten ga ondernemen die niet vermakelijk zijn, als vermaak. Dan spendeer ik een complete dag aan een spel, of een serie die ik op internet kijk, terwijl die geen centje amusementswaarde voor me hebben. Of iets extremer, ik ga simpelweg ergens lopen; gewoon door de stad of het centrum lopen, door mijn eigen huis, over het strand, nergens heen en zonder het echt leuk te vinden. Het zijn lege acties die ik onderneem, dingen die mijn hoofd het zwijgen opleggen, geen negatieve en geen positieve waarde hebben.
Dan kom ik in het stadium van vrijheidsmoeheid, als ik dermate van mijn verplichtingen onttrokken ben dat ik, puur om een soort leegte aan tijd en bezigheid te vullen, lege dingen doe. Het moment dat ik zowel positieve en negatieve waarde ontneem aan mijn leven echter, ongeveer de boeddhistische richting, slaat het standaard negatief uit. Ik hou aan die lege acties een gevoel van regressie over, waarbij het voelt alsof ik ophou in verbinding te staan met de wereld. Kenmerken zijn aanvallen van geestelijke vermoeidheid zonder inspanning en lethargie, maar uiteindelijk slaat het geheel over in een gevoel van ernstige depressie. Af en toe ben ik in staat om mijn tijdsbesteding in te zien en krijg ik het ellendige gevoel van 'wát heb ik eigenlijk de hele dag lopen doen? Hoe laat is het?'
School nodigt continu negatieve en positieve oordelen uit. Het houdt me in de wereld en onder de mensen en geeft me altijd ook wel met waardeoordelen geladen activiteiten. Het gaat dus constant regressie tegen. Zeg ik daarmee dat school goed is? Nee, ik vind school vaak ronduit ellendig. Maar daar gaat het om, een waardeoordeel op zich al. Goede dingen en slechte dingen zijn in dit opzicht volkomen inwisselbaar, want het derde alternatief is in mijn ogen nog altijd onwenselijker. Tegenstrijdig als het moge klinken vanuit de vingers van iemand die in slaap valt tijdens lessen, school hield me wakker.
Na deze rant geef ik weer even wat terrein prijs dat ik gebruikte voor mijn verhaal: het is niet waar dat ik niets te doen heb van de vakantie. Er zijn wel degelijk activiteiten, wink wink, waarmee ik mijn tijd kan vullen en zolang de regressie niet langer dan een dag of vijf aanhoudt is er niets aan de hand. Ik voel me uitstekend en geen enkel medelijden is nodig, gewenst, of op de juiste persoon gericht, want dit is een enorm luxeprobleem van de orde 'ik heb niet genoeg slagroom op mijn bananenmilkshake die ik vanuit een hangmat opdrink terwijl ik naar de in de zee ondergaande zon kijk terwijl een aantrekkelijke plaatselijke bewoner m/v mij koelte toewuift en zachte muziek in de verte klinkt terwijl ook de krekels al zacht hun instrumenten beginnen te stemmen, hoewel ik ze in mijn zachte slaapplek niet hoor waardoor ik een aangename nachtrust geniet.' I'm fine.
Hugo Maat.
Vijf dagen terug, om even te flashbacken/backflashen (back te flashen), maakte ik mijn laatste eindexamen (van tijdvak 1) en nu al, niet eens zo gek veel later, ervaar ik een enorme leegte in mijn bestaan. Ik heb het gekke gevoel dat het een verkleinde weergave is van het gevoel dat mensen die met pensioen gaan hebben. Ik ben niet eens waanzinnig blij over het einde van mijn middelbare schoolcarrière, dat is wat me misschien nog wel het meest frustreert en verwondert, ik weet zelfs niet echt goed wat ik met de ontstane vrije tijd moet doen.
Dat is een problematisch verschijnsel. Ik ben na vijf dagen al vrijheidsmoe, terwijl ik nog echt waanzinnig veel tijd door moet met zo niet evenveel, dan wel meer vrijheid dan voorheen. We gaan niet meer op vakantie, laat staan dus zo spectaculair als vorige zomer, wat mij met drie hele maanden vakantie zonder specifieke invulling laat liggen. Zonder schroom durf ik te beweren dat ik nog maar op een slordige vijf procent zit van de totaal uit te zitten tijd en dat als het de rest van deze drie maanden zo verder gaat dat ik daar niet erg vrolijk van word.
Het is niet alsof ik nooit voor vrijheidsmoeheid gewaarschuwd ben, of dat ik het nooit zelf een beetje ervaren heb. Ik kan me uitstekend vermaken, altijd al, hoe hersenlozer het vermaak hoe langer ik het volhou ook nog. Ik merk alleen dat ik vrijheidsmoe geworden ben als ik activiteiten ga ondernemen die niet vermakelijk zijn, als vermaak. Dan spendeer ik een complete dag aan een spel, of een serie die ik op internet kijk, terwijl die geen centje amusementswaarde voor me hebben. Of iets extremer, ik ga simpelweg ergens lopen; gewoon door de stad of het centrum lopen, door mijn eigen huis, over het strand, nergens heen en zonder het echt leuk te vinden. Het zijn lege acties die ik onderneem, dingen die mijn hoofd het zwijgen opleggen, geen negatieve en geen positieve waarde hebben.
Dan kom ik in het stadium van vrijheidsmoeheid, als ik dermate van mijn verplichtingen onttrokken ben dat ik, puur om een soort leegte aan tijd en bezigheid te vullen, lege dingen doe. Het moment dat ik zowel positieve en negatieve waarde ontneem aan mijn leven echter, ongeveer de boeddhistische richting, slaat het standaard negatief uit. Ik hou aan die lege acties een gevoel van regressie over, waarbij het voelt alsof ik ophou in verbinding te staan met de wereld. Kenmerken zijn aanvallen van geestelijke vermoeidheid zonder inspanning en lethargie, maar uiteindelijk slaat het geheel over in een gevoel van ernstige depressie. Af en toe ben ik in staat om mijn tijdsbesteding in te zien en krijg ik het ellendige gevoel van 'wát heb ik eigenlijk de hele dag lopen doen? Hoe laat is het?'
School nodigt continu negatieve en positieve oordelen uit. Het houdt me in de wereld en onder de mensen en geeft me altijd ook wel met waardeoordelen geladen activiteiten. Het gaat dus constant regressie tegen. Zeg ik daarmee dat school goed is? Nee, ik vind school vaak ronduit ellendig. Maar daar gaat het om, een waardeoordeel op zich al. Goede dingen en slechte dingen zijn in dit opzicht volkomen inwisselbaar, want het derde alternatief is in mijn ogen nog altijd onwenselijker. Tegenstrijdig als het moge klinken vanuit de vingers van iemand die in slaap valt tijdens lessen, school hield me wakker.
Na deze rant geef ik weer even wat terrein prijs dat ik gebruikte voor mijn verhaal: het is niet waar dat ik niets te doen heb van de vakantie. Er zijn wel degelijk activiteiten, wink wink, waarmee ik mijn tijd kan vullen en zolang de regressie niet langer dan een dag of vijf aanhoudt is er niets aan de hand. Ik voel me uitstekend en geen enkel medelijden is nodig, gewenst, of op de juiste persoon gericht, want dit is een enorm luxeprobleem van de orde 'ik heb niet genoeg slagroom op mijn bananenmilkshake die ik vanuit een hangmat opdrink terwijl ik naar de in de zee ondergaande zon kijk terwijl een aantrekkelijke plaatselijke bewoner m/v mij koelte toewuift en zachte muziek in de verte klinkt terwijl ook de krekels al zacht hun instrumenten beginnen te stemmen, hoewel ik ze in mijn zachte slaapplek niet hoor waardoor ik een aangename nachtrust geniet.' I'm fine.
Hugo Maat.
7.6.09
Esnesnon 7-6-09
Goedemorgen.
Lekker geslapen? Ik ook wel, alleen een beetje kort. Na een uurtje te hebben gedaan alsof ik nog sliep ben ik maar achter de computer gekropen, die op een slaapdronken steenworp afstand ligt van mijn bed. Ik kan me niet herinneren ook maar iets gedroomd te hebben, dus het zal wel ontzettend interessant of leerzaam geweest zijn. En dan nu, eerst bloggen en daarna ontbijt. Ik heb toch nog geen trek.
Een berg verplaatsen doe je niet door steentjes te versjouwen, één voor één. Een berg verplaatsen doe je niet door te hopen dat God het voor je gaat doen als je hem heel lief vraagt om zijn Grote Plan voor de wereld om te gooien. Een berg verplaats je met een overbodig grote lading explosieven en een stel rechtzaken tegen natuurmonumenten. Dit is het moment dat er een man in een olifantenpak langsrent, met een grote letter Q op zijn borst gespeld en een vlaggetje van de McDonalds in zijn hand. Hij gaat wijdbeens voor je staan en roept uit: 'I am Irrelephant Man!' waarna hij weer verdwijnt. Op een paard, rijdend richting de ondergaande zon, die ineens is verschenen.
Dingen hebben de neiging hun magie en kracht te verliezen als je ze begrijpt. Dat is ongenuanceerd en veel te vaag geformuleerd, maar ik verzin vanzelf wel een betere uitspraak die wél uitlegt wat ik bedoel. Het directe beeld dat ik heb bij die bewering, die bewering komt daar ook voor een deel uit voort, is het begrijpen van de argumentatiestructuren van mr. president b@R4cK 0B4m@. Ik keek gisteren naar een stukje speech van hem en later die dag heb ik 's avonds een speech van hem online opgezocht om even te kijken en ik was een beetje teleurgesteld ineens. Ik vind het vaak leuk, zo'n speech, daar zijn ze waarschijnlijk ook voor, maar niet meer nu ik heb gelezen hoe die man het eigenlijk doet. Hij is niet bijzonder charismatisch, hij heeft gewoon veel geoefend en gebruikt hele sterke en waanzinnig typische constructies. Omdat ik het herken, verandert in mijn ogen zijn speech van een pleidooi voor vastberadenheid en verbroedering naar een spelletje waarin ik zijn argumentaties herken, eruit kan plukken en uiteindelijk zelfs voor hem kan afmaken voordat hij uitgesproken is. Dus, dag charisma en indruk in alles. Ik ben overigens niet eens een echte Obamaniak, dus wat maakt het ook uit.
Ik krijg soortgelijke onttoveringsverschijnselen ook bijvoorbeeld met filosofen, op het moment dat ik inzie wáárom ze bepaalde denkbeelden bezigden. Hobbes die de Engelse monarchisten op zijn dak kreeg, Kant die waanzinnig streng en protestants werd opgevoed, hoe meer ik weet over de mens achter de redenering hoe minder ik de redenering kan zien en hoe minder indruk die op mij maakt. Ik kan het soms zelfs bij mijn eigen denkbeelden doen, iets waar ik zelf niet echt vrolijk van word. Niet alleen filosofen, nu ik er over nadenk. Musici kan je ook helemaal verklaren en dus onttoveren. Beethovens geestelijke instabiliteit, Tsjaikovsky's gedwongen muziekcarrière, etcetera, etceteri.
Maar daar komt eigenlijk het tegengewicht tegen de ernstig ongenuanceerde bewering dat begrip kracht en magie doet verdwijnen. Ik vind muziek namelijk in veel gevallen nog steeds mooi. Ik begrijp wel dat wolken condenserende massa's water zijn, gevormd door luchtdrukverschillen en een zekere temperatuursverdeling in de atmosfeer, maar ik blijf, misschien mijn hele leven lang nog, pluisjes en watjes door de lucht drijven, die adembenemende uitzichten kunnen creeëren met een beetje goed licht. Ik blijf het leuk vinden als onze kat tegen mijn benen op loopt te schurken, ook al weet ik dat het beestje alleen maar graag wil dat ik haar te eten geef. Niet dat ik ineens de hele zaak laat rusten. Ik denk dat het betekent dat veel dingen in de wereld hun kracht en magie ontlenen aan onbegrip of erop steunen, in plaats van iets anders. Als dat onbegrip dan verdwijnt, raken die dingen ook invloed kwijt. Ik hou op voordat ik over iets begin dat ook maar in de verte te maken heeft met Rede en Religie. Het is veel te vroeg.
Hugo Maat.
Lekker geslapen? Ik ook wel, alleen een beetje kort. Na een uurtje te hebben gedaan alsof ik nog sliep ben ik maar achter de computer gekropen, die op een slaapdronken steenworp afstand ligt van mijn bed. Ik kan me niet herinneren ook maar iets gedroomd te hebben, dus het zal wel ontzettend interessant of leerzaam geweest zijn. En dan nu, eerst bloggen en daarna ontbijt. Ik heb toch nog geen trek.
Een berg verplaatsen doe je niet door steentjes te versjouwen, één voor één. Een berg verplaatsen doe je niet door te hopen dat God het voor je gaat doen als je hem heel lief vraagt om zijn Grote Plan voor de wereld om te gooien. Een berg verplaats je met een overbodig grote lading explosieven en een stel rechtzaken tegen natuurmonumenten. Dit is het moment dat er een man in een olifantenpak langsrent, met een grote letter Q op zijn borst gespeld en een vlaggetje van de McDonalds in zijn hand. Hij gaat wijdbeens voor je staan en roept uit: 'I am Irrelephant Man!' waarna hij weer verdwijnt. Op een paard, rijdend richting de ondergaande zon, die ineens is verschenen.
Dingen hebben de neiging hun magie en kracht te verliezen als je ze begrijpt. Dat is ongenuanceerd en veel te vaag geformuleerd, maar ik verzin vanzelf wel een betere uitspraak die wél uitlegt wat ik bedoel. Het directe beeld dat ik heb bij die bewering, die bewering komt daar ook voor een deel uit voort, is het begrijpen van de argumentatiestructuren van mr. president b@R4cK 0B4m@. Ik keek gisteren naar een stukje speech van hem en later die dag heb ik 's avonds een speech van hem online opgezocht om even te kijken en ik was een beetje teleurgesteld ineens. Ik vind het vaak leuk, zo'n speech, daar zijn ze waarschijnlijk ook voor, maar niet meer nu ik heb gelezen hoe die man het eigenlijk doet. Hij is niet bijzonder charismatisch, hij heeft gewoon veel geoefend en gebruikt hele sterke en waanzinnig typische constructies. Omdat ik het herken, verandert in mijn ogen zijn speech van een pleidooi voor vastberadenheid en verbroedering naar een spelletje waarin ik zijn argumentaties herken, eruit kan plukken en uiteindelijk zelfs voor hem kan afmaken voordat hij uitgesproken is. Dus, dag charisma en indruk in alles. Ik ben overigens niet eens een echte Obamaniak, dus wat maakt het ook uit.
Ik krijg soortgelijke onttoveringsverschijnselen ook bijvoorbeeld met filosofen, op het moment dat ik inzie wáárom ze bepaalde denkbeelden bezigden. Hobbes die de Engelse monarchisten op zijn dak kreeg, Kant die waanzinnig streng en protestants werd opgevoed, hoe meer ik weet over de mens achter de redenering hoe minder ik de redenering kan zien en hoe minder indruk die op mij maakt. Ik kan het soms zelfs bij mijn eigen denkbeelden doen, iets waar ik zelf niet echt vrolijk van word. Niet alleen filosofen, nu ik er over nadenk. Musici kan je ook helemaal verklaren en dus onttoveren. Beethovens geestelijke instabiliteit, Tsjaikovsky's gedwongen muziekcarrière, etcetera, etceteri.
Maar daar komt eigenlijk het tegengewicht tegen de ernstig ongenuanceerde bewering dat begrip kracht en magie doet verdwijnen. Ik vind muziek namelijk in veel gevallen nog steeds mooi. Ik begrijp wel dat wolken condenserende massa's water zijn, gevormd door luchtdrukverschillen en een zekere temperatuursverdeling in de atmosfeer, maar ik blijf, misschien mijn hele leven lang nog, pluisjes en watjes door de lucht drijven, die adembenemende uitzichten kunnen creeëren met een beetje goed licht. Ik blijf het leuk vinden als onze kat tegen mijn benen op loopt te schurken, ook al weet ik dat het beestje alleen maar graag wil dat ik haar te eten geef. Niet dat ik ineens de hele zaak laat rusten. Ik denk dat het betekent dat veel dingen in de wereld hun kracht en magie ontlenen aan onbegrip of erop steunen, in plaats van iets anders. Als dat onbegrip dan verdwijnt, raken die dingen ook invloed kwijt. Ik hou op voordat ik over iets begin dat ook maar in de verte te maken heeft met Rede en Religie. Het is veel te vroeg.
Hugo Maat.
5.6.09
Een half jaar zonder Esnesnon
Goedenavond.
Ik zal het kort houden, omdat ik ook nog een keer naar bed wil en toch deze post afgemaakt wil hebben. Het slaapt wat aangenamer als ik niet (damn, ik klikte op Ctrl +... ik weet nog wel dat ik niet wist hoe je dat ongedaan maakte. Doffe ellende, en een mooi bijkomstig leermoment dat op komt dagen als je regelmatig blogt, zelfs bij mij. (Ik bedoel eigenlijk specifiek bij mij, want ik heb geen enkele informatie of fatsoenlijke vermoedens betreffende andermans relatie tot deze eenvoudige commando's. Misschien ben ik de enige die de morfologische resonantie heeft gemist op dit punt, misschien klimmen paarse apen wel in stapels van blikken tomatensoep in plaats van bomen.) Volgens mij moet ik nóg een haakje.) Jup.
Wellicht ten overvloede: ik ga verder met posten. De posts zullen wederom op de oude manier benoemd worden en ik vermoed dat de schrijfstijl, inhoud en lengte weinig veranderd zullen zijn. Ik doe geen moeite mezelf iets aan te praten; ik begin met schrijven en kijk wat er op internet belandt zonder mezelf ergens toe te dwingen. Mocht je gek (gek! gek! *biebediebiebedie*) genoeg zijn om dit te gaan lezen en ergens de absurde (absurde! waanzinnige! krankzinnige!) behoefte op te vatten (met vanillesmaak en kersjes!) om zo af en toe nog een nieuwe post te lezen ook, dan staat zeuren vrij. Stiekem (niet stiekem dus, maar goed) is mijn ego daar natuurlijk heel erg blij mee. Ik walg van mezelf, ulieden heeft toestemming hetzelfde te voelen.
Deze post heet [insert title], wat niet betekent dat ik ga vertellen wat er in het afgelopen half jaar is gebeurd. Doe me een lol. Als je het wilt weten, gebruik dan je creativiteit om een episch verhaal te verzinnen waarin ik door de wereld van de geesten reisde terwijl mijn lichaam op aarde saaie dingen deed, om uiteindelijk de krankzinnige goden van de cheescake en de onderwereld het hoofd te bieden in een poging om een onschuldige van de eenzame opsluiting te redden. Of doe dat niet. Alternatief is om iemand anders te vragen hoe het met hem/haar/het ging en gewoon mijn naam in diens half jaarsverhaal in te vullen. Dat wil ook nog wel eens werken.
Gij zijt allen gewaarschuwd, ik heb in de komende twee maanden bijster weinig te doen. Dat betekent niet alleen dat er een kans bestaat dat ik wat ga schrijven, maar ook dat ik misschien niet zoveel beleef en dus uit mijn eigen krankzinnige brein ga putten voor schrijverij in plaats van recente gebeurtenissen, die per definitie wat minder verwrongen zijn. Waarom de waarschuwing? Zodat ik gelijk twee keer zoveel lezers heb.
De brug kraakte en stortte de diepte in. De kreet van het eekhoorntje weerkaatste tegen de rotswanden en werd daarna weggevaagd door het gebulder van de wrede stroomversnellingen beneden, die de planken van de brug gelijk de beenderen van de bosbewoner braken op de grillige zandsteen.
Hugo Maat.
Ik zal het kort houden, omdat ik ook nog een keer naar bed wil en toch deze post afgemaakt wil hebben. Het slaapt wat aangenamer als ik niet (damn, ik klikte op Ctrl +... ik weet nog wel dat ik niet wist hoe je dat ongedaan maakte. Doffe ellende, en een mooi bijkomstig leermoment dat op komt dagen als je regelmatig blogt, zelfs bij mij. (Ik bedoel eigenlijk specifiek bij mij, want ik heb geen enkele informatie of fatsoenlijke vermoedens betreffende andermans relatie tot deze eenvoudige commando's. Misschien ben ik de enige die de morfologische resonantie heeft gemist op dit punt, misschien klimmen paarse apen wel in stapels van blikken tomatensoep in plaats van bomen.) Volgens mij moet ik nóg een haakje.) Jup.
Wellicht ten overvloede: ik ga verder met posten. De posts zullen wederom op de oude manier benoemd worden en ik vermoed dat de schrijfstijl, inhoud en lengte weinig veranderd zullen zijn. Ik doe geen moeite mezelf iets aan te praten; ik begin met schrijven en kijk wat er op internet belandt zonder mezelf ergens toe te dwingen. Mocht je gek (gek! gek! *biebediebiebedie*) genoeg zijn om dit te gaan lezen en ergens de absurde (absurde! waanzinnige! krankzinnige!) behoefte op te vatten (met vanillesmaak en kersjes!) om zo af en toe nog een nieuwe post te lezen ook, dan staat zeuren vrij. Stiekem (niet stiekem dus, maar goed) is mijn ego daar natuurlijk heel erg blij mee. Ik walg van mezelf, ulieden heeft toestemming hetzelfde te voelen.
Deze post heet [insert title], wat niet betekent dat ik ga vertellen wat er in het afgelopen half jaar is gebeurd. Doe me een lol. Als je het wilt weten, gebruik dan je creativiteit om een episch verhaal te verzinnen waarin ik door de wereld van de geesten reisde terwijl mijn lichaam op aarde saaie dingen deed, om uiteindelijk de krankzinnige goden van de cheescake en de onderwereld het hoofd te bieden in een poging om een onschuldige van de eenzame opsluiting te redden. Of doe dat niet. Alternatief is om iemand anders te vragen hoe het met hem/haar/het ging en gewoon mijn naam in diens half jaarsverhaal in te vullen. Dat wil ook nog wel eens werken.
Gij zijt allen gewaarschuwd, ik heb in de komende twee maanden bijster weinig te doen. Dat betekent niet alleen dat er een kans bestaat dat ik wat ga schrijven, maar ook dat ik misschien niet zoveel beleef en dus uit mijn eigen krankzinnige brein ga putten voor schrijverij in plaats van recente gebeurtenissen, die per definitie wat minder verwrongen zijn. Waarom de waarschuwing? Zodat ik gelijk twee keer zoveel lezers heb.
De brug kraakte en stortte de diepte in. De kreet van het eekhoorntje weerkaatste tegen de rotswanden en werd daarna weggevaagd door het gebulder van de wrede stroomversnellingen beneden, die de planken van de brug gelijk de beenderen van de bosbewoner braken op de grillige zandsteen.
Hugo Maat.
Abonneren op:
Posts (Atom)