24.6.09

Esnesnon 24-6-09

... de resten vuil weggestopt in de kloven van mijn ogen, de ontspannen vingers met de gespannen palmen, mijn knieën opgetrokken tot hoogte van mijn schouders, mijn haar ongewassen en ongekamd, de droogte achterin mijn mond, het zacht murmelen van mijn maag, overal de geur van mezelf, die al uren de tijd heeft gehad op me in te dringen terwijl ik me tussen de dekens omdraaide en me een gepofte aardappel waande, uren voordat ik uit de oven en uit de aluminiumfolie hoefde. De sensatie van wakker worden en me achter een toetsenbord verschansen, gehuld in badjas en pyjama en mijn eigen nestgeur, waarvan ik vermoedelijk de enige persoon op de wereld ben die het aangenaam vindt, wat ook weer vermoedelijk voor iedereen geldt. Katten laten hun geur achter op plekken die ze voor zichzelf opeisen en aan die geur kunnen anderen, niet alleen katten, bemerken dat ze misschien niet op die plek moeten komen. Deze dierlijke wijze van territorium ziet men nog steeds een beetje terug in de nestgeur. Alleen strekt mijn territorium zich meestal uit tot mezelf, mijn badjas, mijn bed, of op die heerlijke dagen dat ik uitgebreid ben uitgeslapen en weiger mijn kamer te laten luchten, mijn hele kamer. Iedereen die in mijn territorium probeert te komen merkt gelijk dat het reeds in beslag genomen is en heeft dan twee opties: ofwel ze druipen af, verslagen door mijn geur, of ze proberen mijn gebied aan te vallen, wat in de moderne wereld niet langer gebeurt door het plaatsen van een andere nestgeur, maar door het verwijderen van de geur waardoor het territorium aromatisch niemandsland wordt. Of erger, het territorium komt in handen te vallen van de grote machine.

Het verwijderen van iemands geur heeft een aantal verschillende methodes, die hoofdzakelijk neerkomen op twee variaties. Ofwel de geur wordt verwijderd door iets schoon te maken, of de drager van de geur wordt gedwongen zijn eigen geur te verwijderen. Ze zijn beiden redelijk wreed, door iemands territorium en eigenste te verwijderen, het speciaal van nature opgeëiste stukje aarde (en ook echt vaak een heel klein stukje maar) en daarmee de drager van de geur in ballingschap te dwingen, maar de tweede is het ergst. Dat is in gebaar gelijk een overwonnen Fransman die gedwongen wordt de Franse vlag boven Versailles neer te halen, kolonialen die 'at gunpoint' gedwongen worden hun eigen kampong in brand te steken, Trojanen die bij wijze van taakstraf hun muur moeten slopen, of nog meer redelijk verzonnen voorbeelden. Niet alleen verlies je je territorium, niet alleen zie je toe dat het gebeurt, maar je moet het zelf gedwongen opgeven. Dit kan door gedwongen worden je kamer op te ruimen, om maar iets geks te noemen.

Dit is het moment om me aan te klagen dat ik banaliteiten onnodig uitvergroot en ineens tot een halszaak maak met absurde disproportionele vergelijkingen en het moment dat ik mijn hoofd schud en benadruk dat het terrein dat we verliezen dankzij het haast dagelijkse, systematisch uitroeien van onze nestgeur, maar bijvoorbeeld ook onze on- maar toch ordelijke manier van voorwerpen in onze kamers stallen, meer waard is dan wat voor een gebied dan ook! Ik hecht meer waarde aan mijn mens-zijn, de uiting van mijn wezen in lichamelijke en geestelijke praktijken, dan aan mijn nationale identiteit. Wellicht ben ik niet in de eerste plaats mens, maar 'mens' staat bij mijn beschrijving erg hoog in het lijstje, voor mijn y-chromosomen en mijn inmiddels afgeronde middelbare school, voor mijn broer- of zoon-zijn, voor mijn atheïsme en muzieksmaak, laat staan mijn nationaliteit, wat me eigenlijk in vergelijking geen boon kan schelen. Ik wil niet zeggen dat ik geen waarde hecht aan al die andere dingen, ik ben toevallig dol op mijn y-chromosomen, maar ik zal harder vechten om het gebied van mijn menselijkheid en natuur te verdedigen dan om mijn land.

Ik heb niets tegen Nederland. Ik ben er werkelijk van overtuigd dat er op Bayern na geen betere plek is om te leven, maar dat komt niet doordat ik zo trots ben op onze cultuur en identiteit. Mijn voorliefde voor Nederland ligt hem in de levensomstandigheden. Ik heb altijd genoeg te eten, ik kan altijd onderdak krijgen, het onderwijs is slecht maar niet hemeltergend waardeloos of afwezig, ik woon in een ruim huis met meer luxe dan een kind dat te lui is om één dagje te werken verdient en ik mag bloggen tot ik een ons weeg. Onder andere. De politiek vind ik een rotzooi, maar in ieder geval heeft onze overlegcultuur ons tot zoverre een samenleving gebracht waar gezondheidszorg betaalbaar is en de meerderheid van de mensen nog geneest ook. Als er nou nog gewoon wat minder Nederlanders waren zou het perfect zijn. Tussen de regels vandaan gehaald: ik heb een ontzettende hekel aan Nederlanders. Ik heb een werkelijke afkeer van Almeerders. Niet aan iedereen natuurlijk. Ik hecht nog wel waarde aan mijn leven. De paar echt goede mensen worden alleen in de vergelijking uitgewist door een massa bruin-groen-grijze smurrie waar zelfs de strontvliegen liever vanaf zouden blijven, zouden ze weten wat er allemaal inzit. Hint: het zijn geen EG-goedgekeurde hulpstoffen.

Hoe dan ook, het is tijd om mijn strijd voor het behoud van mijn menselijkheid en eigenheid tijdelijk op te geven, mijn kamer te luchten en mijn slaapgeur te verwijderen. Ik ben ook nog dingen vóór mens en die dingen moeten van tijd tot tijd toch ook wel de ruimte krijgen. Dat gezegd hebbende, morgen of zelfs vanavond beklim ik gewoon weer de barricades in de strijd om recht op onze natuurlijke mensheid. Ik zie de afkeurende en vertwijfelde blikken van de voorbijgangers al voor me.

Hugo Maat.

Geen opmerkingen: