Oh the times, they aren't a changing.
Ik weet niet zo goed hoe ik de volgende alinea moet koppelen aan iets dat ik vandaag wil opschrijven, dus ik vermoed dat het thematisch gezien er niets mee van doen heeft. Hetzelfde geldt overigens voor de titel.
Vandaag had ik een college over de invloed van de Beatles op de wereldgeschiedenis. Dit college heeft de standaard van vreemdheid (van 350 KiloWhuhs), gezet door het college over de invloed van thee over de wereldgeschiedenis, verslagen met een gehalte van ongeveer 417 KiloWhuhs. Ik heb zelden zovaak mijn hoofd tegen tafeltjes voor collegebanken geslagen in één college. En de Stones zijn toch beter.
(Deze overgang is ongeveer zo soepel en natuurlijk als het aanleggen van de Noord-Zuidlijn.)
Mensen die luid praten in treinen, tijdens colleges (m.u.v. de mensen die iets zinnigs over het onderwerp zeggen), tijdens concerten, op straat midden in de nacht, mensen die hun muziek zo hard zetten dat het drie straten verderop te horen is (that includes those cottonpicking concerts on days like the fifth of May), mensen die links op een roltrap staan om de mensen met haast te blokkeren, mensen die klagen omdat de liften in een bibliotheek te ver van elkaar af staan voor hun rolstoelgemak, mensen die hun draagbare muziek zo hard zetten dat je uit hun oordoppen mee kan luisteren over meters afstand en iedereen die stemt op politieke partijen zonder na te gaan wat de wezenlijke standpunten zijn vind ik stom. Ze moeten grote wijzigingen aanbrengen in hun gedrag, en niet alleen op de genoemde punten. Waarom? Omdat ze zichzelf maar vooral anderen belemmeren.
Wat geeft mij het recht om het gedrag van intellectuelen op te dringen aan de rest van de wereld? Niets natuurlijk. De maatschappelijke bovenklasse balanceert op een smalle lijn van principes die aan de ene kant de intellectuelen verplichten om mensen te helpen met hun ellendige leven en aan de andere kant de bovenlaag verplicht om haar superioriteit vol te houden om superieur te zijn. Dat laatste is iets ingewikkelder dan dat ik het hier stel.
De reden echter voor de wereld om het gedrag van intellectuelen over te nemen, de verstandige reden (hier begint de vicieuze cirkel van de verdoemenis van de idiotenklasse, in marxistische kringen ook wel bekend als het proletariaat), is het simpele feit dat de intellectuele weg de goede weg is. Dat baseer ik op het feit dat intellectuelen langere en gezondere levens leiden. Om de statistiek aan te halen en wetenschappelijke ondersteuning voor die claim te leveren zou ik mezelf moeten exerceren en zou deze post niet stroken met de hoofdboodschap van dit blog, dus dat zal ik niet doen. Je mag het rustig zelf uitzoeken, mocht je dat willen, maar het maakt me niet uit. Je hoeft me ook helemaal niet te geloven, want daar doe ik het niet om. Langer, maar vooral gezonder leven is voor de overgrote meerderheid van de bevolking een goed streven, maar er wordt geen verstandige levensstijl aan gekoppeld, waardoor het niet gebeurt. Is het dan de schuld van de elite dat ze elitair zijn, gezien het feit dat ze lang en gelukkig leven en hun kinderen opvoeden om hetzelfde te kunnen doen, of van de 'gewone burger' omdat ze weigeren mee te doen aan de verstandige koers, in weerwil van het gezonde verstand?
Of ben ik nu de paus aan het bekeren tot het katholicisme? Ik vermoed van wel. Verdomde vicieuze cirkel.
Hugo Maat
27.4.10
25.4.10
Esnesnon 25-4-10
Hallo.
Wat is het nut van kunst? Ik blijf je het antwoord schuldig, want volgens mij is die vraag bijna een contradictie. Als je mij vraagt hoe scherp de hoeken van een cirkel zijn weet ik ook niet zo goed wat ik moet zeggen. Als je mij vraagt hoeveel zand er in een gigabyte zit snap ik de vraag gewoon niet. Hetzelfde met kunst, omdat in mijn puriteinse, arrogant-romantische opvatting (arrogomantisch?) de termen 'kunst' en 'nut' niet van dezelfde wereld zijn.
Kunst heeft bijkomende pleziertjes, zoals vermaak en een klein meisje dat twee tuinen verderop tegen haar vader zegt: 'Pappa, ik hoor allemaal mooie pianomuziek.' Dat vind ik erg leuk.
Hoe dan ook. Ouders zijn ook maar mensen. Het zijn, sterker nog, misschien wel de meest menselijke wezens op de hele wereld. Je bent vast scherp genoeg om in te zien dat dit een kwestie van visie en niet van feiten is.
Waarom blijf ik met alles wat ik doe en denk altijd aan dezelfde dingen denken? Waarom is er altijd die constante waar iedere gedachte toe herleid kan worden? Ben ik zo dierlijk?
Dit is mijn blog in zijn rauwe vorm. Rood en bloederig. Ik zie de banen lopen, maar ik besef dat op enige afstand de kluwen zich tot een vast tapijt verweven. Ik zwaai naar je, als je het kunt zien.
Hugo Maat
Wat is het nut van kunst? Ik blijf je het antwoord schuldig, want volgens mij is die vraag bijna een contradictie. Als je mij vraagt hoe scherp de hoeken van een cirkel zijn weet ik ook niet zo goed wat ik moet zeggen. Als je mij vraagt hoeveel zand er in een gigabyte zit snap ik de vraag gewoon niet. Hetzelfde met kunst, omdat in mijn puriteinse, arrogant-romantische opvatting (arrogomantisch?) de termen 'kunst' en 'nut' niet van dezelfde wereld zijn.
Kunst heeft bijkomende pleziertjes, zoals vermaak en een klein meisje dat twee tuinen verderop tegen haar vader zegt: 'Pappa, ik hoor allemaal mooie pianomuziek.' Dat vind ik erg leuk.
Hoe dan ook. Ouders zijn ook maar mensen. Het zijn, sterker nog, misschien wel de meest menselijke wezens op de hele wereld. Je bent vast scherp genoeg om in te zien dat dit een kwestie van visie en niet van feiten is.
Waarom blijf ik met alles wat ik doe en denk altijd aan dezelfde dingen denken? Waarom is er altijd die constante waar iedere gedachte toe herleid kan worden? Ben ik zo dierlijk?
Dit is mijn blog in zijn rauwe vorm. Rood en bloederig. Ik zie de banen lopen, maar ik besef dat op enige afstand de kluwen zich tot een vast tapijt verweven. Ik zwaai naar je, als je het kunt zien.
Hugo Maat
22.4.10
Esnesnon 22-4-10
Let's talk books.
1: Anything ever written by Umberto Eco is good. Call me biased and burn me at the stake.
2: Most Dutch literature is depressing, bad and depressingly bad. Call me rather biased and roast me on a stick above a pile of burning Dutch literary works.
3: The modern literature has abandoned the important duty of criticizing the world. Most literary works confine themselves to criticizing fictional beings in a semi-fictional setting, hiding the opinion and critical mind of the author. Call me a left-wing arrogant bastard and hang me with my own intestines.
4: The book is still an important form of art, the modern society has not changed that. The dependency on paper is allowed to end, but books endure as something beyond ink and paper. Call me a foolish romantic and bludgeon me to death with the third part of the Twilight saga.
5: Post-modernist literature is a filthy lie and the very term is an internal contradiction. Call me conservative, obtuce and slit your own wrists while listening to someone playing Guitar Hero in the background.
Enough books.
You know what, not enough books. Reverse that statement in your mind, please, for I won't change it here. More books. Much more books. I say: bookshops begone! Break the arbitrary monopoly of commercialist fools, attempting to dominate that which they can never fully grasp in profit margins and balance sheets. I say: bring back the aristocracy, so we have well-educated people who don't have to make money, to write books and poems! Stop worrying about money. As a matter of fact, destroy the society that makes artists into wage-workers. You know what, let's destroy modern society anyway. It's insane and we are slowly moving towards a dark and desperate future. Yeah. Everyone who says history is at an end is an utter moron, but I welcome the one who says historical progress should end with open arms. I am a reactionary towards a past that doesn't exist, I am an idealist time traveler. Maybe I should just get back to playing jazz.
Hugo Maat
1: Anything ever written by Umberto Eco is good. Call me biased and burn me at the stake.
2: Most Dutch literature is depressing, bad and depressingly bad. Call me rather biased and roast me on a stick above a pile of burning Dutch literary works.
3: The modern literature has abandoned the important duty of criticizing the world. Most literary works confine themselves to criticizing fictional beings in a semi-fictional setting, hiding the opinion and critical mind of the author. Call me a left-wing arrogant bastard and hang me with my own intestines.
4: The book is still an important form of art, the modern society has not changed that. The dependency on paper is allowed to end, but books endure as something beyond ink and paper. Call me a foolish romantic and bludgeon me to death with the third part of the Twilight saga.
5: Post-modernist literature is a filthy lie and the very term is an internal contradiction. Call me conservative, obtuce and slit your own wrists while listening to someone playing Guitar Hero in the background.
Enough books.
You know what, not enough books. Reverse that statement in your mind, please, for I won't change it here. More books. Much more books. I say: bookshops begone! Break the arbitrary monopoly of commercialist fools, attempting to dominate that which they can never fully grasp in profit margins and balance sheets. I say: bring back the aristocracy, so we have well-educated people who don't have to make money, to write books and poems! Stop worrying about money. As a matter of fact, destroy the society that makes artists into wage-workers. You know what, let's destroy modern society anyway. It's insane and we are slowly moving towards a dark and desperate future. Yeah. Everyone who says history is at an end is an utter moron, but I welcome the one who says historical progress should end with open arms. I am a reactionary towards a past that doesn't exist, I am an idealist time traveler. Maybe I should just get back to playing jazz.
Hugo Maat
21.4.10
Esnesnon 21-4-10
Hallo.
Ik heb twee dingen die ik even wil benoemen en ik wil de lengte van deze post beperken om mijn tijd en het leesgemak te vergroten. Ik zou dus zomaar eens geneigd kunnen zijn mijn verhaal halverwege af te kappen.
Okee, eens kijken hoe dit gaat. Even ter uitleg, ik heb mijn persoonlijke limiet even op 250 woorden gezet en zit nu te schrijven met een 'write-or-die' machine die ervoor zorgt dat ik op redelijk tempo doorschrijf terwijl mijn woorden continu geteld worden. Dit gaat er tevens voor zorgen dat ik het meer heb over wat ik werkelijk bedoel. Dat gaat meteen al fout omdat ik nu over willekeurige dingen zit te schrijven met als enige oogmerk het niet krijgen van een strafmaatregel is.
Ik heb, als ik in een rotbui ben, weleens de neiging kleine lijstjes te maken met criteria om mensen al dan niet te mogen. Vandaag zette ik op mijn lijstje onder andere smaak van muziek, en voor de verandering was dat niet om mensen af te zeiken. Integendeel, ik was vandaag blij verrast en gecharmeerd toen iemand mij begroette met de vraag of het Händel was dat ik net speelde. (Ik zat achter een piano, vandaag.) Ik vind het al heel wat dat iemand naar me luistert, aandachtsgierig als ik ben, maar dat iemand vervolgens herkent wat ik speel en daar zich positief over uitlaat vind ik aangenaam. Als dat de eerste woorden zijn die iemand in een volzin tegen je uit leidt dat ertoe dat diegene zich ontzettend, nou ja, op positieve wijze in mijn blikveld vestigt. Dat wordt een goede samenwerking, denk ik dan. Ik laat even buiten beeld dat die samenwerking erg beperkt gaat worden in ruimte en tijd. Dat was boodschap één.
Boodschap twee heeft te maken met een ontzettende hoeveelheid verachting en maatschappelijke kritiek. Ik heb ineens geen zin meer om het uit te typen omdat meneer Fauré mijn zinnen bedaard heeft. Ik bewaar mijn gal wel voor de keukentafel morgenochtend of zo.
Hugo Maat
Ik heb twee dingen die ik even wil benoemen en ik wil de lengte van deze post beperken om mijn tijd en het leesgemak te vergroten. Ik zou dus zomaar eens geneigd kunnen zijn mijn verhaal halverwege af te kappen.
Okee, eens kijken hoe dit gaat. Even ter uitleg, ik heb mijn persoonlijke limiet even op 250 woorden gezet en zit nu te schrijven met een 'write-or-die' machine die ervoor zorgt dat ik op redelijk tempo doorschrijf terwijl mijn woorden continu geteld worden. Dit gaat er tevens voor zorgen dat ik het meer heb over wat ik werkelijk bedoel. Dat gaat meteen al fout omdat ik nu over willekeurige dingen zit te schrijven met als enige oogmerk het niet krijgen van een strafmaatregel is.
Ik heb, als ik in een rotbui ben, weleens de neiging kleine lijstjes te maken met criteria om mensen al dan niet te mogen. Vandaag zette ik op mijn lijstje onder andere smaak van muziek, en voor de verandering was dat niet om mensen af te zeiken. Integendeel, ik was vandaag blij verrast en gecharmeerd toen iemand mij begroette met de vraag of het Händel was dat ik net speelde. (Ik zat achter een piano, vandaag.) Ik vind het al heel wat dat iemand naar me luistert, aandachtsgierig als ik ben, maar dat iemand vervolgens herkent wat ik speel en daar zich positief over uitlaat vind ik aangenaam. Als dat de eerste woorden zijn die iemand in een volzin tegen je uit leidt dat ertoe dat diegene zich ontzettend, nou ja, op positieve wijze in mijn blikveld vestigt. Dat wordt een goede samenwerking, denk ik dan. Ik laat even buiten beeld dat die samenwerking erg beperkt gaat worden in ruimte en tijd. Dat was boodschap één.
Boodschap twee heeft te maken met een ontzettende hoeveelheid verachting en maatschappelijke kritiek. Ik heb ineens geen zin meer om het uit te typen omdat meneer Fauré mijn zinnen bedaard heeft. Ik bewaar mijn gal wel voor de keukentafel morgenochtend of zo.
Hugo Maat
19.4.10
Esnesnon 19-4-10
Waarschuwing: ik probeer mijn digitale pen aan een vorm van meta-ethisch relativisme dat erg weinig realistische raakvlakken heeft. Deze post zal dus flink onzinnig zijn.
Wat is een groter kwaad? Is kwaad het gedrag wat je zelf als slecht ziet of dat wat anderen als slecht zien? Het goede antwoord is natuurlijk een beetje van allebei en een beetje van Maggie. Dat komt omdat dit antwoord erg in het midden ligt en discussies zo op en neer schommelen naarmate tijd en plaats variëren dat de beste oplossing voor het menselijk ras het laten liggen van het vraagstuk inhoudt. Elk mens doet dit op zijn tijd, soms omdat ze doodgaan. Ofwel gezond verstand ofwel de dood is de uitweg van ieder filosofisch vraagstuk. Maar nu maak ik het mezelf een beetje te gemakkelijk.
Naar mijn mening wordt bepaald of iets slecht is of niet door beide partijen. Het is gemakkelijker om slecht te zijn dan niet-slecht. Dat zit zo:

Quod erat demonstrandum. Als je het zelf niets vindt voel je je ongemakkelijk erover, als andere mensen het niets vinden zullen ze er vaak voor zorgen dat je je ongemakkelijk voelt. In de wereld van oordelen van binnen en buiten is er vrijwel alleen afkeuring te vinden, afkeuring en wanhoop. (NB: Dit valt te voorkomen door geen eigen vermogen tot oordelen te hebben en gewoon willoos met de massa meegaan, zoals veel mensen doen in de hoop veilig te zijn. Dit werkt aardig voor veel mensen.)
Wat is wat mij betreft de relevantie van dit hele gezwam? Ik ben bezig met iets waar ik iemand blij mee maak (even geen discussie of ik gelijk heb hierin) en ik zelf blij word. Ik zorg dus voor een toename van geluk. Puur teleologisch gezien zou een dergelijke handeling mij tot een goed mens doen promoveren. Natuurlijk gaat het niet zo makkelijk. Het heeft iets van doen met gebruik maken van iemands naïve, kwetsbare geest om mijn eigen lage verlangens te kunnen vervullen. Dat vind ik persoonlijk slecht. Dat maakt mijn handeling slecht, maar eigenlijk alleen voor mij. Gevolgtrekking: mijn kwaadaardigheid is goed. Pijnlijke tweede gevolgtrekking: ik zou door moeten gaan met iets dat ik persoonlijk immoreel vind.
Nare extrapolatie: als je iets slechts aan het doen ben zou je door mogen gaan, als mensen het maar niet merken en om die reden denken dat je toch goed bent. Consequentie: liegen is ook goed. Kortom: de wereld is een nare plaats.
Hugo Maat
Wat is een groter kwaad? Is kwaad het gedrag wat je zelf als slecht ziet of dat wat anderen als slecht zien? Het goede antwoord is natuurlijk een beetje van allebei en een beetje van Maggie. Dat komt omdat dit antwoord erg in het midden ligt en discussies zo op en neer schommelen naarmate tijd en plaats variëren dat de beste oplossing voor het menselijk ras het laten liggen van het vraagstuk inhoudt. Elk mens doet dit op zijn tijd, soms omdat ze doodgaan. Ofwel gezond verstand ofwel de dood is de uitweg van ieder filosofisch vraagstuk. Maar nu maak ik het mezelf een beetje te gemakkelijk.
Naar mijn mening wordt bepaald of iets slecht is of niet door beide partijen. Het is gemakkelijker om slecht te zijn dan niet-slecht. Dat zit zo:

Quod erat demonstrandum. Als je het zelf niets vindt voel je je ongemakkelijk erover, als andere mensen het niets vinden zullen ze er vaak voor zorgen dat je je ongemakkelijk voelt. In de wereld van oordelen van binnen en buiten is er vrijwel alleen afkeuring te vinden, afkeuring en wanhoop. (NB: Dit valt te voorkomen door geen eigen vermogen tot oordelen te hebben en gewoon willoos met de massa meegaan, zoals veel mensen doen in de hoop veilig te zijn. Dit werkt aardig voor veel mensen.)
Wat is wat mij betreft de relevantie van dit hele gezwam? Ik ben bezig met iets waar ik iemand blij mee maak (even geen discussie of ik gelijk heb hierin) en ik zelf blij word. Ik zorg dus voor een toename van geluk. Puur teleologisch gezien zou een dergelijke handeling mij tot een goed mens doen promoveren. Natuurlijk gaat het niet zo makkelijk. Het heeft iets van doen met gebruik maken van iemands naïve, kwetsbare geest om mijn eigen lage verlangens te kunnen vervullen. Dat vind ik persoonlijk slecht. Dat maakt mijn handeling slecht, maar eigenlijk alleen voor mij. Gevolgtrekking: mijn kwaadaardigheid is goed. Pijnlijke tweede gevolgtrekking: ik zou door moeten gaan met iets dat ik persoonlijk immoreel vind.
Nare extrapolatie: als je iets slechts aan het doen ben zou je door mogen gaan, als mensen het maar niet merken en om die reden denken dat je toch goed bent. Consequentie: liegen is ook goed. Kortom: de wereld is een nare plaats.
Hugo Maat
17.4.10
Esnesnon 17-4-10
Goedemiddag.
De sakura bloeit in de achtertuin. Het is een joekel van een boom en een schoonheid. Het zegt iets over mijn (bij vlagen) deficiente studiediscipline dat ik gelijk denk aan mezelf verhangen als ik de volle roze glorie van de boom in me opneem. Om maar te zwijgen over het feit dat ik probeer niet geraakt te worden door de blaadjes.
Ik heb zitten lezen in de tuin (ik denk dat ik zometeen lekker daarmee doorga), ik zit te zwijmelen over een bloeiende boom, ik ben blootsvoets en mijn armen zijn continu onbedekt. Kortom, de lente is weer terug in mijn gedrag. Koppel daaraan een 'laid back attitude,' een lichte euforie en een verhoogde paringsdrang en je zou zeggen dat ik ook weer helemaal in het element lente zit. Míjn element.
Het nadeel van dit alles is wel dat ik op een heel erg laag pitje sta. Ik ben aartslui, hangerig en mijn hoofd dwaalt erger af dan de dwarrelende kersenbloemblaadjes. De enige manier waarop ik op het moment nog kan leren is door mezelf wijs te maken dat Nederland een exotisch fantasieland is vol luchtkastelen en dat ik een redelijk omvangrijke en gedetailleerde roman aan het lezen ben vol intrige. Gek genoeg lukt het aardig. Dat wordt vooral geholpen door het feit dat het teksten over het oude politieke bestel van dit land (dat van begin vorige eeuw) erg op een legende of mythe zonder relatie tot de werkelijkheid lijken als het wordt vergeleken met de totale warboel waar we vandaag de dag op moeten stemmen.
...
Eekhoorn.
Hugo Maat
Ps: Haargrensconflict.
De sakura bloeit in de achtertuin. Het is een joekel van een boom en een schoonheid. Het zegt iets over mijn (bij vlagen) deficiente studiediscipline dat ik gelijk denk aan mezelf verhangen als ik de volle roze glorie van de boom in me opneem. Om maar te zwijgen over het feit dat ik probeer niet geraakt te worden door de blaadjes.
Ik heb zitten lezen in de tuin (ik denk dat ik zometeen lekker daarmee doorga), ik zit te zwijmelen over een bloeiende boom, ik ben blootsvoets en mijn armen zijn continu onbedekt. Kortom, de lente is weer terug in mijn gedrag. Koppel daaraan een 'laid back attitude,' een lichte euforie en een verhoogde paringsdrang en je zou zeggen dat ik ook weer helemaal in het element lente zit. Míjn element.
Het nadeel van dit alles is wel dat ik op een heel erg laag pitje sta. Ik ben aartslui, hangerig en mijn hoofd dwaalt erger af dan de dwarrelende kersenbloemblaadjes. De enige manier waarop ik op het moment nog kan leren is door mezelf wijs te maken dat Nederland een exotisch fantasieland is vol luchtkastelen en dat ik een redelijk omvangrijke en gedetailleerde roman aan het lezen ben vol intrige. Gek genoeg lukt het aardig. Dat wordt vooral geholpen door het feit dat het teksten over het oude politieke bestel van dit land (dat van begin vorige eeuw) erg op een legende of mythe zonder relatie tot de werkelijkheid lijken als het wordt vergeleken met de totale warboel waar we vandaag de dag op moeten stemmen.
...
Eekhoorn.
Hugo Maat
Ps: Haargrensconflict.
13.4.10
Esnesnon 13-4-10
Ik verkeer in een staat van ernstige wanhoop en verdriet, maar daarover later meer.
Ik hou van laptops! Ik was eerst een beetje onwennig om nieuwe technologie te leren kennen en iets te doen dat niet vertrouwd is, knoppendom en luddiet als ik ben, maar ineens zit ik regelmatig op een laptop te tikken en schrijf ik dit ook in een willekeurig lokaal in een zijvleugel van de Vrije Universiteit. Ik vind het een heerlijk gevoel van vrijheid geven dat ik ergens kan neerstrijken en een potje kan gaan zitten tikken terwijl ik mijn vleugels laat drogen in de zon. Het lijkt alsof ik in het gehele universiteitsgebouw een draagbare studeerkamer heb. Op elk gewenst moment ga ik ergens zitten, bij voorkeur op een plek waar de zon wel door de ramen binnen komt stralen maar in mijn gezicht staat, hou ik de deur wagenwijd open en word ik even elektronisch.
Natuurlijk is dit alles voor de gemiddelde Nederlander niets nieuws en ik heb sterk het gevoel dat ik met deze ervaring flink achterloop op iedereen die dit leest en het allang niet meer als bijzonder beschouwt. Ik wil gebruik maken van die gelegenheid om even een nadenkmomentje te scheppen waarbij we allemaal even zuchten, naar het plafond kijken en ons afvragen hoeveel van de dingen die wij tegenwoordig als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen vroeger volstrekt nieuw waren.
Nadenkmomentje is voorbij. Ik heb weer eens een keertje een goed cijfer gehaald, iets dat ik ga vieren door de rest van deze dag enkel en alleen aan de kunsten ga wijden. Dat wil zeggen dat ik vermoed binnen twee uur aardig aangeschoten te zijn, dat ik tot half vijf Brits theater repeteer en dat ik vanavond, voor of na het musiceren aan de jonkoe ga. Morgen idem dito, naar mijn idee, hoewel ik ook nog wel wat tijd over zal houden voor de wetenschap. Ik vind het geweldig! Mijn leven is een aaneenschakeling van slapen, eten, kunst en wetenschap! Ik werk niet, ik sport niet, ik ben gezond en op de koop toe hou ik ook nog eens van tijd op tijd er wat sociaal contact op na. Het is een ideaal studentenleven, met uitgebreide voeding voor de geest en het lichaam. Ik verzwijg maar even de schaamteloze braspartij van afgelopen zaterdag. Sommige dingen kunnen maar beter niet herinnerd worden. (Ik voeg nu de daad bij het woord.)
Hugo Maat
Ps: Ik vind het erg fijn weer een keertje een onverdund positieve post te schrijven.
Ik hou van laptops! Ik was eerst een beetje onwennig om nieuwe technologie te leren kennen en iets te doen dat niet vertrouwd is, knoppendom en luddiet als ik ben, maar ineens zit ik regelmatig op een laptop te tikken en schrijf ik dit ook in een willekeurig lokaal in een zijvleugel van de Vrije Universiteit. Ik vind het een heerlijk gevoel van vrijheid geven dat ik ergens kan neerstrijken en een potje kan gaan zitten tikken terwijl ik mijn vleugels laat drogen in de zon. Het lijkt alsof ik in het gehele universiteitsgebouw een draagbare studeerkamer heb. Op elk gewenst moment ga ik ergens zitten, bij voorkeur op een plek waar de zon wel door de ramen binnen komt stralen maar in mijn gezicht staat, hou ik de deur wagenwijd open en word ik even elektronisch.
Natuurlijk is dit alles voor de gemiddelde Nederlander niets nieuws en ik heb sterk het gevoel dat ik met deze ervaring flink achterloop op iedereen die dit leest en het allang niet meer als bijzonder beschouwt. Ik wil gebruik maken van die gelegenheid om even een nadenkmomentje te scheppen waarbij we allemaal even zuchten, naar het plafond kijken en ons afvragen hoeveel van de dingen die wij tegenwoordig als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen vroeger volstrekt nieuw waren.
Nadenkmomentje is voorbij. Ik heb weer eens een keertje een goed cijfer gehaald, iets dat ik ga vieren door de rest van deze dag enkel en alleen aan de kunsten ga wijden. Dat wil zeggen dat ik vermoed binnen twee uur aardig aangeschoten te zijn, dat ik tot half vijf Brits theater repeteer en dat ik vanavond, voor of na het musiceren aan de jonkoe ga. Morgen idem dito, naar mijn idee, hoewel ik ook nog wel wat tijd over zal houden voor de wetenschap. Ik vind het geweldig! Mijn leven is een aaneenschakeling van slapen, eten, kunst en wetenschap! Ik werk niet, ik sport niet, ik ben gezond en op de koop toe hou ik ook nog eens van tijd op tijd er wat sociaal contact op na. Het is een ideaal studentenleven, met uitgebreide voeding voor de geest en het lichaam. Ik verzwijg maar even de schaamteloze braspartij van afgelopen zaterdag. Sommige dingen kunnen maar beter niet herinnerd worden. (Ik voeg nu de daad bij het woord.)
Hugo Maat
Ps: Ik vind het erg fijn weer een keertje een onverdund positieve post te schrijven.
12.4.10
Esnesnon 12-4-10
Hello.
De volgende post is opgedragen aan mijn eerste verliefdheid en mijn eerste romantische liefde. Ik ben ze helemaal niets schuldig en zij nog minder aan mij, maar wat ik heden ten dage denk heeft veel met ze te maken in een onconventionele manier. Ik wil aan hen, zonder dat ze het lezen (ik hoop van niet, eigenlijk) de volgende woorden richten: 'Als ik je kan doorzien / kan ik op je neerkijken. / Als ik je niet kan respecteren / kan ik niet van je houden.'
Kunst is voor mijn gevoel altijd gebonden aan het gehoor, met de muziek, terwijl macht iets is dat ik lichamelijk voel. Liefde in mijn leven is iets dat ik associeer met het zichtvermogen. Mijn eerste criterium ligt bij de ogen, die van mij en die van de ander. Het gebaar van de liefde is voor mij dan ook het oogcontact, in plaats van het vasthouden van handen, de kus of anderszins overwegend lichamelijke handelingen. Romantiek begint bij een blik en eindigt op het punt waar bepaalde hormonen in de hersenen zorgen voor verwijding van de pupillen en ik mijn ogen moet sluiten tegen de toegenomen helderheid van de wereld.
Wat doen ogen? Ogen zijn tegelijkertijd een poort van de wereld naar de mens en een weg terug van de mens naar de wereld - specifieker, een weg van de mens naar een ander. Het is kortzichtig om te denken dat jouw ogen de enigen zijn die kijken en de enigen die zien. Ik, onder andere, ben ook altijd aan het kijken en ook altijd aan het zien. Je zoekt en leest de mensen om je heen maar vergeet in dat proces dat je een mens bent en niet alleen een paar ogen. Je kan niet alleen maar nemen en nooit iets geven, dat laatste gebeurt de hele tijd al.
Heb je daar op gerekend? Heb je daar aan gedacht? Terwijl je zoekt, kijkt, ziet en leest, besef je dan ook de priemende ogen in jouw richting? Ik denk van niet. Je was, zij het maar kort, van je stuk gebracht toen ik jouw eigen situatie aan je voorstelde. Wat moet ik daar van denken, als wij in oogcontact staan, als we allebei kijken, maar ik de enige ben die niet alleen de ander aankijkt en ook probeert in te zetten dat wij, nou ja, elkaar aankijken?
Jij kijkt wel naar me, maar je ziet me slechts deels. Je ziet het mens dat ik ben, of probeert het, maar je slaat geen acht op het feit dat ik op zijn minst evengoed zelf ook kijk. Ik kan je zien en ik probeer je te bereiken met mijn blik. Het lukt niet zo goed. Onze lichamen zijn dichtbij genoeg om elkaar te kunnen omhelzen, maar er zit teveel afstand tussen onze ogen voor mij om je aan te kunnen raken. Ik sla mijn ogen neer.
Hugo Maat
De volgende post is opgedragen aan mijn eerste verliefdheid en mijn eerste romantische liefde. Ik ben ze helemaal niets schuldig en zij nog minder aan mij, maar wat ik heden ten dage denk heeft veel met ze te maken in een onconventionele manier. Ik wil aan hen, zonder dat ze het lezen (ik hoop van niet, eigenlijk) de volgende woorden richten: 'Als ik je kan doorzien / kan ik op je neerkijken. / Als ik je niet kan respecteren / kan ik niet van je houden.'
Kunst is voor mijn gevoel altijd gebonden aan het gehoor, met de muziek, terwijl macht iets is dat ik lichamelijk voel. Liefde in mijn leven is iets dat ik associeer met het zichtvermogen. Mijn eerste criterium ligt bij de ogen, die van mij en die van de ander. Het gebaar van de liefde is voor mij dan ook het oogcontact, in plaats van het vasthouden van handen, de kus of anderszins overwegend lichamelijke handelingen. Romantiek begint bij een blik en eindigt op het punt waar bepaalde hormonen in de hersenen zorgen voor verwijding van de pupillen en ik mijn ogen moet sluiten tegen de toegenomen helderheid van de wereld.
Wat doen ogen? Ogen zijn tegelijkertijd een poort van de wereld naar de mens en een weg terug van de mens naar de wereld - specifieker, een weg van de mens naar een ander. Het is kortzichtig om te denken dat jouw ogen de enigen zijn die kijken en de enigen die zien. Ik, onder andere, ben ook altijd aan het kijken en ook altijd aan het zien. Je zoekt en leest de mensen om je heen maar vergeet in dat proces dat je een mens bent en niet alleen een paar ogen. Je kan niet alleen maar nemen en nooit iets geven, dat laatste gebeurt de hele tijd al.
Heb je daar op gerekend? Heb je daar aan gedacht? Terwijl je zoekt, kijkt, ziet en leest, besef je dan ook de priemende ogen in jouw richting? Ik denk van niet. Je was, zij het maar kort, van je stuk gebracht toen ik jouw eigen situatie aan je voorstelde. Wat moet ik daar van denken, als wij in oogcontact staan, als we allebei kijken, maar ik de enige ben die niet alleen de ander aankijkt en ook probeert in te zetten dat wij, nou ja, elkaar aankijken?
Jij kijkt wel naar me, maar je ziet me slechts deels. Je ziet het mens dat ik ben, of probeert het, maar je slaat geen acht op het feit dat ik op zijn minst evengoed zelf ook kijk. Ik kan je zien en ik probeer je te bereiken met mijn blik. Het lukt niet zo goed. Onze lichamen zijn dichtbij genoeg om elkaar te kunnen omhelzen, maar er zit teveel afstand tussen onze ogen voor mij om je aan te kunnen raken. Ik sla mijn ogen neer.
Hugo Maat
1.4.10
Esnesnon 1-4-10
Goedemorgen.
Ik heb het volgende al aan een paar mensen verteld, maar ik wilde het toch even opschrijven, wegens het hoge onzinnigheidsgehalte, mocht dat een geldig woord zijn.
Een paar dagen terug maakte ik een wandelingetje. Dat is een eufemisme voor lopen naast een fiets met een lekke band, wat weer een verhulde bekentenis over mijn eigen slordigheid is. Tijdens dat lopen, op een prille ochtend in maart, passeerde ik een golden retriever en zijn bron van onderhoud, een man. De retriever was bezig met een écht wandelingetje, die strekte even zijn poten en deed met de Franse slag hier en daar zijn behoefte, terwijl zijn menselijke butler hem vergezelde.
Het was een prachtbeest. Retrievers zijn in mijn verbeelding een missende schakel tussen een leeuw en een wolf, met een grote bos gulden haar, een scherpe snuit en mysterieuze, glanzende ogen. (Stel je eens een mens voor met de ogen en het haar van een retriever.) Dat dier liep rustig mijn blikveld door, statig als een aristocraat, maar zonder de fatterige air van een poedel. Voor mijn ogen stond één van de hoogste uitingen van de schoonheden van het hondenras, in volle glorie, grootmoedig genoeg om zijn wonderbaarlijkheid met mij, de onwaardige, te delen, en wat was de énige zin die door mijn verwonderde hoofd ging?
'Die man is vast een PVV-stemmer.'
Het gaat niet goed met mij. De synthese van wilde schoonheid en statige verfijndheid in natuurlijke vorm passeert in mijn ooghoek op zijn dagelijkse inspectie van zijn domein, en mijn eerste associatie is gevuld met weerzin en beelden van achterlijke intolerantie en een inhoudelijk hol schreeuwbeleid. Ik verkeer in een staat van ernstige wanhoop; deze wereld van gepopulariseerde politiek die mij retrievers laat koppelen aan geblondeerd haar heeft mij tot wanhoop gebracht.
Waarom hou ik een dergelijk absurd denkbeeld erop na? Omdat de massamedia (lees: tweedehands krant) mij hebben wijsgemaakt dat veel PVV-stemmers honden bezitten. Op basis van dat statistische gegeven concludeerde mijn irrationele denkvermogen (dat nog altijd een stuk sneller functioneert dan mijn rationaliteit om onduidelijke reden) dat de man die achter de golden retriever aanhobbelde die ochtend wegens het feit dat hij een hond zou 'bezitten' PVV stemt. Dat is geen correcte redenering. Sterker nog, achteraf gezien ben ik van mening dat zowel rationeel als irrationeel gezien die redenering helemaal niet voor de hand ligt.
Als iemand een natuurlijke schoonheid als een retriever in zijn huis opneemt kan het toch geen kortzichtige idioot zijn? Dat moet wel een goed mens zijn en dus geen PVV-stemmer. Dát is de irrationele redenatie die ik had moeten maken. In plaats daarvan heb ik mijn geest vervuild met dat politieke geraaskal en mijn beeld van de wereld verpest. Ik zou alle golden retrievers willen zeggen dat het me spijt.
Hugo Maat
Ik heb het volgende al aan een paar mensen verteld, maar ik wilde het toch even opschrijven, wegens het hoge onzinnigheidsgehalte, mocht dat een geldig woord zijn.
Een paar dagen terug maakte ik een wandelingetje. Dat is een eufemisme voor lopen naast een fiets met een lekke band, wat weer een verhulde bekentenis over mijn eigen slordigheid is. Tijdens dat lopen, op een prille ochtend in maart, passeerde ik een golden retriever en zijn bron van onderhoud, een man. De retriever was bezig met een écht wandelingetje, die strekte even zijn poten en deed met de Franse slag hier en daar zijn behoefte, terwijl zijn menselijke butler hem vergezelde.
Het was een prachtbeest. Retrievers zijn in mijn verbeelding een missende schakel tussen een leeuw en een wolf, met een grote bos gulden haar, een scherpe snuit en mysterieuze, glanzende ogen. (Stel je eens een mens voor met de ogen en het haar van een retriever.) Dat dier liep rustig mijn blikveld door, statig als een aristocraat, maar zonder de fatterige air van een poedel. Voor mijn ogen stond één van de hoogste uitingen van de schoonheden van het hondenras, in volle glorie, grootmoedig genoeg om zijn wonderbaarlijkheid met mij, de onwaardige, te delen, en wat was de énige zin die door mijn verwonderde hoofd ging?
'Die man is vast een PVV-stemmer.'
Het gaat niet goed met mij. De synthese van wilde schoonheid en statige verfijndheid in natuurlijke vorm passeert in mijn ooghoek op zijn dagelijkse inspectie van zijn domein, en mijn eerste associatie is gevuld met weerzin en beelden van achterlijke intolerantie en een inhoudelijk hol schreeuwbeleid. Ik verkeer in een staat van ernstige wanhoop; deze wereld van gepopulariseerde politiek die mij retrievers laat koppelen aan geblondeerd haar heeft mij tot wanhoop gebracht.
Waarom hou ik een dergelijk absurd denkbeeld erop na? Omdat de massamedia (lees: tweedehands krant) mij hebben wijsgemaakt dat veel PVV-stemmers honden bezitten. Op basis van dat statistische gegeven concludeerde mijn irrationele denkvermogen (dat nog altijd een stuk sneller functioneert dan mijn rationaliteit om onduidelijke reden) dat de man die achter de golden retriever aanhobbelde die ochtend wegens het feit dat hij een hond zou 'bezitten' PVV stemt. Dat is geen correcte redenering. Sterker nog, achteraf gezien ben ik van mening dat zowel rationeel als irrationeel gezien die redenering helemaal niet voor de hand ligt.
Als iemand een natuurlijke schoonheid als een retriever in zijn huis opneemt kan het toch geen kortzichtige idioot zijn? Dat moet wel een goed mens zijn en dus geen PVV-stemmer. Dát is de irrationele redenatie die ik had moeten maken. In plaats daarvan heb ik mijn geest vervuild met dat politieke geraaskal en mijn beeld van de wereld verpest. Ik zou alle golden retrievers willen zeggen dat het me spijt.
Hugo Maat
Abonneren op:
Posts (Atom)