Realiseren: een idee tot werkelijkheid maken.
Zich realiseren: werkelijkheid in een idee aanschouwelijk maken aan zichzelf.
Hallo.
Twee jaar terug, toen mijn wereld en mijn hoofd ietsje kleiner waren, werd ik geëxamineerd over het onderwerp wijsbegerige ethiek. De toets zelf staat mij nog maar weinig van bij. Wat ik wel goed herinner is dat veel van de leerlingen die ook deelgenomen hadden achteraf elkaar bevroegen over een vraag waar ze het antwoord niet op wisten. Natuurlijk was hierbij ook de onmiddellijke conclusie dat het een onrechtvaardige vraag was omdat niemand het antwoord had kunnen weten. De vraag informeerde naar de stelling van de Schotse filosoof David Hume over het verschil tussen 'is and ought'. Ik kende deze stelling als 'zijn en behoren', dus een vertaling voelde op zijn plaats. Misschien komt het omdat mijn ego zich danig gestreeld voelde door mijn schijnbaar exclusieve kennis dat ik het nog zo helder voor de geest heb. Ik ben ook maar een mens, en ijdelheid is mijn favoriete zonde.
Hoe dan ook: het verschil tussen zijn en behoren. Dit is een stelling over ethiek en ondanks zijn eenvoud en het feit dat veel mensen het als onweersprekelijke en nutteloze uitspraak zien is het een belangrijke observatie. Alleen omdat iets zo is, betekent het niet dat het zo hoort te zijn. Met andere woorden, de realiteit vertelt ons niets over het goede. Voor Hume (en ik vermoed ook na hem) zijn er filosofen geweest die meenden dat het geheim van het goede leven besloten lag in de wetten der natuur, of dat het feit dat mensen iets al aan het doen zijn bewijst dat het goed is. Zal ik even extrapoleren? Het zou gebruikt kunnen worden om het populaire argument 'het is een andere cultuur' aan te vallen, door te stellen dat: 'enkel omdat mensen iets doen, het nog niet betekent dat het goed is; het betekent alleen dat het werkelijk is.' Het is ook een feit dat er mensen zijn die moorden plegen. Het is werkelijk zo dat in veel diersoorten de ouders de kinderen verlaten. Daar is niets 'moreel' aan, het is alleen echt.
Dat gezegd hebbende wil ik een lans breken voor twee zaken die ik in persoonlijke kring zelden verdedigd hoor worden. Het gaat me in de eerste plaats om het socialisme. Ik bedoel niet dat de Sovjet-Unie een heilstaat was. Ik bedoel niet dat de arbeidersklasse door de bourgeoisie onderdrukt wordt. Ik wil niet impliceren dat ik geloof dat de mens vervreemdt van zijn arbeid in de industriële maatschappij. Ik wil geen steun betuigen aan de SP of iets dergelijks. Liever wil ik zeggen dat ik het begrijp. Ik geloof althans dat ik het begrijp. In het socialisme is een kracht gelegen, de kracht die over de hele wereld mensen mobiliseerde, levens en hele landen veranderde. Die kracht was niet gebonden aan een persoon. Soms concentreerde het fenomeen zich rond een grote leider of inspirator, maar de hamer en sikkel, de rode vlag, de Internationale maar vooral het ideaal steeg boven dat alles uit en wist elke keer weer nieuwe voedingsbodem te vinden, waar het vaak met zout, zweet, olie en staal bestreden werd. Ik denk dat ik begrijp waarom socialisme niet dood te krijgen is. Het socialisme leeft op onrechtvaardigheid. Het kost niet veel moeite om te zien dat 'some are blessed, some not,' dat er 'have' en 'have-nots' zijn. Sommige mensen hebben geld, grotere huizen en auto's, meer vrije tijd en bovenal minder zorgen. Tegenover elk van hen is een groter aantal dat die dingen niet heeft, en het ergste van alles: waarschijnlijk nooit zal krijgen. "Als je voor een dubbeltje geboren bent," luidde ooit de tekst. Veel mensen zullen nooit een kwartje krijgen. 'Daarboven' zitten mensen met onvoorstelbaar veel meer geld. Ik heb er een klein beetje van meegekregen, door mijn bezoekjes in het Gooi. Ik heb genoeg gezien om te weten dat er rijkdom is die ik nooit zal kennen en vrijwel iedereen die ik ken zal daar ook nooit aan komen.
Wat is het antwoord? De vraag is niet zozeer waarom daarboven zoveel geld verdiend wordt, dat zijn allemaal verdere versieringen van het socialisme. Een veel oprechtere vraag is 'waarom zij?' Zijn er daarboven daadwerkelijk mensen die harder werken, mensen die het verdienen te verdienen omdat ze 'betere mensen' zijn? Een populaire en gemakkelijke reactie is om te stellen dat het allemaal misdadig is, dat het een gesloten ons-kent-ons is dat de armere mensen uitbuit. Ze zouden daar aan de top zijn omdat het slechtere mensen zijn. In werkelijkheid is het allemaal serendipiteit. "I don't know if there's a reason, why some are blessed, some not." Die reden is er ook niet. Dit is hoe de wereld is. Er is een wetmatigheid in grote menselijke samenlevingen dat er op een bepaalt punt een soort hiërarchie ontstaat. De kracht van het socialisme is dat de wijze waarop de wereld is niet de wijze is waarop de wereld behoort te zijn. Die onrechtvaardigheid te herkennen is er een tegenstander van zijn. Socialisme is een dwaze hoop, een vlam die nooit geheel gedoofd kan worden: het concept van een rechtvaardige wereld.
De tweede zaak waar ik iets over wil zeggen heeft voor mij een interessante geschiedenis. Ik ben er zelf ook niet helemaal uit wat mijn standpunt erin is, hoewel mijn eigen ideeën overal doorsijpelen. Het gaat me om het christendom. Hieronder versta ik het volgen van de leer van Jezus van Nazareth, zoals we die kennen uit een aantal geschreven werken uit de eerste drie eeuwen van onze jaartelling. Ondanks de bewering in het Nieuwe Testament (verder NT) dat hij geen jota of tittel zou veranderen aan de oude geschriften, een bewering waar ik vraagtekens bij stel, vind ik niet dat het Oude Testament daar strikt genomen onder hoeft te vallen. Anyway.
Het christendom is op een belangrijk punt verwant met het socialisme: ze zijn universeel. De gehele mensheid wordt erdoor aangesproken. Het christendom stelt dat je welkom bent ook als je arm bent, ook als je uit een ander land komt, jong en oud, scherpzinnig of eigenlijk een beetje dom, man of vrouw; of je nou een leven lang vergokt en verdrinkt of hard werkt, of je nou gezond geboren bent of niet. Aan het eind van de reis keert de verloren zoon terug en is er een plaats voor hem. Volgens sommigen is dit niet rechtvaardig, dat iedereen evenveel recht heeft op evenveel van die ongrijpbare liefde, (de grootste van de drie) maar volgens mij is het iets anders: het is ethisch goed. Het is een abstract idee, het is in de saeculum onmogelijk en bewijs zul je niet vinden. Het zou alleen eindelijk, eindelijk eens een keer weer goed zijn. Het is een belofte die zoveel mensen geloven omdat we zouden willen dat het waar is. Het is hoe de wereld behoort te zijn, dat iedereen een plaats heeft, dat niemand er buiten valt. De wereld behoort geen plek van toeval of blinde 'rechtvaardigheid' te zijn. We zouden niet jaloers moeten hoeven zijn. Ik kan zo nog een heel eind doorgaan.
Ik denk dat er geen plan is voor ons. Ik denk niet dat de samenleving bedacht is, of dat zoiets überhaupt kan. Om het allegorisch te zeggen: op de zesde dag was de mens geschapen en daarna vond de schepper het goed. Hij stopte en liet de mens zonder gereedschap, zonder taal, zonder godsdienst, zonder kunst of wetenschap, zonder rollenpatroon, zonder geld, zonder goed of kwaad, zonder huizen of auto's, zonder kleding en eigenlijk ook zonder geboden achter. Alles wat de mens aan 'nurture' heeft stamt uit de lange periode daarna. En niet omdat een persoon op een dag besloot om het uit te vinden. De menselijke cultuur is laag na laag van gestolde materie. De mens bouwde muren: de bakstenen zijn symbolen, en het vervliegen van de tijd is de specie. Kinderen werden geboren tussen die muren en zagen het als huis.
Besluit: Ik zeg niet dat het socialisme of het christendom de waarheid verkondigen. Ik weet niet of een dergelijke uitspraak wel mogelijk of zinnig is. Ik weet niet of er zin schuilt in een revolutie tegen de wijze waarop de wereld is. Ik weet niet of zoiets mogelijk of zinnig is. Ik durf de wereld niet te vertellen wie ze moet zijn. Niet alleen omdat ze niet naar me luistert, maar ook omdat ik het recht niet heb. Ik ben haar baas niet. Mij ontbreekt het recht om anderen te vertellen hoe de wereld behoort te zijn. Ik heb de gave om mijn mening te uiten, maar daar houdt het op. Dat is iets waarin ik me dan toch aansluit bij de ideeën van het christendom. "Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt?" Ik mag besluiten wie ik ben. Er is één behoren dat ik werkelijkheid mag laten worden.
Ik ben te cynisch geworden om hoop te zien in de wereld. Deze wereld kan namelijk helemaal niet goed zijn. Over iedereen die zegt de wereld te verbeteren denk ik: ze weten niet wat ze doen.
Hugo Maat