Het is kwart over één, midden in de nacht, als ik op de drempel sta van die vreemde plaats: de plek waar mijn sleutel op de deur past, de plek die ik tot op de centimeter ken alsof ik door een droom wandel die ik al duizend keer meegemaakt heb. Het is de plaats waar ik mijn dromen laat als ik ze niet aan het bouwen ben, waar ik ze ook altijd terug vind. De alcohol benevelt mijn zintuigen en de chocola wakkert de dierlijke drang tot jagen aan, tot op de drempel. Op de drempel weet ik dat er een plek is waar ik rust en dat het hier is. Ik weet dat er een plaats is waar mijn ego is als ik me klein voel, er is een plaats waar mijn orde is als ik in paniek ben, er is een plaats van stilte wanneer ik overschreeuwd word.
Om half één trof ik mezelf op een station, met de pregnante vraag of ik mijn afspraak zou nakomen om bij iemand op de bank te crashen of dat ik naar huis zou gaan. Soms laat ik mijn trots varen voor een basale impuls: de hang naar veiligheid. Aan het einde van de dag wil ik niet meer beleven: ik wil naar de plek waar alles duidelijk is en ik kan slapen.
Op een dag, misschien niet eens zo ver van nu, woon ik op een andere plaats. Hoe lang zal het duren voordat die plek niet langer voelt als een vakantie, of als tijdelijk verblijf, maar als thuis?
9.4.11
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten