Het onderwerp is de zeven hoofddeugden van de christelijke traditie. Om even mezelf te oriënteren in de stof begin ik, zonder verder iets te hebben opgezocht, met een poging om alle zeven op te noemen. Ik vermoed dat ik wat fout zal hebben, maar dat helpt bij het onderstrepen van mijn punt: de zonden zijn bekender dan de deugden.
Mijn gok: Moed, gematigdheid, rechtvaardigheid, wijsheid, geloof, hoop, en liefde.
Internet zegt: Fortitudo, Temperantia, Iustitia, Prudentia, Fides, Spes, Caritas.
Goed, ik heb de volgorde van het tweede lijstje aangepast zodat ze precies onder mijn zeven pasten, maar het blijkt dat ik dus wel uit mijn hoofd aan alle zeven hoofddeugden kom. Jammer voor het punt dat ik wilde maken met mijzelf als voorbeeld.
Fortitudo ofwel moed: Ik dacht het even niet. Ik ben niet erg bekend met het concept van angst, maar ik doe eigenlijk ook nooit iets dat moed vereist. Je zou kunnen zeggen dat ik moedig ben omdat ik me aan mijn studie heb gewijd en daar met redelijk veel inzet mee bezig ben zonder het af te laten weten. Ik zou kunnen stellen dat mijn leven buiten de maatschappelijke conventies een moedige actie is, maar daar ben ik het eigenlijk niet mee eens. Mijn onconventionele gedrag is vooral een kwestie van toevallige persoonlijke voorkeur en een onvermogen mezelf aan te passen, niet een sterke persoonlijke keuze. Maar in het algemeen keur ik mezelf af voor deze deugd.
Temperantia ofwel gematigdheid: Moeilijk te stellen. Ik kan zonder een hoop dingen. Dat heb ik geleerd door vegetariër te zijn sinds mijn geboorte, dan zeg je namelijk heel erg vaak 'nee' tegen iets waar veel mensen 'ja' op zeggen. Ik stel me alleen gematigdheid voor als handelen in weerwil van verlangens, en ik heb gewoon niet zo gek veel of sterke verlangens op het gebied waar Temperantia over gaat. Het kost me geen moeite. Is het dan een deugd? Is het een deugd dat een steen zich niet vergrijpt aan overmatige consumptie? Ja, dat is een belachelijk voorbeeld en absurd gechargeerd.
Iustitia: Ik heb een redelijk sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Soms laat ik het afweten en doe ik dingen die ik van anderen niet zou tolereren, maar ik voel me er verdraaid schuldig over als ik zo'n overtreding bega. Ik vind het belangrijk dat ik een opvatting over goed en kwaad heb en ik vind vaak dat ik me daaraan te houden heb, niet om er voordeel mee te doen, maar omdat goed gedrag op zichzelf waardevol is. Dat is een hele andere discussie, daar waag ik me even niet aan. Kort gezegd: ik wíl rechtvaardig zijn en dat moet ergens voor tellen.
Prudentia, of wijsheid: Dat moet kort kunnen. Ik ben onderlegd in de studie naar wijsheid, voldoende om te stellen dat ik eigenlijk maar een onwetend persoon ben, waardoor ik eigenlijk traditioneel zou stellen dat ik wel wijs ben. Ik durf geen echte uitspraak te doen hier omdat de ware wijze zichzelf niet aan wijzen kan of mag.
Fides: Nee. Ik geloof eigenlijk helemaal nergens in. Voor gemak neem ik een aantal dingen voor waar aan.
Spes: Nee. In christelijke termen ben ik een hopeloos persoon.
Caritas of naastenliefde: De grootste aller deugden! Nee. Voel ik momenteel helemaal niets voor.
Hugo Maat