31.1.12

Esnesnon 31-1-12

Picking up from last time.

Het onderwerp is de zeven hoofddeugden van de christelijke traditie. Om even mezelf te oriënteren in de stof begin ik, zonder verder iets te hebben opgezocht, met een poging om alle zeven op te noemen. Ik vermoed dat ik wat fout zal hebben, maar dat helpt bij het onderstrepen van mijn punt: de zonden zijn bekender dan de deugden.
Mijn gok: Moed, gematigdheid, rechtvaardigheid, wijsheid, geloof, hoop, en liefde.
Internet zegt: Fortitudo, Temperantia, Iustitia, Prudentia, Fides, Spes, Caritas.
Goed, ik heb de volgorde van het tweede lijstje aangepast zodat ze precies onder mijn zeven pasten, maar het blijkt dat ik dus wel uit mijn hoofd aan alle zeven hoofddeugden kom. Jammer voor het punt dat ik wilde maken met mijzelf als voorbeeld.

Fortitudo ofwel moed: Ik dacht het even niet. Ik ben niet erg bekend met het concept van angst, maar ik doe eigenlijk ook nooit iets dat moed vereist. Je zou kunnen zeggen dat ik moedig ben omdat ik me aan mijn studie heb gewijd en daar met redelijk veel inzet mee bezig ben zonder het af te laten weten. Ik zou kunnen stellen dat mijn leven buiten de maatschappelijke conventies een moedige actie is, maar daar ben ik het eigenlijk niet mee eens. Mijn onconventionele gedrag is vooral een kwestie van toevallige persoonlijke voorkeur en een onvermogen mezelf aan te passen, niet een sterke persoonlijke keuze. Maar in het algemeen keur ik mezelf af voor deze deugd.

Temperantia ofwel gematigdheid: Moeilijk te stellen. Ik kan zonder een hoop dingen. Dat heb ik geleerd door vegetariër te zijn sinds mijn geboorte, dan zeg je namelijk heel erg vaak 'nee' tegen iets waar veel mensen 'ja' op zeggen. Ik stel me alleen gematigdheid voor als handelen in weerwil van verlangens, en ik heb gewoon niet zo gek veel of sterke verlangens op het gebied waar Temperantia over gaat. Het kost me geen moeite. Is het dan een deugd? Is het een deugd dat een steen zich niet vergrijpt aan overmatige consumptie? Ja, dat is een belachelijk voorbeeld en absurd gechargeerd.

Iustitia: Ik heb een redelijk sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Soms laat ik het afweten en doe ik dingen die ik van anderen niet zou tolereren, maar ik voel me er verdraaid schuldig over als ik zo'n overtreding bega. Ik vind het belangrijk dat ik een opvatting over goed en kwaad heb en ik vind vaak dat ik me daaraan te houden heb, niet om er voordeel mee te doen, maar omdat goed gedrag op zichzelf waardevol is. Dat is een hele andere discussie, daar waag ik me even niet aan. Kort gezegd: ik wíl rechtvaardig zijn en dat moet ergens voor tellen.

Prudentia, of wijsheid: Dat moet kort kunnen. Ik ben onderlegd in de studie naar wijsheid, voldoende om te stellen dat ik eigenlijk maar een onwetend persoon ben, waardoor ik eigenlijk traditioneel zou stellen dat ik wel wijs ben. Ik durf geen echte uitspraak te doen hier omdat de ware wijze zichzelf niet aan wijzen kan of mag.

Fides: Nee. Ik geloof eigenlijk helemaal nergens in. Voor gemak neem ik een aantal dingen voor waar aan.

Spes: Nee. In christelijke termen ben ik een hopeloos persoon.

Caritas of naastenliefde: De grootste aller deugden! Nee. Voel ik momenteel helemaal niets voor.

Hugo Maat

26.1.12

Esnesnon 26-1-12

Goedemorgen.

Ik moet even bijkomen van een paar dagen stevig aanpoten, dus wil ik een luchtig onderwerp bespreken: christelijke zonde. Iedereen die Seven of een vergelijkbaar stukje moderne verwerking van de oude thema's heeft gezien, of gewoon thuis is in ouderwets christendom, weet dat je zeven belangrijkste zonden hebt. Onvermijdelijk, het getal zeven is verdraaid populair. Wel, iedereen die er wat over wil weten kan natuurlijk even op wikipedia kijken, in hun geheugen graaien of nog een keer Seven kijken, daar hoef ik niet aan bij te dragen. In plaats daarvan wil ik even een opsomming maken van mijn eigen score in de lijst van de grote zeven slechte dingen, in willekeurige volgorde.

Ten eerste: vraatzucht. Ik weet het niet zeker en vertik het op te zoeken, maar ik geloof dat de Latijnse term Gula is. Ik vind dat ik op dit gebied geen overtreder ben. Niet dat ik weinig eet, in tegendeel, ik ben een stevige eter. Wat ik bedoel is dat ik niet veel meer eet dan nodig. Ik ben niet bepaald een snoeper en als ik heel oppervlakkig ben vind ik dat een mager scharminkel als ikzelf moeilijk als vraatzuchtig bestempeld kan worden. Ik geloof dat een goede zuipschuit hier ook onder mag vallen, maar ik drink absoluut niet veel. Ik heb in januari tweemaal een serie alcoholische consumpties genuttigd, de laatste keer een week terug. Niet alleen voor een student, maar überhaupt voor een Nederlander in mijn leeftijdscategorie ben ik gematigd. Nee, de zeven hoofdzonden mogen niet worden gerelativeerd, goed, ik hou al op.

Ten tweede: jaloezie of Invidia. Of het nu geloofwaardig is of niet zou ik eerlijk gezegd niet weten, maar ik ben geen jaloers mens. Ik denk bij schatrijke mensen vaak dat ik ook wel een paar miljoen zou willen bezitten, of bij meesterpianisten dat ik ook wel tomeloos talent zou willen hebben, maar die wensen behoren tot het rijk van de fantasieën. In werkelijkheid ben ik doorgaans tevreden met wat ik heb en wat ik doe. Ik geef de voorkeur aan een levensstijl waarin men niet heel veel nodig heeft om gelukkig te kunnen leven omdat je dan ook heel weinig kunt verliezen en gemakkelijker blij te maken bent.

Dat brengt mij naar zonde nummer drie: hebzucht of (ik meen) Avaritia. Eerlijk gezegd ben ik van mening dat ik niet alleen niet erg hebzuchtig ben maar dat ik zelfs iets hebzuchtiger zou mogen zijn. Hebzucht is goed want je krijgt er makkelijker geld door. Let's face it, geld is verdraaid handig. Als ik wat meer tot mijn beschikking zou hebben weet ik wel wat leuke toepassingen. Momenteel heb ik geld, voor het geval ik echt iets wil, maar uitgeven doe ik niet wegens voornoemde sobere levensstijl. Natuurlijk zou ik ook meer geld kunnen verdienen, indien ik zou gaan werken, maar dan komen we bij zonde nummer vier.

Nummer vier is Acedia oftewel luiheid. Deze is ambigue. Ik werk niet en ben een ongedisciplineerd, gemakzuchtig stuk ellende die problemen liever uit de weg gaat en vooral wilde plannen maakt om vervolgens helemaal niets te doen. Aan de andere kant kan ik mezelf het zuur werken op het moment dat ik eenmaal mijn zinnen ergens op heb gezet en iets interessant vind. Ik doe behoorlijk veel voor studie, muziek en toneel. Het is niet alsof ik mijn leven op mijn rug doorbreng of nooit iets te doen heb. Eén van de redenen dat ik niet werk, naast 'gewoon' luiheid is dat ik mijn dagen liever vol gooi met andere activiteiten. Half om half zondig.

Als vijfde in dit rijtje heb ik wraakzucht of Ira. Ik was als kind een driftkop, tegenwoordig ben ik nogal stoïcijns. Als ik boos word ben ik meestal hongerig of moe, en vaak ook helemaal alleen. Als ik vervolgens boos word uit zich dat niet in geweld, tegen mensen of tegen levenloze objecten, geschreeuw of niet nader gedefinieerde wraakoefeningen. In geval van woede word ik vaak stil en humeurig, en reageer ik geërgerd en gemeen op mensen. Niet echt wat ik als een goed geval van wraakzucht zou beschouwen.

De laatste twee in dit rijtje zijn mijn favoriete zonden en ik bega ze naar eigen mening uitvoerig. Ik heb het natuurlijk in de eerste plaats over lust of (gek genoeg) Luxuria. Deze zonde valt in de categorie 'als dit fout is wil ik niet goed zijn.' Ik ben dol op lust. Het is een bezigheid, het is een drive, het stuk dier in mij dat ik in leven wil houden. Lust geeft betekenis aan het leven waar mijn existentialistische en cynische overpeinzingen niets zinvols overgelaten hebben. Daarnaast ben ik ook gewoon dol op seks en gerelateerde recreatieve activiteiten. Als ik nog maar een paar dagen te leven had zou ik de hele dag op een berg kussens willen liggen, boeken lezen, drinken en zo veel mogelijk seks hebben als mogelijk.

Nummer zeven is ijdelheid. Ik ben geweldig arrogant. Mijn ijdelheid is niet zozeer op niveau van uiterlijk, maar gaat eerder om tentoonspreiden van intellectuele en culturele verworvenheden. Dat doe ik niet omdat ik de intrinsieke waarde van die dingen inzie (dat kan ik ook in mijn eentje) en het met mensen wil delen om ze te helpen. Ik doe dat in de hoop bewonderd te worden, waarna ik bescheiden kan doen.
Het feit dat ik openlijk voor mijn arrogantie uitkom is voor veel mensen een reden dat ze het tolereren. Ik vind dat geweldig.

Volgende keer misschien mijn score op de lijst van de minder bekende zeven hoofddeugden.

Hugo Maat

11.1.12

Esnesnon 11-1-11

En dan is er leven, zo plotseling. Ik verkeer al enige tijd in een staat van lichte waanzin. De oplossing, een oplossing en toch tegelijk dé oplossing laat nog op zich wachten. Dat is me toch een kwelling. Als iets net buiten bereik ligt is het maar een kwestie van ruimte, ruimte die overbrugd kan worden met enige mate van moeite. Als iets nog in het verschiet ligt is er geen mogelijkheid, hoeveel moeite er ook aan gespendeerd wordt, om het eerder te bereiken. Er rest dan niets anders dan wachten. Ik rek mij niet uit om de ruimte te overbruggen, maar vanzelf groeit de wereld naar het punt toe waar dat wat ik wil mij in handen komt. Dat wat ik wil: het is nog meer een bezwering dan een aanduiding en meer een naam dan een beschrijving. Ik zal het een betere naam geven. Ik kies voor Senna, voornamelijk omdat het op 'zin' of het Franse sens lijkt. Het internet zegt dat het 'waarheid' betekent maar daar heb ik ten eerste geen boodschap aan, ten tweede is waarheid niet dat wat ik wil. Ik zal je zeggen wat mensen willen: mensen willen magie. Mensen willen betoverd worden. Ik weet niet of ik dat wil. Al die betovering lijkt op die waanzin die ik zo hardnekkig probeer uit te bannen. Senna is een antwoord en in de huidige evaluatie is ze hét antwoord. Zonder haar lijken mijn handen leeg, met uitzondering van lucht of stof.

9.1.12

Esnesnon 9-1-11

Goedemiddag.

Mis ik iets? Excuseert u mij. Hallo? Sorry dat ik u stoor, maar ik had een vraag. Nee, het is geen dringende vraag. Pardon? Nee, het is geen dringende vraag, ik loop er immers al een maand of wat mee rond. Wat ik bedoel is, ik kan de vraag een maand ontbeantwoord bij me laten, dus een paar minuten, uurtje?, moet ook lukken. Ja, dat weet ik. Goed. Het spijt me echt u hiermee lastig te vallen. Geen probleem? Ik kan later terugkomen, dat weet u. Nee? Uitstekend.

Waar is mijn ervaring? Waar is mijn transcendentie, sublieme en spiritualiteit? Heb ik een handicap die de artsen nog niet opgemerkt hebben? Och, pardon, daar ga ik al. Ik bedoelde niet de medische wetenschap erbij te halen, dat bewolkt deze zaak zo. Herstel. Ik bedoel: waarom ken ik dat niet? Vertel mij dat er blauwe tulpen bestaan of spinnen die dertig maal hun eigen lichaamslengte kunnen springen, of zeg me dat het dijbeen het grootste menselijke bot is of dat Cervantes een galeislaaf is geweest, en ik kan ongelovig zijn wat ik wil - maar dan is er iemand die me bij de hand kan nemen en me de wonden aan kan laten raken, als u me de vergelijking toestaat. Ja, wanneer iemand me de onmiskenbare tekenen zou tonen en zou zeggen: "Wees niet langer ongelovig!" dan zal ik vol vreugde uitroepen: "Mijn heer, ik herken u!" Snapt u wat ik bedoel? Als iemand mij vertelt dat angst hem in de greep houdt of dat hij treurt kan ik de gelaatstrekken zien en al dan niet bemerken of ik de tekenen zie. "Dit persoon is angstig, dat zie ik aan zijn ogen," zeg ik dan. Nee, het zal geen bewijs zijn, maar het wordt dan aannemelijk. Hoezo, vraagt u? Nou, of ik zou eigenlijk zeggen: "Welnu," ik ken de angst van mijzelf en de rillingen die ik dan voel, dus die kan ik in andere mensen herkennen, in mijn gelijken.

Zou een mens zonder angst dit zien? Nee, ik ken angst, en nee, mijn punt komt dadelijk. Zou een mens zonder angst de angst van een ander herkennen? Misschien dat iemand hem dit kan vertellen. Maar de onbeangstige en ik, en ons allen, zijn gelijk in iets anders: we kunnen niet andermans angst voelen. Ik kom nog dichterbij de angst van een ander omdat ik het zelf kan voelen, en als hij mij zal zeggen "Ik ben bang," dan zal ik denken aan die keren dat ik bang was. Maar kan een onbeangstige leren wat angst is door het te zien en het verteld te worden? Misschien zal hij zeggen: "Er is geen angst!" Wij zouden hem een dwaas noemen. Hij zou met verloop van tijd zichzelf een dwaas noemen.

En die dwaas, weet u, daar gaat het me om! Een dwaas weet iets niet, en wel omdat hij het niet ervaren heeft - goed, hij is ook op andere manieren níét aan kennis gekomen maar dat is niet het punt. Hij kent hetgene niet wat hem dwaas maakt. Die dwaas waart door de straten en roept, lantaarn in hand: "God bestaat niet." Weet u dat, snapt u dat? Kent ú eigenlijk dwaasheid? Lieve help, daar was ik nog nooit opgekomen. Snapt u een dwaas? Eigenlijk kunnen alleen dwazen, of in ieder geval voormalig dwazen, de andere dwazen herkennen omdat ze het ervaren hebben. De anderen zien de buitenkant. De anderen zien de roepende man en horen: "God bestaat niet," en zij denken: deze man is een dwaas, want dat kunnen ze zien, en dat horen ze! Maar ze hebben niet gevoeld wat zijn dwaasheid is want zij hebben die kennis wel. Zij snappen niet wat het is om het niet te weten zoals de dwaas niet weet wat het is om wel te weten. Zou de dwaas het door hebben? Zou hij de anderen dwazen noemen?

Zoveel mensen schrijven en spreken over ervaringen van 'volheid,' over meerwaarde en transcendentie, over het geheel wat ze zien of over de armoede van hun ervaringen erna. Ik til mijn lantaarn op tot aan hun aangezicht en vraag hen, en vraag u: ben ík een dwaas? Ben ik een dwaas? Ik kan volharden zoveel als ik wil en u met mij, c.q. tegen mij! Hier is mijn overgave. Kunt u mij horen? Ben ík een dwaas? Neem mijn handen aan en ik zal ze in uw zijde leggen. Kom op. Kom op!

Of ik een dwaas ben of niet, ik voel me onderhand knap achterlijk.

Hugo Maat

6.1.12

Esnesnon 6-1-11

Dostojevski.

Ik dwaal af. Bent u bekend met de menselijke fascinatie voor het groteske? De hang naar horror en de macht van het macabere? Men gaat vrijwillig in achtbanen zitten, zet nooit de televisie uit als men hoort dat de volgende beelden schokkend kunnen zijn, en kijkt naar die schim op de donkere zolder of in een ooghoek. Het gruwelijke is spannend en opwindend, wat het vermakelijk maakt. Het levert een huivering op die wel slecht voelt maar tegelijk aangenaam, dat gevoel in gevaar te zijn maar nét in veiligheid te blijven. Misschien ken ik dat ook. Ik hou niet van achtbanen dus dat fenomeen passeert me, en de onbesuisde kwajongensstreken zoals het betreden van een betonnen kasteel in permanent gepauzeerde aanbouw met waakhonden op het terrein of vuilnisbakken vernielen met vuurwerk is een vrolijk verleden. Nee, ik leid een heel saai en veilig leven. Ik vul mijn hoofd en wereld met alle curieuze gedachten en kleine breekbare schoonheden die ik kan vinden en dat macabere is niet aan mij besteed. In zekere zin: been there, done that. Maar daarmee is de kous niet af.

Die noties en hersenspinsels, de ansichtkaarten aan de binnenzijde van mijn schedel, de stranden waarover mijn geest wandelt, elke keer dat u me vraagt waar ik aan denk, zijn niet allemaal veilig. Althans, dat gaat op voor een ruim begrip van wat veilig allemaal betekent. Een gedachte, zoals het spreekwoordelijke schelden, doet geen zeer. Ik heb ook weleens gefantaseerd over het idee dat mijn gedachten ook nog iets dóén buiten mijn hoofd maar dat nooit in concreto ervaren. Wat ik bedoel is dat er gedachten zijn die mijn geestelijke gezondheid eroderen. Was mijn geest als een steen (mijn geest is niet als een steen) dan zijn sommige gedachten als water dat er doorheen sijpelt. Was mijn geest een pakje crème fraiche (mijn geest is ook geen pakje crème fraiche) dan zijn sommige gedachten als het een vuile lepel die word gebruikt om er zo nu en dan een schep uit te halen, waarna het bederf niet lang op zich laat wachten. In praktisch en reëel opzicht gebeurt er weinig spectaculairs: ik word er naar van. Ik word lusteloos, verlies mijn grip op de werkelijkheid, ik word humeurig en stil, ik word zwak, nerveus en verward. In het ergste geval voelt het als een zenuwinzinking, in milde vorm passeert er een week zonder dat ik me verheug of in kan spannen.

Wel, ik beschouw het als weinig verrassend dat ik een hekel heb aan die staat van dienst. Meestal echter heb ik de kracht niet voor hekel, en kies ik voor angst. Ik ben bang voor die gedachten en voor wat me overkomt als ze me eenmaal in hun greep hebben. Ik heb de kracht niet om ze af te weren, ik ken de argumenten niet om ze te demonteren, en ik bezit slechts ten dele de wijsheid om ze buiten de deur te houden. Ik zou als een boer op mijn kippen moeten letten (mijn geest is ook geen kippenren) en in vredesnaam geen Dostojevski moeten lezen omdat het ontiegelijk slecht voor me is. Ik weet, voordat ik het boek pak, wat het met me gaat doen. Ik weet welke spoken het in mijn hoofd loslaat. Maar goed, mensen weten ook wat voor een schade sigaretten aanrichten en dat je niet te vet moet eten, het vlees is zó gewillig en de geest is zo zwak.

Maar na honderd bladzijdes pleegt de hoofdpersoon een moord en ineens is het weer fictie. Het is me kwijt. Tijd om opgelucht adem te halen en de olie van mijn gedroomde stranden te schrapen.

Hugo Maat

1.1.12

Esnesnon 1-1-12

Let's see. Ah yes. Er is nog net genoeg tijd voor een eerste post van het jaar.

Twee dingen. Ik hou het immers kort.

Ten eerste, ik ben halverwege La Nausée van Sartre, vertaald als De Walging. Zo goed is mijn Frans namelijk absoluut niet. Ik zou op zich Saint Exupery nog aandurven, maar Sartre komt in zijn denken zozeer op mij over als een hoogdravende literator dat ik iets soortgelijks vermoedde aan te treffen in zijn schrijfstijl. Doe mij dan gewoon maar een onbeholpen vertaling met hoogdravend Nederlands. Het gaat me immers hoofdzakelijk om de inhoud, en ik heb me laten vertellen dat het Fransen om het totale plot gaat. Dat onderscheidt ze van de Amerikaanse stijl waar het om de manier van vertellen gaat. Maar genoeg oppervlakkig gejengel, heb ik bovendien geen tijd voor. Het boek is angstaanjagend of op zijn minst onaangenaam omdat het me teveel doet denken aan dit blog. Het voelt alsof ik zonder het te weten de stijl van schrijven heb gejat van Sartre en daar voel ik me niet lekker over. Niet om te zeggen dat ik nu Walging ervaar, maar het feit blijft. Ik had het leuk gevonden als het van mij was, en ik niet een voortdurende neiging zou hoeven hebben mijzelf te verdedigen tegenover mijn eigen beschuldiging onorigineel te zijn op de één of andere wijze. Ik zal wel weer niet goed snik zijn.

Punt twee: ik voel me cool. Ik voel me laid-back, locker, monter, chill. Ik voel me sigaren, stranden in de avond en witte veranda's. Ik voel me lichte jazz en zoete drank, snelle schoenen en zonnebrillen. Ik voel me dolce far niente. En hoewel ik voldoende ochtenden met een glimlach heb opgestaan om aan het einde van de dag bloedchagarijnig te zijn veroorloof ik mij een schaamteloos naïef optimisme. Ik voel me goed dus het jaar is vast goed. Mijn oogleden blijven half geloken en mijn passen zacht. Ik voel me wuivend satijn en middagen zonder uren. Ik voel me als een zwoele dag achter halfgesloten gordijnen, samen met een geliefde, slapend, vrijend, zachtjes lachend. Ik voel me wind over het water.

Hugo Maat