Goedemiddag.
Mis ik iets? Excuseert u mij. Hallo? Sorry dat ik u stoor, maar ik had een vraag. Nee, het is geen dringende vraag. Pardon? Nee, het is geen dringende vraag, ik loop er immers al een maand of wat mee rond. Wat ik bedoel is, ik kan de vraag een maand ontbeantwoord bij me laten, dus een paar minuten, uurtje?, moet ook lukken. Ja, dat weet ik. Goed. Het spijt me echt u hiermee lastig te vallen. Geen probleem? Ik kan later terugkomen, dat weet u. Nee? Uitstekend.
Waar is mijn ervaring? Waar is mijn transcendentie, sublieme en spiritualiteit? Heb ik een handicap die de artsen nog niet opgemerkt hebben? Och, pardon, daar ga ik al. Ik bedoelde niet de medische wetenschap erbij te halen, dat bewolkt deze zaak zo. Herstel. Ik bedoel: waarom ken ik dat niet? Vertel mij dat er blauwe tulpen bestaan of spinnen die dertig maal hun eigen lichaamslengte kunnen springen, of zeg me dat het dijbeen het grootste menselijke bot is of dat Cervantes een galeislaaf is geweest, en ik kan ongelovig zijn wat ik wil - maar dan is er iemand die me bij de hand kan nemen en me de wonden aan kan laten raken, als u me de vergelijking toestaat. Ja, wanneer iemand me de onmiskenbare tekenen zou tonen en zou zeggen: "Wees niet langer ongelovig!" dan zal ik vol vreugde uitroepen: "Mijn heer, ik herken u!" Snapt u wat ik bedoel? Als iemand mij vertelt dat angst hem in de greep houdt of dat hij treurt kan ik de gelaatstrekken zien en al dan niet bemerken of ik de tekenen zie. "Dit persoon is angstig, dat zie ik aan zijn ogen," zeg ik dan. Nee, het zal geen bewijs zijn, maar het wordt dan aannemelijk. Hoezo, vraagt u? Nou, of ik zou eigenlijk zeggen: "Welnu," ik ken de angst van mijzelf en de rillingen die ik dan voel, dus die kan ik in andere mensen herkennen, in mijn gelijken.
Zou een mens zonder angst dit zien? Nee, ik ken angst, en nee, mijn punt komt dadelijk. Zou een mens zonder angst de angst van een ander herkennen? Misschien dat iemand hem dit kan vertellen. Maar de onbeangstige en ik, en ons allen, zijn gelijk in iets anders: we kunnen niet andermans angst voelen. Ik kom nog dichterbij de angst van een ander omdat ik het zelf kan voelen, en als hij mij zal zeggen "Ik ben bang," dan zal ik denken aan die keren dat ik bang was. Maar kan een onbeangstige leren wat angst is door het te zien en het verteld te worden? Misschien zal hij zeggen: "Er is geen angst!" Wij zouden hem een dwaas noemen. Hij zou met verloop van tijd zichzelf een dwaas noemen.
En die dwaas, weet u, daar gaat het me om! Een dwaas weet iets niet, en wel omdat hij het niet ervaren heeft - goed, hij is ook op andere manieren níét aan kennis gekomen maar dat is niet het punt. Hij kent hetgene niet wat hem dwaas maakt. Die dwaas waart door de straten en roept, lantaarn in hand: "God bestaat niet." Weet u dat, snapt u dat? Kent ú eigenlijk dwaasheid? Lieve help, daar was ik nog nooit opgekomen. Snapt u een dwaas? Eigenlijk kunnen alleen dwazen, of in ieder geval voormalig dwazen, de andere dwazen herkennen omdat ze het ervaren hebben. De anderen zien de buitenkant. De anderen zien de roepende man en horen: "God bestaat niet," en zij denken: deze man is een dwaas, want dat kunnen ze zien, en dat horen ze! Maar ze hebben niet gevoeld wat zijn dwaasheid is want zij hebben die kennis wel. Zij snappen niet wat het is om het niet te weten zoals de dwaas niet weet wat het is om wel te weten. Zou de dwaas het door hebben? Zou hij de anderen dwazen noemen?
Zoveel mensen schrijven en spreken over ervaringen van 'volheid,' over meerwaarde en transcendentie, over het geheel wat ze zien of over de armoede van hun ervaringen erna. Ik til mijn lantaarn op tot aan hun aangezicht en vraag hen, en vraag u: ben ík een dwaas? Ben ik een dwaas? Ik kan volharden zoveel als ik wil en u met mij, c.q. tegen mij! Hier is mijn overgave. Kunt u mij horen? Ben ík een dwaas? Neem mijn handen aan en ik zal ze in uw zijde leggen. Kom op. Kom op!
Of ik een dwaas ben of niet, ik voel me onderhand knap achterlijk.
Hugo Maat
9.1.12
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten