29.10.10

Esnesnon 29-10-10

Goedemorgen.

Vandaag is er iets dat ik niet ga doen. Voor het eerst sinds ik vorig jaar september ben begonnen met deze studie is er een tentamen waar ik me voor heb opgegeven dat ik niet meteen haal. Nou lijkt het misschien heel melodramatisch als ik het zo zeg, maar dat is niet de impressie die ik bedoel. Gezien het feit dat andere studenten even goed sommige tentamens niet halen en er hun schouders over op kunnen halen heb ik geen recht om er moeilijk over te doen; het lijkt daarnaast ook verdacht veel op ogen uitsteken als ik zou klagen over een tentamen, een minor nota bene.

Deze relativistische uitlating is niet mijn ware mening. In werkelijkheid vind ik het ontzettend vervelend. Ik had gehoopt, stilletjes, alles te halen en volgens eigen bewoording, niet verslagen te worden. In werkelijkheid maakt het me helemaal niet uit wat andere studenten vinden over studie en het belang van tentamens, daarvoor ben ik niet naar een universiteit gegaan. Ik doe dit niet om van andere mensen te winnen; ik hou niet eens van competitie. Het spel, of de strijd die ik wil winnen is tussen mij en mijzelf, of eventueel tussen mij en de universiteit of de docent. In dat licht is al dan niet een tentamen halen een kwestie van winnen of verliezen: niet met de flexibele standaard die het vergelijken met medestudenten is maar met de harde, hoge lat van het overkomen van mijn eigen zwaktes of de eisen van de academische wereld. Denk ervan wat u wilt: dit is hoe het voor mij voelt en hoe ik het graag zie, bezijden de realiteit als het moge zijn.

Het vak in kwestie lukte me niet omdat ik wegens een slordig rooster het college niet kon volgen. Nu zijn colleges voor mij van integraal belang: anders heb ik geen enkel aanknopingspunt en kan ik alle verdere kennis niet goed plaatsen. Colleges zijn voor mij noodzakelijk om een goed beeld te vormen van de stof. Dat op zich vind ik een belangrijke ontdekking over mijzelf en mijn leervaardigheden, hoewel niet de prijs van een tentamen waard. De oplossing: deze cursus wordt om het jaar gegeven, dus in 2012, (nog voor het einde van de wereld) volg ik de colleges en haal ik dit vak.

Dat idee, dat mij zo helder voor de geest kwam, ging gepaard met een langzaam maar zeker beter te onderscheiden andere wens: dat ik over twee jaar in ieder geval nog twee eigenschappen bezit die ik nu werkelijk als onderdeel van mijn persoonlijkheid zie. Ik hoop dat ik die karaktertrekken beklijven.
In de eerste plaats trots. Kan eveneens worden getypeerd als ijdelheid, in de niet- fysieke zin. Ik weiger op te geven, omdat ik het gevoel heb dat ik me feitelijk gewonnen geef, een gevoel waar ik absoluut niet van hou. Trots betekent voor mij dat ik me vasthoud aan hetgeen ik gekozen heb en het verdedigen van mijn eigen positie verkies boven het veranderen van keuze. Als je voor iets kiest dat niet goed blijkt te zijn, verbeter dan het voorwerp van keuze in plaats van over te gaan naar een onzekere andere optie. Dit is de emotie die ten grondslag ligt aan mijn onwilligheid om uit Almere te verhuizen, hoe vaak men mij dat ook aanraadt, die mij ertoe drijft mijn gelijk toch proberen te halen ook al lijkt het wanhopig, maar ook het halen van alle tentamens waar ik me voor opgeef. Het is de oorzaak van het nare gevoel dat ik krijg als ik opgeef en de drijfveer achter het ingaan op uitdagingen. Trots is wat mij mijn best laat doen, wat me grimmige voldoening geeft als ik 'win' en verslagen en leeg laat voelen als ik 'verlies.' Maar zelfs in verlies ben ik koppig: als de sterren weer gunstig staan doe ik die cursus en haal ik het tentamen.

Het tweede kenmerk is moeilijker te benoemen. Ik noem het zelf 'magisch denken.' Het houdt in dat ik van de wereld een verhaal maak, of een spel: dat ik regels creëer die niet werkelijk gelden die via de magische wetten van imitatie of associatie werken en dat systeem gevoelsmatig prefereer boven de realiteit. Ter verklaring een paar voorbeelden: voor mijn tentamen afgelopen maandag had ik een droom waarin ik dacht dat het tentamen afgelopen was en dat het goed ging. Toen ik wakker werd verkeerde ik in enorme stress omdat het een potentieel gevaar is voor de kwaliteit: gelijk aan het zeggen 'dit gaat best aardig' midden in een spelletje overgooien of 'wat kan er nou helemaal misgaan' in iedere willekeurige context. Dat moet worden afgewend door het kloppen met de linkerhand aan de onderkant van een houten oppervlak, of door aan een stuk hout te krabben en drie keer rond te draaien. Echter ging het tentamen verrassend goed, dus het is duidelijk dat ik een voorspellende droom had. Tweede voorbeeld: ik ontdekte enige tijd terug een muziekstuk waarvan ik (onterecht) dacht dat het 'lente' heette. Twee dagen later werd ik verliefd. Ik zag (en zie eerlijk gezegd nog steeds) een directe correlatie tussen het ontdekken van 'lente' en verliefd worden. Ik zou nog verder kunnen gaan en beweren dat het feit dat het uiteindelijk niet veel bijzonders met de persoon in kwestie is geworden samenhangt met het feit dat het muziekstuk helemaal niet die titel droeg. Hetzelfde verhaal gaat op voor een massa andere muziekstukken, waar ik allemaal aparte connecties mee heb. Het is het magische denken dat mij vertelt dat het geen kwestie is van punten wel of niet halen, maar van een conflict, van een proeve die ik moet doorstaan, een onderdeel van een queeste door het leven, een hoofdstuk uit een verhaal dat ik meemaak. Ik geloof dat er meer in het leven is dan de ene gebeurtenis die op de ander volgt.

Let wel, bij geen van genoemde voorbeelden ging ik er met mijn volle verstand vanuit dat de gedachtegang ergens op sloeg. Het was mijn gevoel dat me ingaf dat er een verband bestond, waar mijn verstand me vertelde dat ik zelf een verband legde. Als dat verband er echter eenmaal is weiger ik het los te laten en blijft de magische connotatie in mijn hoofd bestaan.

De afsluitende woorden van deze post vind ik moeilijk te vinden, dus ik spring over op een ander onderwerp voor de laatste regels: per overmorgen, 1 november om 0.01, begin ik met mijn derde (driemaal is scheepsrecht) poging tot het halen van NaNoWriMo. Sidder en beef.

Hugo Maat

19.10.10

Esnesnon 19-10-10

Goedemiddag.

Schrik en afgrijzen, en wel om twee hele redenen.

Ten eerste, ik heb volgende week tentamens (nog geen schrik hier) en ik ben al ruimschoots aan het studeren ervoor (ook nog niets verrassends). Om mijn hersenen voldoende cafeïne en suiker te blijven voeren loop ik nu rond met een grote fles cola (hier ergens is het schokmoment). Ziet u, ik had gisteren een klein moment van gewaarwording op het station. Ik bedacht dat het een idioot idee was om zoveel koffie uit de automaten te drinken gezien het feit dat het eigenlijk maar stompzinnige plastic bekertjes zijn als ik voor dezelfde prijs als twee bekertjes automatisch gezet hersenvoeding ook een liter cola kon kopen. Bovendien begon ik teveel op een docent te lijken met een dergelijke koffieconsumptie. Daarom neem ik nu ongeveer een liter per dag aan cola in, enigszins lauw en zonder een spoortje prik, puur om helder te blijven. Mijn hemel, wat werkt dat goed. Ik heb totaal geen slaperige momenten meer tijdens het lezen. Het is maar goed dat ik nu nog even de grote waarde van veel te zoete frisdrank heb ontdekt.

Ten tweede. NaNoWriMo. Jawel. Driemaal is immers scheepsrecht.

Hugo Maat

15.10.10

Esnesnon 15-10-10

11.10.10

Esnesnon 11-10-10

Goedemorgen.

Ik zat vanochtend in een trein van Deutsche Bahn, iets dat ik over het algemeen zeer zelden doe en nimmer eerder voor binnenlandse reizen heb gedaan, waar ik mij voordeed als iemand anders. Ik pretendeerde een buitenlandse afkomst te hebben, iets waar ik mij prima in kon vinden gezien het feit dat ik in een buitenlandse trein zat en geen van instructies in de desbetreffende trein in mijn moedertaal was opgesteld. Na de Italiaanse en Franse instructieve teksten over noodgevallen tijdens treinreizen te hebben ontcijferd besloot ik een gesprek aan te knopen met een jonge man die net als ik in het gangpad op de grond zat. Gezien het feit dat ik geen flauw benul had welk taal of dialect de voorkeur genoot in zijn dagelijks spraakgebruik begon ik mijn beste Engels, accenten zo veel mogelijk vermijdend. Zijn reactie was, toepasselijk, qua taal aangepast op de initiator van de conversatie. Het accent waarmee hij sprak verried echter onmiddellijk dat ik mij ten onrechte in het gezelschap van een buitenlander had gewaand: de kerel was zo oer-Hollands als de kroketten van Kwekkeboom.

Niet van plan gezichtsverlies te lijden bij een volslagen onbekende wegens de verkeerde keuze in aanhef zette ik het gesprek voort, op iedere vraag een gefingeerd antwoord gevend. Binnen een minuut tijd was ik een inwoner van Hamburg, die op weg was naar station Amsterdam Zuid om daar opgehaald te worden door een familielid dat mij verwachtte, om vervolgens bij die persoon een week door te brengen. Ik vroeg hem niets in weerwoord omdat ik niet geneigd was om iets over de werkelijkheid te weten te komen. Toen de trein eenmaal tot stilstand was gekomen nam ik een andere route dan ik gewoon ben naar de universiteit om mijn dekmantel in ieder geval nog intact te houden tot wij uit ons beider zicht verdwenen zouden zijn. Ik flaneerde enkele minuten onder de torenflats bij het station door, hield in om een moment lang een kunstwerk te bewonderen en slenterde vervolgens langs de defecte stoplichten terug mijn gebruikelijke leven in. Al met al beschouwde ik het een uitstekend begin van mijn dag.

De werkelijke reden dat ik even wilde schrijven was een poëtische gedachte die in mij opkwam terwijl ik in het gangpad van de eerder genoemde trein van de DB zat en naar buiten zat te staren (ik verkeerde immers in het buitenland bij wijze van Ferien en kon moeilijk als een doorgewinterde lokale forens naar het interieur blijven turen). Ik zag vanuit mijn kikvorsperspectief een aantal bomen wier bladeren een bleke wit tint waren, vermoedelijk omdat ik tegen de onderzijde van het blad aankeek. De bast van de boom was eveneens zeer licht in kleur. Ik nam de woorden in mijn hoofd, vormde de zin in mijn mond en sprak, te zacht voor het oor om op te vangen: deze bomen zijn een kunstwerk, van blanco papier gevouwen.

Dat vond ik een interessante gedachte. Papier wordt namelijk van bomen gemaakt, niet andersom.

Hugo Maat

8.10.10

Esnesnon 8-10-10



In other news, ik ben bezig met het reorganiseren van mijn kamer. Het is behoorlijk moeilijk om alle willekeurige dingen ergens te plaatsen en niet weg te gooien omdat ik ze niet nodig heb. Denk maar aan twee vreemde sierlampjes, een miniatuurvuurtoren, een kaarsje in een mooi porseleinen bakje, twee pluizige hondjes met magneetjes in de poten, twee stukken aangespoeld koraal, een paperclip, twee castagnettes, een gebruiksaanwijzing voor een defecte grafische rekenmachine, een defecte grafische rekenmachine, twee defecte mobiele telefoons, een horloge met een kapot bandje, een luciferboekje van een conventie, een yahtzeebeker, een hoge stapel boeken die ik niet meer ga lezen, twee bibliotheekpassen, twee rotjes, een kapotte briefopener, vier tegeltjes met de letters van mijn naam, een spotlight, de verpakking van mijn wekkerradio, twee collectebussen, een verrekijker en een stuk stof dat je in een laptop doet als je hem dichtklapt. Help.

Hugo Maat

4.10.10

Esnesnon 4-10-10

Hallo.

Gisteren was Leidens ontzet. Donderdag en vrijdag is Alkmaars ontzet. Ik heb toevallig een paar ooggetuigenverslagen uit die tijd gekregen, bij wijze van presentje, in boekvorm, en ik ben een fanatieke aspirant-historicus, dus dat zijn dingen die ik weet.

Vandaag is het Werelddierendag, ook een hele belangrijke dag, voor allerlei mensen.

Wat een belangrijke data deze week. Zo belangrijk dat we maar beter alle andere dingen deze week even kunnen negeren. Dat lijkt me wel zo fair, om voldoende respect te betonen aan de dingen die er toe doen.

In other news: ik doe weer toneel. Ik heb in het Shakespeariaanse 'The Taming of the Shrew' de rol van Lucentio van Pisa te pakken, terwijl ik opteer voor een dubbelrol met Grumio, een bediende. Ik moet even lobbyen met de regisseuse hiervoor. Ik ben licht gefrustreerd de hoofdrol te zien verdwijnen voor mijn ogen. Gelukkig heb ik genoeg zelfbeheersing om mij niet sip of nors te gaan gedragen. Ik toon gewoon mijn kunnen en bij het volgende stuk wel voor de hoofdrol. Niet versagen.

In other news also: Resident Evil 4 is de slechtste film die ik in mijn leven heb gezien. Dat ligt vanzelfsprekend aan mij, omdat ik het van het vreemd soort bioscoopganger ben dat van een goed verhaal houdt en pas kan genieten van rondvliegende ledematen en andersoortige gewelddadige scènes als ik een reden heb om begaan te zijn met het welzijn van één van beide partijen. Als er echter een aantal figuren rondlopen die geen reden van bestaan schijnen te hebben en geen van hun acties kunnen rechtvaardigen of motiveren, mij dus geen reden gevend waarom ik geïnteresseerd zou moeten zijn in wat ze doen, vind ik het saai. Ik probeer mij in te leven in personages van een verhaal, maar om de één of andere reden kon ik mij nog het best identificeren met één van de zombies die een beetje sloom toe stond te kijken hoe de acteurs betekenisloze acties uitvoerden.

Hugo Maat

2.10.10

Esnesnon 2-10-10

1.10.10

Esnesnon 1-10-10

Ik weet nog niet zeker of ik al dan niet in de onttovering van de maatschappij geloof, gezien de hardnekkige blindheid dan wel stupiditeit van sommige mensen. (Ik refereer even aan de meerderheid. Mocht je van mening zijn dat je daar onder valt, besef dan dat mijn mening die van de minderheid is en dus wat minder belangrijk is, vanuit jouw standpunt tenminste.)

Waar ik zelf wel redelijk zeker van ben is de onttovering van mensen. Dat komt omdat ik het zelf ken en er bij mijzelf in geloof. In dit geval heb ik het dan voornamelijk over het grenzeloos opkijken tegen bepaalde personen in je leven. Ik weet niet hoe het met anderen zit, maar ik kende als kind een aantal mensen waarvan ik heilig geloofde dat ze een soort van bovenmenselijke vaardigheid bezaten waardoor ze in staat waren iedere tegenslag te overkomen, altijd wisten wat het juiste was en wat ze moesten doen, dat ze niet last hadden van de dingen die ik zelf betreurenswaardig vond en dat ze altijd zo zouden blijven.

Dat is natuurlijk wishful thinking. Naarmate de tijd vorderde, in een proces dat je eventueel opgroeien kan noemen, kreeg ik in de gaten dat ik dat ideaal iets moest bijschaven en weggooien. Dit gebeurde meestal naar aanleiding van een specifieke handeling: huilen. Als ik één van deze supermensen zag huilen was het voorbij. Dat was hun geheime zwakte, iets wat hen spontaan veranderde in een gewoon, kwetsbaar mens. Ik heb aardig wat tranen zien vloeien naarmate de tijd verstreek, wat tot het afbrokkelen van mijn droombeeld leidde. Nu heb ik onderhand zoveel helden van hun voetstuk zien vallen dat ik moeite heb om degenen die nog staan overeind te houden, laat staan het installeren van nieuwe 'übermenschen'. Ik zie inmiddels, volgens het principe van generalisatie, een normaal, 'zwak' mens in iedereen.
De wereld is voor mij dus onttoverd door vermenselijkt te zijn.
Als een sprinkhaan in een storm hou ik mij nog vast aan een laatste korenhalm met een defaitistische roep huilend in de oren op mijn knieën.

Hugo Maat