Goedemorgen.
Ik zat vanochtend in een trein van Deutsche Bahn, iets dat ik over het algemeen zeer zelden doe en nimmer eerder voor binnenlandse reizen heb gedaan, waar ik mij voordeed als iemand anders. Ik pretendeerde een buitenlandse afkomst te hebben, iets waar ik mij prima in kon vinden gezien het feit dat ik in een buitenlandse trein zat en geen van instructies in de desbetreffende trein in mijn moedertaal was opgesteld. Na de Italiaanse en Franse instructieve teksten over noodgevallen tijdens treinreizen te hebben ontcijferd besloot ik een gesprek aan te knopen met een jonge man die net als ik in het gangpad op de grond zat. Gezien het feit dat ik geen flauw benul had welk taal of dialect de voorkeur genoot in zijn dagelijks spraakgebruik begon ik mijn beste Engels, accenten zo veel mogelijk vermijdend. Zijn reactie was, toepasselijk, qua taal aangepast op de initiator van de conversatie. Het accent waarmee hij sprak verried echter onmiddellijk dat ik mij ten onrechte in het gezelschap van een buitenlander had gewaand: de kerel was zo oer-Hollands als de kroketten van Kwekkeboom.
Niet van plan gezichtsverlies te lijden bij een volslagen onbekende wegens de verkeerde keuze in aanhef zette ik het gesprek voort, op iedere vraag een gefingeerd antwoord gevend. Binnen een minuut tijd was ik een inwoner van Hamburg, die op weg was naar station Amsterdam Zuid om daar opgehaald te worden door een familielid dat mij verwachtte, om vervolgens bij die persoon een week door te brengen. Ik vroeg hem niets in weerwoord omdat ik niet geneigd was om iets over de werkelijkheid te weten te komen. Toen de trein eenmaal tot stilstand was gekomen nam ik een andere route dan ik gewoon ben naar de universiteit om mijn dekmantel in ieder geval nog intact te houden tot wij uit ons beider zicht verdwenen zouden zijn. Ik flaneerde enkele minuten onder de torenflats bij het station door, hield in om een moment lang een kunstwerk te bewonderen en slenterde vervolgens langs de defecte stoplichten terug mijn gebruikelijke leven in. Al met al beschouwde ik het een uitstekend begin van mijn dag.
De werkelijke reden dat ik even wilde schrijven was een poëtische gedachte die in mij opkwam terwijl ik in het gangpad van de eerder genoemde trein van de DB zat en naar buiten zat te staren (ik verkeerde immers in het buitenland bij wijze van Ferien en kon moeilijk als een doorgewinterde lokale forens naar het interieur blijven turen). Ik zag vanuit mijn kikvorsperspectief een aantal bomen wier bladeren een bleke wit tint waren, vermoedelijk omdat ik tegen de onderzijde van het blad aankeek. De bast van de boom was eveneens zeer licht in kleur. Ik nam de woorden in mijn hoofd, vormde de zin in mijn mond en sprak, te zacht voor het oor om op te vangen: deze bomen zijn een kunstwerk, van blanco papier gevouwen.
Dat vond ik een interessante gedachte. Papier wordt namelijk van bomen gemaakt, niet andersom.
Hugo Maat
11.10.10
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
Dat zijn abelen. Mijn lievelingsbomen, die vooral in duingebied voorkomen. Hun blaadjes hebben twee kleuren: boven groen en onder zilvergrijs. Zo kunnen ze zich elk moment voordoen als vreemdelingen, op het excuus van de wind.
Een reactie posten