8.1.10

Esnesnon 8-1-10

Hallo.

Dit is een datum die ik niet kan laten liggen. Zo uit mijn hoofd is het nu twee jaar geleden dat ik mijn eerste blogpost schreef. Dit is geen feestje waard, gezien de twee of drie keer dat ik dit blog heb laten sterven in plaats van hardnekkig door te schrijven. Ik meen dat ik het al eerder opgemerkt heb, maar ik geef de voorkeur aan viering van prestaties boven de viering van bepaalde hoeveelheden omwentelingen van de aarde. Als u het ernstig met mij oneens bent betreft de feestelijkheid van deze datum is het u toegestaan mij een appeltaart of iets anders lekkers te bezorgen. Dan maak ik wel een uitzondering.

Ik gedraag me even conform een norm van het verjaren met een terugblik op de geschreven stukken van de afgelopen twee jaar. Ik heb sinds het begin 166 stukken gepubliceerd en iets meer dan dat geschreven. Het varieert van gefrustreerde rants tot halve poëzie tot uitzinnige verklaringen van vreugde. Er zit een stuk roman tussen en verslag van een vakantie. Ik heb heel wat digitale inkt verspeeld aan muzikale beschouwingen en een slag naar filosofische denkbeelden. Je zou haast zeggen dat alle stukken samen een totaalbeeld van mijn psyche zouden geven. Quatsch, natuurlijk. Wat alle posts ongeveer verenigt is de gewoonte niet te zeggen wat me bezighoudt op dat moment. Op zijn meest verwijs ik er vaag naar waardoor ik waarschijnlijk de enige ben die begrijpt waar ik het over heb. Dat maakt dit blog tot een geheim dagboek, verkondig ik dan met een glimlach. Ik voel me net een Dan Brown.

Ik wil nog niet ophouden met Esnesnon. Een paar van de redenen staat twee posts naar beneden. Welnu, ik haal mijn hand nog een keer door mijn antisociaal lange haar en sluit af. Want mijn terugblik leert mij ook dat mijn posts stilaan steeds langer zijn geworden en dat hoeft niet zo nodig. Bij deze,

Hugo Maat.

7.1.10

Esnesnon 7-1-10

Hoi.

Ik steek maar van wal en hoop dan tenminste de kant nog een keer te raken.

Dit blog en ik hebben veel met elkaar gemeen. Je zou bijna denken dat we familie zijn. Beiden zijn redelijk zinloos en nutteloos, om maar even met een milde dosis zelfspot te beginnen. Beiden laten vaak lang niets van zich horen, ook zeer typisch. Beiden spelen met hun eigen motieven en meningen tot er niet veel meer over blijft dan een ambivalente gelei met lampenkappen overal. De mooiste overeenkomst, want de bovenstaande gezamelijke kenmerken zijn allemaal een beetje zielig of naar, vind ik het feit dat zowel ik als het blog in een wereld van lege feiten of eerder zelfs een ruwe vorm van bestaan het voor elkaar krijgen om in de uitspanten een spinneweb te weven door alle blinde vlekken en daardoor leven te zijn.

Dat mag ik waarschijnlijk uitleggen. Kort gezegd is het blog een eindeloze reeks van dezelfde twee cijfers. Toch kan het op een verhaal lijken. Ik ben, cynisch gezien, een grote blob van materie, geordend als cellen en chemische processen, vul hier uw uitgebreide kennis van het menselijk lichaam maar in. Maar ik kan denken. Denk maar aan een steen die ergens op de bodem van de zee ligt. Deze steen bestaat. Ik denk dat we hem zelfs kunnen vinden als we er naar gaan zoeken. Voordat ik dit voorwerp hier benoemde bestond het ook al, alleen was het ongenoemd, buiten contexten, onaanschouwd, men had er zelfs geen voorstelling van gemaakt. Toch bestond het. De steen was niet lelijk of mooi, niet groot of klein. Die steen was een ding op zichzelf en koud gezien is hij dat nog altijd. Zojuist heb ik echter de steen herschapen tot een beeld in de gedachten. Die steen bestaat feitelijk, en ik bedoel puur koud feitelijk, niet. Anders gezien bestaat die steen wel. Weer anders gezien bestaat die steen als enige, maar die stroming hang ik niet aan dus dat mag je wat mij betreft vergeten.

Mijn lichaam bestaat. (Even voor de duidelijkheid, ik ben een gelovig mens. Ik hou er een geloof op na dat voor mij noodzakelijk is om de wereld te begrijpen, om te snappen hoe ik moet leven en om het leven zin te geven. Dat geloof houdt simpelweg in dat de dingen die ik om mij heen waarneem echt zijn.) Ik meen dat we dat als feit mogen rekenen. Er zijn ook niet gek veel mensen die eerlijk menen dat ik me vergis als ik dat zeg. Wat er voor de rest aan mij bestaat is natuurkundig en biologisch onaanwijsbaar en onbewijsbaar. Als ik spreek over mijn geest, over mijn fantasie en over, als we toch bezig zijn, mijn ziel, dan zijn er genoeg boze tongen, inclusief die van mijzelf, die beweren dat deze allemaal verzonnen zijn. Ze zijn verzonnen en ze zijn een vernisje over de werkelijkheid. Iedereen die op basis daarvan concludeert dat de menselijke geest niet bestaat, dat de fantasie geen werkelijkheid bevat en dat er geen ziel is die naar de hemel gaat puur omdat mensen dat verzonnen hebben verdient een opgetrokken wenkbrauw.

Vernisjes bestaan ook, weet u. Als mensheid mogen we allemaal trots zijn op die laagjes onwerkelijkheid. Ze zijn onze grootste en mooiste creatie.

Hugo Maat.

6.1.10

Esnesnon 6-1-10

Goedenavond.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb plenty redenen om geen zelfmoord te willen plegen. Begrijp me wederom niet verkeerd, ik heb daarnaast nog eens plenty redenen om het niet te doen ook. De echte redenen zijn te saai of te ingewikkeld om te benoemen. De hier volgende redenen zijn niet even belangrijk of even sterk beargumenteerd, maar het zijn wel de leukste redenen, naar mijn mening.

Ten eerste: Ik zou dolgraag willen weten of iemand zich schuldig zou voelen als ik mezelf om zeep zou helpen. Ik heb het nooit door als mensen me hebben gekwetst of beledigd tot ze het zeggen omdat ik er niet op let. Soms heb ik het gevoel dat er nog iemand rondloopt die meent mij ernstig beledigd te hebben zonder dat ik ervan weet. Met zelfmoord wordt dit wel wat extreem, dan gaat het echt aan me knagen denk ik. De tijd om erachter te komen is dan gewoon om en dat zit me dwars. Vandaar dat ik nog even blijf leven.

Reden twee. Ik zou eigenlijk iemand met me mee moeten nemen. Niet gewoon suicidaal, maar meer een dubbele moord. Het slachtoffer zit dan op de achterbank van de auto die ik bestuur (zonder rijbewijs, eh, met dit weer) en schreeuwt dat ik me nog doodrij waarop ik grijnzend antwoord dat ik dan tenminste hem met mij meeneem. Cue maniakaal gelach en een dodelijk ongeluk. Och, of wat zeggen we dan van een regelrechte aanslag? Bommen omgegord, de Suzuki Swift in zijn twee (ditmaal met explosieven aan boord, anders krijg je nooit een bus stuk) en Pearl Harbor in zicht met de twee torens van het World Trade Center die puur voor de compilatie van voorbeelden veertig jaar en een flink stuk verplaatst zijn. Misschien ben ik dan toch een gezelschapsmens.

Ten derde en hier laat ik het bij. Ik vind het ergste van alles dat ik geen goede methode kan verzinnen. Tuurlijk, mogelijkheden zijn er te over en ik kan heus wat leuks bedenken, maar zelfs het meest gruwelijke is niet goed genoeg. Ik ken toevallig een heel stel morbide mensen en ik beeld me dan in wat ze tegen elkaar zeggen op mijn begrafenis. 'Ze hebben nog stoffelijk overschot gevonden, dat valt me nou van hem tegen.' 'Zelfdoding door seks met een dolfijn in een leren stekelpak, niet zo dramatisch als ik van hem verwacht had.' 'Voor een trein springen in een fluorecerend strak pakje en een groot stopbord? Kom op, verzin dan iets leuks.' Ik kan het niet gek genoeg verzinnen of ik heb het gevoel dat ik mensen teleurstel. Ik heb verwachtingen waar te maken met mijn zelfmoord, dus tot ik de absoluut ultieme krankzinnige methode heb gevonden moet ik maar blijven leven.

Oftewel, het komt allemaal prima deluxe in orde met mij.

Hugo Maat.