25.6.09

Esnesnon 25-6-09

Goedemorgen.

Dit is het tijdstip dat ik me uitrek en overweeg om terug in bed te kruipen dan wel meer te gaan eten en de post te negeren. Mooi niet, vind ik, slapen heb ik meer dan genoeg gedaan en eten doe ik toch al op ongeregelde tijdstippen, wat voor mij betekent dat ik het eventueel zonder schroom uit kan stellen. Nu ik dat helder tegenover mezelf geponeerd heb kan ik me wederom richten op de geestelijk aanwezige zaak. Stel je zit, op een mooie herfstige dag, met vallende blaadjes en een koele grijze lucht, in alle rust aan het water op een mooi grasveldje, naast je een tijdmachine en voor je uit de skyline van Manhattan. Twee vliegtuigen leggen de twee torentjes in puin en mensen gillen wat en rennen als kippen zonder kop rond, maar dermate in de verte dat het meer een soort amusante, opvallende gebeurtenis is dan iets waar je compassie voor kweekt. Het wordt wat koeler en om je heen lopen mensen continu te schreeuwen, dus het wordt steeds moeilijker lezen. Je neemt een slokje thee/starbucks-koffie/fris/water/bier/wijn/whutever you're drinkin' en stapt in de tijdmachine en plaatst jezelf een uur terug, met als gevolg dat je wederom in alle rust op het gras kan zitten lezen en drinken. Zullen de torens weer instorten? Zullen de mensen wederom rondrennen en toevallig precies hetzelfde schreeuwen? Zal het precies op hetzelfde moment precies wat koeler worden? En hoevaak moet je opnieuw een uur teruggaan voordat de torens niet instorten? Ik zeg: je kan zovaak terug in de tijd gaan als je wilt. Dat uur zal zich, met uitzondering van je eigen bezighede als tijdreiziger, exact op dezelfde manier voltrekken.

Overigens, ik gebruik bij dit verhaaltje altijd het voorbeeld van 11 september 2001 omdat iedereen er door het mediabombardement een beeld bij heeft. Het roept geen gevoelens van terroristenhaat of sympathie bij me op want echte terroristen bestaan niet of zitten in de regering, een denkbeeld dat ik voor mijn gevoel al vaak genoeg heb uitgedragen. Het weinige dat ik wil zeggen over 11 september is dat jaarlijks twee miljoen mensen omkomen door hun werk. Dingen als stress en overwerk, in Japan heeft men zelfs een speciaal woord voor dood door overwerk, meen ik. Laat me intussen even dat slachtoffersaantal wat duidelijker verkopen, want ik vind het schandalig. Twee miljoen mensen per jaar gaan dood aan hun werk. Dat is een 11-9 iedere dag. (als we het toch hebben over relativeren, de Amerikaanse militaire acties in het Midden-Oosten eisten maandelijks een 11-9 aan slachtoffers op) Deze waardes zijn niet uit de lucht gegrepen, dit staat in VN-rapporten. Die vind ik toch wel de moeite waard om te citeren, eigenlijk. In andere woorden, ik hecht geen betekenis aan de slachtoffers op elf september, als ik dat wel zou doen zou ik constant in de rouw moeten voor alle mensen die verder nog doodgaan iedere dag aan het terrorisme van de werkcultuur. Oh, of ik zou me zorgen moeten maken over arme kindertjes in Afrika, waarvan de schuld moeilijk te plaatsen is, massa's dood en verwoesting door tsunami's en aarbevingen, wat voor een aardig deel afkomstig is van moeder natuur, of repressionele acties in China, het terrorisme van hun eigen overheid. Ik kan over één dood mezelf al breken, ik heb geen greitje behoefte om dat met alle andere doden te doen. Niet zolang ik te realistisch (lees: laf, noot redacteur) ben om de barricades op te gaan en iets aan wat dan ook te doen. Ik zou idealiter geen bezwaar hebben tegen Tom Hodgkinsons 'War on Work' echter. Daar hebben we een nobele strijd te pakken, één van de laatste dingen waar we in de contemporaine westerse samenleving nog voor op de barricades mogen klimmen. Een massa-pleidooi voor het drinken van thee, uitslapen, lange en langzame lunches houden, part-time werken, de hele mikmak. Een samenleving vol al die dingen zou, in mijn ogen, alle mensen gelukkiger en gezonder maken. Dán pas ben ik bereid te zeggen dat we in de moderne tijd leven, of dat we moderne kunst mogen maken.

Hugo Maat.

Geen opmerkingen: