Goedemorgen.
Deze post krijg ik niet in een keer af en daar kan ik mee leven. Waar ik niet mee kan leven is het idee dat ik hem later niet af krijg, wat wel eens voor is gekomen op andere dagen. Zo heb ik zojuist nog twee drafts van afgelopen week in de prullenmand gemikt (en het was raak) omdat ze beiden gebaseerd waren op actualiteiten (vanuit mijn oogpunt, tenminste) en daardoor niet op een later tijdstip alsnog afgeschreven en gepubliceerd konden worden. Uit respect voor de overleden schrijfseltjes heb ik de eerste alinea van deze post aan de ongeboren brainchildren gewijd. Per slot van rekening zouden ze voor eeuwig zijn vergeten, door mij en door de wereld die nooit de kans heeft gehad er kennis van de nemen, wat een lot is dat ik alleen mensen aan wie ik me erger toewens. Voordat ik me af ga vragen of ik me misschien ergerde aan de posts die ik vernietigd heb ga ik over iets anders praten.
Mijn broer, die al enige tijd niet meer hier thuis woont, is van het weekend tijdelijk weder ingetrokken omdat hij nogal ziek, zwak en zo is. Hij claimt dus beurtelings de pc (ja, wij hebben er thuis maar één, big deal) en de televisie met bijbehorende bank, om vervolgens een beetje gloomy uit te zieken. Als groot voorstander van een beetje relativiteit op zijn tijd voel ik me daarom behoorlijk goed. Begrijp me alstublieft niet verkeerd, dit is niet omdat het hier om mijn broer gaat, iedere zieke die duidelijk aanwezig en merkbaar ziek met mij in één huis zit is goed voor mijn humeur zolang ik niet een deelgenoot van hun droevig lot ben. Om maar even lekker sadistisch te doen presenteer ik mijn lijfspreuk voor vandaag: Gedeelde smart is halve smart, maar smart dat alleen anderen treft is dubbel plezier. Brede grijns.
Ik hou van zonnig weer, want mijn uitzicht gaat er zo op vooruit. Het zorgt ervoor dat ik om de zoveel tijd even de tuin in tuur vanuit de studeerkamer (waar nooit gestudeerd wordt, maar goed) om eventjes af te dwalen en mijn schrijftempo een hartstilstand te bezorgen. Ik vind het een serie aangename onderbrekingen, die ook weer geen dag duren, zoals andere onderbrekingen die ik niet nader zal benoemen omdat het dan zou lijken dat ik er kwaad over spreek, wat ik liever eigenlijk niet doe. Ik heb er normaal geen probleem mee onderbroken te worden, sterker nog, ik heb vrijwel nooit klachten over onderbrekingen van alles dat op werk lijkt, maar soms ben ik al in zoverre in dat werk bezig geweest dat er een voldoening zit in het afmaken van de noeste, doch redelijk nutteloze arbeid.
Ik heb onlangs een cadeautje gekregen, een bijproduct van het einde van mijn vervelende middelbare schooltijd. Net alsof je een paar jaar lang door onduidelijke zompige grijsbruine prut waar dode Chinezen in drijven terwijl hun geesten uit gewoonte proberen zo dicht mogelijk op elkaar te staan, allerwijl de geur van verse mest, bruine suiker, wierrook en zilte zeelucht je neusgaten vult, om vervolgens op een stevige ondergrond te komen te staan; een groen grasland waar het alleen nog maar vaagjes ruikt naar overjarige, gecontainerde immigranten, om vervolgens dus nog een cadeau te krijgen ook. Het geval in kwestie is een boek, getiteld de dikke vegetariër, een prachtige hypallage (nee, dat spreek je níét op z'n frans uit) die noodzakelijk terugslaat op het boek, want het is ellendig moeilijk voor vegetariërs om dik te worden. Het is het standaardwerk voor de vegetarische keuken en dus net het boek dat ik met mijn vreemde eetafwijking kan benutten. Ik ga vandaag er nog wat uit bereiden ook, ik moet alleen nog even kiezen welk recept precies. Alle tijd van de wereld, als ik het goed heb.
Nu is het tijd dat ik de tekst van een liedje op ga zoeken waarvan ik spijt ga hebben dat ik het ken bij latere aangelegenheden, hoewel dat niet voor de korte termijn zal gelden. Rätselachtig. Niet dat ik behoefte aan raadsels heb, laat staan aan mensen die ze proberen op te lossen.
Hugo Maat.
21.6.09
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
WOESJ! een post die ik helemaal begreep 0:-)
*hug
Een reactie posten