7.12.11

Esnesnon 7-12-11

Gegroet.

Ik wil enkele dingen zeggen over het onderwerp ervaringen. Dit is niet bedoeld in de zin van 'dingen die ik heb ervaren' - het tegendeel zelfs, maar daar kom ik zo op, of 'dingen die anderen hebben ervaren' maar meer in de brede, abstracte zin. Ik ben tot deze mijmeringen gekomen door een filosofische discussie enkele dagen terug. Als ik mijmer is dat niet in de vorm van een twijfel. Ik twijfel immers nooit. Mijn mijmeringen zijn een zoektocht, of een bouwproject. Er zijn zaken die ik voor waar aanneem, zaken die ik niet voor waar houd en dingen die nog onbepaald zijn, en van die drie zaken bouw ik een opvatting. Een discussie, zoals die van enkele dagen terug, is een startpunt; het dient als het kavel waar ik op kan bouwen. Het proces kost tijd en in veel gevallen vind ik een lange tijd na het begin van de bouw nog nuttige bouwstenen - om de basis mee te versterken of om de muren hoger te maken.

De discussie ging over een specifiek soort ervaringen: niet die van het zintuiglijke soort waar we allemaal bekend mee zijn, maar 'historische' en 'sublieme' ervaringen. Om alvast op de zaken vooruit te lopen: ik geloofde er geen snars van. Een historische ervaring is een direct contact met het verleden dat iemand onverwachts overkomt en bovenal authentiek is. Een sublieme ervaring is een ervaring van het zelf gelijk aan de ervaring van de wereld, voortgebracht door een paradox van cognitieve vermogens en heeft een overweldigende uitwerking. Ik heb nog nooit één van beiden meegemaakt, waarop mijn opponent met een licht lachje opmerkte dat het een zekere Romantische instelling vereist. Dat ik het nooit heb meegemaakt is natuurlijk een uitstekende reden om me ervan te betichten dat ik niet weet waar ik het over heb, maar ik meen het tegenovergestelde. Ik beschouw een 'historische ervaring' simpelweg als een illusie van iemand met een Romantische instelling die niet in staat is om zijn fantasieën te onderscheiden van de werkelijkheid - twee zaken die geen direct contact met elkaar hebben.

Mijn vooronderstellingen, oftewel de fundamenten van mijn opgebouwde opvatting: er bestaat een werkelijkheid onafhankelijk aan ons denken. Ervaringen zijn subjectief, ondeelbaar, feilbaar, en vereisen een zintuiglijk verband met hetgeen ervaren wordt. (Dat wil zeggen dat een natuurwetenschapper geen elektron ervaart, dat Sherlock Holmes bij een plaats delict geen misdaad ervaart, en dat een toerist in Brugge niet de Middeleeuwen ervaart.) De eerste laag van het bouwsel is de 'historische ervaring' onmiddellijk vijandig gezind. In de eerste plaats omdat het verleden niet ervaren wordt. We treffen sporen en restanten en bouwen daaruit een beeld op. We deduceren informatie uit zintuiglijke gegevens: teksten over of uit het verleden, een potscherf hier en een oud kasteel daar, om het maar even makkelijk te stellen. Dit moet omdat er tussen de observant en het verleden een barrière staat, de zogeheten spatio-temporele context. Makkelijk gezegd: historische toestanden en gebeurtenissen zijn op een andere plek en in een andere tijd en daarom niet te observeren. We kunnen Caesar niet ervaren, ten eerste omdat hij al lang dood is en ten tweede omdat hij vooral rond de Middellandse Zee hing. We ervaren zaken zoals tafels, buikpijn en telefoontjes omdat ze bij ons in de buurt gebeuren (zonder de Alpen ertussen, bijvoorbeeld) en omdat ze erg kort geleden of in het heden plaatsvinden (rekening houdend met de tijd die het kost voor de zintuigen om de afgeketste fotonen of veroorzaakte trillingen waar te nemen). Als 'ervaringen' die niet uitgaan van zintuiglijke waarnemingen geen ervaringen zijn, wat zijn ze dan wel? Ik heb het deels al gezegd: illusies. Het zijn Romantische fabricaties die voor ervaring worden gehouden.

Mijn 'fundamentele opvatting' heeft een tweede probleem met met het idee van 'sublieme' of 'historische' ervaringen: het feit dat deze incommunicabel en onkenbaar zijn. Ze leveren geen bijdrage aan kennis. Nou hoeft dit geen probleem te zijn - tenzij je toevallig een opleiding volgt tot historicus en kennis over het verleden te krijgen, te maken en te presenteren het doel van je toekomstige vak is. In dat geval is het belangrijk om alle 'historische ervaringen', al waren ze echt te verwerpen als schadelijk voor het wetenschappelijk proces. Het geweldige en nuttige aan bijvoorbeeld een Middeleeuwse oorkonde of een potscherf is dat ze niet voorbehouden zijn aan één persoon (ervaringen zijn niet deelbaar en volkomen subjectief) en dat iedere uitspraak die op basis van observatie van deze bronnen wordt gedaan gecontroleerd kan worden door een ander die hetzelfde voorwerp kan 'ervaren'. De feilbaarheid van menselijke kennis en ervaringen (oh boy, ga me niet vertellen dat ik hier voorbeelden bij moet geven) maakt het communiceren en controleren van bevindingen een voorwaarde voor het proces van wetenschap. 'Peer control' heet dat met de meest gangbare term. Het feit dat wetenschappers elkaars onderzoek kunnen bevestigen of ontkrachten geeft meerwaarde aan hun werk. Dit is ook precies waarom wetenschappelijke teksten annotaties hebben. Ervaringen, hoe authentiek ze ook zijn, kunnen niet geannoteerd worden, niet gecontroleerd, en zijn anti-wetenschappelijk. [1]

Ook nog even iets over sublieme ervaringen. Onder andere Kant heeft hier iets over geschreven, wat ik ten zeerste betreur. Het wordt beschreven als een paradoxale ervaring, van de strijdigheid van cognitieve vermogens. Kant geeft als voorbeelden het plein van de Sint-Pieter, de Piramiden, de rollende donder of de kolkende zee. Helaas voor mijn grote waardering voor Immanuel Kant, maar dit is onzin. (Zoals ik enigszins gestoken tijdens de discussie uitriep: "Ik ben nog bij de Sint-Pieter geweest. Niks gemerkt!") Een paradox in een ervaring staat bij mij te boek als een cognitieve dissonantie. Het wordt veroorzaakt door de neiging van ons verstand om complete plaatjes te maken uit gedeeltelijke waarnemingen. Die neiging is volkomen noodzakelijk als je beseft hoe weinig het menselijk oog alleen al eigenlijk opneemt: probeer de volgende keer dat je met iemand praat eens je ogen dicht te doen en dan te kijken of je verschillende onderdelen van het gezicht nog voor de geest kan halen: hoe zag de mond eruit, hoe de ogen, hoe de oren? Je hersenen geven maar een klein deel echt aan je mee, de rest is constructie. Zo gaat het ook met totaalplaatjes: als we een dobbelsteen in onze hand houden verwachten we de vierkante vorm ook te kunnen zien zodra we deze voor ons houden. Als we cola proeven verwachten we dat deze vloeistof ook zwart is. Cognitieve dissonantie treedt op wanneer twee onverenigbare verwachtingen betrekking hebben op hetzelfde. Een hap patat nemen terwijl iemand onopgemerkt het zout heeft vervangen door suiker: dissonantie. Een beer van een vent die een hoog vrouwelijk stemmetje heeft: dissonantie. Geen sublieme ervaring, gewoon een verwachting die bij de neus genomen wordt en even schrikken. Ten grondslag daarvan ligt een hele normale en verklaarbare werkelijkheid. Misschien dat je ergens de blauwdrukken van de Sint-Pieter kunt vinden zodat je kan zien dat het alleen maar een heel erg groot en (vind ik) indrukwekkend gebouw is. Niet een onoplosbare paradox.

Ik denk dat ik op dit punt van bouw (eerste verdieping staat) wel even kan stoppen voor een bredere blik. De uitspraak die ik eerder noemde, dat historische of sublieme ervaringen een zekere Romantische instelling vereisen en dat ik er daarom ongevoelig voor ben snijdt hout. Ik ben bereid om me daarbij neer te leggen, maar niet voordat ik duidelijk gesteld heb dat ik best wel een gevoelig mens kan zijn maar dat ik me bij voorkeur laat leiden door logica. En het wonderlijke, het geweldige en het fantastische daaraan is dat ik kan vertellen waarom ik dat denk. Ik kan verantwoording afleggen en verklaren wat ik bedoel, omdat we taal delen. Het maakt het mogelijk het niet alleen met me eens of oneens te zijn, maar ook om dit onderbouwd te doen. Ik vind logisch denken meer dan wetenschappelijk. Ik vind het sociaal.

Hugo Maat

[1]: Dit stuk tekst is onwetenschappelijk, vandaar dat dit geen echte annotatie is.

2 opmerkingen:

Eduard zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Eduard zei

Uiteraard is mijn reactie gericht op de conclusie zonder in te gaan op de overwegingen, omdat het geen wetenschappelijk artikel betreft. Toch zal ik waarschijnlijk ook op een overweging ingaan.
Hoezeer het prettig is als iemand een onderbouwing van zijn uitspraken kan geven, en transparant is in zijn gevoelens, daarmee is het niet sociaal (jammer maar een individu kan niet bepalen wat sociaal is). Slechts een klein deel van de mensheid weet wat logica is, en een aanzienlijk kleiner deel weet die bewust te hanteren. Het aardige van "dat is logisch hè" is dat je conclusies ook kunt voelen -waarheid is een voorbeeld van subliem gevoel- al heeft dat zijn beperkingen zoals je hier en elders terecht opmerkt.

Het is fantastisch dat je kunt vertellen wat je denkt, juist omdat het zo weinig voorkomt dat iemand zo vergaand zijn gedachten kan verwoorden. Behalve de logica hebben we daar ook jouw bijzondere autodidactisch getrainde brein voor te danken.

Ik bestrijd dat de gedachten worden geleid door logica. Logica is een strenge cipier die de gedachten verregaand begrenst. Het daarbuiten gelegen terrein van de subjectieve en intersubjectieve en transcendentale ervaringen wordt veelal (sociaal) als belangwekkender en prettiger gezien.
Ook liggen daar de bronnen van de gedachtegangen, hetzij bewust (boeken, waarnemingen, gesprekken), hetzij onbewust (emotionele vorming, selectiviteit, cultuur).
Het eventueel uitsluiten van die gebieden van de sociale interactie leidt mijns inziens tot een roboteske, of minstens kluizenaardige levenswijze.