Zoals ik ooit ins blaue hinein tegen iemand zei, tijdens een Turks ontbijt: 'Terwijl je even voor je uit staarde zijn er drie maanden voorbij gegaan.' De amusementswaarde was gelegen in verrassing, niet in een oordeel over de lengte van het staren. Nu, echter, krijg ik de neiging om het over mezelf te denken, of te verwachten dat het over me gezegd wordt. Die ettelijke uren die ineens vervlogen zijn met niets anders dan half bewustzijn en gedachten die nooit helderheid bereiken: ik heb het dit jaar nog niet vaak zo erg gehad. Het is alsof ik probeer een huis te bouwen zonder te weten hoeveel mensen erin moeten wonen, waar de materialen zijn, om vervolgens een plan op te zetten voor de bouw van een kantoorpand om dat vervolgens weg te gooien. Ik heb wat ik al dacht en in eerdere tijden geformuleerd heb, maar de volgende stap ligt buiten mijn bereik. Zou ik op een tweesprong staan, dan viel het nog mee. In dit geval weet ik niet waar de wegen lopen - deels omdat ik hun bestaan betwijfel. Maar ik dwaal af. Mijn gedachten staren evenzeer als mijn gezicht dat alleen maar die gedachten volgt.
Moet ik dan in de wereld leven, en voor de wereld? Ik voel er niet zoveel voor. We hebben zo weinig gemeen, de wereld en ik. De wereld is een plek van actie: handeling en gebaar. Ik ben steeds meer een denker, steeds passiever en ook steeds besluitelozer. De wereld heeft haar werkelijkheid, ik heb mijn constructies en bewuste aannames. En waar in de wereld besluiten worden genomen en conflicten ontstaan door botsende interesses of verlangens slaat mijn objectivering door: ik begin mijzelf als denkend mens buiten mijn opvattingen te rekenen. Ik kan niet meer iets vinden of iets denken of ik ontmantel dat gevoel of die gedachte tot analyses: 'ik denk dit want en dit persoon vindt dit want' in plaats van de zoveel helderdere mening. "You gotta have an opinion," zegt Vincent Vega tot de man op de achterbank. Helaas ben ik niet in staat om hem van repliek te dienen. Ik heb zoveel gedaan om mijn opvattingen bij te snoeien en te verwerpen omdat ze niet zuiver genoeg waren dat ik niet veel meer over heb om te vinden. Ik vind vrijwel niets meer. De wereld van mijn gedachten is geordend en leeg. Ik heb niets meer te vertellen, lijkt het wel. Een leven vol gedachten die zichzelf in de staart bijten en geen actie. Ik staar in de leegte. Het is de enige sublieme ervaring die ik heb. Ik staar en het wordt stil.
Hugo Maat
Geen opmerkingen:
Een reactie posten