28.12.10

Esnesnon 27-12-10

Goedemorgen.

Eerder vanmorgen, zo rond half zeven, in het duister van de heersende winter, stond ik op station Lelylaan. Terwijl om mij heen de eerste forensen knipperden in de kou passeerde voor mijn ogen met een aardige vaart de Thalys. Het voelde alsof er op twee meter afstand een rode, Franse leeuw langs liep zonder me op te merken.

Ik heb de vorige zes dagen in de vrije stand doorgebracht. Na mijn tentamens had ik zin om uit te rusten en niets te doen. Dat uitte zich in allerlei vormen van aartslui gedrag, zoals wachten met uit bed komen tot de lunch, gamen tot diep in de nacht en tot aan het avondeten in mijn negligé rondlopen. Ik was uit vorm. Ik dacht niet, ik deed niets. Van mens was ik tot couch potato verworden. Ik hou nog steeds vol dat een mens steeds minder kan doen op een dag naarmate hij minder gaat doen omdat zijn conditie verslechtert: de mens komt dan in een lagere versnelling. Qua versnelling stond ik in mijn vrij, zo niet in z'n achteruit.

Dat vond ik zorgwekkend. Ik las ineens niets meer, nadat ik toch met enige verve, ook weer niet met volle overgave, had gestudeerd, weken achtereen. Dat deed me weer denken aan Erica Terpstra. Omdat ik daar geen zin in had besloot ik dat ik op de één of andere wijze mezelf bezig moest zien te krijgen. Twee avonden achter elkaar doorzakken, omgeven door alcohol, tabak en cannabis lijkt daar misschien niet het beste begin voor, maar dat was het wel.

Vanochtend werd ik wakker om vijf uur, op een bank. Ik had ontzettend goed geslapen en stond om zes uur, niet in staat om te blijven liggen en weer terug te zinken in droomloze leegte, rechtop en helder in mijn schoenen. Ik was in jas en handschoenen, mijn tas gepakt om kwart over zes en kort daarna vertrok ik, met vriendelijke groeten aan mijn gastheer voor de avond (die tamelijk slaapdronken me de deur uit hielp) naar het station.

Ik had het gevoel van doelmatigheid. Ik was ergens mee bezig en ik was ergens van overtuigd. Weinig dingen zijn zo wonderlijk als het menselijke gevoel van zelfverzekerdheid. Terwijl de treinen langs me raasden pompte mijn hart een prettige, natuurlijke amfetamine door mijn aderen en hoofd. Mijn bloed voelde warmer en het leek alsof ik er ruim en liter meer van bezat. Ik was de meest wakkere reiziger op het station. Zelfs het feit dat het me bijna anderhalf uur kostte om thuis te komen maakte me niets uit. Ik ben "on my feet and every ounce of me wants to get some killing done", om maar een vreemd citaat te gebruiken. "Today is a day, tomorrow is a new one." Vanaf vandaag voel ik me alsof ik weer klaar ben om aan de slag te gaan.

Nou gebeurt me dat elke keer. Elke keer dat ik een nachtje daar in Amsterdam doorbreng keer ik terug als meer mens dan ik eerst was, alsof ik gegroeid ben. Elke keer weer past mijn huid zich ook weer aan om de grotere hoeveelheid zelf te kunnen omvatten.

Hugo Maat

Geen opmerkingen: