Goedemorgen.
Ik idoleer mijn neef Simon. Toen hij iets jonger was dan ik nu ben had hij niets op zijn kamer staan behalve een matras op de grond. Zijn haar was langer dan dat van mij nu is. Bohemian, noemt hij het zelf. Hoewel hij inmiddels dat stadium van spartaans leven is ontgroeid en zijn leven iets serieuzer en normaler inricht blijft hij een object voor bewondering wat mij betreft. Ik ben redelijk spartaans. Ik vind mijn kamer vol, terwijl vrijwel iedereen buiten mijn dierbare neef de tegenovergestelde mening toegedicht is. As a matter of fact ga ik er een paar dingen uit verwijderen. Ik laat het bed voor wat het is omdat die nergens heen kan op het moment, maar een paar andere dingen mogen wel in een kartonnen doos gezet worden om te verdwijnen. Dat is onderdeel van de komende week, waarin ik wat meer tijd voor nietsdoen in het rooster heb dan voorgaande weken, een beetje van mezelf en een beetje van Maggie.
Mijn kamer ziet tegenwoordig zeldzaam nog het daglicht om de temperatuur draaglijk te maken. Het nadeel van deze geïmproviseerde klimaatbeheersing is dat mijn kamer een deprimerende omgeving is geworden. Het gebrek aan daglicht is niet erg goed voor mijn humeur, waardoor ik niet veel tijd meer daar kan doorbrengen tenzij ik slaap.
Andere ingrijpende veranderingen in mijn leven behelzen het wederom in contact raken met een correspondentiepartner en het aanschaffen van een analoge versie van Esnesnon, zodat ik ook in privé kan ranten. Ik ben er persoonlijk erg van gecharmeerd en zie er naar uit om komend academisch jaar al mijn gevatte onuitgesproken opmerkingen over mijn geweldige docenten in een boekje op te schrijven in plaats van in de kantlijnen van mijn collegeaantekeningen. Dat zag er namelijk enigszins onverzorgd uit, wat echt het laatste is dat mijn bijzonder rommelige aantekeningen nodig hebben. Wat er niet verandert in mijn leven is de positie van de bladwijzer in de Propylaeen Index. Dat boek verkondigt te beginnen bij 1400, maar ik zit nu nog vast tegen 1350. Ik heb echter nog een uitdaging om tegemoet aan te komen. Nu de familieweekenden, de toneelvoorstellingen, de orkestrepetities, verspeelde ochtenden en depressies een beetje tegen een einde lopen kan ik echter aan dat boek beginnen. Laat hiermee niet gezegd zijn dat ik het druk heb. Lieve hemel, ik moet een betere tijdsbesteding vinden. Waren de colleges er nog maar, ik weet wel een paar mensen die me aan het werk hadden kunnen krijgen.
Mijn surrogaat-zus blijft me intussen tot verwarring en wanhoop drijven. Ik wil dat de huisartsen euthanasie gaan aanbieden. Kindertjes rijden kwallen dood met plastic tractors.
Hugo Maat
4.7.10
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten