15.2.11

Esnesnon 15-2-11

Goedenavond.

Parafernalia. (Ik ben erg trots op mezelf dat ik het in één keer uit mezelf goed gespeld heb dus dat wilde ik even melden.) De dikke Van Dale heeft er het volgende over te zeggen: "(oneig.) bij iem. of iets behorende zaken." Lieve goedheid, wat een ruim begrip. Dat had ik niet aan zien komen toen ik besloot het woordenboek te pakken om mijn idee van de lading van het woord wat aan te scherpen.

Tot mijn parafernalia behoren drie voorwerpen. Recent heb ik een tijdelijk verloren deel van voornoemde collectie teruggevonden, wat mij deed beseffen dat ik weinig waard ben zonder die drie dingen, of minder gechargeerd: ik voel me een stuk meer op mijn gemak als ik deze drie dingen op mijn persoon heb. Here we go, #1.

Dit is mijn trouwe telefonino. Het was een cadeautje van mijn oudeheer die een nieuwe en betere mobiele telefoon had, en het net als vele anderen als een gebrek beschouwde dat ik niet meeging met mijn tijd en generatie. Zo kwamen de lijnen van overschot en tekort elkaar tegen en kwam ik aan dit kleine ding, dat ik nog altijd heb. Typisch voor mijn redelijk no-nonsense opvatting van dit soort zaken kan deze telefoon alleen maar bellen en sms'en, meer niet. Dat is ook het enige wat ik er mee doe, en dat bevalt prima. Sterker nog, ik kan er niet zo heel goed zonder. Om nou niet te zeggen dat ik fanatiek of erg veel communiceer met dit ding. Veel mensen kunnen beamen dat ik erg weinig sms of bel. Het feit dat ik niet goed buiten mijn telefonino kan komt door een paar vrienden die wel eens de neiging hebben om spontaan iets leuks te willen gaan doen, waardoor ik dan plotselinge berichtjes krijg met de vraag of ik die dag of avond iets te doen heb. Het is erg ongemakkelijk en onbeleefd om een dergelijk bericht te missen. Ik kan heus wel een week zonder te bellen o.i.d., maar áls iemand mij probeert te bereiken en ik mis dat voel ik er niet lekker bij. Vandaar dit item in dit lijstje.

Goed, nummer twee. Dit is mijn trouwe key-coard, of gewoon mijn huissleutel, want het is min of meer synoniem geworden in mijn beleving. Ik heb dit ding minstens sinds de tweede klas, misschien zelfs een jaar langer dan dat. Het is behoorlijk versleten, maar nog functioneel. Normaliter draag ik het bevestigd aan een lus van mijn broek, verder weggestopt in mijn linker broekzak. Over de jaren ben ik wat sleutels verloren, zoals de sleutel van mijn permanent ongebruikte kluisje op de middelbare school, zodat ik nu met slechts één permanente clave rondloop. Desondanks voel ik me niet op mijn gemak als ik zonder dit ding buitenshuis rondloop, want het betekent meestal dat ik mijn woning niet zelf in kan. Ik heb waarschijnlijk vaker dit ding bij me dan mijn telefoon.

Een horloge. Zo weet ik ten alle tijden de tijd. Ik had niet door hoe aangenaam het is om een horloge om te hebben tot ik de afgelopen drie dagen herhaaldelijk op mijn pols begon te kijken. Op een telefoon kijken hoe laat het is volstaat in de meeste gevallen, maar ik vind het ietwat ordinair en het voelt nóg minder sociaal aan dan op je horloge kijken. Gelukkig is dit horloge niet al te protserig (het is bijvoorbeeld geen zakhorloge, wat ik zelf teveel toneel en te weinig moderne efficiëntie vind) en past het uitstekend. Allemaal goede eigenschappen en een overduidelijk deel van mijn persoonlijke parafernalia. Volgende aflevering in deze serie gaat over mijn vele stropdassen.

Hugo Maat

Geen opmerkingen: