Ik zou een paar woorden kunnen opschrijven over Valentijnsdag, maar deze dag is in bijzonder veel opzichten te gek voor woorden. Af en toe kwam het idee in me op om het als surrealistisch te bestempelen, maar ik geloof dat 'absurd' en misschien 'komisch' volstaat. Gisteren was in veel opzichten een veel betere dag en ik maak in mijn hoofd die zondag dan ook de 'echte' Valentijnsdag 2011, omdat ik dan een geweldige Valentijnsdag heb beleefd in plaats van een absurde. Voor mezelf als toekomstige lezer zal ik proberen afdoende hints achter te laten om te herinneren wat zich heeft voltrokken, hoewel ik misschien tegen die tijd daar liever niets meer van af wil weten. Here goes.
Ik heb een gevoel dat door mijn vader (en niet door mij) werd vergeleken met 'geen ondergoed aan hebben maar wel gewoon een broek,' in termen van 'het voelt vreemd en een soort van ongemakkelijk'. Alle opmerkingen over de mensen die het niet dragen van ondergoed onder kleding als iets aangenaams beschouwen daar gelaten, ik kan een soort van begrip opbrengen voor wat mijn vader precies bedoelde op dat moment. Ook was vandaag een opeenvolging van ongemakkelijke momenten, beter te benoemen met een Engelse woord 'awkward', wat bij mij altijd de associatie van tjirpende krekels oproept. A wordt met B alleen gelaten omdat C... nou ja, laten we zeggen dat er weinig rolpatronen intact worden gelaten. Tenslotte: luchtbuks, mouche, en The Neverending Story. Dat moet voldoende herinneringen oproepen.
Nu dat afgehandeld is wil ik even kort iets zeggen over iets academisch. Ik lees een flink deel van een boek van Robert A. Scott, getiteld The Gothic Enterprise, over de gothische stijl in architectuur en een aantal onderwerpen die daarmee gepaard gaan. Op een bepaald punt, tegen het einde van hoofdstuk 10, over sacrale ruimtes, gaat het over de sociologische theorie van Durkheim ter verklaring van het ritueel van de liturgie. De schrijver meent dat hij geconfronteerd wordt met een raadsel als hij schrijft over een jaarlijks ritueel van de kathedraal van Salisbury waarin het Corpus Christi rond (dus buiten) de kerk gedragen wordt. Hij beschouwt het erg apart dat het heilige spul buiten de speciaal daarvoor opgerichte sacrale ruimte gehaald wordt en laat er een drietal verklaringen op los: de extractie diende om de opgebouwde heiligheid eruit te kunnen laten om die in het daarop volgende jaar te hernieuwen; het gaf het 'gevaar' waarin de gemeenschap zich continu bevond ritueel weer; of het hertekende en versterkte de grenzen van de sacrale ruimte (door er omheen te lopen, over de grens). Ik vind hier de veel aangehaalde vergelijking met carnaval eigenlijk beter op zijn plaats. Is het niet een veel sterkere en meer Durkheimesque uitleg om te zeggen dat juist door de abnormaliteit van de extractie de normaliteit van de vaste positie van het gewijde materiaal in de sacrale ruimte onderstreept wordt? Ik pleit voor een uitleg waarin het opnieuw aangeven van de grenzen niet in letterlijk topografische zin opgevat wordt maar in een bredere, symbolische context van Durkheims sacrale en profane ruimtes.
Mijn excuses.
Hugo Maat
Geen opmerkingen:
Een reactie posten