20.6.12

Esnesnon 20-6-12

Getiteld 'Franse amandelbloesems à la Japonnaise'

Vandaag bezocht ik het Van Gogh, en liep de boot ontzettend mis. Hoe sterk was het gevoel van verstilde tijd, de nabijheid van andere momenten! Ik kon mijn vorige bezoeken en de niet gepleegde bezoeken in de lucht voelen. Ik beleef ze ná, en zie de tijd verstrijken.
Mijn favoriete Van Gogh, het schilderij van de amandelbloesems, was uitgeleend en verbleef in - naar ik meen - Philadelphia en Ottowa, beurtlings. Een verlies van een juweel, van een prachtig steentje in een mozaïek. Normaliter zou het niet opvallen, ze hadden geen lege plaats of lege lijst geplaatst op de locatie van de Amandelbloes'men, maar ik miste het omdat de vorige keer dat ik daar stond zo dichtbij voelde. Het was dat niet, maar goed, verstilde tijd.

Ook miste ik de expositie. Er was een veelbelovende tentoonstelling de afgelopen maanden, die ik eigenlijk had willen zien, maar ik maakte nooit de tijd of de moeite. Ik had ook moeite om het gezelschap te vinden voor een dergelijke onderneming: hoeveel mensen bieden zich gewillig aan om samen met mij een middagje schilderijen te kijken? Theoretisch gezien: één mijn moeder. Anderen - er waren anderen - staan nu ver van mij af. Die afstand wordt vergroot door het contrast tussen de verstilde tijd en echte tijd. In de één is het alleen de andere en vorige keer dat ik in een museum was, dat ik oude meesters bekeek, en me liet verbazen - en dat niet in eenzaamheid ook. In de echte tijd is er een hoop verstreken, een hoop gebeurd en een hoop vergaan; buiten een museum gaat te wereld door, veel kwetsbaarder en veel sneller. Stilstaan en staren heb ik niet veel gekund. Niet zozeer omdat de gelegenheid ontbrak, maar omdat het me niet lukte, overzicht te verkrijgen en een kalmte van geest te bewaren.

Voor mijn amandelbloesems had ik mijn geheugen, want deze takken zijn daar blijven hangen met (slechts) een paar andere tijdloze visioenen. Voor de expositie - en hoe geweldig ze wel niet was - had ik getuigen. Het droevige geval doet zich voor dat ik aan een paar mensen de expositie aangeraden heb, zonder haar zelf te hebben bewonderd, en daar veel goeds van terug hoorde. Ik ging echter nooit zelf. Ik was drie dagen te laat voor een tentoonstelling die vier maanden te bezichtigen was, en ik had haar op de tweede dag al opgemerkt. Ik zou vertwijfeld kunnen uitroepen: 'waarom heb ik die kans niet gepakt?' maar dat zou ontrouw aan mij zelf zijn. Ik ben geheel verantwoordelijk voor mijn eigen handelen. Ik ben ook geheel op de hoogte van het ware antwoord in dit geval, zoals ik altijd meen te zijn als het om mij zelf gaat.

Ik heb tijd gehad om na te denken over dit soort zaken - veel tijd - en begin haar nu pas te benutten. Drie maanden terug, en ik denk aan de korenvelden van de zwaar depressieve Van Gogh met hun donk're hemelen en dwalende paden, was ik niet in staat om zaken breder te zien of weg te komen uit die - die reële tijd, de buiten-tijd - te ontsnappen. Ik kon niet meer in het museum, waar de verstilde tijd heerst en waar het geheugen alle mooie en belangrijke zaken bewaart. Twee maanden terug kreeg ik een schok te verduren en kon ik niet stilstaan en staren, maar moest ik eerst met mijn hoofd in mijn handen gaan zitten.
Nu. Gaat het nu beter?

Hugo Maat

(op basis van een kort pensée, geschreven in de trein)

Geen opmerkingen: