30.11.10
27.11.10
Esnesnon 27-11-10
Goedemorgen.
Ik droomde dat ik in het duister van de nacht uit een slaapzaal wegliep naar het huis of de kamer van een niet nader te noemen bekende, waar ik gelijk kennis begon te maken met de twee katten op de vloer. Pas toen ik beter keek besefte ik dat één van deze twee huisdieren een stuk speelgoed was, met een katoenen huid en een voorkomen dat in een tekenfilm paste. Deze 'kat' was lichtblauw of lichtroze, maar mijn geheugen is niet nauwkeurig meer op dit punt. Mijn gezelschap verzekerde mij van het feit dat het een echte kat was, waaruit ik opmaakte dat iemand een kat gevild had en zijn vacht had vervangen door een cartooneske buitenkant, wat ik verkeerd vond.
Het is vermakelijk, vind ik, om te merken hoezeer dromen kennis overdragen zonder iemand iets te laten zeggen of iets te laten zien. Het lijkt alsof dromen draaien op een niet bestaand geheugen waar de dromer dan uit kan putten. Het is die onderliggende kennis die het mogelijk maakt om redelijk absurde situaties niet alleen aanvaardbaar te maken, maar ook volstrekt logisch en bekend te laten lijken. Ik geloof dat de onnatuurlijke begrijpelijkheid van dromen de meeste verwarring veroorzaakt, veel meer dan wat je ziet of hoort. De kwaliteit van de sensaties in een droom is bij mij namelijk zo laag dat ik achteraf gemakkelijk kan rationaliseren dat de niet echt zijn.
En toen dwaalden mijn gedachten af naar alle vergelijkbare situaties buiten dromen. Wat als dat reservoir aan pseudo-begrip ook op kan duiken in andere omstandigheden? Ik werp nu in gedachten de champagnefles op een volgende aanval op de veronderstelde rationaliteit van de menselijke geest.
Hugo Maat
Ik droomde dat ik in het duister van de nacht uit een slaapzaal wegliep naar het huis of de kamer van een niet nader te noemen bekende, waar ik gelijk kennis begon te maken met de twee katten op de vloer. Pas toen ik beter keek besefte ik dat één van deze twee huisdieren een stuk speelgoed was, met een katoenen huid en een voorkomen dat in een tekenfilm paste. Deze 'kat' was lichtblauw of lichtroze, maar mijn geheugen is niet nauwkeurig meer op dit punt. Mijn gezelschap verzekerde mij van het feit dat het een echte kat was, waaruit ik opmaakte dat iemand een kat gevild had en zijn vacht had vervangen door een cartooneske buitenkant, wat ik verkeerd vond.
Het is vermakelijk, vind ik, om te merken hoezeer dromen kennis overdragen zonder iemand iets te laten zeggen of iets te laten zien. Het lijkt alsof dromen draaien op een niet bestaand geheugen waar de dromer dan uit kan putten. Het is die onderliggende kennis die het mogelijk maakt om redelijk absurde situaties niet alleen aanvaardbaar te maken, maar ook volstrekt logisch en bekend te laten lijken. Ik geloof dat de onnatuurlijke begrijpelijkheid van dromen de meeste verwarring veroorzaakt, veel meer dan wat je ziet of hoort. De kwaliteit van de sensaties in een droom is bij mij namelijk zo laag dat ik achteraf gemakkelijk kan rationaliseren dat de niet echt zijn.
En toen dwaalden mijn gedachten af naar alle vergelijkbare situaties buiten dromen. Wat als dat reservoir aan pseudo-begrip ook op kan duiken in andere omstandigheden? Ik werp nu in gedachten de champagnefles op een volgende aanval op de veronderstelde rationaliteit van de menselijke geest.
Hugo Maat
24.11.10
Esnesnon 24-11-10
Goedemiddag.
Het existentialisme heeft het bij het verkeerde eind. De essentie gaat vooraf aan de existentie, niet andersom. Het komt mijzelf voor als een opvatting die niet samengaat met mijn leven als beginnend geesteswetenschapper, alfa tot op het bot en nog enigszins kunstzinnig geörienteerd, maar mensen hebben niet de vrijheid hun eigen essentie te definiëren. Dat geldt op alle fronten, maar het punt dat ik nu vooral wil onderstrepen is dat van ethiek, de normatieve kijk op menselijk gedrag.
Om even terug te grijpen op het idee van een man die al ruim tweeduizend jaar niet meer onder ons is: de mens is een sociaal wezen. Sommige mensen spreken in dit geval van EQ, anderen kiezen voor kuddegeest. In wezen is het sociale gedrag, het altruïsme, een residu van evolutionaire gedragsregels. In de wording van de menselijke soort is de ethiek aan de mens gebonden. De versimpelde weergave, ik ben immers niet bijzonder goed onderlegd in de details van het proces, is als volgt: in den beginne zijn er mensen die sociaal zijn en mensen die dat niet zijn. De twee kampen zijn door loop van millennia gevormd door minieme genetische mutaties. Uiteindelijk, nadat er nog wat meer tijd overheen gegaan is, blijkt dat de groep die een soort 'altruïsme-gen' heeft beter in staat is om te overleven omdat men elkaar bijvoorbeeld niet doodmaakt, het voedsel deelt en op andere manieren om elkaar geeft. Deze sociale wezens krijgen sociale kinderen. De asociale wezens overleven wat minder goed.
Wat ik hiermee wil zeggen is dat het incorrect is om ethisch gedrag te zien als een keuze die je als mens kunt maken. Ethiek is geen menselijke uitvinding, in tegendeel. De mens is geschapen door ethiek, omdat we zonder dat altruïsme als soort ons niet zo hadden kunnen ontwikkelen. Omdat altruïsme en ethiek voorafgaan aan het bestaan van de mens en dus ook aan het bestaan van ieder individueel mens is het een onderdeel van ons bestaan als mens. Het sociale aspect ligt in onze essentie: het is de reden dat we mens zijn.
We kunnen niet bestaan buiten de wereld. We kunnen ons niet verzetten tegen wie we zijn om de simpele reden dat we onze essentie zíjn. We bestaan als die essentie.
Hugo Maat
Het existentialisme heeft het bij het verkeerde eind. De essentie gaat vooraf aan de existentie, niet andersom. Het komt mijzelf voor als een opvatting die niet samengaat met mijn leven als beginnend geesteswetenschapper, alfa tot op het bot en nog enigszins kunstzinnig geörienteerd, maar mensen hebben niet de vrijheid hun eigen essentie te definiëren. Dat geldt op alle fronten, maar het punt dat ik nu vooral wil onderstrepen is dat van ethiek, de normatieve kijk op menselijk gedrag.
Om even terug te grijpen op het idee van een man die al ruim tweeduizend jaar niet meer onder ons is: de mens is een sociaal wezen. Sommige mensen spreken in dit geval van EQ, anderen kiezen voor kuddegeest. In wezen is het sociale gedrag, het altruïsme, een residu van evolutionaire gedragsregels. In de wording van de menselijke soort is de ethiek aan de mens gebonden. De versimpelde weergave, ik ben immers niet bijzonder goed onderlegd in de details van het proces, is als volgt: in den beginne zijn er mensen die sociaal zijn en mensen die dat niet zijn. De twee kampen zijn door loop van millennia gevormd door minieme genetische mutaties. Uiteindelijk, nadat er nog wat meer tijd overheen gegaan is, blijkt dat de groep die een soort 'altruïsme-gen' heeft beter in staat is om te overleven omdat men elkaar bijvoorbeeld niet doodmaakt, het voedsel deelt en op andere manieren om elkaar geeft. Deze sociale wezens krijgen sociale kinderen. De asociale wezens overleven wat minder goed.
Wat ik hiermee wil zeggen is dat het incorrect is om ethisch gedrag te zien als een keuze die je als mens kunt maken. Ethiek is geen menselijke uitvinding, in tegendeel. De mens is geschapen door ethiek, omdat we zonder dat altruïsme als soort ons niet zo hadden kunnen ontwikkelen. Omdat altruïsme en ethiek voorafgaan aan het bestaan van de mens en dus ook aan het bestaan van ieder individueel mens is het een onderdeel van ons bestaan als mens. Het sociale aspect ligt in onze essentie: het is de reden dat we mens zijn.
We kunnen niet bestaan buiten de wereld. We kunnen ons niet verzetten tegen wie we zijn om de simpele reden dat we onze essentie zíjn. We bestaan als die essentie.
Hugo Maat
5.11.10
Esnesnon 5-11-10
Goedemorgen.
Ik heb een zeer tragische aankondiging te maken: mijn tas is overleden.
Het is relatief beschouwd niet heel erg: ik heb nog twee andere tassen die vrij inzetbaar zijn, mijn oude rugzak voor school en een tas bij wijze van aandenken van een concertreis in Parijs, maar geen van beiden vervullen de taak die mijn gebruikelijke tas trouw al jaren op zich had genomen. Ik refereer aan de taak van het draagbaar maken van een paar spullen, maar dan zonder een hoop extra ruimte mee te nemen. Mijn andere tassen zijn meestal te groot.
Ik stoorde mij geheel niet aan de vervagende zwarte kleur, die een vreemde roodbruine tint begon aan te nemen op sommige plaatsen om onverklaarbare redenen. Het feit dat het hele ding versleten was en ik de alternatieve draagband kwijt was kon mij ook niet deren. Helaas is het meest recente mankement dermate storend dat ik mijn tas moet laten gaan en voort moet leven. Hij zou het begrepen hebben.
Dus: volgende week koop ik een nieuwe tas.
Hugo Maat
Ik heb een zeer tragische aankondiging te maken: mijn tas is overleden.
Het is relatief beschouwd niet heel erg: ik heb nog twee andere tassen die vrij inzetbaar zijn, mijn oude rugzak voor school en een tas bij wijze van aandenken van een concertreis in Parijs, maar geen van beiden vervullen de taak die mijn gebruikelijke tas trouw al jaren op zich had genomen. Ik refereer aan de taak van het draagbaar maken van een paar spullen, maar dan zonder een hoop extra ruimte mee te nemen. Mijn andere tassen zijn meestal te groot.
Ik stoorde mij geheel niet aan de vervagende zwarte kleur, die een vreemde roodbruine tint begon aan te nemen op sommige plaatsen om onverklaarbare redenen. Het feit dat het hele ding versleten was en ik de alternatieve draagband kwijt was kon mij ook niet deren. Helaas is het meest recente mankement dermate storend dat ik mijn tas moet laten gaan en voort moet leven. Hij zou het begrepen hebben.
Dus: volgende week koop ik een nieuwe tas.
Hugo Maat
3.11.10
Abonneren op:
Posts (Atom)