Goedemorgen.
Het voordeel van op eigen initiatief naar de universiteit gaan is de grenzeloze rust. Ik had geen college waar ik op een bepaald tijdstip aanwezig zou moeten zijn als ik het wilde volgen, geen afspraak op een vast tijdstip. Dientengevolge kon ik ervoor kiezen om een trein later te nemen en zit ik nu op de vroege ochtend op de computerzaal. Ik vind het een nuttige besteding van de dag: een treinreis geeft gelijk een zekere orde, het onderscheidt voor mij de ruimte van slaap en wakker worden van de ruimte van activiteit. In de eerste plaats komt dat omdat ik een zekere randvoorwaarde moet behalen voor ik met de trein kan: ik moet ten eerste uit bed zijn, en daarnaast moet ik wakker genoeg zijn om op het juiste perron te komen. Met andere woorden is het voor mij een reden om uit bed te komen. Ten tweede verwijder ik mezelf van de verleiding die bij mij thuis zo ver doorgesijpeld is dat ik bij wijze van spreken geen regel kan typen zonder een nieuwe webpagina te openen. Misschien kan ik mezelf ook wel concentreren thuis als ik mijn best doe, maar op de universiteit, waar die zekere sobere en kalme sfeer hangt van het scriptorium en de collegezaal, is het vele malen gemakkelijker.
Wat dan wel weer tekenend is, is het feit dat ik niet gelijk met zaken als de Atheense Politeia ben begonnen, zoals ik kortgeleden van plan was, maar in een boek dat ik afgelopen vrijdag geleend heb. 'I summersi e i salvati,' vertaald als ' De verdronkenen en de geredden' van Primo Levi, is een boek dat ik min of meer op aanraden van een studiegenoot lees. Ik heb vorig jaar er bewust voor gekozen niet verder te gaan met de studie van de contemporaine geschiedenis, voor een aanzienlijk deel precies om de onderwerpen waar Levi over schrijft te vermijden. Maar om mijn eigen horizon breed te houden en me te kunnen mengen in de filosofische en literaire discussies van de voornoemde studiegenoot besloot ik dat het wel zinnig was om, hoewel ik geen volledige studie eraan zou wijden, toch dit boek te hebben gelezen. Wat het natuurlijk ook voor me verkocht is de mededeling dat het in één adem uit te lezen was, temidden van alle taaiere materie leek me een vlug boek een welkome afwisseling. Wat het in de tweede plaats aantrekkelijk maakte was het feit dat de titel van het boek de spil is voor allerlei interpretaties en discussies: en het gebeurt me zo zelden dat het idee van een gesprek over literatuur me aanspreekt dat ik het niet kon laten mijn eigen poging tot begrijpen van de titel te wagen.
Het boek komt uit 1986 en is bij mijn weten ook het laatste boek van Levi. Het is een boek over de concentratiekampen. Dat is in de eerste plaats wat mij betreft een nadeel. Als ik heel eerlijk ben zou ik het liefst die hele kwestie vergeten en het er nooit meer over hebben. Dat is niet omdat het zo verschrikkelijk is of omdat ik er zelf problemen mee heb. Ik kan er heel slecht tegen dat ik alleen als onwetende toeschouwer kan functioneren, alleen maar verkeerde dingen kan zeggen en geen recht van spreken heb. Het ergste vind ik het automatische schuldgevoel dat de slachtoffers of mensen die zich anderszins aan de Holocaust verbonden voelen bij anderen lijken op te willen roepen. Ik word geacht ontzag te hebben voor hun lijden en nederig te zijn. Ik begrijp dat het gaat om iets dat ik nooit zal kunnen omvatten, maar ik voel me er uitzonderlijk ongemakkelijk bij en volkomen hulpeloos. Soms, zoals op dit moment, heb ik visioenen waarin ik fragiele, getraumatiseerde overlevenden door elkaar schud en zeg: "Ik wéét dat het onvoorstelbaar erg is, kunt u er alstublieft over ophouden? Zal ik een bloem ergens leggen en een minuut stilte houden? Mag ik íéts doen om me niet ongemakkelijk hierover te voelen?" Tot zover mijn visie de herdenkingscultuur.
Het mooie aan het boek is daar gelijk in opgesloten: Levi richt zijn pijlen op iedereen. Hij geeft geen mooi, overzichtelijk zwart-wit plaatje, het is zwart-antraciet. Ik geloof dat de salvati een select groepje zijn. De schaamte en de schuld voor wat er gebeurt is deelt hij uit. Ik ben nog niet eens over de helft van het boek, dus misschien heb ik nog een vertekend beeld. De charme van Levi's werk is dat hij weigert zijn blik af te wenden, niet verbloemt en een dappere poging doet om de werkelijkheid aan het licht te brengen in plaats van het geheel te versimpelen. Volgens mij is dit een symptoom van werkelijke verwerking van het fenomeen. De verdronkenen en de geredden ligt op de grens tussen het vertekenen van de feiten omdat we er nog gevoelig voor zijn en het vergeten van iets dat voor latere generaties, onvermijdelijk en al zovaak gezegd, niet te begrijpen is. Ik denk dat ik het boek lees op dezelfde manier dat iemand naar een herdenking zou gaan. Ik probeer eer te bewijzen aan de herinnering, wat vergeleken met mijn gebruikelijke doen heel vreemd voelt. Welnu, als ik me niet ongemakkelijk zou voelen bij dit alles zou het een onwaardige herdenking zijn.
Hugo Maat