26.9.11

Esnesnon 26-9-11

'even een vraagje tussen door, hoe zou iemand dat ooit mogelijkerwijs kunnen dan, aangezien vrouwen en mannen een ander denkpatroon hebben?'

'Wat, wél begrijpen of niet begrijpen maar toch een relatie volhouden?'

'"even een vraagje tussen door, hoe zou iemand dat ooit mogelijkerwijs kunnen dan" - Ik ben benieuwd naar het 'dat' hier.
Wat is dat dat, bedoel je wél begrijpen of niet begrijpen en toch communiceren en zo.'

'denk begrijpen'

'Of ben je nu aan het testen of ik je al dan niet begrijp? Ik doe werkelijk mijn best het te volgen, maar ik wil geen verkeerde antwoorden geven.
'...Het begrijpen! Ja, dat kunnen de leden van de verschillende geslachten heus wel, maar het kost gewoon wat moeite, een goede conditionering, en soms talent.
Het is slechts ten dele biologisch bepaald - en zelfs daar kan men een beetje omheen werken. Het is ook een kwestie van sociale factoren. Denk ik.
Mind you, niets hiervan is een wetenschappelijk onderbouwde these, alleen mijn eigen speculatie.
Ik geloof dat het nuttig is als mensen een zekere mate van variatie in hun sociale leven hebben als het om de geslachten gaat. Wegens mijn CnM achtergrond heb ik drie jaar een hechte vriend(inn)enkring gehad die vrijwel uitsluitend vrouwelijk was.
Om even mijn bescheidenheid te onderstrepen denk ik dat het heel goed is geweest voor mijn persoonlijke vorming.
Er zijn namelijk grote verschillen in hoe de beide geslachten omgaan met stress, conflicten, of gewoon casual conversaties.
Groepen mensen vormen collectieve beelden over de buitenwereld en als één geslacht domineert of exclusief aanwezig is versterken de gelijke opvattingen elkaar - zeker als er polarisatie in het spel is. Een groep mannen bouwt gezamelijk erg interessante opvattingen over vrouwen en het juiste gedrag tegen deze andere mensen op.
Zodra groepen wat gemengder zijn - met name wat sekse betreft, hoewel andere voorbeelden me nu ook te binnen beginnen te schieten - wordt dit beeld, een beeld dat ieder lid van de groep beïnvloedt, genuanceerder.
In de simpelste vorm gebeurt dit omdat een man of een vrouw aan respectievelijk een groep vrouwen of mannen kan uitleggen hoe volgens hén de vork in de steel zit.
Ik ken mannen die veel te weinig gecommuniceerd hebben met leden van het vrouwelijk geslacht en vice versa... die hebben een soort blinde vlek in hun ooghoek die soms optreedt.
Ik zeg dan altijd dat het niet zo moeilijk is. Maar goed, vinden dat sociale interactie heel makkelijk kan: dat is ook weer een typisch mannenstandpunt.'

Dat wordt slecht slapen. Ook dankzij de docente die volhoudt dat alles in de dialogen van Plato opzettelijk en goed doordacht is - tegenover een docente die meent dat het heel gewoon is om "met Plato de draad kwijt te raken." Drie weken. De eerste Matrix-quote is al gevallen... het leek nog zo'n degelijk filosofie-vak.

Hugo Maat

13.7.11

Esnesnon 13-7-11

Zucht.

Gisteravond was ik aan het denken. Ik verkeerde in een staat van meditatie en contemplatie terwijl ik door de regen liep, om een uur of acht. Ik besloot dat de straat waar ik over liep feitelijk een temporeel deel van het geheel van het 'ding' straat was, zoals een plak asfalt een ruimtelijk deel is van die straat. De straat in de regen in juli voelde namelijk niet hetzelfde voor me als de straat in juni, op dezelfde manier dat ik niet hetzelfde voelde. Alles wat we hebben van de wereld zijn plakjes observaties, fases in de tijd die samengesteld worden tot het geheel van een voorwerp. Zoals ieder voorwerp wordt gezien als een geheel van zijn ruimtelijke delen, of dat nou lichaamsdelen of technische onderdelen of de blaadjes van een boom zijn kunnen we ook ieder ding beschouwen als een samenstelling van de temporele delen.

Maar heel erg veel ruimte kan ik daar niet voor maken in mijn gedachten.

Hugo Maat

4.7.11

Esnesnon 4-7-11

Goedenavond.

Het is weer een vlog. Misschien was het verstandig geweest als ik van tevoren had bedacht of opgeschreven wat ik ging zeggen. Dat heb ik niet gedaan, dus ik ben halverwege hardop aan het denken. Al is hierdoor de boodschap verwaterd, het lijkt me leuk om het er toch tussen te zetten, zeker gezien de dubbele functie van dit blog als archief van mijn eigen denken. Ik vermoed dat ik dit over twee jaar erg leuk vind om te zien.


Het is niet waarschijnlijk dat ik heel veel over Anma ga vertellen op Esnesnon. Ik moet eerst even de kunst onder de knie krijgen, veel oefenen, en daarna verplaats ik het hele gebruik naar de categorie 'vanzelfsprekendheden' zoals dat hoort bij deze traditionele methode. Ik ben wel van plan nog iets te gaan schrijven over het 'spook' van contingentie om te kijken of ik mijn gedachte ermee weer in harmonie kan krijgen.

Ik heb nog een paar boeken liggen, voor geïnteresseerden, die in principe worden opgeborgen om nooit meer te worden gezien (met uitzondering van een toekomstige opruiming, 2020 of iets in die richting). Ik zoek vanaf nu naar proefpersonen voor het oefenen van Anma, overigens. Volgens zen shiatsu zou ik mijn hara moeten ontwikkelen.

Hugo Maat

Ps: Ik word geen Oriëntalisme-fanaat hierdoor. Het Westen is nog steeds superieur in geneeskunde, kunst, wetenschap, filosofie, krijgskunst etc. Knipoog.

3.7.11

Esnesnon 3-7-11

Mijn hersenen zijn er nog niet van bewust dat het vakantie is.

Van het weekend Siddharta van Hesse gelezen, even snel, en me weer kortstondig begraven in Metaphysics van P. van Inwagen. (Ik ben tevens wat bladeren in een stuk over Gaudí, een boek over Inquisitie en een inleiding in Zen Shiatsu.) Dat leidde eerst tot een stapel overpeinzingen naar aanleiding van mijn enorme weerzin tegen de denkbeelden in Siddharta - voornamelijk over de vraag waarom ik me er tegen verzet- kortstondig tot een hoogtepunt gekomen in een steekspel over moraal, waarbij ik in de val van het cultuurrelativisme liep en nu genoodzaakt ben mijn wonden te likken en af te wachten.

Voor de dag goed en wel om was liep ik tegen een tweede op: hetzelfde probleem dat me in januari dwars begon te zitten gedurende de cursus Inleiding Ontologie van de faculteit der Wijsbegeerte. Het behelst het idee (ik moet mijn best doen het niet een 'dogma' te noemen omdat ik dan mijn rationele grip op het verhaal verlies) van contingentie. In de Metafysica bestaat de redelijk gecompliceerde kwestie (de vreemdste van alle vragen van deze discipline vind ik) van de vraag naar de reden van het bestaan. Dat is niet de vraag wat wij mensen op aarde doen, of ook maar de zin van het leven, wat een bekendere vraag is. Het is een veel hoger probleem, hoger in de zin van de orde van kennis. Waarom bestaat er namelijk überhaupt iets? Het antwoord is niet 'God heeft de wereld geschapen' of 'de oerknal' of 'a wizard did it', want dat laat nog de vraag naar God, de oerknal en de tovenaar over: die bestaan in die verklaring namelijk ook en moeten ook nog verklaard worden. Het bestaan op zich wordt bevraagd.

Contingentie, in ontologische zin, betekent de niet-noodzakelijkheid van een ding, eigenschap of gebeurtenis. Iets dat contingent is 'zou er net zo goed niet kunnen zijn.' Even zo kort mogelijk: Van Inwagen wendt dit principe aan om aan te geven dat je op die manier meerdere werelden zou kunnen voorstellen, de mogelijke of 'modale' werelden. Als in één van deze werelden iets is dat noodzakelijk bestaat, in zijn boek de Necessary Being genoemd om het neutraal te houden, volgt daaruit dat het in alle werelden moet bestaan omdat iets dat noodzakelijk bestaat onmogelijk niet zou kunnen bestaan op het moment dat je een variant aanbrengt. Dit is de verkorte weergave van het Minimale Modale Argument, misschien doe ik ooit een goede uiteenzetting.

Dit hele argument, wat ik niet verder wil bespreken in deze context omdat ik nog een aflevering Monty Python wilde kijken vanavond, valt of staat bij het contingentiebegrip. Voor mij is dit begrip iets wat Robert Pirsig misschien een 'ghost' zou noemen. Ik heb het namelijk in college ter discussie gesteld tegenover Professor R. van Woudenberg. Mijn poging een serieuze bespreking van het contingentiebegrip te beginnen werd in de kiem gesmoord: de professor beschouwde het begrip als evident en een veilige bouwsteen. Hetzelfde geldt voor Van Inwagen, die links en rechts smijt met het contingentiebegrip maar vrijwel geen woord besteedt aan haar rechtvaardiging. Gisteravond idem dito: ik trok het in twijfel en het werd van de hand gewezen omdat contingentie evident was. Het eerste échte argument viel gisteren wel, met de vooralsnog redelijk instabiele kwestie van kwantummechanica, bouwsteen van de Theorie van de Rekkelijkheid.

Ik merk onder het schrijven dat mijn gedachten nog verre van gestold zijn en dat ik me hier nog uitvoerig dwars mee ga zitten, zeker omdat ik het gevoel heb dat er voorlopig niemand is die bereid of in staat is om met mij serieus het gevecht aan te gaan hierover; om niet uit te gaan van een wat mij betreft onterechte claim tot evidentie maar te redeneren vanuit Socratische onwetendheid. Mijn vraagstuk is het volgende: er staat een boom voor dit huis, op 3 juli 2011. Als het bestaan van deze boom contingent is zou deze boom er ook niet kunnen zijn. Als dit niet zo is zou het bestaan van deze boom noodzakelijk en onvermijdelijk zijn. Afgezien van de kwestie van de kwantummechanica voel ik me op logische gronden aangetrokken tot het tweede en ben ik bereid de consequenties van die keuze te aanvaarden.

Het is een gedachte die tegenstand oproept, heb ik gemerkt. Ik vind ook dat het die tegenstand verdient en nodig eenieder uit om de geestelijke degens te kruisen.

Hugo Maat

30.6.11

Esnesnon 30-6-11

Goedenavond.

Zo. Mijn stemming is gemengd en gecompliceerd. Niets nieuws onder de zon. Niet dat ik inhoudelijke uitleg zal leveren hierover, dat kunt u met mijn vriendelijke groeten op uw buik schrijven. (Ik zal niet ontkennen dat ik erg benieuwd ben of u dat zo zal doen dat u het kunt lezen, oftewel ondersteboven, of dat u rekening zou houden met een eventuele lezer. Een spiegel zou u in het laatste geval natuurlijk niet helpen.)

Welnu. Kunst. Ik vind het een naar onderwerp, voornamelijk omdat ik mijn persoonlijke liefhebberijen aan de kant moet zetten voor een grimmige realiteitszin; een realisme waar vervolgens een dwaas en onbereikbaar verlangen uit voortkomt: alle symptomen van een crisis van middelbare leeftijd met uitzondering van het beginnende buikje en het vreemdgaan. Ik ontdek mijn eigen voorkeur, intuïtie en gevoel in de aanvallen die ik van anderen ontvang; ik zie het ongemakkelijke realisme in het standpunt, in mijn standpunt, dat zij aanvallen; en mijn werkelijke wensdroom blijft verborgen in mijn hoofd, met uitzondering van een terloopse uitspatting of eventueel dit.

Het begon allemaal bij de actuele problematiek van het afschaffen van de cultuursubsidie in Nederland. De politiek heeft zich afgewend van kunst en cultuur, de 'linkse hobby's', en ik vermoed dat ik weinig achtergrondinformatie hoef te leveren als u in Nederland woonachtig bent en een keer een krant gelezen heeft in het afgelopen jaar. Ik verkeer regelmatig in culturele kringen, voornamelijk die van de muziek, en ik word daardoor ook vaak geconfronteerd met de bezuinigingen. Niet dat ik merk dat er bezuinigd wordt omdat ik er last van heb, mijn hinder ontvang ik van de klachten die mijn lotgenoten uiten over de bezuinigingen en de problemen die zij denken te ontvangen als het zover is. Ik bevond mezelf ineens in een staat van beschuldiging toen ik niet bleek te hebben geparticipeerd aan een protestactie tegen de bezuinigingen. Dat doe ik namelijk nooit. Ik had volgens mijn aanklager niets over voor de kunsten. Mijn verdediging werd mij niet in dank afgenomen en werd terzijde geworpen. Ik werd niet rationeel bestreden maar alleen met een emotioneel salvo afgeschoten.

Mijn verdediging is als volgt: Kunst hoort niet door de overheid gesubsidieerd te worden. (Meestal word ik hier onderbroken, maar ik denk dat ik hier voordeel heb aan het medium.) Kunst is een luxe; het is geen levensbehoefte. Het is niet nodig. Ik ontken niet dat het iets moois is. Sterker nog, ik ben dol op kunst. Ik maak zelf een hoop muziek, ik doe aan amateurtoneel, hou van Nederlandse meesters en ben verliefd geworden op de barokke kerken in Rome. Meestal ben ik minder dol op moderne kunst, maar zo nu en dan kan ik dat ook waarderen. Ik wil echter wel dat men erkent dat het gewoon onnodig is. Alle functie van kunst valt onder het kopje 'Extra' en de kosten van al dit moois valt ook onvermijdelijk onder 'Extra kosten.' Wie niet vermogend genoeg is om aan kunst te komen: jammer. Werkelijk waar. Iedereen wil graag een zwembad in de tuin, maar niet iedereen kan dat veroorloven, hoe leuk dat ook is. Ja, ik vergelijk kunst voor dit doel met een zwembad in de tuin. Kunst is ongetwijfeld oneindig veel malen waardevoller en bijzonderder en onvergelijkbaar, het verrijkt ons leven, maar de populisten hebben wel gelijk: het is een hobby. Het is een liefhebberij en kwaliteit is duur. Is het alleen voor rijke mensen? Eigenlijk: ja. Kunst is cultureel kapitaal en om het te hebben moet je het kopen. Dat is erg en niet wenselijk maar het is wel waar.

De cultuursector staat op het punt zware schade op te lopen wegens twee zeer krachtige systemen die aan de basis liggen van onze maatschappij – en dit is waarom het probleem zo diep ligt. Het ene probleem is de democratie. Kunst wordt namelijk maar door een klein onderdeel van de maatschappij wordt gewaardeerd terwijl cultuursubsidie uiteindelijk wordt betaald door een regering die namens alle Nederlanders handelt. Dat maakt het steunen van kunst door de overheid in essentie moeilijk te verdedigden. Het klinkt populistisch, maar het alternatief is het bevoorrechten van een bevolkingsgroep omdat ze cultureel meer ontwikkeld zijn (en waarschijnlijk hoger opgeleid, en in vrijwel alle gevallen ook een stuk welvarender.) De tweede oorzaak is het kapitalisme. Ik zal het zo kort en eenvoudig zeggen als ik maar kan: de kunstensector is in gevaar omdat het teveel kost en te weinig verdient. Er is teveel aanbod voor te weinig vraag, dus een aantal aanbieders zullen gewoon failliet gaan. Als tien fabrikanten honderdduizend koelkasten produceren en er worden maar tienduizend gekocht gaan er gewoon fabrikanten over de kop. En ja, dat is een geldige vergelijking voor kunstenaars. Kunstenaar is een beroep en de kunst is een product, de kunstliefhebber een klant. Dit heeft de mens al eeuwen geweten, sinds de uitvinding van het professioneel artiestenbestaan in een ver en schimmig verleden. Commercieel? Ja. Dat is geen zonde. Tschaikovsky schreef muziekstukken waar hij een hekel aan had, die hem heel veel geld opleverden, die algemeen bejubeld worden vandaag de dag. Alle grote kunstenaars van de Klassieken, Middeleeuwen, de Renaissance, de barok, de Verlichting, de Romantiek, tot aan redelijk kort geleden deden het ófwel om geld te verdienen óf omdat ze al mensonterend rijk waren en het voor hun hobby deden. Het is een probleem van hedendaagse normen en waarden dat men vindt dat kunst daar boven hoort te staan. Dat is namelijk helemaal niet per se waar. Als u kunst wilt hebben of beleven, trek dan de portemonnee, is mijn devies. Een verstandig kunstenaar (het ideale hedendaagse voorbeeld is André Rieu, met zijn walgelijke stronthappende grijns) doet wat hij kan om zoveel mogelijk geld binnen te halen, of door de grootste menigte te behagen (de popmuziek-approach) of door een publiek te vinden dat er erg veel voor betaalt (het principe dat bijvoorbeeld de kunstveilingen in leven houdt.)

Maar zoals ik al zei: ik vind het een grimmige realiteit. Idealiter schaffen we de democratie af en laten we het gepeupel niet langer beslissen over belangrijke dingen. Ik behoor tot de groep van de kunstenaars. Ik zit in de culturele en intellectuele elite, mij zal niets ontbreken. In plaats daarvan probeer ik een zakcentje bij te verdienen door voor mensen met geld cultureel kapitaal te leveren. Daar ligt de toekomst in. In het beste (niet-realistische en alleen gedroomde) scenario wordt het land gedomineerd (niet alleen geregeerd) door de mensen met het meeste geld die intellectueel en cultureel ontwikkeld zijn of op zijn minst daar geld in steken.

Ik word hier naar van. Ik word er heel naar van.

Hugo Maat