Good morning.
Last night: I got (slightly) drunk. I loudly sang songs while sitting in a bar with beer, along with other very manly men. I ran into someone I hadn't seen for about six years and flirted for a while, perhaps only to kill the image she might have had of me from back then. In the end it turned into rhetorical games and verbal assault, so I stopped. I drunk whiskey, beer and wine, in that order. The music started out bad, got better and ended rather good. I stumbled from one bar to the other. I taught someone a dance I learned last summer. I remained well dressed all evening, to the astonishment of several people (who just happened to be rather foolish people, as I have just deducted from the fact that they were astonished by the way I dressed, which is a silly thing to bother about in the context.) I killed a couple of brain cells, but I can still name several important people and dates from ancient Greek history. I wonder what I did kill in there if it wasn't my knowledge of history, the songs and poems I know by heart, the pile of stories to tell, the music, or my cynicism, because after that there isn't much left of what's inside my head.
I spent last week abstaining from alcohol and any other thing that might make you act funny, including extra sugar (beyond the second iceberg, I reckon) and 'modern' music. I was studying, and as with many things, there is a sharp distinction between a normal way of doing that and my way. My body hates me. Eating badly and at irregular intervals, sometimes not eating at all, depriving myself of sleep, cloistering myself in my house or even just my chamber, severely neglecting my personal hygiene, no physical activity whatsoever, but my mind functioned very well. In fact, in such a week my mind starts to detach itself from my body in the figurative sense. I looked down on my fleshy mortal coil. All of that is in the end a week of preparation for one of the best kicks I get out of life. I call it the overdrive, and it sets in when my brains are warmed up and I'm done learning new things. The course of information turnes and everything that worked its way in finds a way out in a new form. My mind starts working at double speed full time and my body can't get along and doesn't have to. It feels awesome, and I yet have to find the artificial stimulant to reproduce that state.
Maar. Ik verkeer nu in de nasleep van een goede avond en twee afgeronde tentamens. Mijn hoofd is moe en ik ben redelijk chagarijnig. Een van de redenen dat ik chagarijnig ben is dat ik gisteravond iets heb gedaan waarbij ik een ruil maakte tussen wie ik ben en wie ik was, of andersom. Het is een kwestie van verschuiving van denkkaders waarbij er eerst een periode is van gedeeltelijke overlapping van het nieuwe en het oude. Ik kan het nieuwe en het oude nog niet van elkaar onderscheiden. Het is verwarrend, ik ben moe en ik heb hoofdpijn. Ik ben het vermogen verloren om te onderscheiden wat ik heb waargenomen en wat ik denk te hebben waargenomen, waarbij het laatste alleen maar een oud hersenspinsel was dat ik daarna alleen maar in een droom beleefd heb. Ik mag niet denken vanuit dat laatste. En chocola. Afzettingen van dat spul dat normaal in je ooghoeken zit als je wakker wordt, maar dan op iemands lippen. Ik ben geen steen. Het is ooit mijn ideaal geweest er een te zijn. Tegenwoordig staan al mijn idealen tussen aanhalingstekens en zijn ze zo inwisselbaar als accountants. Niet alleen koken, maar ook de adl-adl. De imker was bedroefd want zijn bijen waren weg. De zanger trok zich ontroostbaar terug op een rotsplateau in het onherbergzame Thraciƫ, en daar zong hij vanuit de smart in zijn hart, terwijl de dieren zich aan zijn voeten schaarden. Hoc est amoris poculum. Langzaam abstraheert alles wat we gemaakt hebben totdat we het leven alleen nog maar als droom kunnen ervaren met het onvermogen het te communiceren. Er is geen einde. Jij bent slimmer, maar ik ben/was gelukkiger. Hoe durfde ik. Mijn tegengif is uitgewerkt. Aan al mijn wereldlijke pretenties komt een einde. Een sigaar moet eerst worden opgewarmd. Waarvan het een zich te Roermond en het ander zich te Parijs bevond. Uiteindelijk is het wiel opgehouden te draaien, alles ligt uitgespreid langs de randen of alles ligt in het midden. Ik zoek een Rorschach. Ik hou niet langer het voorwendsel mijzelf te begrijpen en dat is een ernstig verlies.
Ik denk dat het misschien een goed idee is om op te houden met brabbelen en mijn hersens weer wakker te krijgen.
Hugo Maat.
24.10.09
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten