Vanavond heb ik me kostelijk geamuseerd. Blijkbaar heb ik anderen ook geamuseerd, want ik ben uitgenodigd om volgende week vrijdag te komen feesten in Amsterdam. Als Almeerder en non-feestbeest is dit een interessante uitnodiging, maar dat is niet precies waar ik het over wilde hebben.
Waar ik zelf mee zit op het moment is mijn cynische afbouw van mijn zelf (dit vond ik erg logisch toen ik het schreef, maar dit is mogelijk mede te wijten aan het uur waarop ik dit schrijf en de kronkels in mijn gedachten). Onlangs heeft het geleid tot het interessante gevolg dat ik slechts ten dele nog in staat ben om esthetische waardeoordelen toe te kennen aan menselijke lichamen. Ik kan ze aanschouwen, man of vrouw, naakt of aangekleed, dansend of in pose, maar het doet me nogal weinig. Ik kan zelfs niet meer over mijn eigen lichaam of gezicht zeggen of ik het mooi vind of niet. Mijn lichaam is voor mij niets meer dan een verbeelding, een pictogram of icoon van wat ik als mijn persoon beschouw. Ik weet dat het mij voorstelt op dezelfde manier dat ik de symbolen die mijn naam vormen in het westerse alfabet herken als iets dat 'mij' uitdrukt. Als ik mijn gezicht zie in een reflectie zie ik een hoop, maar ik zie niet iets dat ik mooi of lelijk vind. Het is er gewoon, en het is mij. Dit fenomeen strekt zich uit naar feitelijk alle mensen. Als mensen mij vragen of ik persoon X fysiek aantrekkelijk vind, of niet eens een suggestie doen maar gewoon willen weten wat mijn algemene voorkeur in het uiterlijk van mijn medemensen is, weet ik niet goed wat ik moet antwoorden. Al mijn lichamelijk-esthetische meningen zijn niet langer gebaseerd op uiterlijk.
In plaats daarvan ga ik uit van emotionele betrekkingen. Ik vind, om het op neutraal, enigszins anoniem en gemakkelijk gebied te houden, de gezichten van mijn ouders mooi. Maar dat komt omdat ik in hun gezichten bepaalde mensen herken en ik die mensen 'mooi' vind op een ander vlak dan het esthetische. Ik kan me moeilijk een menselijk lichaam voor de geest halen dat mooi is. Ik zie alleen maar biologische dan wel evolutionaire voorkeuren, maatschappij-gebonden schoonheidsidealen. Ik ben té blasé om in dat verschrompelde walnootje dat ik tot mijn 'zelf' gebombardeerd heb nog een beeld te vormen van wie ík mooi vind, op basis van niets anders dan uiterlijke kenmerken. Ik zie alleen fitness, modetrends, of wat mijn emotionele zelfrechtvaardiging mijn oordeelsvermogen oplegt. (0f eventueel het speciale gezichtsvermogen dat optreedt bij genoeg hersenschade door alcohol.) Voor de cynicus en de rationalist is er in het menselijk lichaam weinig schoonheid te vinden, vrees ik.
Over dat laatste ben ik bezig met een stappenplan, van alle fases die een mens kan doorlopen om zich los te maken van de wereld van gevoel en oppervlakkigheid. Het zijn allemaal niet bepaald aan te raden ontwikkelingen, maar goed. Stap één is het onder controle krijgen van de lach. Als een mens eenmaal in staat is om lach, al dan niet slappe lach, te bedwingen, is de grootste strijd al gestreden. Het is een kwestie van het zelf vertellen dat er niets grappig is aan wat er gebeurt, en die stem alle geluiden van buiten doen overstemmen. Daarna kunnen allerlei andere emoties eraan geloven, maar alleen in termen van presentatie. Dieper liggende emoties zoals liefde, haat, depressie of geluk kunnen niet goed worden vernietigd door ze te negeren, maar oppervlakkige uitingen als woede, meligheid, angst, kunnen worden vernietigd door een innerlijke stem de wereld te doen overschreeuwen. Zo lang er maar een spoortje helderheid en kalmte in de geest aanwezig blijft kan dit kleine beetje zich over het gehele brein verspreiden en het overnemen. Ik ben nu aan het trainen om ervoor te zorgen dat het kleine beetje daar altijd is en blijft... die controle bevalt me.
Voorlopig moet ik eigenlijk stoppen met drinken voor ik iets over controle wil zeggen, maar dat is een ander verhaal. AFK.
Hugo Maat
Geen opmerkingen:
Een reactie posten