9.1.11
Esnesnon 9-1-11
Ik trof vorig jaar in een college een jonge man die verkondigde dat vrijheid van meningsuiting totaal niet beknot hoefde te worden: hij was zelf van mening dat er niets bestond waar hij zich werkelijk beledigd door zou voelen. Hij zei het zelf niet, maar hij was blijkbaar de vleesgeworden vorm van het gezegde 'Schelden doet geen zeer.' Zijn gesprekspartner was het pertinent met hem oneens zonder op zijn persoon in te gaan en hield het als algemeen geldig punt dat niemand immuun was voor de woorden van een ander. Ik had meteen mijn bedenkingen bij zijn bewering, maar daarachter ging een soort bewondering schuil. Ik vond die ongenaakbaarheid bijzonder.
5.1.11
Esnesnon 5-1-11
Wie gelooft er eigenlijk eerlijk in de 'circle of life?'
Ik weet dat Pocahontas en Simba erin geloven, maar die figuren zijn inmiddels voor mij hun autoriteit verloren. Het is een prachtig romantisch ideaal, dat de natuur een doorlopende keten maakt, waarin ieder deel thuishoort en iedereen, net als bij een ronde tafel, gelijk is. Herbivoren eten planten, carnivoren eten herbivoren, carnivoren worden na hun dood voedsel voor planten en zo voorts, en zo verder. De mens hoort in die kringloop een gelijke plaats in te nemen en te beseffen dat men eet en gegeten wordt, dat de natuur in harmonie is.
Erg mooi, maar ook onzin. Er is geen kringloop, maar een voedselketen. Ieder levend wezen vergaat en voedt uiteindelijk in zekere zin de planten, maar dat maakt de sterkste carnivoor nog niet tot een onderdeel van de cirkel. In de natuur moeten carnivoren doden en de herbivoren vooral doodgaan, maar niet volledig uitgeroeid worden. En aan de top wordt er nog verbeten gevochten tussen de mens en de mier. Ondanks de wens om een mooi plaatje te maken van een harmonieuze natuur is het een kwestie van dood en verderf. Iedere dag zouden er hele diersoorten uit kunnen sterven en de mens, die meestal niet verder komt dan de walvis en de panda, zou het niet merken. Zolang er meer haaien in de soep verdwijnen dan mensen in haaien is er nog geen kringloop in de natuur, beste mensen.
Simba is de leeuwenkoning. Ik begrijp in dat opzicht wel zijn 'circle of life'-campagne. Het houdt natuurlijk het antilope-gepeupel koest.
Hugo Maat
3.1.11
Esnesnon 3-1-10
Goedemorgen, vanaf de universiteit. 's Ochtends. Vrijwillig.
Mijn meest voorkomende persoonlijke ethische dilemma is dat van discriminatie. Ik verdenk mijzelf er namelijk van om racistisch en homofoob te zijn, maar tegelijkertijd verdenk ik die verdenking ervan om een ongegronde zelfbeschuldiging te zijn, gevoed door een cultuur van schuldgevoel. Ik wissel tussen de opvatting dat ik een slecht mens ben, de opvatting dat ik vrij ben om alles te denken en dat de samenleving mij onterecht een schuldgevoel probeert op te dringen, de opvatting dat ik helemaal niet discrimineer maar instinctief mezelf verdedig tegen dat idee en de opvatting dat iedereen discrimineert.
Ik kan al mijn opvattingen die voor discriminatie aan kunnen worden gezien rationaliseren. Ik heb erg weinig geduld voor mensen die dwepen met hun homoseksualiteit en het niet kunnen wachten om aan iedereen duidelijk te maken, maar ik kan daar heel goed tegenover zetten dat ik ook afkeurend ben tegenover mensen die hun heteroseksualiteit continu proclameren. Het feit dat ik tegen de acties van de Israelische staat gekant ben betekent nog niet dat ik anti-semitisch ben. Ik word licht nerveus van groepen jongeren van Marokkaanse of Antilliaanse afkomst op straat als ik dicht langs ze moet lopen, maar even veel van het blanke tuig, met hun bontkragen en bleke neanderthalerkoppen. Waarom voel ik me in al die gevallen dan toch schuldig over die gedachtes? Het voelt altijd alsof ik bij dit soort situaties een beschuldigende vinger in mijn richting krijg, die mijn verdediging als loze excuses ziet. Ik zie mijzelf dan ineens als karikatuur, lijkend op een Amerikaanse politicus die met opgeheven handen claimt dat een paar van zijn beste vrienden zwart of homoseksueel zijn, en dat die het niet erg vinden.
Misschien dat ik de klachten van mij af moet richten, dat ik tegen de denkbeeldige of eventueel werkelijke minderheden die zich door mij gekwetst voelen moet zeggen dat ze zich niet aan moeten stellen. Ik denk graag dat we in een vrijdenkend land leven en dat mijn afkeer voor bepaalde mensen te maken heeft met hun gedrag en niet hun huidskleur, afkomst of geaardheid. Die mening is niet iedereen toegedaan, vooral, naar ik meen, deze minderheden. Mijn relativerende opvatting ze ook wel niet bevallen.
Pech gehad. Ik heb geen zin meer om me te verdedigen. Als iemand me per se discriminerend wil vinden, beschouw ik dat bij deze een persoonlijke mening en voor mij niet relevant.
Hugo Maat
Mijn meest voorkomende persoonlijke ethische dilemma is dat van discriminatie. Ik verdenk mijzelf er namelijk van om racistisch en homofoob te zijn, maar tegelijkertijd verdenk ik die verdenking ervan om een ongegronde zelfbeschuldiging te zijn, gevoed door een cultuur van schuldgevoel. Ik wissel tussen de opvatting dat ik een slecht mens ben, de opvatting dat ik vrij ben om alles te denken en dat de samenleving mij onterecht een schuldgevoel probeert op te dringen, de opvatting dat ik helemaal niet discrimineer maar instinctief mezelf verdedig tegen dat idee en de opvatting dat iedereen discrimineert.
Ik kan al mijn opvattingen die voor discriminatie aan kunnen worden gezien rationaliseren. Ik heb erg weinig geduld voor mensen die dwepen met hun homoseksualiteit en het niet kunnen wachten om aan iedereen duidelijk te maken, maar ik kan daar heel goed tegenover zetten dat ik ook afkeurend ben tegenover mensen die hun heteroseksualiteit continu proclameren. Het feit dat ik tegen de acties van de Israelische staat gekant ben betekent nog niet dat ik anti-semitisch ben. Ik word licht nerveus van groepen jongeren van Marokkaanse of Antilliaanse afkomst op straat als ik dicht langs ze moet lopen, maar even veel van het blanke tuig, met hun bontkragen en bleke neanderthalerkoppen. Waarom voel ik me in al die gevallen dan toch schuldig over die gedachtes? Het voelt altijd alsof ik bij dit soort situaties een beschuldigende vinger in mijn richting krijg, die mijn verdediging als loze excuses ziet. Ik zie mijzelf dan ineens als karikatuur, lijkend op een Amerikaanse politicus die met opgeheven handen claimt dat een paar van zijn beste vrienden zwart of homoseksueel zijn, en dat die het niet erg vinden.
Misschien dat ik de klachten van mij af moet richten, dat ik tegen de denkbeeldige of eventueel werkelijke minderheden die zich door mij gekwetst voelen moet zeggen dat ze zich niet aan moeten stellen. Ik denk graag dat we in een vrijdenkend land leven en dat mijn afkeer voor bepaalde mensen te maken heeft met hun gedrag en niet hun huidskleur, afkomst of geaardheid. Die mening is niet iedereen toegedaan, vooral, naar ik meen, deze minderheden. Mijn relativerende opvatting ze ook wel niet bevallen.
Pech gehad. Ik heb geen zin meer om me te verdedigen. Als iemand me per se discriminerend wil vinden, beschouw ik dat bij deze een persoonlijke mening en voor mij niet relevant.
Hugo Maat
2.1.11
Esnesnon 2-1-11
Het is weer een vlog!
Tekstuele toelichting:
Op middelbare scholen probeert men zo nu en dan leerlingen te leren plannen. Ze moeten logboeken bijhouden, krijgen 'plannen' als magisch weerwoord als ze klagen dat teveel deadlines in dezelfde week vallen. Ik heb twee bezwaren.
Een biologisch bezwaar is de langzame ontwikkeling van de prefrontale cortex, een deel van de hersenen dat pas tegen de leeftijd van 21 fatsoenlijk ontwikkeld is. Dit deel van de hersenen regelt onder andere het vermogen om over lange termijn te plannen. De leerlingen op een middelbare school kunnen moeite hebben om te plannen simpelweg omdat hun hersenen daar niet klaar voor zijn.
Een ander bezwaar, dat ik maar al te goed zelf ken, voor de rest wil ik geen namen noemen, is dat veel middelbare scholieren überhaupt niet weten hoe ze moeten werken uit zichzelf. Ze moeten aan het werk gezet worden door middel van deadlines met dreiging van lage cijfers, straf of beschamende momenten bij docenten. Ik ben van mening dat een leerling niet moet worden geacht te leren plannen zonder eerst te weten hoe hij zelfstandig werkt.
Het enige constructieve dat ik toe te voegen heb op het moment is het idee dat lerarensalarissen moeten worden verhoogd. Het vak van docent heeft een slecht imago, terwijl het een belangrijke positie is. De kwaliteit van docenten maakt erg veel verschil voor leerlingen, in motivatie en prestatie. Met hogere salarissen worden de banen populairder, ontstaat er meer keuze en dat draagt bij aan de kwaliteit van het onderwijs.
Hugo Maat
1.1.11
Esnesnon 1-1-11
Oh, malle Duitsers toch.
Die gekke Duitsers met hun fijnzinnige terminologie. Zo ook het woord Verzeitlichung: "De anachronistische neiging om moderne concepten in historische processen in te passen." Enig idee hoe lang ik daar een goed woordje voor zocht?
Jammer van de oorlog, de dikke mannen en de punktlichkeit, anders zou ik jullie geweldig vinden.
Vanaf overmorgen: Immanuel Kant en de Kritik der reinen Vernunft.
Hugo Maat
(Gelukkig nieuwjaar)
Die gekke Duitsers met hun fijnzinnige terminologie. Zo ook het woord Verzeitlichung: "De anachronistische neiging om moderne concepten in historische processen in te passen." Enig idee hoe lang ik daar een goed woordje voor zocht?
Jammer van de oorlog, de dikke mannen en de punktlichkeit, anders zou ik jullie geweldig vinden.
Vanaf overmorgen: Immanuel Kant en de Kritik der reinen Vernunft.
Hugo Maat
(Gelukkig nieuwjaar)
Abonneren op:
Posts (Atom)