9.1.11

Esnesnon 9-1-11

Ik trof vorig jaar in een college een jonge man die verkondigde dat vrijheid van meningsuiting totaal niet beknot hoefde te worden: hij was zelf van mening dat er niets bestond waar hij zich werkelijk beledigd door zou voelen. Hij zei het zelf niet, maar hij was blijkbaar de vleesgeworden vorm van het gezegde 'Schelden doet geen zeer.' Zijn gesprekspartner was het pertinent met hem oneens zonder op zijn persoon in te gaan en hield het als algemeen geldig punt dat niemand immuun was voor de woorden van een ander. Ik had meteen mijn bedenkingen bij zijn bewering, maar daarachter ging een soort bewondering schuil. Ik vond die ongenaakbaarheid bijzonder.

Geen opmerkingen: