19.1.11

Esnesnon 19-1-11


Transcript voor mensen die het filmpje niet kunnen zien:

Goedenavond.
Ik wil een paar dingen zeggen over een vaag onderwerp met weinig feitelijke inhoud of zinnige argumenten. Het gaat over liefde en wat het betekent, voor mij althans. Als ietsje jonger en ietsje dwazer persoon dan ik nu ben maakte ik voor mezelf een tweetal aan definities, één voor liefde en één voor haat. Het werkt altijd lekker om in tegenpolen te denken. Mijn begrip van liefde, als dertien- of veertienjarige was aldus: een instelling waarbij het geluk van een ander belangrijker is dan dat van jezelf. Mutatis mutandis is haat een instelling waarbij het veroorzaken van ellende bij een ander belangrijker is dan je eigen welzijn. Wat ik goed vond, en nog steeds vind, aan deze definities is dat ze naar mijn mening verrekte extreem zijn. Ik ben van mening dat mensen te snel geneigd zijn om van iets of iemand te houden of iets of iemand te haten. Je kan ook gewoon iets of iemand leuk vinden, of iemand niet zo aardig vinden, ergens dol op zijn, een afkeer ergens van hebben, gek op iemand zijn, van iemand walgen, boos op iemand zijn of gewoon iets fijn vinden. Haat en liefde zijn extreme dingen, ze zijn de uiterste punten en ik vind dat ze ook zo moeten worden gehanteerd. Bovendien vond ik het onderdeel ‘belangrijker dan jezelf,’ een soort ‘ten koste van je eigen geluk’-clausule charmant, dat wekte bij mij het idee op van allesverschroeiende liefde of allesverterende haat.
Maar goed, het was een beetje té extreem. Weinig verwonderlijk dat ik in die tijd van niemand hield en niemand haatte, de definitie was te streng. Enige verandering was nodig, en dat gebeurde gelijktijdig met mijn tweede grote omslag in ethisch bewustzijn, dat van het radicaal, sceptisch egoïsme. Ik stelde de definitie van liefde bij tot: ‘er is sprake van liefde als het welzijn van een ander een significant onderdeel uitmaakt van je eigen welzijn,’ met een gelijksoortige variant voor ‘haat.’ Dit is al vager, wat ik goed vond omdat het veel eigen invulling toestaat en liefde toch niet te reduceren valt tot percentages of duidelijk afgebakende begrippen. Dit was in de tijd dat ik qua denken bijna op mijn meest cynisch was, tot vorig jaar. “But I digress.”
Ik heb kortgeleden besloten mijn definitie wederom bij te stellen. In plaats van een abstract idee te scheppen en te kijken of de werkelijkheid eraan voldoet koos ik er voor om vanuit mijn eigen ervaring op te maken wanneer ik persoonlijk vond wanneer ik van iemand hield en wat het voor mij betekende. Ik kwam uit op ongeveer het volgende: ‘zorg en affectie over hebben voor een ander en gelijktijdig toestaan dat diegene zorg en affectie teruggeeft.’ Vaag. Hartstikke vaag. Ter verduidelijking, ik bedoel met zorg hier niet ‘ontbijt maken’ e.d., hoewel dat altijd welkom is en één van de snelste manieren om mijn liefde te winnen. Ik bedoel zorg in de zin dat je begaan bent met iemands welzijn. Affectie duidt hier op het waarderen van de ander en dit kenbaar te maken.
Deze laatste definitie is in ieder geval voor mij geldig. Ik vind een hoop goed, maar ik kan het niet hebben als iemand zich om mijn welzijn bekommert, die paar speciale uitzonderingen daar gelaten. Op het moment, sinds het bijstellen van mijn begrip voor liefde, heb ik ook daadwerkelijk iemand van wie ik hou. En dat maakt me blij.
Overigens merk ik een positieve ontwikkeling in mijn denken: ik heb me niet bekommerd om een nieuwe definitie voor haat. Wat een fijn idee.

Hugo Maat.

Geen opmerkingen: