Goedemorgen.
Drie observaties op de vroege ochtend: op de keukentafel ligt een NRC-magazine van afgelopen weekend, met een prominent artikel over de 'Bieber-fever'; de krant op de mat gaat over de tactiek achter de succesvolle PVV en op station Zuid (20.000 betalen) liepen drie kleine kinderen rondjes over de stenen zitplaatsen, met gemaakt-bekakte stemmen zich beklagend over 'de jeugd van tegenwoordig,' zodat mijn eigen mijmeringen over 'de jeugd van tegenwoordig' een scherp parodiërend trekje oppakten en ik vervuld raakte van zelfspot, geconfronteerd zijnde met deze onbedoelde kritiek van een stel minderjarigen. Wat deze drie dingen met elkaar verenigt is dat ze allemaal bijdragen in mijn idee dat ik de samenleving niet begrijp.
Dat wil niet zeggen dat ik alles wat er vandaag de dag gebeurt onverklaarbaar vind. Ik vind zelfs dat ik het uitstekend kan verklaren, arrogant als ik ben. Mijn gebrek is dat ik, om filosofisch genuanceerd te spreken, het niet kan
verstehen. De wereld van vandaag de dag is voor mij zo afstandelijk geworden dat ik alleen nog in een cynische, spottende en hooghartige toon erover kan praten. Ik liep een paar dagen terug voor de verandering van het station een andere route door het bruisende winkelcentrum van de wereldstad Almere, en dan niet de nieuw aangelegde terp met alle nieuwe modezaken, maar door een minder modern deel, en ik snapte de mensen op straat niet. Ik had in mijn dagelijkse belevenis niet eens voor ogen dat ze bestonden. Hier staat dan een groepje tieners in hun bontkraagjes te converseren en daar lopen twee huisvrouwen over straat, plenty allochtonen overal, alleen uiterlijk te onderscheiden van de mensen met Duitse wortels, en daar verderop is een kroeg en nog een kroeg, een winkel voor erg goedkope kleding of zaken met onduidelijke verzamelingen... dingen? Ik hoor ze met elkaar praten, maar mijn cultuurfilter verandert ieder woord in grijze ruis. Ik weet op dat moment zeker dat ze het nergens over hebben, dat niemand het ergens over heeft, en dat ik mijn visie van de wereld als zo oneindig veel breder en scherper beschouw dat het geen zin heeft om het ze uit te leggen.
Ik kan al hun sociale handelingen op een afstandje, als een soort vogelspotter, verklaren in termen van lage cultuur, een poging erbij te horen en het erkennen van hiërarchieën in de betreffende groepen. Het heeft alleen geen zin, want ik kom er niet écht in. Ik ben voor hen verpest door de filosofie, de literatuur en de Hochkultur. Ik heb meegemaakt dat mensen met een 'deficiënte vooropleiding' geweldig tegen mij opkijken om vervolgens tegen mij te zeggen dat ik ontzettend veel slimmer ben, wie zou er niet arrogant worden? Als men zich zodanig aan je intellectuele voeten werpt? Wat is er mis met mij dat ik zo anders ben, dat ik wél oh zo intelligent ben? Heb ik een superieur gen? Nee, dat is taboe. Ik heb wel een verklaring maar die werkt alleen voor mij en is ook alleen zinnig voor mij want ik ben de enige die de vraag stelt.
Resultaat: ik voel me alleen. Ik kijk teveel op afstand naar mensen. Ik krijg het niet voor elkaar mensen te respecteren die zichzelf positioneren, bewust of onbewust, als beperkt in horizon of simpelweg dom. En dit is geen kwestie van hoge tegen lage cultuur, hoewel ik het tot zover over mensen uit lagere sociale en (misschien wel dus) intellectuele milieus heb gehad. Ik snap niet alleen de Bieber-fever en de PVV niet, maar ik veracht tevens hipsters en hippies; beschouw de hedendaagse studentencultuur als verdorven; keer me tegen het consumentisme zonder om de natuur of de klassenstrijd te denken; ik hou noch van mainstream noch van underground. Ik vermag IEDEREEN op een afstandje te bekijken, inclusief mezelf. Zelfs mijn ivoren toren bezie ik door een verrekijker of op een schilderij aan de muur.
Soms wil ik me om precies die reden opkrullen, tegen een warme hartslag aannestelen en hopen dat de zon nooit opkomt. Nooit meer.
Excuseer.