17.6.11

Esnesnon 16-6-11

Goedenavond.


Ik ga zitten op een klapstoeltje dat harder aanvoelt dan het betonnen perron waar ik net aan begon te wennen. In mijn hoofd klinkt het gejeremieer van een week terug, dat zelfs de stoelen van de eerste klas in een sprinter zitten als houten planken. Het gezeur in mijn geheugen voegt zich in een samenzang met het gezeur in mijn achterste, een hoge en een lage stem, met een enkele dissonant als de trein zich weer in beweging zet en ik het tempo van het typen doorbreek.


Het is op momenten als dit dat ik me pijnlijk bewust word van de kracht van het onderbewuste, aan alle invloeden waar het deel van de hersenen dat we collectief hebben geïdentificeerd als een persoon, een bewustzijn geen grip op heeft. Of zoals het voor mij voelt, opgevoed als ik ben, invloeden waar ík geen controle over kan uitoefenen. Het is evengoed onderdeel van mij, op dezelfde manier waarop mijn teen van mij is als ik 'mijn' teen stoot. Het is correct om te beweren dat ik me stoot, alsof het mijn gehele lichaam en hoedanigheid betreft, hoewel het alleen mijn teen is die contact legt. Het is ook mijn pijn, als deze botsing hard genoeg is. Zo is honger en vermoeidheid, uitputting en ergernis van een dag vol eenzaamheid en moeizame studie allemaal mij. Ik ben die dingen, het is niet iets dat me overkomt zoals een virus dat zich als vreemdeling in me nestelt. Al die toestanden zijn wezenlijke wijzigingen in mij, die ook datgene beïnvloeden wat de klassieke filosofie en gezond verstand maar al te graag als rationeel en onafhankelijk zouden willen zien.


Als ik honger heb of moe ben, zoals nu absoluut het geval is, word ik snel boos. Ik merk het onmiddellijk en mijn meer rationele en mijn rustige kanten zijn verrast omdat ik uit mijn doen ben en niet handel zoals ik zou moeten handelen of gewoon ben te doen. De kleinste dingen, zoals iets te lang wachten op een sms-je als ik om een antwoord gevraagd heb, of een onderhuidse belediging, al dan niet gemeend of al dan niet bestaand: ik voel ze allemaal voorbij komen in het tijdsbestek van een uur en ik reageer in alle gevallen buitenproportioneel. Als het veertien uur eerder was gebeurd, voordat ik begonnen was aan mijn lange zit, mijn wake in het heilige der heiligen van de geschiedvorsers op de Vrije Universiteit, was ik waarschijnlijk een stuk schappelijker geweest. Ik veronderstel dat ik in een normale toestand (normaal zijnde goed gevoed en uitgerust, voorzien van alle basale levensbehoeften die wij verwende Europeanen zo als vanzelfsprekend beschouwen) mijn schouders op zou kunnen halen. Ik zou mijn zinnen kunnen verzetten.


Welnu, ik beschouw het verlies van mijn zelfbeheersing op een dergelijke wijze als iets zeer kwalijks. Ik heb het vast eerder gezegd, vele malen zelfs, ook (of vooral) binnen dit blog, maar toch: ik hecht veel waarde aan zelfbeheersing. Achteloos, koel en laconiek (vernoemd naar de Spartanen oftewel Laconiërs, die desnoods wel in de schaduw vechten of die avond dineren in het gezelschap der doden) zijn waardevolle eigenschappen voor me. Het is een ideaal dat ik nastreef – en dat nastreven lukt heel aardig, kan ik u met een gerust verzekeren. Maar er zijn uitzonderingen, en die uitzonderingen vallen onbehaaglijk dikwijls samen met tekort aan lichamelijke voeding of slaap. Ik kan niet zeggen dat ik in zulke gevallen mijzelf niet ben, wat een comfortabele aanname zou zijn voor mijn over het algemeen rustige ideaaltype; ik ben zoals eerder gezegd evengoed die hysterische waanzinnige, ik ben ook de onrust die over mij komt als een myriade van een myriade aan generaties vol Darwiniaans erfgoed aan de binnen kant van mijn schedel beginnen te krabben, als ze met bezemstelen tegen het plafond stoten dat de vloer van mijn geest is.


Dat brengt mij tot de vreemde notie dat ik eet en slaap om een deel van mijzelf de mond te snoeren: Ik, Ratio, ben de welwillende regent van mijzelf: mijn onderdanen zullen niets tekort komen, en ze zullen hun mond houden. En arresteer hem die ook maar denkt aan een referendum!


Hugo Maat


Ps: Dit werd geschreven in een trein. Alle voorbeelden zijn ontleend aan de werkelijkheid.

6.6.11

Esnesnon 6-6-11

Pre scriptum: Ik herinnerde me net weer mijn eerste dag binnen de muren van de Vrije Universiteit. Als weifelende middelbare scholier en blaaskaak vroeg ik een voorlichter ten overstaan van een zaal waarom ik specifiek voor de VU zou kiezen, hopend op een keurig verkooppraatje. In plaats daarvan vroeg de voorlichter aan mij waarom ik voor de VU zou kiezen (dat nog niet gedaan hebbende). Hij bracht me van mijn stuk en ik had geen goed antwoord klaar. Het antwoord dat ik wel klaar had was 'Ik hoorde dat de koffie hier erg goed was.' Hij verzekerde me ervan dat hij daar nog niet zo zeker van was. En toch ben ik hier.

Goedemiddag.

Nog twee of drie van dit soort dagen, van volledige onderdompeling in de stof met geen ander gezelschap dan Whitehead, Krentz, Osborne, Tod, Raubitschek, Rhodes en Burckhardt en ik heb één van mijn werkstukken voor deze periode af. Daar komt nog één dag onderdompeling in de archieven in Den Haag (mooie stad) bij en een onbepaalde hoeveelheid gestuntel met communicatiegeschiedenis en ik heb vakantie. Het enige wat ik feitelijk moet doen is 's ochtends mijn bed uit komen en het openbaar vervoer in kukelen, dan is de rest niet zo bijster moeilijk meer. Niet op studiegebied, althans.

Moeilijker is het om, als ik hard aan het nadenken ben, niet mijn nagels af te kluiven zodat mijn handen op die van Elijah Woods beginnen te lijken (kijk The Lord of the Rings en let er maar eens op). Moeilijker is het om niet tot twee uur 's nachts op te blijven elke dag. Het is ook moeilijk om geduld te hebben met mensen die zich naar mijn mening dom gedragen. Het is een uitdaging niet alvast te beginnen met mijn vakantie, naar de fles of de peuk te grijpen. Maar die problemen zijn weg te werken door vol te houden dat uiteindelijk muziek en studie betere en duurzamere ervaringen opleveren.

Uiteindelijk zijn al die dingen niet eens zo taai. Ik maak me niet zo gek veel zorgen om mezelf. Daarbuiten zijn pas de dingen waar ik me echt om bekommer.

Hugo Maat

20.5.11

Esnesnon 20-5-11

Hello. How do you do?

Let's talk books for a moment. I've been reading like a maniac recently, in a frantic attempt to repair the damage done by a half year's worth of book deprivation. Last week it was Vol de Nuit, which clumsily translates to something like Night Flight, by the late Antoine de St.-Exupéry. It's about the pioneers of the aerial post service in Argentina (no crying, if you please), attempting to co-ordinate nocturnal flights with propellor-planes before the invention of the radar and similar technologies which just might be crucial when flying over a rugged country through utter darkness, at least every night. It's a book about madness (or courage, I'll leave that to personal judgement) and sacrifice. The main character, surprisingly, does not spend even a heartbeat in a plane, but still manages to be a very heroical person, showing that you can be courageous and inspirational even without risking your life in the utter blackness that is stubborn stupidity (i.e. flying at night with literally no way of detecting a mountain apart from hitting it). The book is short, unsettling, dramatic and absolutely recommendable. If you can, try reading it in French. It's quite ridiculously easy reading for a French book.

I'd like to make a sidestep. In Vol de Nuit I believe to have detected a reference or just a similarity to the Weberian notion of Verwaltung; bureaucracy. Bureaucracy is, according to Weber, the ultimate expression of rationality in human affairs. It expands itself to cover all aspects of life in an attempt to rationalize and organize everything we humans do. In the Vol there is a scene in which the worried wife of a missing pilot goes to the office of the flight company to find out why her dearest husband, whom she had expected home four hours earlier (I can guess what she hoped to be doing at that time instead of showing up, distraught, at the office). She quickly finds herself in a hostile environment, especially because the boss man is a hard-liner who refuses to bow for her irrational and female nonsense. (One might say it's a real Christopher Nolan theme.) Having dragged myself through Marcuse (by which I mean that I've read a number of his essays) for some time I concluded that the bureaucratization-theme in De St.-Exupéry was about the conflict between Weberian rationality and, well... being human, being real, being small. The aforementioned Mr. Boss Man person puts it as a contrast between greatness and love.

Of course I'm taking the thought the wrong way, and a long way along that wrong way too. It's all Marcuses fault. His hyper-critisism got me back in my structuralist thinking. It's probably going to take weeks to get over this. And then again, since I'm in my 'sensitive period' it might just find a permanent spot in my heart. I can see myself being a cynical structuralist in thirty years, actually. Current book is a goat-buster by the Dutch Thomas Rosenboom. Probably done before June, although I might just switch to something less dreary.

That's all from me for today. Happy reading, or whatever.

Hugo Maat

19.5.11

Esnesnon 19-5-11

Goedenavond.

De datum van vandaag begint mij steeds helderder voor de geest te staan. Niet alleen omdat ik in mijn kortgeleden verstuurde epistel het als inside-joke opschreef in zestiende-eeuwse stijl, maar ook omdat ik veel notities heb geschreven. Ik ben namelijk bezig de eerste stappen te zetten richting een aantal geschreven werken die ik komende maand van plan ben af te leveren. Het eerste begin is altijd makkelijk, dus dat doe ik zo snel mogelijk. Vandaag heb ik etterlijke uren gespendeerd aan oriëntatie op mijn werkstuk over de democratische contrarevolutie in Athene, 403 voor Christus. Ik schrijf een beschouwing over de participatie van niet-Atheners in deze strijd, met name de rol van de welbespraakte en fascinerende persoon van Lysias, de Syracusaanse redenaar die wel eens de belangrijkste protagonist van deze revolte zou kunnen zijn, als men de algemeen erkende aanvoerder Thrasyboulos even buiten beschouwing laat.

Ik heb voldoende uit de hoogte gedaan naar mijn zin. Hier volgt mijn poging om een korte en heldere beschrijving te geven van de gebeurtenissen in Athene rond 403 v.Chr., gebaseerd op een vluchtige studie van wetenschappelijke literatuur, enkele weken college en close-reading van de overgeleverde bronteksten over deze periode. In de vijfde eeuw voor Christus woedt in Griekenland (nog geen politieke eenheid) een oorlog tussen twee sterke stadstaten, Sparta en Athene. Ze hebben beiden een hele schare aan bondgenoten (onderdrukte gebieden die ze als rijpe olijven uitpersen voor hun beider oorlogsmachines) en er zit weinig schot in. Long story short: in 405 wordt Athene geweldig ingemaakt in een zeeslag voor de kust van het huidige Turkije en de Spartaanse generaal Lysander (erg vol van zichzelf, een machtswellusteling, haantje) dwingt na een belegering Athene tot overgave. Als onderdeel van de overgave moet Athene o.a. een Spartaanse 'bondgenoot' worden en in een proces dat niet in alle bronnen gelijk omschreven wordt komen er dertig mannen (feitelijk altijd mannen) aan de macht. Geen van hen heeft een PR-manager of een fatsoenlijke spindoctor, vandaar dat ze op de weinig originele naam van 'De Dertig' uitkomen, een term die door iedereen wordt gehanteerd, van toen tot nu.

Noem het een oligarchie, noem het een clubje tirannen, maar de Dertig laat weinig tijd verloren gaan om er een aardig schrikbewind van te maken. Ze beperken de burgerrechten (die in Athene redelijk ver verspreid waren) tot een clique van drieduizend man, de (zucht) Drieduizend genaamd. Zij zijn onder andere de enigen die wapens mogen dragen. Een flinke club Atheners met democratische sympathieën wordt de stad uit geknikkerd of vlucht stukje bij beetje. De Dertig schakelen ook politieke tegenstanders uit (of ze vermoorden onschuldigen om ze vervolgens te beroven, kies zelf maar), voornamelijk onder de Atheense 'allochtonen', de metoiken. Lysias is één van de benadeelden. Zijn broer wordt ter dood veroordeeld (volgebs Lysias zelf zonder proces), zijn bezit voor een aanzienlijk deel ingenomen maar hij weet te ontsnappen naar Megara. Rond januari 404 is de maat vol voor een aantal bannelingen. Onder leiding van de strateeg Thrasyboulos, een democraat, neemt een detachement van slechts zeventig man de versterkte heuvel van Phyle, ten noordwesten van Athene in. Ze hebben eventueel in het geheim steun van de stadstaat Thebe. Lysias verschaft ongeveer 300 (eventueel 500) soldaten, het merendeel met volledige uitrusting, en met nog wat meer steun, mogelijk van metoiken, groeit het aantal tot 700 man.

Thrasyboulos en zijn mensen houden het een maandje goed uit; de Dertig weten ze niet te verslaan. In Athene worden de maatregelen allemaal wat aangescherpt door het inschakelen van een Spartaans garnizoen om de akropolis (where the Parthenon is) te bezetten, wat de Dertig betaald zouden hebben door wat rijke burgers van kant te maken en tempelschatten om te smelten. Ergens tussendoor is er nog wat gekibbel binnen de Dertig en wordt er nog eentje omgebracht, ben ik vergeten te vertellen, en zo belangrijk is het niet. Goed. Iedereen die niet bij de Drieduizend hoort wordt de stad uit gegooid en de Dertig moorden de nabij gelegen stad Eleusis uit om er een eventueel toevluchtsoord van te maken. Thrasy neemt de havenstad (Piraeus) van Athene in na een veldslag tegen de troepen van de Dertig, vecht nog wat, krijgt steeds meer mensen achter zich en begint de eerste stappen richting Athene zelf te maken. In de laatste fase van het conflict mengen de Spartanen zich er vol in: Lysander keert terug met een vloot, maar één van de Spartaanse koningen, Pausanias, wint de race en gaat met een standard-issue leger naar Athene waar hij slag levert met de democratische bannelingen. Het is niet meer dan een schermutseling en kans voor Pausanias om zijn spierballen te tonen tegenover Lysander (het is niet allemaal pais en vree tussen deze knapen) waarna de Spartanen een verzoening eisen. De Dertig wordt door een revolte binnen de stad afgezet en de oligarchen/tirannen vluchten naar Eleusis, zoals gepland. Een nieuwe club oligarchen, de Tien (headdesks) neemt tijdelijk de honneurs waar maar binnen afzienbare tijd is het weer min of meer terug bij het oude met een herstelde democratie. Happy, happy ending, willen de meeste bronnen doen geloven. Daarna volgt er een gigantische stapel aan rechtzaken en nog wat knokpartijen om de losse eindjes aan elkaar te knopen. (En de knopen door te hakken.)

Tot zover deze episode uit de Atheense geschiedenis en mijn dagelijkse bezigheid, evenals mijn stoutmoedige poging het verhaal kort te houden. Slaap lekker.

Hugo Maat

Ps: Alle onnauwkeurigheden zijn aan mij te wijten, omdat ik uit mijn hoofd en zoals gebruikelijk zonder correcties aan het schrijven ben.

12.5.11

Esnesnon 12-5-11

Goedemiddag.

Ik ben in Turkije op vakantie geweest. Het volgende, korte verslag laat geheel na te vermelden hoe wonderlijk de ruines waren, hoe het eten was, hoe de reis verliep enzovoorts, want die details zijn ofwel goed te vinden in andere reisverslagen, of niet belangrijk genoeg, of beter zelf te beleven. Ik zal zeer summier een bespreking geven van drie onderwerpen die mij aan het hart gaan.

Nummer 1: Op weg naar Efese (Efesus, Efesos, Efes) vond ik een Ray-Ban zonnebril in de berm. Ik was gaan lopen, verwaand en Romantisch als ik ben, en zag deze zonnebril aan de andere kant van een deels verwoeste prikkeldraadversperring liggen. Ik heb mijzelf hierlangs bewogen en heb zo deze verloren of opzettelijk verworpen oogbescherming toegeeigend. Hij is erg licht beschadigd, maar ik vind het prachtig om zoiets te vinden: ik zou naar ik meen nooit zelf een zonnebril van een prestigieus merk gekocht hebben, dus toeval is de enige manier voor mij om toch met het fenomeen kennis te maken. Ik heb dit modieuze artikel nog, het is mijn souvenir.

Nummer 2: Ik heb mij op de laatste dag in Seljuk laten scheren bij een authentieke Turkse kapper. Het was enigszins eng om me het mes op de keel te laten zetten, daar deze methode van scheren mij voornamelijk doet denken aan Sweeney Todd, door mijn moderne referentiekader. Ik ben echter geheel niet gesneden en de behandeling was aangenaam en professioneel. Naast het welbekende schrapen met een vlijmscherp mes over het met scheerschuim bedekte gezicht werd er ook gebruik gemaakt van een erg wonderlijke methode voor het verwijderen van haartjes bij de jukbeenderen en orgen: het in alcohol drenken van een met stof omwonden stokje, om dit vervolgens in brand te steken, waarna het vlammende uiteinde gebruikt wordt om me, zoals een vriendin van me laatst stelde, te swaffelen. Vermoedelijk is het gebruik van dat woord in mijn blog een precedent. Hoe dan ook, voortreffelijke scheerbeurt.

Nummer 3: Uit het raampje van de Dolmuz (excuses voor de eventueel rammelende spelling) naar Kusadasi (Kushadasuh) zag ik een perk vol bloeiende Spaanse margrieten, met witte bladeren en een paarse knop. Op het vliegveld van Izmir, een dag later, zag ik dezelfde bloemen weer. Ze deden me denken aan een pot soortgelijke flora die ik aan een dierbare cadeau had gedaan. De dag dat ik vertrok naar Turkije vernam ik dat ze de bloemen had omgebracht door ze te verdrinken. Ze was bang dat ze uit zouden drogen. Ze schreef me dat ik, indien ik erop zou staan een souvenir mee te nemen, maar beter "geen plant" kon geven. Hariem, mrie of mar? De laatste, denk ik. Niet dat ik nu een wrok koester. Het was voor mij alleen maar een poetisch moment. Dat koester ik wel.

Hugo Maat