31.3.08

Esnesnon 31-3-08

Goedemorgen/Goedemiddag/Goedenavond.
(omcirkel het juiste antwoord)

Ik maak deze post van vandaag stukje bij beetje. Nu is het toevallig ochtend hier. Mijn eerste uur vrij duurt niet eeuwig, tot mijn spijt, en ik probeer mezelf nog wat af te leiden voor ik een kort saai dagje op school door moet brengen. Ik ben nu de enige wakkere persoon in dit huis, maar het scheelt niet veel. Ik slaap nog half. Dat gaat misschien nog leuk worden bij Frans.

Het uitzicht is vreemd, een beeld dat ik eigenlijk alleen in de lente vaak zie. De zon schijnt op de daken van de huizen achter mijn huis, en op de muren, de tuinen en de schuren. Ik zie nergens echt schaduw, het licht lijkt van alle kanten te komen. Door het ontbreken van schaduw in alle vormen lijkt het licht kunstmatig, en aan de andere kant krijgt het iets idyllisch. Het licht zoals het in de hemel is, aan geen kant een schaduw te zien, maar zonder verblind te raken. Het licht is overal mild. Bovendien waait er eigenlijk geen wind. Het is allemaal erg mooi.
Maar het interessante punt dus, is dat boven de daken een loodgrijze hemel te zien is. De lucht lijkt donker en dreigend, veel donkerder dan het uitzicht dat eronder ligt. Het licht moet ergens anders vandaan komen, van een plek die ik niet kan zien vanaf hier. Een helder verlichte achtertuin tegen een donkere lucht, een zeldzaam gezicht dat op zijn eigen manier wel iets moois heeft.
Net als de korenvelden van Van Gogh. Heldere kleuren en belichte velden, maar een dreigende donderwolk erboven, met een autonoom licht dat dan op de aarde schijnt. Geen kwestie van een schilderfout met verkeerde belichting, maar volgens mij een bewuste keuze, gebaseerd op een echt uitzicht van een helder verlichte plek tegen een naderende of wegtrekkende storm. Men kan allerlei diepzinnigheden over een dergelijk uitzicht verzinnen.

Lentelyrischheid! O, schone muze van het morgenseizoen, toon mij de schoonheid van de opkomende natuur tegen de winterse kou die eindelijk wegtrekt, onder de verlichtende stralen van de zon die eindelijk ervoor heeft gekozen om wat meer tijd bij ons noorderlingen door te brengen! Laat de narcisjes, smaakvol geplaatst door de Almeerse plantsoenendienst om het imago van 'lelijkste gemeente' tegen te gaan, welig tieren en ons alle verblijden met een flits van geel. Een viooltje hier en daar is ook aardig.
Zwaantjes en eendjes voeren! Zomerjassen! Huppelen over heides! Welkom lente! Ik ben happy!

Het is nu laat in de middag, en ik ben héél happy. Minipanne(n)koekjes ftw! Lang leve kokkerellen! Yummy! Eventjes twee mensen uitgenodigd voor gezellig eten maken en opeten bij mij thuis. Nou ja, ze hebben ook behoorlijk zichzelf uitgenodigd, maar het was nog steeds leuk. Ik weet niet wat ze hier thuis van dat idee zullen vinden, maar als ik aantoon dat het een erg goed idee was door wat overgebleven baksels te voeren aan familieleden stemmen ze er vast mee in. Er is niet heel erg veel over, ik vond het namelijk nogal smakelijk. O, en ik heb de keuken opgeruimd, dus mijn moeder heeft geen klaagrecht.

Nu zit ik een beetje halfhartig aan CKV, waar ik geen zin in heb. Feitelijk heb ik alle informatie bij de hand en moet ik het gewoon nog even verwerken, als ik gewoon de inzet ervoor weet te vinden. Als ik gewoon de inzet weet te vinden, als ik gewoon de okee ik stop al. Ik schrijf wel verder later op de dag.

Later op de dag, het is avond, CKV is af en ik ben eeuwig fan van Broadway Boogie Woogie. Yaaay! Nu ga ik dag zeggen tegen maart, en heel chaga doen op 1 april omdat ik doe alsof ik het heel stom vind.

Karo

Ps: Lente + overheerlijk kokkerellen + mij = Stuiter.

Pps: Deze post gelooft dat hij om half negen gemaakt is. s'Ochtends.

Ppps: Maart was qua posts productiever dan februari en januari!

29.3.08

Esnesnon 29-3-08

Goedenavond.

Ik kan het niet laten een enorme glimlach te vertonen terwijl ik zit te typen hieraan. Daar zijn twee belangrijke factoren op van invloed. Er zijn nog wat kleine dingen, maar vooral die twee zijn erg belangrijk. Het is geluksvoedsel, wederom. Het is altijd een goed idee om de voorraad geluksvoedsel op peil te houden, vooral met allerlei vervelende dingen die nog wel eens willen gebeuren. Zoals passerende deadlines, en mailtjes van mentoren om je nog even fijntjes te laten weten dat er nog heel veel werk op het programma staat. Ik kijk in tot hoeverre ik de zooi voor me uit kan stellen, en in hoeverre niet. Als ik er maar goed aan ga zitten weet ik dat ik toevallig heel veel moois aan werkstuk kan maken, zolang het onderwerp me maar boeit.

Het belangrijkste glimlachpunt is de reactie die ik op mijn blogpost van gisteren kreeg. Niet bepaald een diepzinnige, uitgebreide of goed onderbouwde reactie, maar een rechtdoorzee compliment. Prinses Kayleigh wil schrijfseltjes voor een blad dat ze wilt gaan maken, en ze merkte op dat ze stukjes wilde hebben zoals het stuk van gisteren. Er zitten een paar consequenties aan. Als eerste, voor de mensen die dat stuk of mijn lyrische lentebui leuk vonden, ik ga dat soort ingevingen voortaan in zeker de helft van de gevallen schrijven om ergens anders te laten publiceren. Het is natuurlijk niet goed te keuren dat ik dubbel publiceer.

Ik had eerst ook nog een tweede punt in gedachten, maar helaas heb ik deze post over de loop van de hele avond verspreid geschreven, dus ik heb niet goed meer in gedachten wat ik nou wilde zeggen. Er zal wel iets zijn geweest waar ik van moest glimlachen. Beneden stond Ice Age 2 aan, maar ondanks de lichte grijns die het geschreeuw van de eekhoorn bij mij opwekte was het geen glimlachreden. Ik word ook wel blij van het feit dat mijn haar langer begint te worden, maar een echte glimlachreden is toch wel wat meer dan dat.

Verdorie. Ik ben blijkbaar ergens blij over zonder het precies te weten. Wel een soort van zorgeloos geluk, zou je kunnen zeggen. Nu is het tijd om een liedje op te zetten...

Karo

28.3.08

Esnesnon 28-3-08

Goedenmiddag.

Er was eens een spiegel. Het was de bovenkant van een schoolgebouw, waar water op dreef dat onder de juiste hoek de grijze wolkenluchten liet zien, die over een helderblauwe ondergrond dreven, die ergens anders de bovenkant is maar in een spiegel nou eenmaal de uiterste afgrond is.

De spiegel was rimpelend water, maar ook een metalen scherf. Op de plekken waar het metaal op zijn gladst was, zonder onregelmatigheden, zonder onzuiverheden, kon je terugkijken, kon er iets terugkijken dat je kende. Hoewel je eerder naar het spiegelbeeld zou kijken, was er ook nog een spiegel onder. Echter kon je de spiegel niet zien op het punt waar die het meest een spiegel was. De onzuiverheden op de scherf van staal laten alleen zien dat het nog werkelijk iets op zichzelf is. De spiegel was een druppel bloed. Het moment dat een klein kind beseft dat hij zich ergens gesneden heeft, zonder het te merken, maar wel in paniek raakt, wetend dat het gebeurd is. Geen pijn, alleen de gewaarwording dat het lichaam beschadigd is. Het kind heeft iets gezien dat hem doet beseffen dat hij gewond is, maar echt gewond voelt hij zich niet. Hij heeft zich niet gesneden, maar iemand anders. Het is niet echt zijn bloed op zijn handen, waar hij angstvallig naar staart. Dat kan ook een spiegel zijn.

De spiegel was een harp. Iemand sloop door een donkere hal, terwijl licht onder deurposten in kamers doorscheen. Hij liep langs de woonkamer, waarvan hij niet wilde dat het licht hem zou zien. De harp die in de kamer speelde hoorde hem niet, en kon hem niet zien, maar toch veranderde er iets in de muziek, en elke stap in de hal kwam gelijk met de maat. Een sluiper in schaduw liep gelijk met een harp in het licht, beiden zonder het echt te merken.

De spiegel was een heuvel, begroeid door heide en lang gras, doorwoven met distels. Heuvels ernaast staken verder uit naar de lucht, en waren door mooiere planten bedekt, maar ze droegen geen reiziger. De reiziger was van ver gekomen en wist het. Hij was ver van huis. In zijn hand hield hij een stok. De stok was ruw van buiten, maar had een kern van blank, hard hout, glad onder de schors die hem een tijdlang had verborgen. De stok was sterk, had kracht vanbinnen, meer dan de reiziger. Voordat de reiziger op reis was gegaan was hij sterk geweest, maar op de spiegel ontgleed zijn laatste kracht hem, en hij had een andere keuze dan te leunen op de stok. Een stok geeft geen kracht aan een vermoeide reiziger, alleen steun. Een spiegel geeft geen kracht aan een vermoeide reiziger, maar alleen een andere vermoeide reiziger. Twee reizigers die op een stok steunen, maar niet op elkaar. Als ze het zouden proberen zouden ze op een spiegel steunen, en uiteindelijk languit in het gras liggen, starend naar de hoogtes en de afgrond.

De spiegel was ijs en sneeuw, een meer in een ijskoude winter. Er was geen spiegelbeeld in het water te zien, alleen het koude grijs dat weigert beelden te tonen. Er was niets te horen, omdat de kou al het leven al het zwijgen op had gelegd. Toch was het een spiegel. Over het hele meer, dat enkel nog een plaat dood ijs was, was de geur van verse rozen te ruiken, de rozen waarvan elders de bloemblaadjes in een heldere vijver dreven, een vijver die aan alle kanten omgeven was door groen, en bedekt werd door het fabelachtige rood van de roos.

De spiegel was iemand. Ik weigerde te herkennen dat het mijn eigen gezicht was dat ik terugzag, ik wilde alleen de spiegel zien zonder het beeld. En ik zag de spiegel en ik zag dat de spiegel maar erg weinig is zonder iemand die erin kijkt.

Karo

26.3.08

Esnesnon 26-3-08

Goedenavond.

Ik ben nu in het zwart gekleed, van top tot teen. Morgen ben ik dat weer. Ik denk overmorgen ook. Dat komt omdat ik zwart gewoon stijlvol vind. Het geeft zoveel accent aan je gezicht en handen, en mijn haar lijkt dan een stuk lichter. Verder is er geen echte reden. Ik doe niet zo aan echte redenen. Een tijdje terug in de stad werd er aan mij gevraagd of ik misschien een... wat was het ook al weer... erg gevoelig reukzintuig had. Ik had namelijk in bepaalde winkels erg snel een gevoel van duizeligheid en ik ging al snel naar buiten om adem te krijgen. De daarop volgende vraag was of ik écht iets had of dat ik alleen maar wat verzon. Ik antwoordde dat er in mijn geval geen echt onderscheid is tussen die twee.

De boom in onze tuin, die ik vanaf hier door het raam in de schemering nog net kan onderscheiden van andere takkenmassa's en schuttingen, die allemaal ongeveer dezelfde kleur krijgen met het wegzakkende licht, begint roze knopjes te krijgen, voorzichtig ontluikende bloesems. De meesten lijken zo groot als vingertoppen of zelfs kleiner, aan de uiteinden van smalle twijgjes die daardoor net een soort lucifers worden; dunne stukjes hout met een heldere vlam van kleur op het uiteinde. Één bloesem is groter dan de rest. Deze staat aan het uiteinde van een tak die niet de top bereikt maar meer aan de zijkant hangt. Die bloesem begint al een beetje de vorm van een bloem aan te nemen, en heeft iets weg van een vlinder die net uit een cocon is gekropen. Je ziet de vleugels al, maar hij moet ze eerst nog even drogen voordat hij ze helemaal uitvouwt en de kleuren toont. Tot die tijd zijn ze een beetje opgekropt, een propje vleugel of een propje roze blad.

Een vogel fluit voor het huis. Het is elke keer ongeveer hetzelfde deuntje. Elke keer is het hoog, laag, hoog en eindigt hij zijn tsjilp-loopje met twee hele hoge fluitjes. Misschien komt er zo een ander vogeltje bij, met een liedje dat er op lijkt. Misschien een heel hoog fluitje, gevolgd door een laag, hoog, laag en weer hoog tsjilpje. Dan moeten ze een duet beginnen, worden ze beroemd en krijgen ze veel eieren in hun nest met uitzicht op zee en tuin op het zuiden. Hij fluit niet meer. Misschien een schorre keel.

Wellicht ben ik lyrisch van de lente, of van het einde van de SE week. Ik ga hoe dan ook de gordijnen dichtdoen, om de vallende schemering uit de kamer te weren. Dan vervang ik de stilte die valt na het ophouden van het fluitconcert in G-mineur door de vogel buiten door andere muziek, en ben ik weer met beide benen uit de natuur en in de computer gestapt. Ik zou een krakeling willen eten, als ze er zouden zijn.

Karo

Ps: Wacht, er zijn wél krakelingen. Ik ga alleen nu eten.

25.3.08

Esnesnon 25-3-08

Goedemiddag.

Vreemd genoeg ben ik verre van verrast door de spelingen van het weer over de afgelopen tijd. We zeggen hier thuis al minstens sinds de mislukte winter dat het tegen de lente ineens even zou gaan sneeuwen. Nu zwermt het hier al enige tijd van de schattige sneeuwvlokjes, wat mij ertoe zet om even wat muziek op te zetten die totaal niets met sneeuwvlokjes te maken hebt tenzij je je best gaat doen om een verklaring te verzinnen.

Vandaag had ik twee SE's waar ik niet echt voor geleerd had maar die toch wel aardig gingen. Ik heb echt geen vertrouwen meer in het schoolsysteem qua uitdaging, maar ik zeg het maar niet al te hard omdat mensen dan gaan klagen. Nee, sterker nog, ik ga beweren dat ze best wel lastig waren als iemand ernaar besluit te vragen. Heel flauw. Gisteravond had ik een gesprek met een schoolverlater die misschien nog interessante reacties zou vertonen bij de uitspraak 'schoolsysteem' en 'uitdaging.' Het is ook mogelijk dat ik een uitermate voorspelbare en flauwe reactie krijg, en dat is dan gewoon balen. Ik hou van orginaliteit.

Morgen is het einde van de SE week, om een uur of één. Dan wil ik eigenlijk best wel appeltaart eten, moet te doen zijn. Daarna ga ik wat verder met een RPG forum.

Ik wilde eerst meer schrijven, maar toen raakte ik afgeleid en had ik geen inspiratie meer. Blech. Misschien vanavond meer als ik ineens ideëen krijg.

Karo