(Goedemorgen)
De receptie had een erg rustige ochtend. Het was warm en erg licht, de zon scheen precies door de glazen wanden rond de ingang en liet weinig schaduw over in de hal van het kantoorgebouw. Een bijwerking van de glazen panelen was wel dat al het licht een groenig tintje kreeg. De receptionist, gekleed in een overhemd dat nu een groenig tintje had, hing de telefoon op, zette zijn bril af, wreef in zijn ogen en zette de bril net weer op zijn neus op het moment dat de draaideur in beweging kwam. De nieuwe bezoeker, de receptionist concludeerde in ieder geval dat deze verschijning niet in het gebouw thuishoorde, droeg een leren jack met stompe metalen punten bij de kraag en een paar scheuren bij de mouwen. Onder het openstaande jack waren de woorden 'Rock' en 'Yesterday' in donkerpaars op zijn shirt te lezen en hij droeg een leren handschoen aan zijn rechterhand die de middel- en ringvinger vrijliet. Aan zijn linkerhand droeg hij drie eenvoudige silveren ringen. De rafels aan de onderkant van zijn zwarte broek bedekten gedeeltelijk zijn zware leren laarzen, waarvan de rechter met metalen plaatjes bedekt was. Er zat een scheur, of misschien meer een snee, in zijn broek bij zijn knie. De receptionist wendde zijn blik weer naar de monitor links van hem. De man had zich al dagen niet geschoren, had smalle neusvleugels en warrig haar tot op zijn schouders. Een ringetje stak door zijn linkeroor. Om zijn schouder droeg hij een katoenen tas aan een lang koord en het leek erop dat de tas goed gevuld was.
Een tijd lang liep de man heen en weer door de receptiehal, af en toe aan zijn kin krabbend en door de glazen panelen naar buiten kijkend. De receptionist deed zijn best hem te negeren, maar dat ging wat moeilijker toen de man begon te zingen. 'I got a little rhythm, a rhythm, a rhythm, that pit-a-pats through my... braaiiin...' Hij zong met een lage, bijna grommende stem. Bij sommige woorden gromde hij ook meer dan dat hij zong. 'It's so persistent, the day isn't distant... that it'll drive me insane.' Nadat hij het laatste woord uit had gegromd liep hij op de receptie toe. De receptionist deed nog een laatste poging te doen alsof hij met iets anders bezig was dan het hopen dat de bezoeker weg zou gaan, maar dat faalde naar zijn mening.
'Kan ik u helpen?' vroeg hij.
De man gromde helemaal als hij sprak, zacht maar laag.
'Ja, ik heb een brief hier, voor iemand die hier werkt. Ik kan niet zomaar naar binnen. Kan je hem doorsturen? Hij moet bij de juiste persoon terechtkomen.'
'We hebben een brievenbus,' begon de receptionist, maar de man gromde erdoorheen.
'Deze moet niet zomaar op een stapel, hij moet echt naar iemand hier. Persoonlijk.'
De man ging licht op de balie hangen en haalde een vergeelde envelop uit zijn tas.
'Voor meneer... Huizinga. J,' gromde hij.
De receptionist twijfelde even en vroeg het toen toch.
'Als ik het vragen mag, wat voor een brief is het en waarom moet meneer Huizinga deze per se hebben?'
De man keek hem scherp aan, kwam iets dichterbij.
'Het is een goeie kerel, die Huizinga. Toegewijde, voorbeeldige moderne arbeider. Een voorbeeld.' Hij tikte met de envelop op de balie. 'Dit is een bedankje. Ook een echte familieman, weet je. Zorgt goed voor zijn huis en have. Mooie, brave kinderen. Kerels zoals hij verdienen soms een bedankje, een aanmoediging. Hebben we meer nodig in de wereld.'
Hij gromde eventjes en hoestte toen in zijn gehandschoende hand. De receptionist maakte geen aanstalten de brief aan te nemen. Hij was iets achteruit gegaan.
'Luister,' gromde de man. 'Niets meer dan een aardigheidje. Kunnen we moeilijk op de grote stapel gooien en hopen dat het terechtkomt, heh?' Hij gebaarde rond de hal. 'Voor meneer Huizinga. J. Persoonlijk.' Hij legde de envelop op de balie en liep met een langzame pas naar buiten, zacht zingend.
De receptionist staarde een flinke tijd naar de vreemde envelop. Hij woog het op zijn hand, rook aan het papier, bekeek het gekrabbelde 'J.Huizinga' en overwoog iemand erover te bellen. Hij zocht even op waar meneer Huizinga zat. J. Huizinga zat op de twaalfde verdieping, bij een reclamebureau. Een accountant. Wat zou het uitmaken? De receptionist keek even om zich heen en opende toen vlug de envelop, met gestrekte armen, ver van zich af. De envelop bevatte een brief, met de hand geschreven op dik papier, met blauwe pen. Geen poeder, geen foto's. De aanhef luidde: 'Beste meneer Huizinga, (of Joost, als je dat liever hebt,)' met als afsluiting 'een afficionado.' De receptionist keerde de envelop ondersteboven, bekeek de brief aan alle kanten, scheurde de brief aan de randen om te kijken of het papier niet zo dik was omdat er bijvoorbeeld een extra blad middenin zat, maar vond niets bijzonders. De brief zelf was een felicitatie, voor een leven waar andere mensen plezier aan hadden, voor de inzet van meneer Huizinga (dan wel Joost) om de wereld aangenamer te maken voor anderen en wederom de wens dat er meer mensen zoals hij in de wereld waren, een voorbeeld.
De receptionist versnipperde de brief en envelop en verstopte de resten.
Hugo Maat.
8.9.09
7.9.09
Esnesnon 7-9-09
Goedemorgen/middag/avond/who gives a damn.
Gekke en vertwijfelde mensen schrijven gekke en vertwijfelde dingen op gekke en vertwijfelde blogs en dat is verder misschien de enige continuiteit die daarin te vinden is. Ik impliceer niets. Ik heb echter wel een beetje een vreemde kwestie, volkomen triviaal en idioot, wat voor mij reden blijkt is om me iets af te vragen. In plaats van werkelijk in te gaan op wat ik hier aan bod breng aan nutteloos gezwets staat het natuurlijk vrij om een uitgebreid psychologisch profiel te schetsen en me voor gek dan wel briljant (onwaarschijnlijk) te verklaren. Wie ben ik om daar commentaar op te hebben en wie ben ik om alleen een eindeloze inleiding te houden zonder iets wezenlijks over het onderwerp te zeggen. (Nu moet ik even de verleiding onderdrukken om een complete post te schrijven waarin ik wel refereer naar een mogelijk onderwerp van de post om dat echter compleet te vermijden, zoals ik wel eerder heb gedaan op dit blog.) De context is redelijk eenvoudig, het speelt zich namelijk zoals de meeste dingen in mijn leven af tegen de achtergrond van de universitaire opleiding die ik volg wat zowel de tijd als plaats van dit fenomeen vaststelt. Ik krijg het echter wel voor elkaar, al zeg ik het zelf, om met het daadwerkelijke onderwerp de zaak een beetje van discrepantie te voorzien.
Ik ontdekte vandaag dat meneer Tervoort een erg aantrekkelijk geurtje op heeft. Ik neem even een korte pauze om mezelf uit te lachen, want ik vind mezelf weer eens belachelijk. Laat ik het even herhalen alvorens ik het iets meer illustreer. Ik vind dat een van mijn universitair docenten (in ieder geval daarnet) lekker ruikt. Ik was in een leergierige bui en daarom was ik in de pauze van het eerste college even een jaartallenkwestie aan het voorleggen die voortkwam uit een kleine onenigheid tussen de inhoud van het college en het boek, niets meer dan een bagatel. Gesprekken zijn in te delen naar de afstand tussen de deelnemers aan de conversatie, ik hou het over het algemeen op schreeuwafstand, net-buiten-handshake-afstand, de handshake-afstand en tenslotte de intieme of disco-afstand. (Er zit een groot verschil tussen intieme gesprekken en het schreeuwen in elkaars oren om jezelf verstaanbaar te maken boven veel te harde muziek om iets compleet zinloos te zeggen, maar het is alleen een benaming voor afstand.) Nee, ik was niet dichtbij genoeg om meneer Tervoort in het oor te fluisteren, dat was ook hoogst ongepast geweest, maar ik was dichtbij genoeg om zijn parfum/aftershave/lichaamsgeur (dat laatste zou wel vreemd zijn) te ruiken. Dat verdient misschien wel een tussencategorie die ik normaliter niet hanteer. Kortom, we waren heel gewoon beleefd aan het converseren over een heel beschaafd onderwerp, ik vond dat het lekker rook en hij kreeg daar als ik het goed heb niets van mee.
Ik zou me kunnen afvragen of dat erg is en hoe erg dat dan wel zou zijn. De vraag of het erg is komt feitelijk op hetzelfde neer als de vraag waarom het erg zou zijn. Ik heb een beetje moeite een duidelijk antwoord te geven op die vraag. Misschien is het onbehoorlijk volgens de algemene onuitgesproken sociale norm om te vinden dat iemand lekker ruikt als diegene als leraar (en oud, vergeet niet oud, die man is minstens in de veertig, moet haast wel) enkel en alleen professionele relaties met zijn leerlingen kan onderhouden, of belangrijker wellicht, dat een leerling zich professioneel moet opstellen. Het is daarnaast niet 'cool' om uitspraken die zo zwaar beladen met insinuaties zijn te doen over getrouwde mensen van dezelfde sekse en minstens twee keer zo oud. Maar misschien kan ik al deze dingen terzijde schuiven onder het voorwendsel dat ik er verder niets achter zoek, dat dit alles puur olfactionair en objectief is. Had het uitgemaakt waar ik de geur in kwestie had geroken en bij wie (ik kan dit eventueel deze rant tot hopeloze kitsch doen vervallen door Shakespeare te quoten) en ben ik de enige die veronderstelt dat men er allerlei dingen achter kan zoeken?
Ik ben nog niet klaar. Nee, ik wil het nog erger maken. Misschien moet ik me wel ontzettend schuldig voelen in meerdere richtingen. Stel de drager van bovengenoemde geurstof was een lid van het andere geslacht van ongeveer mijn leeftijd geweest. Misschien had ik me dan vanuit mijn dierlijke onderbewustzijn wel spontaan vreselijk aangetrokken gevoeld, dat ik spontaan tot haantjesgedrag verval of paringsdansen begin uit te voeren. Ik hoop niet dat ik nu over de werkelijkheid schrijf, want dat zou een aantal nare implicaties met zich meedragen. In de eerste plaats zou dat best wel naar zijn voor degene die ik exclusieve aanspraak op mijn paringsdrang heb verleend, maar in de tweede plaats zou het in zekere zin naar zijn voor meneer Tervoort, die ik blaarklijkelijk ondanks het feit dat hij lekker ruikt gewoon niet aantrekkelijk genoeg vind, of dat ik gewoon een ontzettende seksist ben. Dat zou namelijk kunnen betekenen dat ieder willekeurig menselijk wezen zonder y-chromosomen en met dat geurtje aantrekkingskracht op mij uitoefent. Die gedachte bevalt mij helemaal niet, en niet omdat ik me bedreigd voel door de mogelijkheid dat ik met weinig meer dan het juiste parfum kan worden verleid. De gedachte bevalt me niet omdat ik graag van mezelf zou kunnen zeggen dat ik enige diepgang heb in dat opzicht, dat ik niet alleen achter de eerste de beste vrouwelijke rondingen aanloop, bij wijze van spreken. Het klinkt een stuk positiever als ik zeg dat ik mensen beoordeel op hun innerlijk, een moderne, geëmancipeerde man in plaats van een 'pavloviaanse kwijler.'
Meneer Tervoort, had ik het idee, had net zijn wekelijkse scheerbeurt gehad (zie je, ik ga gelijk op het uiterlijk af), dus momenteel is mijn academische gok dat het een aftershave was waar ik 'ooeehh' (spreek uit als een Lion King-hyena) van werd. Mocht iemand wel durven te vragen waar het precies om ging, dit is zijn mail-adres op de universiteit: 'al.tervoort@let.vu.nl' Ik kon zelf de vraag echt niet opbrengen. Moet je je voorstellen hoe een dergelijke conversatie verloopt: 'Goh meneer Tervoort, wat voor een aftershave gebruikt u?' 'Pardon, wat zei je?' 'Nou ja, u ruikt zo lekker, ik vroeg me af welke aftershave gebruikt. Het is uw aftershave, nietwaar?' 'Nou ja, het is die-en-die.' (tenminste, dat is het meest positieve scenario, dat is al redelijk belachelijk) Dat laatste kan natuurlijk ook verworden tot: 'Nou, ik heb niets op vandaag.' 'Oh, dan ruikt u van zichzelf zo aangenaam.' Meer realistisch: 'Waarom wil je dat weten?' 'Nou, eh... dat is een heel goede vraag. Kijk eens wat een mooie regenboog!'
Hugo Maat.
Ps: Doe me een lol, als je de man besluit te mailen over zijn aftershave, vermeld mij dan niet. Ik vind het al erg genoeg as it is.
Gekke en vertwijfelde mensen schrijven gekke en vertwijfelde dingen op gekke en vertwijfelde blogs en dat is verder misschien de enige continuiteit die daarin te vinden is. Ik impliceer niets. Ik heb echter wel een beetje een vreemde kwestie, volkomen triviaal en idioot, wat voor mij reden blijkt is om me iets af te vragen. In plaats van werkelijk in te gaan op wat ik hier aan bod breng aan nutteloos gezwets staat het natuurlijk vrij om een uitgebreid psychologisch profiel te schetsen en me voor gek dan wel briljant (onwaarschijnlijk) te verklaren. Wie ben ik om daar commentaar op te hebben en wie ben ik om alleen een eindeloze inleiding te houden zonder iets wezenlijks over het onderwerp te zeggen. (Nu moet ik even de verleiding onderdrukken om een complete post te schrijven waarin ik wel refereer naar een mogelijk onderwerp van de post om dat echter compleet te vermijden, zoals ik wel eerder heb gedaan op dit blog.) De context is redelijk eenvoudig, het speelt zich namelijk zoals de meeste dingen in mijn leven af tegen de achtergrond van de universitaire opleiding die ik volg wat zowel de tijd als plaats van dit fenomeen vaststelt. Ik krijg het echter wel voor elkaar, al zeg ik het zelf, om met het daadwerkelijke onderwerp de zaak een beetje van discrepantie te voorzien.
Ik ontdekte vandaag dat meneer Tervoort een erg aantrekkelijk geurtje op heeft. Ik neem even een korte pauze om mezelf uit te lachen, want ik vind mezelf weer eens belachelijk. Laat ik het even herhalen alvorens ik het iets meer illustreer. Ik vind dat een van mijn universitair docenten (in ieder geval daarnet) lekker ruikt. Ik was in een leergierige bui en daarom was ik in de pauze van het eerste college even een jaartallenkwestie aan het voorleggen die voortkwam uit een kleine onenigheid tussen de inhoud van het college en het boek, niets meer dan een bagatel. Gesprekken zijn in te delen naar de afstand tussen de deelnemers aan de conversatie, ik hou het over het algemeen op schreeuwafstand, net-buiten-handshake-afstand, de handshake-afstand en tenslotte de intieme of disco-afstand. (Er zit een groot verschil tussen intieme gesprekken en het schreeuwen in elkaars oren om jezelf verstaanbaar te maken boven veel te harde muziek om iets compleet zinloos te zeggen, maar het is alleen een benaming voor afstand.) Nee, ik was niet dichtbij genoeg om meneer Tervoort in het oor te fluisteren, dat was ook hoogst ongepast geweest, maar ik was dichtbij genoeg om zijn parfum/aftershave/lichaamsgeur (dat laatste zou wel vreemd zijn) te ruiken. Dat verdient misschien wel een tussencategorie die ik normaliter niet hanteer. Kortom, we waren heel gewoon beleefd aan het converseren over een heel beschaafd onderwerp, ik vond dat het lekker rook en hij kreeg daar als ik het goed heb niets van mee.
Ik zou me kunnen afvragen of dat erg is en hoe erg dat dan wel zou zijn. De vraag of het erg is komt feitelijk op hetzelfde neer als de vraag waarom het erg zou zijn. Ik heb een beetje moeite een duidelijk antwoord te geven op die vraag. Misschien is het onbehoorlijk volgens de algemene onuitgesproken sociale norm om te vinden dat iemand lekker ruikt als diegene als leraar (en oud, vergeet niet oud, die man is minstens in de veertig, moet haast wel) enkel en alleen professionele relaties met zijn leerlingen kan onderhouden, of belangrijker wellicht, dat een leerling zich professioneel moet opstellen. Het is daarnaast niet 'cool' om uitspraken die zo zwaar beladen met insinuaties zijn te doen over getrouwde mensen van dezelfde sekse en minstens twee keer zo oud. Maar misschien kan ik al deze dingen terzijde schuiven onder het voorwendsel dat ik er verder niets achter zoek, dat dit alles puur olfactionair en objectief is. Had het uitgemaakt waar ik de geur in kwestie had geroken en bij wie (ik kan dit eventueel deze rant tot hopeloze kitsch doen vervallen door Shakespeare te quoten) en ben ik de enige die veronderstelt dat men er allerlei dingen achter kan zoeken?
Ik ben nog niet klaar. Nee, ik wil het nog erger maken. Misschien moet ik me wel ontzettend schuldig voelen in meerdere richtingen. Stel de drager van bovengenoemde geurstof was een lid van het andere geslacht van ongeveer mijn leeftijd geweest. Misschien had ik me dan vanuit mijn dierlijke onderbewustzijn wel spontaan vreselijk aangetrokken gevoeld, dat ik spontaan tot haantjesgedrag verval of paringsdansen begin uit te voeren. Ik hoop niet dat ik nu over de werkelijkheid schrijf, want dat zou een aantal nare implicaties met zich meedragen. In de eerste plaats zou dat best wel naar zijn voor degene die ik exclusieve aanspraak op mijn paringsdrang heb verleend, maar in de tweede plaats zou het in zekere zin naar zijn voor meneer Tervoort, die ik blaarklijkelijk ondanks het feit dat hij lekker ruikt gewoon niet aantrekkelijk genoeg vind, of dat ik gewoon een ontzettende seksist ben. Dat zou namelijk kunnen betekenen dat ieder willekeurig menselijk wezen zonder y-chromosomen en met dat geurtje aantrekkingskracht op mij uitoefent. Die gedachte bevalt mij helemaal niet, en niet omdat ik me bedreigd voel door de mogelijkheid dat ik met weinig meer dan het juiste parfum kan worden verleid. De gedachte bevalt me niet omdat ik graag van mezelf zou kunnen zeggen dat ik enige diepgang heb in dat opzicht, dat ik niet alleen achter de eerste de beste vrouwelijke rondingen aanloop, bij wijze van spreken. Het klinkt een stuk positiever als ik zeg dat ik mensen beoordeel op hun innerlijk, een moderne, geëmancipeerde man in plaats van een 'pavloviaanse kwijler.'
Meneer Tervoort, had ik het idee, had net zijn wekelijkse scheerbeurt gehad (zie je, ik ga gelijk op het uiterlijk af), dus momenteel is mijn academische gok dat het een aftershave was waar ik 'ooeehh' (spreek uit als een Lion King-hyena) van werd. Mocht iemand wel durven te vragen waar het precies om ging, dit is zijn mail-adres op de universiteit: 'al.tervoort@let.vu.nl' Ik kon zelf de vraag echt niet opbrengen. Moet je je voorstellen hoe een dergelijke conversatie verloopt: 'Goh meneer Tervoort, wat voor een aftershave gebruikt u?' 'Pardon, wat zei je?' 'Nou ja, u ruikt zo lekker, ik vroeg me af welke aftershave gebruikt. Het is uw aftershave, nietwaar?' 'Nou ja, het is die-en-die.' (tenminste, dat is het meest positieve scenario, dat is al redelijk belachelijk) Dat laatste kan natuurlijk ook verworden tot: 'Nou, ik heb niets op vandaag.' 'Oh, dan ruikt u van zichzelf zo aangenaam.' Meer realistisch: 'Waarom wil je dat weten?' 'Nou, eh... dat is een heel goede vraag. Kijk eens wat een mooie regenboog!'
Hugo Maat.
Ps: Doe me een lol, als je de man besluit te mailen over zijn aftershave, vermeld mij dan niet. Ik vind het al erg genoeg as it is.
5.9.09
Esnesnon 5-9-09
Goedenavond.
Als een rechtvaardig man het pad der rechtvaardigheid verlaat en zondig wordt, en dezelfde misdaden begaat als de zondaar, zal hij dan gespaard blijven? Al zijn vroegere goede daden tellen dan niet meer mee. Omdat hij het pad der rechtvaardigheid verlaten heeft zal hij sterven. Maar hier brengt gij tegen in: Zijn wegen zijn niet recht! Gemeente, zijn mijn wegen dan niet recht? Omdat hij afvallig geworden is, zal hij sterven. Omdat hij zonden begaan heeft, zal hij sterven.
Alleen met een rein hart en een rechtschapen ziel kan men voortgaan met opgeheven hoofd. Zonder de Waarheid in het hart en ziel mee te dragen kan men niet met opgeheven hoofd voortgaan. De afvallige, hij buige zijn hoofd! De twijfelaar, hij zal niet verder gaan! De zondaar, hij zal door hen die rechtschapen zijn gebleven worden gestraft en vernietigd! Moge de rechtschapenen in het licht Zijner glorie wandelen. Laat het kwaad zich voor Zijn blik verbergen in de schaduw, hun hoofden laag en hun harten laag, de rechtschapenen zullen hen niet vrezen! Laat de kwaden verdwijnen, verschrompelen voor het vuur der reinheid, stuurt hen terug het duister in. Want waar zij komen zal de aarde verdorren, zal een grazige weide voor uw vee een woestijn worden, zal een heldere poel een beerput zijn! De wegen van de zondaars zijn niet recht en leiden enkel en alleen tot verwoesting. Het is aan u, rechtschapenen der aarde, tegen hen de strijd aan te binden! Het is aan u, bewoners van het licht, het duister een halt toe te roepen voor het ons omringt! Het is aan u, gij die het rechtschapen pad kennen en volgen, de zondige wegen van het kwaad te verwerpen! Houdt uw hoofd opgeheven naar het licht, gaat voort met trots in uw stappen en moed in uw harten! Gezegend zijt gij!
Een klaroenstoot, helder en groots, zal de hemel doen splijten en de aarde zal beven. Staat en houdt stand, het noodlot zal u niet treffen, maar de zondaars! Bliksem en hagel zullen genadeloos neerkomen en alles treffen. Maar de bliksem en hagel zullen u niet treffen, maar de zondaars! Het kwaad weigert de strijd op te geven, hun zielen en ogen zijn dof. Zij hebben het rechte pad verlaten en zullen sterven! Laat uw wapenen niet rusten, laat uw armen niet week worden en uw ogen niet dof! Treedt naar voren en toont uw wapenen en uw onbevreesd gezicht aan de zondaars. Zeg hen, gemeente: 'Mijn wegen zijn recht. Omdat gij gezondigd heeft zult gij sterven!' Weest niet bevreesd want Hij zal met u zijn en u steunen! Versaagt nimmer! Laat het roest niet uwer wapenen veroveren, houdt het af en uw wapenen gereed! Laat vermoeidheid en zwakte niet uwer armen langs uw zijde klemmen, richt hen op en reikt uit naar het licht! Laat geen enkele waas neerdalen over uw ogen of uw ziel, laat uw reine ziel niet bezoedeld en verblind worden door het kwaad! Kijkt vooruit, uw vijand in de ogen. Kijkt naar uw zijden, naar uw bondgenoten en de standvastige bewoners van het licht. Laat uw wapenen een verlengstuk van uw arm, ja, uw hart en ziel worden! De zondaars zullen niet triomferen. De zondaars mogen niet triomferen! Eist hun dood, eist hun ondergang! Omdat zij gezondigd hebben zullen zij sterven!
Toen werd de tweede bazuin geblazen en zie! De heuvels waren getooid door de voorgangers en hun voorgangers. Glorie aan de overwinnaars, glorie aan de overwonnenen! Wee hen die zich onttrokken aan de strijd, wee hen die de vijand niet tegemoet traden! Wee hen die het rechte pad verlieten en zich nimmer bij de voorgangers konden scharen. Alleen met opgeheven hoofd kunt gij de rechtschapenen tegemoet zien! Alleen met opgeheven hoofd kunt gij zich naast hen scharen en hun gelijke noemen! Ook zij zullen u als gelijke zien! Volbrengt de offerceremonie, brengt glorie aan Hem! Toont uzelf waardig aan het licht en het rechtschapen pad! Alleen een krijger, zijn hart zijde rechtschapen en zijn blik op het kwaad gericht, zal glorie ontvangen. Alleen de krijger zal zichzelf rechtschapen kunnen noemen en met zich opgeheven hoofd naast zijn voorgangers scharen opdat hij gelijk aan hen moge zijn. Met opgeheven hoofd zal hij worden verwelkomd aan hun zijde. Gemeente, het rechtschapen pad leidt tot het paradijs! Alle andere paden leiden naar de dood! Moet ik u nog naar uw weg vragen? Gaat heen met mijn zegen. Bewandelt het pad der rechtvaardigheid en schaart u naast uw voorgangers! Gaat heen met mijn zegen.
Hugo Maat.
Als een rechtvaardig man het pad der rechtvaardigheid verlaat en zondig wordt, en dezelfde misdaden begaat als de zondaar, zal hij dan gespaard blijven? Al zijn vroegere goede daden tellen dan niet meer mee. Omdat hij het pad der rechtvaardigheid verlaten heeft zal hij sterven. Maar hier brengt gij tegen in: Zijn wegen zijn niet recht! Gemeente, zijn mijn wegen dan niet recht? Omdat hij afvallig geworden is, zal hij sterven. Omdat hij zonden begaan heeft, zal hij sterven.
Alleen met een rein hart en een rechtschapen ziel kan men voortgaan met opgeheven hoofd. Zonder de Waarheid in het hart en ziel mee te dragen kan men niet met opgeheven hoofd voortgaan. De afvallige, hij buige zijn hoofd! De twijfelaar, hij zal niet verder gaan! De zondaar, hij zal door hen die rechtschapen zijn gebleven worden gestraft en vernietigd! Moge de rechtschapenen in het licht Zijner glorie wandelen. Laat het kwaad zich voor Zijn blik verbergen in de schaduw, hun hoofden laag en hun harten laag, de rechtschapenen zullen hen niet vrezen! Laat de kwaden verdwijnen, verschrompelen voor het vuur der reinheid, stuurt hen terug het duister in. Want waar zij komen zal de aarde verdorren, zal een grazige weide voor uw vee een woestijn worden, zal een heldere poel een beerput zijn! De wegen van de zondaars zijn niet recht en leiden enkel en alleen tot verwoesting. Het is aan u, rechtschapenen der aarde, tegen hen de strijd aan te binden! Het is aan u, bewoners van het licht, het duister een halt toe te roepen voor het ons omringt! Het is aan u, gij die het rechtschapen pad kennen en volgen, de zondige wegen van het kwaad te verwerpen! Houdt uw hoofd opgeheven naar het licht, gaat voort met trots in uw stappen en moed in uw harten! Gezegend zijt gij!
Een klaroenstoot, helder en groots, zal de hemel doen splijten en de aarde zal beven. Staat en houdt stand, het noodlot zal u niet treffen, maar de zondaars! Bliksem en hagel zullen genadeloos neerkomen en alles treffen. Maar de bliksem en hagel zullen u niet treffen, maar de zondaars! Het kwaad weigert de strijd op te geven, hun zielen en ogen zijn dof. Zij hebben het rechte pad verlaten en zullen sterven! Laat uw wapenen niet rusten, laat uw armen niet week worden en uw ogen niet dof! Treedt naar voren en toont uw wapenen en uw onbevreesd gezicht aan de zondaars. Zeg hen, gemeente: 'Mijn wegen zijn recht. Omdat gij gezondigd heeft zult gij sterven!' Weest niet bevreesd want Hij zal met u zijn en u steunen! Versaagt nimmer! Laat het roest niet uwer wapenen veroveren, houdt het af en uw wapenen gereed! Laat vermoeidheid en zwakte niet uwer armen langs uw zijde klemmen, richt hen op en reikt uit naar het licht! Laat geen enkele waas neerdalen over uw ogen of uw ziel, laat uw reine ziel niet bezoedeld en verblind worden door het kwaad! Kijkt vooruit, uw vijand in de ogen. Kijkt naar uw zijden, naar uw bondgenoten en de standvastige bewoners van het licht. Laat uw wapenen een verlengstuk van uw arm, ja, uw hart en ziel worden! De zondaars zullen niet triomferen. De zondaars mogen niet triomferen! Eist hun dood, eist hun ondergang! Omdat zij gezondigd hebben zullen zij sterven!
Toen werd de tweede bazuin geblazen en zie! De heuvels waren getooid door de voorgangers en hun voorgangers. Glorie aan de overwinnaars, glorie aan de overwonnenen! Wee hen die zich onttrokken aan de strijd, wee hen die de vijand niet tegemoet traden! Wee hen die het rechte pad verlieten en zich nimmer bij de voorgangers konden scharen. Alleen met opgeheven hoofd kunt gij de rechtschapenen tegemoet zien! Alleen met opgeheven hoofd kunt gij zich naast hen scharen en hun gelijke noemen! Ook zij zullen u als gelijke zien! Volbrengt de offerceremonie, brengt glorie aan Hem! Toont uzelf waardig aan het licht en het rechtschapen pad! Alleen een krijger, zijn hart zijde rechtschapen en zijn blik op het kwaad gericht, zal glorie ontvangen. Alleen de krijger zal zichzelf rechtschapen kunnen noemen en met zich opgeheven hoofd naast zijn voorgangers scharen opdat hij gelijk aan hen moge zijn. Met opgeheven hoofd zal hij worden verwelkomd aan hun zijde. Gemeente, het rechtschapen pad leidt tot het paradijs! Alle andere paden leiden naar de dood! Moet ik u nog naar uw weg vragen? Gaat heen met mijn zegen. Bewandelt het pad der rechtvaardigheid en schaart u naast uw voorgangers! Gaat heen met mijn zegen.
Hugo Maat.
4.9.09
Esnesnon 4-9-09
Goedemiddag.
Mijn eerste serieuze week op de universiteit loopt een beetje ten einde, ik ben nu halverwege de laatste dag. Ik heb geen zin meer om het er uitgebreid erover te hebben, het begint een beetje een suf gespreksonderwerp te worden. In plaats daarvan iets over het weekend dat er zometeen aan zit te komen. Ik heb behoefte aan een beetje rust, ik slaap een beetje slecht en heb moeite met de schokkende overgang naar werkelijk iets doen voor school in plaats van een beetje hangen en arrogant nietsen. Tegelijkertijd ben ik ook nog in andere activiteiten verstrikt, zelfs zonder noeste, betaalde arbeid heb ik het idee dat ik het verdraaid druk heb. Van het weekend krijg ik ook weer niet heel veel tijd om niets te doen met een concert op zaterdag dat vrijwel de hele dag opeist en ik lijk nog allerlei nuttige dingen te kunnen doen voor de studie in de tussentijd. Maar goed, ik heb ervoor gekozen en ik ga het doen ook. Misschien is het een goed idee als ik minder tijd spendeer aan erover zeuren en idioot doen en meer aan de eigenlijke activiteit. Even college, eten, om vervolgens verder te bloggen. Overigens, waarom zijn de computers hier zo verrekte snel? Ik meld me aan en het moment dat het bureaublad in beeld komt kan ik aan de slag. Thuis moet ik eerst een halve minuut afwachten voordat ik op een redelijke snelheid iets kan doen. Bedankt, maar je hoeft me niet het antwoord te geven op die vragen, ik denk dat ik zelf een passende verklaring kan vinden.
Leuk als deze eerste week misschien is, leerzaam bovendien, heb ik last van regressie. Gisteravond had ik een behoorlijke aanval en kon ik slecht slapen. Het is voor een flink deel te wijten aan de omgeving waar ik ineens aan blootgesteld word en dat ik omringd word door mensen waarvan ik nog druk bezig ben vast te stellen of ik iemand te verdragen vind als gezelschap. Eenzaamheid is een stuk eenvoudiger te verdragen als je werkelijk alleen bent, dan neemt de behoefte aan fatsoenlijk sociaal contact snel af omdat je je veel makkelijker met andere dingen bezig kan houden. Temidden van een grote groep mensen, continu geconfronteerd met de sociale zijde van het menselijk bestaan, wordt eenzaamheid moeilijk te verdragen en ik begin de gevolgen ervan te merken. Het was makkelijker van de vakantie, ik heb in die maanden erg weinig regressie aan den lijve ondervonden. Het weekend moet ik kunnen overleven in dat opzicht, er is materiaal voorhanden om mijn geest te reactiveren, in ieder geval zaterdagmiddag nog. Grappig genoeg zag ik vanochtend een soort reclame-achtige aankondiging bij de ingang van de universiteit op een groot computerscherm die mij aanraadde in zekere zin om een psycholoog te raadplegen. (Hah.) Dat was een goed idee voor het geval ik last zou hebben van bijvoorbeeld faalangst of eenzaamheid. Goed, dus van een psycholoog zou ik me minder eenzaam gaan voelen. Ik geloof dat daar een waarheid achter schuilt. Ik zou me echter niet minder eenzaam gaan voelen omdat ik een nieuwe grote psychologische buddy zou krijgen, of omdat ik op een andere manier tegen de wereld aan zou kijken. Ik zou me alleen minder eenzaam voelen omdat ik afgeleid zou zijn. Ik meen dat ik daarmee wel weer bij één van de basisiprincipes van de eudaimonie ben aanbeland: geluk kan voortkomen uit afleidingen van de nare kanten van het bestaan. Vandaar ook de populariteit van het fenomeen hobby's. Helaas moet ik deze mening misschien wel voor me gaan houden omdat er te weinig nuance in zit. Kernen zijn niet alles in academisch denken.
Hugo Maat.
Mijn eerste serieuze week op de universiteit loopt een beetje ten einde, ik ben nu halverwege de laatste dag. Ik heb geen zin meer om het er uitgebreid erover te hebben, het begint een beetje een suf gespreksonderwerp te worden. In plaats daarvan iets over het weekend dat er zometeen aan zit te komen. Ik heb behoefte aan een beetje rust, ik slaap een beetje slecht en heb moeite met de schokkende overgang naar werkelijk iets doen voor school in plaats van een beetje hangen en arrogant nietsen. Tegelijkertijd ben ik ook nog in andere activiteiten verstrikt, zelfs zonder noeste, betaalde arbeid heb ik het idee dat ik het verdraaid druk heb. Van het weekend krijg ik ook weer niet heel veel tijd om niets te doen met een concert op zaterdag dat vrijwel de hele dag opeist en ik lijk nog allerlei nuttige dingen te kunnen doen voor de studie in de tussentijd. Maar goed, ik heb ervoor gekozen en ik ga het doen ook. Misschien is het een goed idee als ik minder tijd spendeer aan erover zeuren en idioot doen en meer aan de eigenlijke activiteit. Even college, eten, om vervolgens verder te bloggen. Overigens, waarom zijn de computers hier zo verrekte snel? Ik meld me aan en het moment dat het bureaublad in beeld komt kan ik aan de slag. Thuis moet ik eerst een halve minuut afwachten voordat ik op een redelijke snelheid iets kan doen. Bedankt, maar je hoeft me niet het antwoord te geven op die vragen, ik denk dat ik zelf een passende verklaring kan vinden.
Leuk als deze eerste week misschien is, leerzaam bovendien, heb ik last van regressie. Gisteravond had ik een behoorlijke aanval en kon ik slecht slapen. Het is voor een flink deel te wijten aan de omgeving waar ik ineens aan blootgesteld word en dat ik omringd word door mensen waarvan ik nog druk bezig ben vast te stellen of ik iemand te verdragen vind als gezelschap. Eenzaamheid is een stuk eenvoudiger te verdragen als je werkelijk alleen bent, dan neemt de behoefte aan fatsoenlijk sociaal contact snel af omdat je je veel makkelijker met andere dingen bezig kan houden. Temidden van een grote groep mensen, continu geconfronteerd met de sociale zijde van het menselijk bestaan, wordt eenzaamheid moeilijk te verdragen en ik begin de gevolgen ervan te merken. Het was makkelijker van de vakantie, ik heb in die maanden erg weinig regressie aan den lijve ondervonden. Het weekend moet ik kunnen overleven in dat opzicht, er is materiaal voorhanden om mijn geest te reactiveren, in ieder geval zaterdagmiddag nog. Grappig genoeg zag ik vanochtend een soort reclame-achtige aankondiging bij de ingang van de universiteit op een groot computerscherm die mij aanraadde in zekere zin om een psycholoog te raadplegen. (Hah.) Dat was een goed idee voor het geval ik last zou hebben van bijvoorbeeld faalangst of eenzaamheid. Goed, dus van een psycholoog zou ik me minder eenzaam gaan voelen. Ik geloof dat daar een waarheid achter schuilt. Ik zou me echter niet minder eenzaam gaan voelen omdat ik een nieuwe grote psychologische buddy zou krijgen, of omdat ik op een andere manier tegen de wereld aan zou kijken. Ik zou me alleen minder eenzaam voelen omdat ik afgeleid zou zijn. Ik meen dat ik daarmee wel weer bij één van de basisiprincipes van de eudaimonie ben aanbeland: geluk kan voortkomen uit afleidingen van de nare kanten van het bestaan. Vandaar ook de populariteit van het fenomeen hobby's. Helaas moet ik deze mening misschien wel voor me gaan houden omdat er te weinig nuance in zit. Kernen zijn niet alles in academisch denken.
Hugo Maat.
2.9.09
Esnesnon 2-9-09
Goedemorgen.
Naar ik meen gooit deze computer me er weer uit over iets minder dan tien minuten, een leuke plaatselijke maatregel om ervoor te zorgen dat het bezoek van de computers iets gevarieerder is. Als ik er eenmaal uit ben moet ik elf minuten wachten. Wat doe ik met mijn oneindige wijsheid, ahem ahem, ik ga zitten bloggen, een activiteit waar ik vaak meer dan een half uur voor uittrek, met de neiging naar een uur schrijftijd. Dat is inclusief pauzes en onderbrekingen omdat ik zulke ontzettend belangrijke bezigheden heb naast bloggen, dus misschien kom ik in tien minuten nog een heel eind als ik gewoon niets anders ga doen in de tussentijd. Wie zal het zeggen. Overigens is er niets ernstigs aan de hand, als de computer me uitlogt dan heb ik altijd nog een groot deel van mijn post over, blogger slaat om de haverklap iedere vordering in de tekst op waardoor ik na een kleine computeronthouding (bijvoorbeeld een college om elf uur) weer terug kan keren naar een terminal en mijn tien minuten kan besteden aan het verder niet afmaken van de post. Met wat mazzel krijg ik het nog af ook vandaag.
Gisteren en vandaag zijn in vergelijking tot de college-beladen maandag en vrijdag, die ik nog mee moet maken, erg mak op het gebied van geplande activiteit. Ik ben gisteren voornamelijk bezig geweest met het uitzoeken van de correcte methode voor het lenen van boeken en het kopiëren van stukken daaruit zodat ik niet als een brugklasser met al stapels ingebonden papier rondloop. Niet alleen voor mijzelf, moet ik opmerken. Omdat ik een internetcursusje had gevolgd (wat de bedoeling was) wist ik van tevoren al redelijk hoe het systeem functioneerde. Dat is dus geen oneerlijke voorsprong. Maar goed, het was wel een voorsprong en een verschil in hoogte of massa zorgt voor een stroming in veel gevallen. Tenzij er een soort dijk tussen staat. Geen dijk, dus een stroming, vraag en aanbod, geen geld inbegrepen of andersoortig betaalmiddel, als hogedrukgebieden en ik heb Erwin Krol al in geen eeuwigheid gezien. Ik kijk ook nooit televisie, laat staan het nieuws, maar los daarvan denk ik dat hij ermee opgehouden is. What do I care. What do you care? Waarom ben ik zo handig geweest om mezelf onder tijdsdruk te zetten, wat tot dit soort geratelde posts leidt?
Vragen, geen antwoorden, ik heb al in geen week chocola gegeten, ik heb gisteren voor het eerst in alweer een tijdje alcohol tot me genomen. Gisteren had ik heel veel tijd om te posten, maar ik deed dat niet, omdat ik alcohol 'tot me aan het nemen' was en dus geen behoefte had om toen ook nog eens een rant te houden op het internet. Ter verheldering, ik ben gisteren gezellig wezen praten wat voor mij eenzelfde soort verbale ontlasting geeft als bloggen, alleen dan anders. Socialer bijvoorbeeld, en minder in de vorm van een slecht overdachte monoloog. Niet dat ik ineens besluit dat ik niet meer ga bloggen omdat ik het licht heb gezien, bespaar me. Ik begin het juist zo leuk te vinden. Nou ja, het is tijd om andere mensen monologen te laten houden. College!
Hugo Maat.
Naar ik meen gooit deze computer me er weer uit over iets minder dan tien minuten, een leuke plaatselijke maatregel om ervoor te zorgen dat het bezoek van de computers iets gevarieerder is. Als ik er eenmaal uit ben moet ik elf minuten wachten. Wat doe ik met mijn oneindige wijsheid, ahem ahem, ik ga zitten bloggen, een activiteit waar ik vaak meer dan een half uur voor uittrek, met de neiging naar een uur schrijftijd. Dat is inclusief pauzes en onderbrekingen omdat ik zulke ontzettend belangrijke bezigheden heb naast bloggen, dus misschien kom ik in tien minuten nog een heel eind als ik gewoon niets anders ga doen in de tussentijd. Wie zal het zeggen. Overigens is er niets ernstigs aan de hand, als de computer me uitlogt dan heb ik altijd nog een groot deel van mijn post over, blogger slaat om de haverklap iedere vordering in de tekst op waardoor ik na een kleine computeronthouding (bijvoorbeeld een college om elf uur) weer terug kan keren naar een terminal en mijn tien minuten kan besteden aan het verder niet afmaken van de post. Met wat mazzel krijg ik het nog af ook vandaag.
Gisteren en vandaag zijn in vergelijking tot de college-beladen maandag en vrijdag, die ik nog mee moet maken, erg mak op het gebied van geplande activiteit. Ik ben gisteren voornamelijk bezig geweest met het uitzoeken van de correcte methode voor het lenen van boeken en het kopiëren van stukken daaruit zodat ik niet als een brugklasser met al stapels ingebonden papier rondloop. Niet alleen voor mijzelf, moet ik opmerken. Omdat ik een internetcursusje had gevolgd (wat de bedoeling was) wist ik van tevoren al redelijk hoe het systeem functioneerde. Dat is dus geen oneerlijke voorsprong. Maar goed, het was wel een voorsprong en een verschil in hoogte of massa zorgt voor een stroming in veel gevallen. Tenzij er een soort dijk tussen staat. Geen dijk, dus een stroming, vraag en aanbod, geen geld inbegrepen of andersoortig betaalmiddel, als hogedrukgebieden en ik heb Erwin Krol al in geen eeuwigheid gezien. Ik kijk ook nooit televisie, laat staan het nieuws, maar los daarvan denk ik dat hij ermee opgehouden is. What do I care. What do you care? Waarom ben ik zo handig geweest om mezelf onder tijdsdruk te zetten, wat tot dit soort geratelde posts leidt?
Vragen, geen antwoorden, ik heb al in geen week chocola gegeten, ik heb gisteren voor het eerst in alweer een tijdje alcohol tot me genomen. Gisteren had ik heel veel tijd om te posten, maar ik deed dat niet, omdat ik alcohol 'tot me aan het nemen' was en dus geen behoefte had om toen ook nog eens een rant te houden op het internet. Ter verheldering, ik ben gisteren gezellig wezen praten wat voor mij eenzelfde soort verbale ontlasting geeft als bloggen, alleen dan anders. Socialer bijvoorbeeld, en minder in de vorm van een slecht overdachte monoloog. Niet dat ik ineens besluit dat ik niet meer ga bloggen omdat ik het licht heb gezien, bespaar me. Ik begin het juist zo leuk te vinden. Nou ja, het is tijd om andere mensen monologen te laten houden. College!
Hugo Maat.
Abonneren op:
Posts (Atom)