Nu, zo dicht bij het meest duistere deel van het jaar, wil ik iets schrijven over een dieptepunt uit mijn eigen leven. Het staat me nog helder voor de geest, hoewel het pad dat me daar geleid had me nog steeds niet helemaal duidelijk is. Ik durf niet te denken wat het verhaal achter dat moment is, omdat emotionele momenten vijandig zijn aan heldere gedachten. In een oogwenk spreek ik mezelf meermalen tegen en een verklaring lijkt altijd te verbergen of te omzeilen wat op dat moment het middelpunt was waar alle ellende zich om wentelde. Ik ben een vijand van de onherleidbare ervaring omdat ze ondeelbaar en asociaal is, omdat er geen fatsoenlijk gesprek over gehouden kan worden. De hele opzet om iets te schrijven over een bijzonder negatieve persoonlijke ervaring is strijdig met die opvatting, en deze opzet is op die manier ook strijdig met zichzelf. Dit probleem behandel ik, zoals het meestal gaat, met een overpeinzing.
Er is een opvatting over trauma en verhaal die stelt dat trauma's (in dit geval interpreteer ik mijn ervaring maar even als zodanig) door een verhaal kunnen worden opgenomen: een trauma kan worden opgenomen in de 'narrative' van iemands identiteit en zo opgelost worden. Ik weet nog niet precies waar dit idee vandaan komt, maar ik ben het er niet mee eens. Om een trauma in een verhaal te veranderen lost de ervaring niet op. Een ervaring, puur persoonsgebonden, individueel en onherleidbaar, is onverenigbaar met de per definitie gedeelde taal. Een ervaring verandert niet in taal. Taal dient als een vertaling, wat niet wil zeggen dat de bron verdwijnt. Los van het principe van 'lost in translation' of mijn favoriet 'adaptation decay' is de brug tussen ervaring en taal vooral groot omdat taal altijd een subject-object relatie aangaat, die bij een dergelijke ervaring niet bestaat omdat gevoelens zich in het subject afspelen, wat zichzelf niet goed kan objectiveren. Om dat te doen zou de mens boven zichzelf moeten kunnen staan, maar zolang de mens zichzelf is gaat zoiets niet. Dus, taal is een geborneerde vertaling van iets dat feitelijk onbespreekbaar is, en vertalingen betekenen niet het verdwijnen van hetgeen vertaald is. Ik hoop dat ik te volgen ben.
Als een mens een verhaal componeert over een ervaring blijft die ervaring bestaan, die blijft 'echt' in de Stoïsche zin (het wordt beïnvloed door andere zaken en het beïnvloedt andere zaken) terwijl het verhaal in de vorm van taal een eigen leven begint te leiden. Trauma's worden zo niet opgelost, ze worden niet verweven in de 'narrative' van een identiteit, er wordt een poging gedaan ze weg te moffelen door erover te praten of te schrijven totdat het lijkt alsof het verhaal de ervaring ís en de oude, taal-vrije versie weg kan kwijnen. En zoals bekend met onderdrukte trauma's lukt dit niet altijd. Ergens over praten is in een aantal gevallen geen oplossing, maar een vlucht uit de werkelijkheid.
Wat rest dit mij, met mijn voornemen om iets te zeggen over een eigen onherleidbare ervaring? Ik beschouw de scheiding tussen ervaring en taal als onoverkomelijk: de taal is een eigen wereld met eigen regels, wat ons mensen in staat stelt het als platform te gebruiken voor deelbare kennis en andere nuttige zaken. Ik ben een fan van taal, het idee, het principe en de uitvoering. Ervaring moet buiten al het nuttige en het zinnige worden gehouden - de poging is zinloos en zorgt voor onnodige verwarring. Mijn ervaring kan ik niet delen, ik kan alleen een gesublimeerde versie leveren die in mijn logische denktrant gebruikt wordt. Misschien doe ik dat om de ervaring te doden, misschien bij wijze van gedachte-experiment, misschien gewoon in de wens om wat te schrijven waarbij dit onderwerp gewoon het volgende is dat de revue passeert.
Om in te beelden: iemand zit met opgetrokken knieën op een tafel, bevend van de kou te huilen. Het is vergelijkbaar met iemand die probeert te stoppen met roken en op het vriespunt van de koude kalkoen zit, ware het niet dat de persoon in kwestie niet rookt. De sigaren die hij al maanden heeft zonder ze te roken zijn in handbereik, maar de persoon in kwestie ontzegt zichzelf de tabak. Hij zegt tegen zichzelf dat in eenzaamheid roken een teken van zwakte is. De fles wijn staat binnen een afstand van tweemaal handbereik. Zonder dat de tranen afnemen zegt de persoon tegen zichzelf dat in eenzaamheid drinken ook zwak is. Hij overziet de ruimte door wazige ogen en ziet alle voorwerpen: uitgetrokken schoenen, een stoel, een oude spiegel, een boek, een deur: allemaal dingen die gegooid of geslagen kunnen worden, misschien zelfs gebroken. Misschien is het een manier om jezelf te verwonden. Hij doet niets en blijft zitten huilen. Woede-uitbarstingen en geweld tegen levenloze voorwerpen is zinloos en zelfverwonding uit zelfmedelijden of frustratie is zwak. Zelfmoord valt onmiddellijk af. Zwak. Zeuren bij iemand? Slap. Heel veel eten en alles uitbraken om vervolgens ziek te melden? Laag, walgelijk, zinloos en zwak. Helpt niet. Mag niet. Hoort niet. Werkt niet. Zwak, laf, nutteloos, waardeloos. Kan niet. Wil niet. Moet niet. Zwak, zwak, zwak. "Er zat een klein zigeunermeisje, huilend op een steen. Huilend, huilend, hele dag alleen. Sta op, zigeunermeisje, droog je traantjes af, en kies een kindje uit de kring waarmee je dansen mag." Stop met dat zelfmedelijden, nergens voor nodig. Mag niet, hoort niet. Volgens mij overdrijf je best wel heel erg. Zwak.
En je zit daar, wachtend tot de storm in een glas water overwaait. De dag erna zijn er weer mensen die een glimlach willen zien.
Hugo Maat