Gezegde: It takes two to tango.
Uitleg: De Qalandar (religieuze sekte / bedelorde in de vijftiende eeuw in het Midden-Oosten) wezen gemeenschapsleven af ten voordeel van individuele praktijken, tenminste, als ik één van de tekstvragen van vandaag mag geloven. Dat doe ik niet. De brontekst gaf namelijk aan dat deze kale, diepgelovige bedelaars sodomie bedreven en dat gaat nou eenmaal niet zo makkelijk in je eentje. Van individualisme is dus niet echt sprake. De tekstvraag is bij deze verworpen met het bovenstaande gezegde.
-
Het voelt een beetje alsof mijn hoofd gevuld is met papier maché. Het is een onduidelijke grijze massa waar ik niet zoveel mee kan en het voelt vies om aan te raken. Mijn hart is verworden tot eenzelfde soort grijzige blob. Het doet ook erg duidelijk 'blob' als je er met een vinger in prikt. Het is behoorlijk onsmakelijk. Het draagt allemaal bij aan een algemeen gevoel van leegte en richtingloosheid. Ik leef nog wel in deze wereld maar niet meer uit haar, om met Mani te spreken.
-
De grootste opleving van mijn wezen was ongeveer twee weken geleden. (Ik zal even uitleggen wat ik bedoel met een opleving van mijn wezen. Ik heb het over een moment waarop je emoties het felst zijn en je met je hele bewustzijn betrokken bent met een fenomeen. Geest, hart, lichaam en ziel; alles wat je aan zou willen wijzen als onderdeel van het menselijk zijn is tegelijk actief en kijkt in dezelfde richting. Een dergelijke opleving is een eenwording van mens, een manifestatie van je persoon in de breedste zin door te reageren op een externe stimulans. Misschien ben ik de enige die dergelijke gevoelens heeft, hoewel ik betwijfel dat ik uniek ben.
Sorry, waar was ik? Ja, mijn grootste 'opleving' sinds de kerstdagen (ik baken een episode uit mijn eigen bestaan af aan de hand van verzwegen factoren) was vorige week maandag. Op 1 februari nam ik afscheid van een vriend, voorgoed. Ik koester de opvatting dat ik hem als vriend mag zien en hij heeft mij op zijn minst als vriend behandeld in de tijd dat ik hem gekend heb. Maar op dezelfde manier dat wij samen zijn gekomen werden wij ook weer gescheiden: twee werelden draaien als tandwielen naast elkaar en over verloop van tijd keren twee punten elkaar de rug toe waarna anderen elkaar weer ontmoeten. Of misschien een duidelijker analogie; de tandwielen zijn losgekomen van elkaar, zoals gebeurt in de koppeling van een auto. Alles draait nog, daarbuiten, daar ergens anders, maar juist die twee wielen draaien niet langer in elkaar. Ik ben iemand verloren waarmee ik mijn wereld deelde.
Dat betekent niet dat ik nu helemaal verloren ben. Ik zit niet in een hoekje zielig te wezen, ik zuip mezelf geen delirium of twee, ik lig niet op de bank bij een zielenknijper. Want hoewel ik iemand verloren ben met wie ik de wereld deelde weet ik altijd wel een nieuwe te vinden. Geen kunst aan, als ik eerlijk ben. Het kost gewoon wat tijd.
Mijn vriend vertrok onder daverend gejuich. Meer dan vijfhonderd man scandeerden zijn naam. Hij aanvaardde de ovatie met open armen, staand op een verhoging, met een glimlach zo breed als een zonsopgang boven de Friese weiden. Hij had het verdiend. Ik heb zelden iemand zo levend gezien, zo vervuld van geluk en kracht. Ik voelde me van binnen warm worden alleen al door hem daar te zien staan tenmidden van het gejuich en gejoel. Was het plaatsvervangend dan wel afgeleid geluk, of was misschien even bevangen door het charisma dat ook de menigte opgezweept had?
Beneden in de wandelgangen, toen hij eenmaal afgeschminkt was en weer zijn dagelijkse zelf was heb ik zelf afscheid genomen. De tranen stonden me werkelijk in de ogen. Ik heb geen poging gedaan hem te laten blijven of om het afscheid langer te laten duren. Ik heb alles van het moment in me opgenomen en nu ik eraan terugdenk kan ik nog altijd snikken als een klein kind van de pure kracht van de emotie. Ik voelde me ongekend levend. Volgens mijn eigen opvatting was ik op dat moment zielsgelukkig.
Hij zei zelf dat het absoluut het mooiste afscheid was dat hij zich kon wensen. Ik vond hetzelfde. Zijn vertrek zal worden betreurd maar niet afgekeurd. Omdat zijn vertrek, uit mijn oog, maar niet uit mijn hart, zo passend en ontiegelijk mooi is, kan ik er maar geen 'nee' tegen zeggen. Ik heb het hoofd moeten buigen en geweend. Ik heb geknield voor het leven; het leven dat we, zij het kortstondig, met elkaar deelden.
Hugo Maat.
12.2.10
8.2.10
Esnesnon 8-2-10
Ik ben het zat.
Er is een 'inverse relationship' tussen vergaarde wetenschappelijke en filosofische kennis over de ware aard der dingen en mijn gemiddelde dagelijkse gevoel van gelukszaligheid. Hoe meer ik te horen en te lezen krijg hoe alles klopt en te herleiden valt, hoe meer ik een hekel aan alles krijg. Hoe meer ik mijn leven uitvlak naar de plantachtige staat van de Hugo-esque benadering van het boeddhisme hoe grauwer en leger de wereld wordt. Hoe meer sociologische en psychologische onderzoeken uitleggen waarom mensen doen wat het ook is dat ze doen, hoe meer ik hun daden begin te verfoeien.
Genesis, ook wel Bereishit in het Hebreeuws, vertelt de lezer hoe God zijn wereld schiep. (Ik spreek hier in dezelfde vorm over 'zijn wereld' als bij het 'Nederland' bij Trots op Nederland. We gebruiken hetzelfde woord, maar ik geloof dat we het niet over hetzelfde hebben.) Hij schiep plantjes en diertjes, zag dat het goed was en was achterlijk genoeg om niet zijn schouders op te halen en het bij dat 'goed' te laten. Hij schiep de mens naar zijn evenbeeld. Waarom? Dat wordt verzwegen. Weet je wat ik denk? Ik denk dat het verzwegen wordt omdat er geen fatsoenlijke reden te verzinnen is waarom iemand de mens zou scheppen. Dat moet haast wel uit zichzelf gebeurd zijn, zoals de schimmel op een dode boom. Genesis is vervolgens door die fungi op pootjes met terugwerkende kracht geschreven om te kunnen bestaan. Dat is een domme handelswijze.
Men zegt wel eens dat wetenschap alleen vertelt wat is en wat er allemaal kan. Dat klopt. De morele uitspraken van de wetenschap komen er allemaal op neer dat een stel knappe koppen door sociologie en evolutieleer de aard van menselijke moraal hebben doorgrond en teruggevoerd tot de basale principes van de natuur. Het probleem daarmee is dat je op geen enkele grond meer gedrag kan veroordelen. Je kan zeggen dat uit het oogpunt van die-en-die het niet verantwoord is om op een bepaalde wijze te handelen, maar van mij kun je alleen glijdende schaalwerk verwachten. Mensen. Bah.
Waarom dit alles? Wat heb ik tegen de wetenschap en hun visie op menselijk gedrag? Waarom klaag ik als bewijs en redenatie laagje voor laagje van me wegschrapen en aantoont waar welke hormonen zijn en welk evolutionair proces bepaalt welke hand ik uitsteek als ik iemand in zijn zij wil prikken zodat ik mezelf temidden van een chaos van zuiver, betekenisloos bestaan bevind? Zelfs dat zelf wordt ontmanteld en vernietigd, waarom zou ik dan enig bezwaar aantekenen als alles erop wijst dat ik helemaal niet ben?
Alleen de filosoof heeft het begrepen. De mens heeft een bewustzijn. De mens ís een bewustzijn. Ieder bewijsje dat je aanlevert moet eerst daar doorheen, door een entiteit die bij elke stap beseft wat er met hem gebeurt en waardoor. De menselijke geest is geen object en ook geen subject, daarmee valt het buiten de wetenschappelijke macht over alles dat objectief is en de eeuwige objectivering van diezelfde macht. De menselijke geest kan zichzelf bewust zijn en zichzelf aanschouwen, wat het tot een eindeloze lus van subject en object tegelijkertijd maakt. Zelf-reflectie heet het, als ik me niet vergis. Door zelfreflexiviteit kan ik tegen mijzelf zeggen dat de kennis in mijn hoofd mijn eigen bestaan bedreigt, wat op een redelijk natuurlijke reactie van mijn bewustzijn uitkomt: de verdediging.
Bij deze verwerp ik alle wetenschap. Zij is niet waar en kan de pot op. Mensen gedragen zich zoals ze zich gedragen omdat het krioelende, verwerpelijke maden zijn, niets anders. De wereld is er en elke boom die ik zie... ach ja, laten we orginaliteit ook maar even verwerpen als we toch bezig zijn. Bomen zijn geen zuurstoffabrieken. De wetenschap liegt. Het bewijs? Ik ben mij bewust van haar beweringen en daarom kan ik haar een stap voor zijn. Ik kan mij gedragen zoals ik mij niet zou kunnen gedragen omdat ik weet wat voor gedraging wetenschappelijk onmogelijk is.
De schakels van de ketting ritselen als ze strakker om mijn keel komen te zitten. Door de blinddoek zie ik niets.
Was dat wetenschappelijk verantwoord?
Zouden ze meeluisteren? Meelezen? Zouden ze beoordelen en verklaren met terugwerkende kracht, theorieën spinnend en labels plakkend? Waar blijft de volgende waanzinnige die probeert mijn Genesis te schrijven? Ik nodig hem uit en wens hem succes. Sterker nog, ik zal het achteraf op fouten nakijken. ALLES IS FOUT.
Ik heb gezegd.
Er is een 'inverse relationship' tussen vergaarde wetenschappelijke en filosofische kennis over de ware aard der dingen en mijn gemiddelde dagelijkse gevoel van gelukszaligheid. Hoe meer ik te horen en te lezen krijg hoe alles klopt en te herleiden valt, hoe meer ik een hekel aan alles krijg. Hoe meer ik mijn leven uitvlak naar de plantachtige staat van de Hugo-esque benadering van het boeddhisme hoe grauwer en leger de wereld wordt. Hoe meer sociologische en psychologische onderzoeken uitleggen waarom mensen doen wat het ook is dat ze doen, hoe meer ik hun daden begin te verfoeien.
Genesis, ook wel Bereishit in het Hebreeuws, vertelt de lezer hoe God zijn wereld schiep. (Ik spreek hier in dezelfde vorm over 'zijn wereld' als bij het 'Nederland' bij Trots op Nederland. We gebruiken hetzelfde woord, maar ik geloof dat we het niet over hetzelfde hebben.) Hij schiep plantjes en diertjes, zag dat het goed was en was achterlijk genoeg om niet zijn schouders op te halen en het bij dat 'goed' te laten. Hij schiep de mens naar zijn evenbeeld. Waarom? Dat wordt verzwegen. Weet je wat ik denk? Ik denk dat het verzwegen wordt omdat er geen fatsoenlijke reden te verzinnen is waarom iemand de mens zou scheppen. Dat moet haast wel uit zichzelf gebeurd zijn, zoals de schimmel op een dode boom. Genesis is vervolgens door die fungi op pootjes met terugwerkende kracht geschreven om te kunnen bestaan. Dat is een domme handelswijze.
Men zegt wel eens dat wetenschap alleen vertelt wat is en wat er allemaal kan. Dat klopt. De morele uitspraken van de wetenschap komen er allemaal op neer dat een stel knappe koppen door sociologie en evolutieleer de aard van menselijke moraal hebben doorgrond en teruggevoerd tot de basale principes van de natuur. Het probleem daarmee is dat je op geen enkele grond meer gedrag kan veroordelen. Je kan zeggen dat uit het oogpunt van die-en-die het niet verantwoord is om op een bepaalde wijze te handelen, maar van mij kun je alleen glijdende schaalwerk verwachten. Mensen. Bah.
Waarom dit alles? Wat heb ik tegen de wetenschap en hun visie op menselijk gedrag? Waarom klaag ik als bewijs en redenatie laagje voor laagje van me wegschrapen en aantoont waar welke hormonen zijn en welk evolutionair proces bepaalt welke hand ik uitsteek als ik iemand in zijn zij wil prikken zodat ik mezelf temidden van een chaos van zuiver, betekenisloos bestaan bevind? Zelfs dat zelf wordt ontmanteld en vernietigd, waarom zou ik dan enig bezwaar aantekenen als alles erop wijst dat ik helemaal niet ben?
Alleen de filosoof heeft het begrepen. De mens heeft een bewustzijn. De mens ís een bewustzijn. Ieder bewijsje dat je aanlevert moet eerst daar doorheen, door een entiteit die bij elke stap beseft wat er met hem gebeurt en waardoor. De menselijke geest is geen object en ook geen subject, daarmee valt het buiten de wetenschappelijke macht over alles dat objectief is en de eeuwige objectivering van diezelfde macht. De menselijke geest kan zichzelf bewust zijn en zichzelf aanschouwen, wat het tot een eindeloze lus van subject en object tegelijkertijd maakt. Zelf-reflectie heet het, als ik me niet vergis. Door zelfreflexiviteit kan ik tegen mijzelf zeggen dat de kennis in mijn hoofd mijn eigen bestaan bedreigt, wat op een redelijk natuurlijke reactie van mijn bewustzijn uitkomt: de verdediging.
Bij deze verwerp ik alle wetenschap. Zij is niet waar en kan de pot op. Mensen gedragen zich zoals ze zich gedragen omdat het krioelende, verwerpelijke maden zijn, niets anders. De wereld is er en elke boom die ik zie... ach ja, laten we orginaliteit ook maar even verwerpen als we toch bezig zijn. Bomen zijn geen zuurstoffabrieken. De wetenschap liegt. Het bewijs? Ik ben mij bewust van haar beweringen en daarom kan ik haar een stap voor zijn. Ik kan mij gedragen zoals ik mij niet zou kunnen gedragen omdat ik weet wat voor gedraging wetenschappelijk onmogelijk is.
De schakels van de ketting ritselen als ze strakker om mijn keel komen te zitten. Door de blinddoek zie ik niets.
Was dat wetenschappelijk verantwoord?
Zouden ze meeluisteren? Meelezen? Zouden ze beoordelen en verklaren met terugwerkende kracht, theorieën spinnend en labels plakkend? Waar blijft de volgende waanzinnige die probeert mijn Genesis te schrijven? Ik nodig hem uit en wens hem succes. Sterker nog, ik zal het achteraf op fouten nakijken. ALLES IS FOUT.
Ik heb gezegd.
8.1.10
Esnesnon 8-1-10
Hallo.
Dit is een datum die ik niet kan laten liggen. Zo uit mijn hoofd is het nu twee jaar geleden dat ik mijn eerste blogpost schreef. Dit is geen feestje waard, gezien de twee of drie keer dat ik dit blog heb laten sterven in plaats van hardnekkig door te schrijven. Ik meen dat ik het al eerder opgemerkt heb, maar ik geef de voorkeur aan viering van prestaties boven de viering van bepaalde hoeveelheden omwentelingen van de aarde. Als u het ernstig met mij oneens bent betreft de feestelijkheid van deze datum is het u toegestaan mij een appeltaart of iets anders lekkers te bezorgen. Dan maak ik wel een uitzondering.
Ik gedraag me even conform een norm van het verjaren met een terugblik op de geschreven stukken van de afgelopen twee jaar. Ik heb sinds het begin 166 stukken gepubliceerd en iets meer dan dat geschreven. Het varieert van gefrustreerde rants tot halve poëzie tot uitzinnige verklaringen van vreugde. Er zit een stuk roman tussen en verslag van een vakantie. Ik heb heel wat digitale inkt verspeeld aan muzikale beschouwingen en een slag naar filosofische denkbeelden. Je zou haast zeggen dat alle stukken samen een totaalbeeld van mijn psyche zouden geven. Quatsch, natuurlijk. Wat alle posts ongeveer verenigt is de gewoonte niet te zeggen wat me bezighoudt op dat moment. Op zijn meest verwijs ik er vaag naar waardoor ik waarschijnlijk de enige ben die begrijpt waar ik het over heb. Dat maakt dit blog tot een geheim dagboek, verkondig ik dan met een glimlach. Ik voel me net een Dan Brown.
Ik wil nog niet ophouden met Esnesnon. Een paar van de redenen staat twee posts naar beneden. Welnu, ik haal mijn hand nog een keer door mijn antisociaal lange haar en sluit af. Want mijn terugblik leert mij ook dat mijn posts stilaan steeds langer zijn geworden en dat hoeft niet zo nodig. Bij deze,
Hugo Maat.
Dit is een datum die ik niet kan laten liggen. Zo uit mijn hoofd is het nu twee jaar geleden dat ik mijn eerste blogpost schreef. Dit is geen feestje waard, gezien de twee of drie keer dat ik dit blog heb laten sterven in plaats van hardnekkig door te schrijven. Ik meen dat ik het al eerder opgemerkt heb, maar ik geef de voorkeur aan viering van prestaties boven de viering van bepaalde hoeveelheden omwentelingen van de aarde. Als u het ernstig met mij oneens bent betreft de feestelijkheid van deze datum is het u toegestaan mij een appeltaart of iets anders lekkers te bezorgen. Dan maak ik wel een uitzondering.
Ik gedraag me even conform een norm van het verjaren met een terugblik op de geschreven stukken van de afgelopen twee jaar. Ik heb sinds het begin 166 stukken gepubliceerd en iets meer dan dat geschreven. Het varieert van gefrustreerde rants tot halve poëzie tot uitzinnige verklaringen van vreugde. Er zit een stuk roman tussen en verslag van een vakantie. Ik heb heel wat digitale inkt verspeeld aan muzikale beschouwingen en een slag naar filosofische denkbeelden. Je zou haast zeggen dat alle stukken samen een totaalbeeld van mijn psyche zouden geven. Quatsch, natuurlijk. Wat alle posts ongeveer verenigt is de gewoonte niet te zeggen wat me bezighoudt op dat moment. Op zijn meest verwijs ik er vaag naar waardoor ik waarschijnlijk de enige ben die begrijpt waar ik het over heb. Dat maakt dit blog tot een geheim dagboek, verkondig ik dan met een glimlach. Ik voel me net een Dan Brown.
Ik wil nog niet ophouden met Esnesnon. Een paar van de redenen staat twee posts naar beneden. Welnu, ik haal mijn hand nog een keer door mijn antisociaal lange haar en sluit af. Want mijn terugblik leert mij ook dat mijn posts stilaan steeds langer zijn geworden en dat hoeft niet zo nodig. Bij deze,
Hugo Maat.
7.1.10
Esnesnon 7-1-10
Hoi.
Ik steek maar van wal en hoop dan tenminste de kant nog een keer te raken.
Dit blog en ik hebben veel met elkaar gemeen. Je zou bijna denken dat we familie zijn. Beiden zijn redelijk zinloos en nutteloos, om maar even met een milde dosis zelfspot te beginnen. Beiden laten vaak lang niets van zich horen, ook zeer typisch. Beiden spelen met hun eigen motieven en meningen tot er niet veel meer over blijft dan een ambivalente gelei met lampenkappen overal. De mooiste overeenkomst, want de bovenstaande gezamelijke kenmerken zijn allemaal een beetje zielig of naar, vind ik het feit dat zowel ik als het blog in een wereld van lege feiten of eerder zelfs een ruwe vorm van bestaan het voor elkaar krijgen om in de uitspanten een spinneweb te weven door alle blinde vlekken en daardoor leven te zijn.
Dat mag ik waarschijnlijk uitleggen. Kort gezegd is het blog een eindeloze reeks van dezelfde twee cijfers. Toch kan het op een verhaal lijken. Ik ben, cynisch gezien, een grote blob van materie, geordend als cellen en chemische processen, vul hier uw uitgebreide kennis van het menselijk lichaam maar in. Maar ik kan denken. Denk maar aan een steen die ergens op de bodem van de zee ligt. Deze steen bestaat. Ik denk dat we hem zelfs kunnen vinden als we er naar gaan zoeken. Voordat ik dit voorwerp hier benoemde bestond het ook al, alleen was het ongenoemd, buiten contexten, onaanschouwd, men had er zelfs geen voorstelling van gemaakt. Toch bestond het. De steen was niet lelijk of mooi, niet groot of klein. Die steen was een ding op zichzelf en koud gezien is hij dat nog altijd. Zojuist heb ik echter de steen herschapen tot een beeld in de gedachten. Die steen bestaat feitelijk, en ik bedoel puur koud feitelijk, niet. Anders gezien bestaat die steen wel. Weer anders gezien bestaat die steen als enige, maar die stroming hang ik niet aan dus dat mag je wat mij betreft vergeten.
Mijn lichaam bestaat. (Even voor de duidelijkheid, ik ben een gelovig mens. Ik hou er een geloof op na dat voor mij noodzakelijk is om de wereld te begrijpen, om te snappen hoe ik moet leven en om het leven zin te geven. Dat geloof houdt simpelweg in dat de dingen die ik om mij heen waarneem echt zijn.) Ik meen dat we dat als feit mogen rekenen. Er zijn ook niet gek veel mensen die eerlijk menen dat ik me vergis als ik dat zeg. Wat er voor de rest aan mij bestaat is natuurkundig en biologisch onaanwijsbaar en onbewijsbaar. Als ik spreek over mijn geest, over mijn fantasie en over, als we toch bezig zijn, mijn ziel, dan zijn er genoeg boze tongen, inclusief die van mijzelf, die beweren dat deze allemaal verzonnen zijn. Ze zijn verzonnen en ze zijn een vernisje over de werkelijkheid. Iedereen die op basis daarvan concludeert dat de menselijke geest niet bestaat, dat de fantasie geen werkelijkheid bevat en dat er geen ziel is die naar de hemel gaat puur omdat mensen dat verzonnen hebben verdient een opgetrokken wenkbrauw.
Vernisjes bestaan ook, weet u. Als mensheid mogen we allemaal trots zijn op die laagjes onwerkelijkheid. Ze zijn onze grootste en mooiste creatie.
Hugo Maat.
Ik steek maar van wal en hoop dan tenminste de kant nog een keer te raken.
Dit blog en ik hebben veel met elkaar gemeen. Je zou bijna denken dat we familie zijn. Beiden zijn redelijk zinloos en nutteloos, om maar even met een milde dosis zelfspot te beginnen. Beiden laten vaak lang niets van zich horen, ook zeer typisch. Beiden spelen met hun eigen motieven en meningen tot er niet veel meer over blijft dan een ambivalente gelei met lampenkappen overal. De mooiste overeenkomst, want de bovenstaande gezamelijke kenmerken zijn allemaal een beetje zielig of naar, vind ik het feit dat zowel ik als het blog in een wereld van lege feiten of eerder zelfs een ruwe vorm van bestaan het voor elkaar krijgen om in de uitspanten een spinneweb te weven door alle blinde vlekken en daardoor leven te zijn.
Dat mag ik waarschijnlijk uitleggen. Kort gezegd is het blog een eindeloze reeks van dezelfde twee cijfers. Toch kan het op een verhaal lijken. Ik ben, cynisch gezien, een grote blob van materie, geordend als cellen en chemische processen, vul hier uw uitgebreide kennis van het menselijk lichaam maar in. Maar ik kan denken. Denk maar aan een steen die ergens op de bodem van de zee ligt. Deze steen bestaat. Ik denk dat we hem zelfs kunnen vinden als we er naar gaan zoeken. Voordat ik dit voorwerp hier benoemde bestond het ook al, alleen was het ongenoemd, buiten contexten, onaanschouwd, men had er zelfs geen voorstelling van gemaakt. Toch bestond het. De steen was niet lelijk of mooi, niet groot of klein. Die steen was een ding op zichzelf en koud gezien is hij dat nog altijd. Zojuist heb ik echter de steen herschapen tot een beeld in de gedachten. Die steen bestaat feitelijk, en ik bedoel puur koud feitelijk, niet. Anders gezien bestaat die steen wel. Weer anders gezien bestaat die steen als enige, maar die stroming hang ik niet aan dus dat mag je wat mij betreft vergeten.
Mijn lichaam bestaat. (Even voor de duidelijkheid, ik ben een gelovig mens. Ik hou er een geloof op na dat voor mij noodzakelijk is om de wereld te begrijpen, om te snappen hoe ik moet leven en om het leven zin te geven. Dat geloof houdt simpelweg in dat de dingen die ik om mij heen waarneem echt zijn.) Ik meen dat we dat als feit mogen rekenen. Er zijn ook niet gek veel mensen die eerlijk menen dat ik me vergis als ik dat zeg. Wat er voor de rest aan mij bestaat is natuurkundig en biologisch onaanwijsbaar en onbewijsbaar. Als ik spreek over mijn geest, over mijn fantasie en over, als we toch bezig zijn, mijn ziel, dan zijn er genoeg boze tongen, inclusief die van mijzelf, die beweren dat deze allemaal verzonnen zijn. Ze zijn verzonnen en ze zijn een vernisje over de werkelijkheid. Iedereen die op basis daarvan concludeert dat de menselijke geest niet bestaat, dat de fantasie geen werkelijkheid bevat en dat er geen ziel is die naar de hemel gaat puur omdat mensen dat verzonnen hebben verdient een opgetrokken wenkbrauw.
Vernisjes bestaan ook, weet u. Als mensheid mogen we allemaal trots zijn op die laagjes onwerkelijkheid. Ze zijn onze grootste en mooiste creatie.
Hugo Maat.
6.1.10
Esnesnon 6-1-10
Goedenavond.
Begrijp me niet verkeerd, ik heb plenty redenen om geen zelfmoord te willen plegen. Begrijp me wederom niet verkeerd, ik heb daarnaast nog eens plenty redenen om het niet te doen ook. De echte redenen zijn te saai of te ingewikkeld om te benoemen. De hier volgende redenen zijn niet even belangrijk of even sterk beargumenteerd, maar het zijn wel de leukste redenen, naar mijn mening.
Ten eerste: Ik zou dolgraag willen weten of iemand zich schuldig zou voelen als ik mezelf om zeep zou helpen. Ik heb het nooit door als mensen me hebben gekwetst of beledigd tot ze het zeggen omdat ik er niet op let. Soms heb ik het gevoel dat er nog iemand rondloopt die meent mij ernstig beledigd te hebben zonder dat ik ervan weet. Met zelfmoord wordt dit wel wat extreem, dan gaat het echt aan me knagen denk ik. De tijd om erachter te komen is dan gewoon om en dat zit me dwars. Vandaar dat ik nog even blijf leven.
Reden twee. Ik zou eigenlijk iemand met me mee moeten nemen. Niet gewoon suicidaal, maar meer een dubbele moord. Het slachtoffer zit dan op de achterbank van de auto die ik bestuur (zonder rijbewijs, eh, met dit weer) en schreeuwt dat ik me nog doodrij waarop ik grijnzend antwoord dat ik dan tenminste hem met mij meeneem. Cue maniakaal gelach en een dodelijk ongeluk. Och, of wat zeggen we dan van een regelrechte aanslag? Bommen omgegord, de Suzuki Swift in zijn twee (ditmaal met explosieven aan boord, anders krijg je nooit een bus stuk) en Pearl Harbor in zicht met de twee torens van het World Trade Center die puur voor de compilatie van voorbeelden veertig jaar en een flink stuk verplaatst zijn. Misschien ben ik dan toch een gezelschapsmens.
Ten derde en hier laat ik het bij. Ik vind het ergste van alles dat ik geen goede methode kan verzinnen. Tuurlijk, mogelijkheden zijn er te over en ik kan heus wat leuks bedenken, maar zelfs het meest gruwelijke is niet goed genoeg. Ik ken toevallig een heel stel morbide mensen en ik beeld me dan in wat ze tegen elkaar zeggen op mijn begrafenis. 'Ze hebben nog stoffelijk overschot gevonden, dat valt me nou van hem tegen.' 'Zelfdoding door seks met een dolfijn in een leren stekelpak, niet zo dramatisch als ik van hem verwacht had.' 'Voor een trein springen in een fluorecerend strak pakje en een groot stopbord? Kom op, verzin dan iets leuks.' Ik kan het niet gek genoeg verzinnen of ik heb het gevoel dat ik mensen teleurstel. Ik heb verwachtingen waar te maken met mijn zelfmoord, dus tot ik de absoluut ultieme krankzinnige methode heb gevonden moet ik maar blijven leven.
Oftewel, het komt allemaal prima deluxe in orde met mij.
Hugo Maat.
Begrijp me niet verkeerd, ik heb plenty redenen om geen zelfmoord te willen plegen. Begrijp me wederom niet verkeerd, ik heb daarnaast nog eens plenty redenen om het niet te doen ook. De echte redenen zijn te saai of te ingewikkeld om te benoemen. De hier volgende redenen zijn niet even belangrijk of even sterk beargumenteerd, maar het zijn wel de leukste redenen, naar mijn mening.
Ten eerste: Ik zou dolgraag willen weten of iemand zich schuldig zou voelen als ik mezelf om zeep zou helpen. Ik heb het nooit door als mensen me hebben gekwetst of beledigd tot ze het zeggen omdat ik er niet op let. Soms heb ik het gevoel dat er nog iemand rondloopt die meent mij ernstig beledigd te hebben zonder dat ik ervan weet. Met zelfmoord wordt dit wel wat extreem, dan gaat het echt aan me knagen denk ik. De tijd om erachter te komen is dan gewoon om en dat zit me dwars. Vandaar dat ik nog even blijf leven.
Reden twee. Ik zou eigenlijk iemand met me mee moeten nemen. Niet gewoon suicidaal, maar meer een dubbele moord. Het slachtoffer zit dan op de achterbank van de auto die ik bestuur (zonder rijbewijs, eh, met dit weer) en schreeuwt dat ik me nog doodrij waarop ik grijnzend antwoord dat ik dan tenminste hem met mij meeneem. Cue maniakaal gelach en een dodelijk ongeluk. Och, of wat zeggen we dan van een regelrechte aanslag? Bommen omgegord, de Suzuki Swift in zijn twee (ditmaal met explosieven aan boord, anders krijg je nooit een bus stuk) en Pearl Harbor in zicht met de twee torens van het World Trade Center die puur voor de compilatie van voorbeelden veertig jaar en een flink stuk verplaatst zijn. Misschien ben ik dan toch een gezelschapsmens.
Ten derde en hier laat ik het bij. Ik vind het ergste van alles dat ik geen goede methode kan verzinnen. Tuurlijk, mogelijkheden zijn er te over en ik kan heus wat leuks bedenken, maar zelfs het meest gruwelijke is niet goed genoeg. Ik ken toevallig een heel stel morbide mensen en ik beeld me dan in wat ze tegen elkaar zeggen op mijn begrafenis. 'Ze hebben nog stoffelijk overschot gevonden, dat valt me nou van hem tegen.' 'Zelfdoding door seks met een dolfijn in een leren stekelpak, niet zo dramatisch als ik van hem verwacht had.' 'Voor een trein springen in een fluorecerend strak pakje en een groot stopbord? Kom op, verzin dan iets leuks.' Ik kan het niet gek genoeg verzinnen of ik heb het gevoel dat ik mensen teleurstel. Ik heb verwachtingen waar te maken met mijn zelfmoord, dus tot ik de absoluut ultieme krankzinnige methode heb gevonden moet ik maar blijven leven.
Oftewel, het komt allemaal prima deluxe in orde met mij.
Hugo Maat.
Abonneren op:
Posts (Atom)