19.2.10

Esnesnon 19-2-10

Ik liep op het station langs een poster van de PvdA. (Voor de zoveelste keer.) Die poster, met de ondertitel 'Partij van de Aanpak' en een wijs kijkend heerschap groots afgebeeld dat 'Niet je afkomst maar je toekomst telt.'

Wat een idioot.

Noem me een filosofische mierenneuker, maar die zin slaat nergens op. Zowel je afkomst als je toekomst zijn namelijk precies hetzelfde ding: de tijdslijn van je leven. Er is een continu schuivende grens tussen verleden en toekomst, en op een dag staat die lijn voorbij het ding dat je nu nog toekomst noemt, waarna het 'verleden' is geworden. In het begin is alles nog toekomst. Die lijn loopt wel door, het maakt niet uit waar je het bordje 'heden' plakt. Je afkomst is je toekomst en daarom tellen ze allebei of allebei niet. Probeer het tegendeel maar eens te bewijzen: dat is een logisch onmogelijke opgave. Geen stem voor de Partij van de Arbeid van mij.

Dat is 1. Nu nog de andere 17 partijen die in Almere verkiesbaar zijn. Ik heb twaalf dagen.

Hugo (freelance politiek criticus op blauwe maandagen)

Edit: Ook hebben die zakkenwassers me geen roos gestuurd, en die Bos is een mediageile kwal. En Muurlink heeft een gezicht om te slaan, met z'n pafwangen. Definitely niet mijn partij.

17.2.10

Esnesnon 18-2-10

Deze post is voornamelijk op dinsdagavond geschreven, toen de gebeurtenissen van die dag nog goed in mijn geheugen stonden geprent. De grootste rommel heb ik met mijn wedergekeerde tegenwoordigheid van geest geschrapt. Deze post is dus zowel verouderd als geredigeerd, iets wat normaliter niet gebeurt met Esnesnonmateriaal. Streepjes geven een verschil in schrijfsessies aan.

-
Mijn dierbaar blog, ik kan me slechts met enorme inspanning de tijd heugen dat ik voor het laatst zoiets ervaren heb als dit. Ik waan me weer een klein kind, een jaar of twaalf oud, iets wat voor een adolescent een ver en vaag verleden is. Al die dwaasheden die ik over de afgelopen jaren meewarig heb aangezien en vandaag de dag nog steeds zou hebben bespot zie ik nu terug ik de dingen die ik zeg, doe en voel. Na al die jaren heeft de wereld me weer ingehaald, lijkt het: als een blok ben ik in die zoet geurende poel rozenwater gevallen. Ik ben tot over mijn oren verliefd. Ik schaam het toe te geven, maar ik weet niet eens zeker hoe mijn object van adoratie heet. Ik voel me écht weer een klein kind.

In dit prille, onontluikte liefdesgeluk kan ik tegelijkertijd ook de doornige klimop van verwarring en intrige zien. Het is een oud probleem om te moeten kiezen tussen het vertrouwde, dat men al heeft en kan houden, of de onzekerheid, met daarmee avontuur, romance en meer van dat soort zaken.
Maar is dat wel echt een keuze? Als er een onzekere, nieuwe mogelijkheid opgestaan is, is het dan nog wel een reeële keuze om voor het oude te kiezen? Het alternatief zal wel aantrekkelijker zijn, anders zou het zich niet voordoen als concurrent voor het oude. De komst van een betere mogelijkheid geeft het einde, de dood, van het oude aan. Als ik daarvoor zou kiezen zou ik door moeten leven met een gevoel van schuld tegen mezelf dat ik een groter geluk heb afgewezen. Vanaf dit punt ben ik permanent ontevreden over het oude, vrees ik. Het heeft zich getoond als tweede plaats, of misschien wel lager.
Ik kan er niet omheen. Zo is de kracht van verliefdheid, vrees ik.

-
Ik ben onuitstaanbaar. Die onuitstaanbaarheid duurt van ongeveer 3 uur vanochtend tot minstens 24 uur later. De reden? Onbespreekbaar in het openbaar. Het is een gespreksonderwerp uitsluitend voor (uitsluitend mannelijke) vrienden onder elkaar. Ik vermoed dat die opmerking voldoende is om fantasie en/of vooroordelen op gang te helpen maar ik ga er hier verder niets over zeggen. Zoals ik al zei, een paar regels terug, lees maar na, ik ben onuitstaanbaar. (Geloven optioneel.)

Hugo Maat

15.2.10

Esnesnon 15-2-10

Goeiemorgen.

Als ik op de (oh zo fantastische, glorieuze en terecht aanbevolen) Vrije Universiteit koffie uit een automaat haal kies ik steevast bestelling nummer 460. Dat is de Espresso, extra sterk en met zoveel mogelijk suiker. Ik verlies twee dagen aan levensverwachting per bekertje, geloof ik. Dat is minstens een week per week, dus leef (zoals dat hoort bij een student) twee keer zo intensief als een normaal mens. Goed, de alcoholconsumptie, het slechte slapen en de sigaren dragen ook niet veel bij voor mijn gevoel, maar dat doe ik al minstens een jaar. De superespresso is iets van de afgelopen twee weken dus ik zou op zich nog kunnen stoppen om mijn oude dag te redden van een hartkwaal. Cue een saaie bejaarde betweter die met een bordje 'red mij' langsloopt. Ik zou hem negeren als hij erbij stond, dus al helemaal als hij slechts een schepsel van mijn fantasie is.

-

Ik ga (weer eens) toneel bedrijven. Mijn schuldgevoelens, opgewekt door verscheidene mensen die mij over het afgelopen half jaar (met verschillende standen van wenkbrouwen) gevraagd hebben waarom ik niet iets met toneel aan het doen was als student zijnde, zullen nu worden gesust door mijn deelname aan het engelstalige toneelstuk 'The importance of being Earnest' door Oscar Wild. Het is een bladzijde of zestig aan script, engelstalig, en de mensen die mij uitgenodigd hebben lijken oprecht enthousiast. Nu wil ik niet teveel opscheppen over mijn eigen vermogens, maar ik kan wel toneelspelen. Ik heb een hoofd voor ellenlange teksten, ik kan Engels en ik ben dramatisch. De eerste bijeenkomst is morgenavond al en ik heb er zin in. Heb ik al opgemerkt dat ik vermoedelijk één van de weinige mannen ben?

Oh ja. Dat is waar ook. Mannen zijn watjes. Er zijn heus niet weinig mannen bij de humaniora, maar blijkbaar melden onvoldoende zich aan om fatsoenlijk dat toneelstuk te kunnen spelen. Er zitten volgens mij maar zes mannen in, maar het lijkt erop dat we tekort gaan schieten. Dat is toch gewoon absurd? En ik maar denken dat het iets Almeers of op zijn minst iets van de middelbare school was dat mannen niet aan toneel doen, over het algemeen omdat ze niet op het podium durven. Think again! Ik kan allerlei halve kennissen interesseren voor dit toneelgeval (al gedaan ook) maar geen van hen is een man. Blijkbaar moet je óf een vrouw, óf een excentriekeling zijn voordat je de planken betreedt. (Ik wou bijna 'nicht' zeggen, maar in beide richtingen dekt dat label de groep niet.)

Enerzijds vind ik het verschrikkelijk. Ik zou het erg leuk vinden om een goed toneelstuk neer te zetten en dat betekent, als het even kan, dat we wel echte mannen hebben waar goeie ouwe Oscar mannen erin geschreven heeft. Als dat bemoeilijkt wordt door een algemeen gebrek aan... och, dat 'watjes' is ook erg negatief, laten we het een gebrek aan creatieve energie noemen, beschouw ik dat als een blamage voor mijn kant van de mensheid. Ik zou bijna overlopen.
Aan de andere kant, als deze stand van zaken mij gegarandeerd een rol oplevert en een vergrote kans op een/de hoofdrol geeft ben ik misschien wel bereid het wangedrag van het mannelijk geslacht door de vingers te zien. Die ene keer.

Oh, en jullie zijn allemaal uitgenodigd voor de uitvoering, ik val jullie nog wel lastig met een uitnodigingetje als de tijd daar is.

Hugo Maat

12.2.10

Esnesnon 12-2-10

Gezegde: It takes two to tango.

Uitleg: De Qalandar (religieuze sekte / bedelorde in de vijftiende eeuw in het Midden-Oosten) wezen gemeenschapsleven af ten voordeel van individuele praktijken, tenminste, als ik één van de tekstvragen van vandaag mag geloven. Dat doe ik niet. De brontekst gaf namelijk aan dat deze kale, diepgelovige bedelaars sodomie bedreven en dat gaat nou eenmaal niet zo makkelijk in je eentje. Van individualisme is dus niet echt sprake. De tekstvraag is bij deze verworpen met het bovenstaande gezegde.

-

Het voelt een beetje alsof mijn hoofd gevuld is met papier maché. Het is een onduidelijke grijze massa waar ik niet zoveel mee kan en het voelt vies om aan te raken. Mijn hart is verworden tot eenzelfde soort grijzige blob. Het doet ook erg duidelijk 'blob' als je er met een vinger in prikt. Het is behoorlijk onsmakelijk. Het draagt allemaal bij aan een algemeen gevoel van leegte en richtingloosheid. Ik leef nog wel in deze wereld maar niet meer uit haar, om met Mani te spreken.

-

De grootste opleving van mijn wezen was ongeveer twee weken geleden. (Ik zal even uitleggen wat ik bedoel met een opleving van mijn wezen. Ik heb het over een moment waarop je emoties het felst zijn en je met je hele bewustzijn betrokken bent met een fenomeen. Geest, hart, lichaam en ziel; alles wat je aan zou willen wijzen als onderdeel van het menselijk zijn is tegelijk actief en kijkt in dezelfde richting. Een dergelijke opleving is een eenwording van mens, een manifestatie van je persoon in de breedste zin door te reageren op een externe stimulans. Misschien ben ik de enige die dergelijke gevoelens heeft, hoewel ik betwijfel dat ik uniek ben.

Sorry, waar was ik? Ja, mijn grootste 'opleving' sinds de kerstdagen (ik baken een episode uit mijn eigen bestaan af aan de hand van verzwegen factoren) was vorige week maandag. Op 1 februari nam ik afscheid van een vriend, voorgoed. Ik koester de opvatting dat ik hem als vriend mag zien en hij heeft mij op zijn minst als vriend behandeld in de tijd dat ik hem gekend heb. Maar op dezelfde manier dat wij samen zijn gekomen werden wij ook weer gescheiden: twee werelden draaien als tandwielen naast elkaar en over verloop van tijd keren twee punten elkaar de rug toe waarna anderen elkaar weer ontmoeten. Of misschien een duidelijker analogie; de tandwielen zijn losgekomen van elkaar, zoals gebeurt in de koppeling van een auto. Alles draait nog, daarbuiten, daar ergens anders, maar juist die twee wielen draaien niet langer in elkaar. Ik ben iemand verloren waarmee ik mijn wereld deelde.

Dat betekent niet dat ik nu helemaal verloren ben. Ik zit niet in een hoekje zielig te wezen, ik zuip mezelf geen delirium of twee, ik lig niet op de bank bij een zielenknijper. Want hoewel ik iemand verloren ben met wie ik de wereld deelde weet ik altijd wel een nieuwe te vinden. Geen kunst aan, als ik eerlijk ben. Het kost gewoon wat tijd.

Mijn vriend vertrok onder daverend gejuich. Meer dan vijfhonderd man scandeerden zijn naam. Hij aanvaardde de ovatie met open armen, staand op een verhoging, met een glimlach zo breed als een zonsopgang boven de Friese weiden. Hij had het verdiend. Ik heb zelden iemand zo levend gezien, zo vervuld van geluk en kracht. Ik voelde me van binnen warm worden alleen al door hem daar te zien staan tenmidden van het gejuich en gejoel. Was het plaatsvervangend dan wel afgeleid geluk, of was misschien even bevangen door het charisma dat ook de menigte opgezweept had?

Beneden in de wandelgangen, toen hij eenmaal afgeschminkt was en weer zijn dagelijkse zelf was heb ik zelf afscheid genomen. De tranen stonden me werkelijk in de ogen. Ik heb geen poging gedaan hem te laten blijven of om het afscheid langer te laten duren. Ik heb alles van het moment in me opgenomen en nu ik eraan terugdenk kan ik nog altijd snikken als een klein kind van de pure kracht van de emotie. Ik voelde me ongekend levend. Volgens mijn eigen opvatting was ik op dat moment zielsgelukkig.

Hij zei zelf dat het absoluut het mooiste afscheid was dat hij zich kon wensen. Ik vond hetzelfde. Zijn vertrek zal worden betreurd maar niet afgekeurd. Omdat zijn vertrek, uit mijn oog, maar niet uit mijn hart, zo passend en ontiegelijk mooi is, kan ik er maar geen 'nee' tegen zeggen. Ik heb het hoofd moeten buigen en geweend. Ik heb geknield voor het leven; het leven dat we, zij het kortstondig, met elkaar deelden.

Hugo Maat.

8.2.10

Esnesnon 8-2-10

Ik ben het zat.
Er is een 'inverse relationship' tussen vergaarde wetenschappelijke en filosofische kennis over de ware aard der dingen en mijn gemiddelde dagelijkse gevoel van gelukszaligheid. Hoe meer ik te horen en te lezen krijg hoe alles klopt en te herleiden valt, hoe meer ik een hekel aan alles krijg. Hoe meer ik mijn leven uitvlak naar de plantachtige staat van de Hugo-esque benadering van het boeddhisme hoe grauwer en leger de wereld wordt. Hoe meer sociologische en psychologische onderzoeken uitleggen waarom mensen doen wat het ook is dat ze doen, hoe meer ik hun daden begin te verfoeien.

Genesis, ook wel Bereishit in het Hebreeuws, vertelt de lezer hoe God zijn wereld schiep. (Ik spreek hier in dezelfde vorm over 'zijn wereld' als bij het 'Nederland' bij Trots op Nederland. We gebruiken hetzelfde woord, maar ik geloof dat we het niet over hetzelfde hebben.) Hij schiep plantjes en diertjes, zag dat het goed was en was achterlijk genoeg om niet zijn schouders op te halen en het bij dat 'goed' te laten. Hij schiep de mens naar zijn evenbeeld. Waarom? Dat wordt verzwegen. Weet je wat ik denk? Ik denk dat het verzwegen wordt omdat er geen fatsoenlijke reden te verzinnen is waarom iemand de mens zou scheppen. Dat moet haast wel uit zichzelf gebeurd zijn, zoals de schimmel op een dode boom. Genesis is vervolgens door die fungi op pootjes met terugwerkende kracht geschreven om te kunnen bestaan. Dat is een domme handelswijze.

Men zegt wel eens dat wetenschap alleen vertelt wat is en wat er allemaal kan. Dat klopt. De morele uitspraken van de wetenschap komen er allemaal op neer dat een stel knappe koppen door sociologie en evolutieleer de aard van menselijke moraal hebben doorgrond en teruggevoerd tot de basale principes van de natuur. Het probleem daarmee is dat je op geen enkele grond meer gedrag kan veroordelen. Je kan zeggen dat uit het oogpunt van die-en-die het niet verantwoord is om op een bepaalde wijze te handelen, maar van mij kun je alleen glijdende schaalwerk verwachten. Mensen. Bah.

Waarom dit alles? Wat heb ik tegen de wetenschap en hun visie op menselijk gedrag? Waarom klaag ik als bewijs en redenatie laagje voor laagje van me wegschrapen en aantoont waar welke hormonen zijn en welk evolutionair proces bepaalt welke hand ik uitsteek als ik iemand in zijn zij wil prikken zodat ik mezelf temidden van een chaos van zuiver, betekenisloos bestaan bevind? Zelfs dat zelf wordt ontmanteld en vernietigd, waarom zou ik dan enig bezwaar aantekenen als alles erop wijst dat ik helemaal niet ben?

Alleen de filosoof heeft het begrepen. De mens heeft een bewustzijn. De mens ís een bewustzijn. Ieder bewijsje dat je aanlevert moet eerst daar doorheen, door een entiteit die bij elke stap beseft wat er met hem gebeurt en waardoor. De menselijke geest is geen object en ook geen subject, daarmee valt het buiten de wetenschappelijke macht over alles dat objectief is en de eeuwige objectivering van diezelfde macht. De menselijke geest kan zichzelf bewust zijn en zichzelf aanschouwen, wat het tot een eindeloze lus van subject en object tegelijkertijd maakt. Zelf-reflectie heet het, als ik me niet vergis. Door zelfreflexiviteit kan ik tegen mijzelf zeggen dat de kennis in mijn hoofd mijn eigen bestaan bedreigt, wat op een redelijk natuurlijke reactie van mijn bewustzijn uitkomt: de verdediging.

Bij deze verwerp ik alle wetenschap. Zij is niet waar en kan de pot op. Mensen gedragen zich zoals ze zich gedragen omdat het krioelende, verwerpelijke maden zijn, niets anders. De wereld is er en elke boom die ik zie... ach ja, laten we orginaliteit ook maar even verwerpen als we toch bezig zijn. Bomen zijn geen zuurstoffabrieken. De wetenschap liegt. Het bewijs? Ik ben mij bewust van haar beweringen en daarom kan ik haar een stap voor zijn. Ik kan mij gedragen zoals ik mij niet zou kunnen gedragen omdat ik weet wat voor gedraging wetenschappelijk onmogelijk is.

De schakels van de ketting ritselen als ze strakker om mijn keel komen te zitten. Door de blinddoek zie ik niets.
Was dat wetenschappelijk verantwoord?

Zouden ze meeluisteren? Meelezen? Zouden ze beoordelen en verklaren met terugwerkende kracht, theorieën spinnend en labels plakkend? Waar blijft de volgende waanzinnige die probeert mijn Genesis te schrijven? Ik nodig hem uit en wens hem succes. Sterker nog, ik zal het achteraf op fouten nakijken. ALLES IS FOUT.

Ik heb gezegd.