Goedenavond.
Ik ben nu in het zwart gekleed, van top tot teen. Morgen ben ik dat weer. Ik denk overmorgen ook. Dat komt omdat ik zwart gewoon stijlvol vind. Het geeft zoveel accent aan je gezicht en handen, en mijn haar lijkt dan een stuk lichter. Verder is er geen echte reden. Ik doe niet zo aan echte redenen. Een tijdje terug in de stad werd er aan mij gevraagd of ik misschien een... wat was het ook al weer... erg gevoelig reukzintuig had. Ik had namelijk in bepaalde winkels erg snel een gevoel van duizeligheid en ik ging al snel naar buiten om adem te krijgen. De daarop volgende vraag was of ik écht iets had of dat ik alleen maar wat verzon. Ik antwoordde dat er in mijn geval geen echt onderscheid is tussen die twee.
De boom in onze tuin, die ik vanaf hier door het raam in de schemering nog net kan onderscheiden van andere takkenmassa's en schuttingen, die allemaal ongeveer dezelfde kleur krijgen met het wegzakkende licht, begint roze knopjes te krijgen, voorzichtig ontluikende bloesems. De meesten lijken zo groot als vingertoppen of zelfs kleiner, aan de uiteinden van smalle twijgjes die daardoor net een soort lucifers worden; dunne stukjes hout met een heldere vlam van kleur op het uiteinde. Één bloesem is groter dan de rest. Deze staat aan het uiteinde van een tak die niet de top bereikt maar meer aan de zijkant hangt. Die bloesem begint al een beetje de vorm van een bloem aan te nemen, en heeft iets weg van een vlinder die net uit een cocon is gekropen. Je ziet de vleugels al, maar hij moet ze eerst nog even drogen voordat hij ze helemaal uitvouwt en de kleuren toont. Tot die tijd zijn ze een beetje opgekropt, een propje vleugel of een propje roze blad.
Een vogel fluit voor het huis. Het is elke keer ongeveer hetzelfde deuntje. Elke keer is het hoog, laag, hoog en eindigt hij zijn tsjilp-loopje met twee hele hoge fluitjes. Misschien komt er zo een ander vogeltje bij, met een liedje dat er op lijkt. Misschien een heel hoog fluitje, gevolgd door een laag, hoog, laag en weer hoog tsjilpje. Dan moeten ze een duet beginnen, worden ze beroemd en krijgen ze veel eieren in hun nest met uitzicht op zee en tuin op het zuiden. Hij fluit niet meer. Misschien een schorre keel.
Wellicht ben ik lyrisch van de lente, of van het einde van de SE week. Ik ga hoe dan ook de gordijnen dichtdoen, om de vallende schemering uit de kamer te weren. Dan vervang ik de stilte die valt na het ophouden van het fluitconcert in G-mineur door de vogel buiten door andere muziek, en ben ik weer met beide benen uit de natuur en in de computer gestapt. Ik zou een krakeling willen eten, als ze er zouden zijn.
Karo
Ps: Wacht, er zijn wél krakelingen. Ik ga alleen nu eten.
26.3.08
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
2 opmerkingen:
Ik vind je stukje over de bloesems ontzettend mooi geschreven.
moge het lang lente/einde van de SE week zijn, want ik ben dol op een lyrische Hugo!
Een reactie posten