Hallo.
Ik meen me te herinneren van 'Het Oneindige Verhaal,' door Michael Ende, waarmee ik absoluut niet op de film doel, wat in mijn ogen een klein hoopje bruinzwart verschrompeld aftreksel van slachtafval en moerasgas is, dat er ergens een Ivoren Toren in voor komt. Sterker nog, die Ivoren Toren staat in het midden van het grenzeloze Fantasia (hoe je in het midden van iets grenzeloos kan staan is een beetje een moeilijke kwestie) en is het hart en zenuwcentrum van die betoverde wereld. De Toren staat boven al het goed en kwaad, als de Kleine Keizerin die de toren bewoont ziek wordt komt ook heel Fantasia, zowel monsters als de goede wezens, haar onmiddelijk te hulp. De Ivoren Toren wordt beschreven (als ik me het goed herinner, mijn eigen Fantasia is er over de jaren misschien mee op de loop gegaan) als een hoge witte spiraal met bovenop een soort terras in de vorm van een bloeiende bloem, misschien een lelie of iets dergelijks. Als de Kleine Keizerin het wil is het paviljoen boven op de Toren ontoegankelijk en ik geloof dat de bloem zich dan ook sluit. Ergens in het boek doet een aanvallend leger een poging om de Toren te veroveren en heeft hier verrassend veel moeite mee. De Toren blijkt (het laatste stukje althans) onbeklimbaar. Ladders die ertegen worden gezet storten automatisch in, het glanzende ivoor kan niet beschadigd worden dus ze kunnen er geen treden in kerven en blijkbaar kan niemand in een land dat nota bene Fantasia heet vliegen. Uiteindelijk geven de aanvallers het op, niemand komt bovenin de Ivoren Toren.
Daar ben ik het niet helemaal niet mee eens. Daarmee bedoel ik niet dat het verhaal anders had moeten lopen, ik heb diep ontzag voor het boek en ik zal niet snel kritiek leveren, ik overdenk alleen maar de symboliek van de Ivoren Toren. Wat ik zelf bijvoorbeeld opmerkelijk vind is dat de Toren voor zover ik heb gemerkt niet wordt gebruikt in de gebruikelijke betekenis van slimmer of verstandiger zijn dan anderen, waardoor degene in de Toren anderen begrijpt zonder begrepen te worden. In het begin is de Toren zelfs vrij toegankelijk voor iedere bezoeker. De enige manier waarop het in die zin een Ivoren Toren is zou zijn dat de Kleine Keizerin boven iedereen staat, onaanraakbaar, maar ze heeft de arrogantie die de meeste Ivoren Toren-bewoners wel hebben niet. Wat ik in de Toren van Fantasia interessant vind is de onmogelijkheid om het van buitenaf te bereiken. De Toren kan niet langs de wanden worden beklommen, ongeacht de inzet of middelen. De enige weg naar boven ligt binnenin de Toren, zou ik zeggen. Alleen als je überhaupt in de Toren bent begonnen kun je het naar de top van de Ivoren Toren halen, anders kom je er niet. Dán wordt de onmogelijke beklimming van de Ivoren Toren, met enige verknipping van de oorspronkelijke boodschap van mijn kant, een metafoor van de sociale segregatie; 'intelligente' kinderen komen meestal uit intellectuele gezinnen, waar aan de eettafel de woordenschat wat uitgebreider is, waar de genen wat aan de betere kant zitten (een onderwerp waar ik me nu nog niet aan ga wijden omdat ik dan echt ga ranten) en de kinderen eerder leren lezen en naar hoger onderwijs gaan. Sta je aan de buitenkant van de Toren echter, dan kom je er niet zo gauw in. Pech.
Mocht je Het Oneindige Verhaal/The Neverending Story niet gelezen hebben, dan raad ik je aan om dat een keertje, tussen alle andere dingen die nog gelezen moeten worden, te lezen. Het is een fascinerend werk, dat ik vroeger voor kinderboek aanzag maar waar ik nu van denk dat het wegens alle extra lagen eventueel helemaal niet besteed is aan de kleintjes. Ik heb een mooie versie van het boek thuis dat ik bereid ben uit te lenen, maar het is vertaald en daardoor misschien heiligschennis. Beter is het om er gewoon voor naar de bibliotheek te gaan en even drie tot vijf daagjes leestijd ervoor uit te trekken. Ga niet de film kijken overigens, dat kreng gaat maar over helft van het verhaal, dunnetjes, zit vol slechte acteurs en matige special effects, plus het feit dat het hele 'Fantasia' een beetje een plastic en schuimrubberen wereldje wordt. Het geniet niet bepaald mijn voorkeur. Maar goed, dat geldt wel vaker voor films gebaseerd op boeken. Geen goed idee in vrijwel alle gevallen. Ja, er zijn ook dingen die ik wél goed vind, die zijn gewoon ernstig in de minderheid.
Hugo Maat.
13.8.09
10.8.09
Esnesnon 10-8-09
Goedenavond.
Naar het schijnt zijn mijn posts onleesbaar geworden. Dit is een redelijk ongegronde uitspraak, net zoals de meeste dingen die ik zeg, dus ik trek me er niets van aan en ik raad u, de lezer, aan u er ook niets van aan te trekken. Dat is toevallig precies de methode die ik gebruik om het dagelijks leven door te komen. Genoeg over mij, meer over andere dingen. Ik ben een paar weken terug naar een Harry Potter film in de bioscoop geweest, geen bijster goede film. Er zat naar mijn mening één goede scene in, het punt waarbij ik en mijn broertje allebei tegelijk "banshō issai kaijin to nase," naar het scherm konden schreeuwen zonder afspraak van tevoren. Maar goed, je moet ook wel een zekere basis van waanzin in je genen en opvoeding hebben voordat je dat soort dingen kan doen. Of niet. Ik hou niet van de Potter films en ik weiger er ook geld aan uit te geven sinds ik zo handig ben geweest om geld uit te geven aan het zevende boek met een uitgever als moeder. Toch heb ik het voor elkaar gekregen om vier van de zes films te zien zonder er een cent aan uit te geven. (Zijstap: ik herinner me nog dat in 2002 iedereen kritisch werd als je het woord 'cent' in de mond nam en dat mij werd verteld dat ik per se 'eurocent' moest zeggen, wat naar mijn weten geen hond meer doet onderhand.) Vervolgens heb ik die films ook allemaal afgekraakt, net als alle boeken en het hele wereldje van Potter, de Potterverse. Maar ik ga geen gezever over dat specifieke fictieve werk meer leveren, omdat ik het niet sportief vind om serieuze kritiek te gaan leveren op een uit de hand gelopen kinderboek dat gewoon zo dramatisch slecht is. Dus, geen negatief woord over Harry Potter van mij deze post. Wat ben ik vekeerd.
Wat ik overgehouden heb aan een paar jaar Latijn onderwijs en teveel nadenken over dingen die niet relevant zijn voor een man in de moderne maatschappij. (Dat wil zeggen, bier, voetbal, seks, geld, auto's, seks en allerlei seks-gerelateerde onderwerpen.) Latijn hoort daar natuurlijk niet bij, maar als niet-zelfrespecterende historicus in de dop met honderden zo niet duizenden verspilde lesuren in de buurt van een lesboek Latijn achter me kan ik het niet laten het over iets compleet zinloos en idioots te hebben met betrekking op (dat ook nog) Harry Potter. In de Potterwereld zijn vrijwel alle toverspreuken potjeslatijn, zoals sommige mensen misschien weten. Dat vindt de meerderheid van de idiote, krioelende mensheid niet erg, maar ik als elitair stuk vreten erger me dood aan de implicaties die bij Latijn als taal der toverspreuken horen. Om maar te zwijgen over de niet-Latijnse spreuken zoals Abra Kadabra. Als eerste zou bij een normaal, weldenkend mens (goed, ik weet dat er minder mensen aan mijn voorwaarden van weldenkend voldoen dan ik over het algemeen geloof, ellendig gepeupel) gelijk opvallen dat alles wat je zegt in Latijn, begeleid door een zwiepje met je toverstaf, die zin tot waarheid maakt. Diegene zou dan even Latijn gaan leren en nieuwe spreuken maken die meer schade doen dan één dode of een zwevend veertje. Toch is Latijn geen vak op Zweinstein, blijkbaar is niemand op het idee gekomen dat de taal die iedereen gebruikt om in te toveren misschien wel handig zou kunnen zijn voor toveronderwijs. Ook komt het niet in iemand op dat het gek is dat de Romeinen geen toverkunsten hadden maar wel de magische taal ontwikkelden, terwijl niemand enige referenties maakt naar de enige echte europese magiërs, zijnde de druïden. Volgens mij is het gewoon een symptoon van een boek dat niet bedoeld is om grootsheid te bereiken.
Hoe dan ook, ik zat specifiek na te denken over de spreuk 'sectumsempra,' een product van het zesde boek, waarbij alle spreuken waarschijnlijk iets beter overdacht zijn. Dit is, zoals veel spreuken bij Potter, een hele zin, wat niet bijster moeilijk is met die taal. Ik laat me even rustig ontvallen dat het een hele efficiënte taal is omdat alle zinnen erg kort kunnen worden opgeschreven en de meeste geschriften ook nog eens alles afkorten en achter elkaar door schreven. Waarschijnlijk is het aan de andere kant geen waanzinnig populaire taal uiteindelijk omdat het gewoon een verdraaid ingewikkelde is. Ik kan geen andere reden verzinnen, want ik vind het leuk klinken en de taalfoefjes die men ermee kan uithalen zijn briljant. Sectum sempra, want het zijn twee woorden, horen in een zin van drie woorden waarin ellips is opgetreden, wat wel vaker gebeurt bij het werkwoord 'esse,' zijn. In dit geval zal de uiteindelijke zin, het is namelijk een vervloeking, 'sectum sempra es' zijn. Sempra betekent normaliter 'altijd,' in dit geval kan het worden gelezen als permanent. 'Es' is een vervoeging van zijn en betekent 'jij bent.' Sectum is het meest interessante woord, een participium passivum perfectum ofwel ppp, een specifieke vervoeging van het werkwoord 'secere' wat ook wel snijden betekent. De ppp kan vaak worden vergeleken met het voltooid deelwoord. Vaak zal sectum worden vertaald als 'nadat het gesneden was,' maar eventueel kan het woord op zichzelf staan in betekenis waardoor het 'datgene wat gesneden is' wordt. In de zin 'sectum sempra' is datgene de slome duikelaar die aangesproken wordt en niet allang verhuisd is naar een betere setting. Vanaf dat punt is de zin redelijk makkelijk te vertalen en wordt het 'jij bent permanent gesneden' of iets van die strekking. Dat is toevallig genoeg ook precies wat die spreuk doet, wat het een pietsie flauw maakt. Geef mij dan eerder iets als: "Disintegrate, you black dog of Rondanini!! Look upon yourself with horror and then claw out your own throat!" Die spreuk doet tot mijn vreugd níét exact wat ze zegt te doen. Is het zo moeilijk orgineel te zijn?
Ik moet me niet zo opwinden over die dingen. Als ik het zulke slechte boeken vind moet ik zelf een beter werk schrijven en er nóg meer van verkopen, dan mag ik kritiek leveren. Zolang ik dat niet doe schuift de sceptische meta-mind al mijn opmerkingen over het bij elkaar gejatte ouvre van Rowling af op jaloezie dat zij succesvol en commercieel is en ik niet. In de tussentijd mag ik van de sociale censuur in mijn eigen brein geen dameskleding passen in dameskledingzaken, of het me nou staat of niet, wat ook weer iets stoms heeft. Daarnaast heb ik ook nog niet John Hale's meesterwerk van culturele geschiedenis niet uit hoewel ik het al weken lees, die informatieve eikel van een genie. Tenslotte begint mijn elitisme enorm uit de pan te rijzen, nu ik al geruime tijd me aan het voorbereiden ben op een studie en mijn geest begint te verschrompelen tot die van een cynische ouwe lul. Ik haat mijn toekomst en mijn verleden is niet veel beter. Walging omringt me en ik reageer het veel te weinig af, wat een hoop rommel gaat veroorzaken. Niet dat iemand zich zorgen hoeft te maken.
Hugo Maat.
Naar het schijnt zijn mijn posts onleesbaar geworden. Dit is een redelijk ongegronde uitspraak, net zoals de meeste dingen die ik zeg, dus ik trek me er niets van aan en ik raad u, de lezer, aan u er ook niets van aan te trekken. Dat is toevallig precies de methode die ik gebruik om het dagelijks leven door te komen. Genoeg over mij, meer over andere dingen. Ik ben een paar weken terug naar een Harry Potter film in de bioscoop geweest, geen bijster goede film. Er zat naar mijn mening één goede scene in, het punt waarbij ik en mijn broertje allebei tegelijk "banshō issai kaijin to nase," naar het scherm konden schreeuwen zonder afspraak van tevoren. Maar goed, je moet ook wel een zekere basis van waanzin in je genen en opvoeding hebben voordat je dat soort dingen kan doen. Of niet. Ik hou niet van de Potter films en ik weiger er ook geld aan uit te geven sinds ik zo handig ben geweest om geld uit te geven aan het zevende boek met een uitgever als moeder. Toch heb ik het voor elkaar gekregen om vier van de zes films te zien zonder er een cent aan uit te geven. (Zijstap: ik herinner me nog dat in 2002 iedereen kritisch werd als je het woord 'cent' in de mond nam en dat mij werd verteld dat ik per se 'eurocent' moest zeggen, wat naar mijn weten geen hond meer doet onderhand.) Vervolgens heb ik die films ook allemaal afgekraakt, net als alle boeken en het hele wereldje van Potter, de Potterverse. Maar ik ga geen gezever over dat specifieke fictieve werk meer leveren, omdat ik het niet sportief vind om serieuze kritiek te gaan leveren op een uit de hand gelopen kinderboek dat gewoon zo dramatisch slecht is. Dus, geen negatief woord over Harry Potter van mij deze post. Wat ben ik vekeerd.
Wat ik overgehouden heb aan een paar jaar Latijn onderwijs en teveel nadenken over dingen die niet relevant zijn voor een man in de moderne maatschappij. (Dat wil zeggen, bier, voetbal, seks, geld, auto's, seks en allerlei seks-gerelateerde onderwerpen.) Latijn hoort daar natuurlijk niet bij, maar als niet-zelfrespecterende historicus in de dop met honderden zo niet duizenden verspilde lesuren in de buurt van een lesboek Latijn achter me kan ik het niet laten het over iets compleet zinloos en idioots te hebben met betrekking op (dat ook nog) Harry Potter. In de Potterwereld zijn vrijwel alle toverspreuken potjeslatijn, zoals sommige mensen misschien weten. Dat vindt de meerderheid van de idiote, krioelende mensheid niet erg, maar ik als elitair stuk vreten erger me dood aan de implicaties die bij Latijn als taal der toverspreuken horen. Om maar te zwijgen over de niet-Latijnse spreuken zoals Abra Kadabra. Als eerste zou bij een normaal, weldenkend mens (goed, ik weet dat er minder mensen aan mijn voorwaarden van weldenkend voldoen dan ik over het algemeen geloof, ellendig gepeupel) gelijk opvallen dat alles wat je zegt in Latijn, begeleid door een zwiepje met je toverstaf, die zin tot waarheid maakt. Diegene zou dan even Latijn gaan leren en nieuwe spreuken maken die meer schade doen dan één dode of een zwevend veertje. Toch is Latijn geen vak op Zweinstein, blijkbaar is niemand op het idee gekomen dat de taal die iedereen gebruikt om in te toveren misschien wel handig zou kunnen zijn voor toveronderwijs. Ook komt het niet in iemand op dat het gek is dat de Romeinen geen toverkunsten hadden maar wel de magische taal ontwikkelden, terwijl niemand enige referenties maakt naar de enige echte europese magiërs, zijnde de druïden. Volgens mij is het gewoon een symptoon van een boek dat niet bedoeld is om grootsheid te bereiken.
Hoe dan ook, ik zat specifiek na te denken over de spreuk 'sectumsempra,' een product van het zesde boek, waarbij alle spreuken waarschijnlijk iets beter overdacht zijn. Dit is, zoals veel spreuken bij Potter, een hele zin, wat niet bijster moeilijk is met die taal. Ik laat me even rustig ontvallen dat het een hele efficiënte taal is omdat alle zinnen erg kort kunnen worden opgeschreven en de meeste geschriften ook nog eens alles afkorten en achter elkaar door schreven. Waarschijnlijk is het aan de andere kant geen waanzinnig populaire taal uiteindelijk omdat het gewoon een verdraaid ingewikkelde is. Ik kan geen andere reden verzinnen, want ik vind het leuk klinken en de taalfoefjes die men ermee kan uithalen zijn briljant. Sectum sempra, want het zijn twee woorden, horen in een zin van drie woorden waarin ellips is opgetreden, wat wel vaker gebeurt bij het werkwoord 'esse,' zijn. In dit geval zal de uiteindelijke zin, het is namelijk een vervloeking, 'sectum sempra es' zijn. Sempra betekent normaliter 'altijd,' in dit geval kan het worden gelezen als permanent. 'Es' is een vervoeging van zijn en betekent 'jij bent.' Sectum is het meest interessante woord, een participium passivum perfectum ofwel ppp, een specifieke vervoeging van het werkwoord 'secere' wat ook wel snijden betekent. De ppp kan vaak worden vergeleken met het voltooid deelwoord. Vaak zal sectum worden vertaald als 'nadat het gesneden was,' maar eventueel kan het woord op zichzelf staan in betekenis waardoor het 'datgene wat gesneden is' wordt. In de zin 'sectum sempra' is datgene de slome duikelaar die aangesproken wordt en niet allang verhuisd is naar een betere setting. Vanaf dat punt is de zin redelijk makkelijk te vertalen en wordt het 'jij bent permanent gesneden' of iets van die strekking. Dat is toevallig genoeg ook precies wat die spreuk doet, wat het een pietsie flauw maakt. Geef mij dan eerder iets als: "Disintegrate, you black dog of Rondanini!! Look upon yourself with horror and then claw out your own throat!" Die spreuk doet tot mijn vreugd níét exact wat ze zegt te doen. Is het zo moeilijk orgineel te zijn?
Ik moet me niet zo opwinden over die dingen. Als ik het zulke slechte boeken vind moet ik zelf een beter werk schrijven en er nóg meer van verkopen, dan mag ik kritiek leveren. Zolang ik dat niet doe schuift de sceptische meta-mind al mijn opmerkingen over het bij elkaar gejatte ouvre van Rowling af op jaloezie dat zij succesvol en commercieel is en ik niet. In de tussentijd mag ik van de sociale censuur in mijn eigen brein geen dameskleding passen in dameskledingzaken, of het me nou staat of niet, wat ook weer iets stoms heeft. Daarnaast heb ik ook nog niet John Hale's meesterwerk van culturele geschiedenis niet uit hoewel ik het al weken lees, die informatieve eikel van een genie. Tenslotte begint mijn elitisme enorm uit de pan te rijzen, nu ik al geruime tijd me aan het voorbereiden ben op een studie en mijn geest begint te verschrompelen tot die van een cynische ouwe lul. Ik haat mijn toekomst en mijn verleden is niet veel beter. Walging omringt me en ik reageer het veel te weinig af, wat een hoop rommel gaat veroorzaken. Niet dat iemand zich zorgen hoeft te maken.
Hugo Maat.
9.8.09
Esnesnon 9-8-09
Goedenavond.
Het is enkel en alleen dankzij een vreemde keuze betreffende de invulling van de verjaardagskalender die bij ons op het toilet hangt dat ik tot het eigenlijke besef kwam dat vandaag de 64ste verjaardag van de bom op Nagasaki is. Drie dagen terug was de sterfdag van Hiroshima, eergisteren zou de 86ste verjaardag van mijn opa zijn geweest, ware het niet dat hij uit de race ligt sinds hij de pijp uitging. (Nagasaki vond ik geen leuke keuze voor een atoombombardement, ik voel een ongegronde trots als het over die stad gaat omdat het me aan Decima doet denken en al die fijne VOC-mentaliteiten wakker schudt, een beetje gezond patriottisme jegens de Republiek in de Gouden Eeuw, toen we nog goed, of misschien genuanceerder: beter, bezig waren.) Eens zien. In vier dagen tijd twee atoombommen en de 22ste verjaardag van een Nederlandse man, zijn land net 'bevrijd' van het kwade keizerrijk in het oosten, Nazi-Germanije. Destijds had hij natuurlijk nog geen weet van het feit dat hij ooit naar de brievenbus zou lopen en niet terug zou lopen. Ook kon hij onmogelijk hebben vermoed dat zijn kleinzoon (dat alleen al) er later over zou schrijven op een computer nota bene, die aangesloten zit op een wereldwijd netwerk tussen andere computers en nu ben ik teveel aan het afdwalen.
Ik weet niet precies hoe ik erop kwam, maar ik merk bij mezelf dat er enige openbaring optreedt bij mij rond deze feiten. Dat betreft het idee dat iedereen menselijk is, geen bijzondere opmerking of scherpzinnige observatie natuurlijk, maar wel iets waar ik zelden volledig bij stilsta. Het is misschien de moeite waard om te bedenken dat iedereen dingen denkt en ergens beelden van vormt, dat mensen niet alles weten of alles merken wat je doet en dat je voor hen iemand anders bent dan voor jezelf. Of zelfs helemaal los van jezelf, het idee dat andere mensen dingen meemaken en nog weer andere mensen kennen, dat ze eventueel over het leven nadenken, dat ze iets weten en iets kunnen. Dat mensen kunnen huilen om iets anders dan ernstige slappe lach of het snijden van uien. Het idee dat andere mensen gevoelens hebben, dat andere mensen niet alleen blij, moe of boos zijn, maar ook verward, bang en verdrietig, dat ze kunnen falen of kunnen worden gebroken, dat idee komt maar zelden in me op. En zelfs als dat gebeurt dan geldt het alleen voor een paar mensen, een kleine minderheid dicht in de buurt, die me dan ook gelijk shoqueren zodra blijkt dat ze inderdaad mensen zijn en niet de symbolische eenzijdige karakters in de derde akte van 'Crazy shit that happens before you die alone and unloved,' het toneelstuk gebaseerd op mijn autobiografie, nog in de maak. Meelezers en kritiek gewenst, svp.
Dat ik een zielloos schepsel dat met niemand meeleeft ben zal weinig mensen verbazen. De kwestie die ik wil bespreken komt pas aan bod als ik de tegenstelling bemerk tussen mijn eigen deductie over mijn persoonlijkheid en wat andere mensen over mij tegen mij gezegd hebben. Nu ben ik het vrijwel nooit eens met beschrijvingen van andere mensen over mijn karakter, haast uit principe. Noem dat gerust een rare instelling, maar bedenk dat één van die beschrijvingen, gemaakt door iemand waarvan ik haast zou verwachten dat diegene een gedegen karakterschets zou kunnen maken, mij typeert als zeer empatisch. Jawel, ik ben dus kennelijk uitstekend in staat om me in te leven in andere mensen en alles ja. Ik zit te twijfelen waar ik over door zal gaan zeuren, over het feit dat mensen allerlei beschrijvingen van mij de wereld in zouden kunnen helpen die redelijk onzin zijn of over het feit dat er werkelijk niets empatisch aan mij is. Ik begin even met de empathie. Mijn [sarcasm]wonderbaarlijke inlevingsvermogen[/sarcasm] eindigt bij de voordeur, of eerder nog als iemand besluit door die voordeur te stappen. Ik kan bij mijn eigen familie me nagenoeg nooit voorstellen hoe die zich voelen en wat zij willen of weten. Dan te bedenken dat alle Nagasaki slachtoffers ook kans hadden op bezit van gevoelens, tot ze door straling (en een grote explosie) geroosterd werden. Noodzakelijkerwijs hadden ze allemaal ouders, levend of dood. Die hadden misschien ook wel een persoonlijkheid. Ik kan me daar helemaal niets bij voorstellen, het betekent allemaal niets voor mij. En nee, dat is níét enkel en alleen omdat het Japanners zijn en ze mogelijk niet eens gevoelens kennen op dat eiland, dat is slechts een factor. Of misschien moet ik niet beginnen aan haat van alles dat niet keurig Hollands is, daar is het al te laat op de avond voor.
Ik wil graag een verzoek uit laten gaan aan de wereldbevolking om andere mensen niet te vertellen wat voor een type ik ben, tenzij die andere mensen heel aantrekkelijk zijn en die beschrijving dermate onjuist is dat de mensen in kwestie geïnteresseerd in me raken. Ik eis de exclusieve kans op het zaaien van ideeën die mensen over mij hebben voor mijzelf op. Mocht iemand heel graag willen weten wie ik ben, geef diegene dan een link van dit blog, gezien het feit dat ik mijn waarde als menselijk leven afmeet aan het aantal lezers van mijn blog waar ik mezelf niet bij opgeteld heb. Of misschien een beter idee, negeer alles wat ik zeg en laat mij in mijn sop gaarkoken met al mijn vreemde eisen, ideeën en suggesties tot ik al die dingen opgeef en in plaats daarvan besluit mijn leven en hoofd te vullen met het stichten van een gezin, het verdienen van geld en het bijdragen aan de maatschappij, om niet te spreken over de modelbootjes en treintjes die ik als hobby ga maken en onderhouden om niet te bedenken dat mijn leven tragisch en nutteloos is of de tweede auto en de dakkapel die ik aanschaf omdat tegen die tijd de economie misschien weer ergens anders heengaat dan de afgrond, of het dwingen mijn kinderen vroeg thuis te komen van sociale aangelegenheden waardoor ze niet goed met de groep mee kunnen komen wat in combinatie met hun genen leidt tot intellectualiteit zodat ze hun hersentjes kunnen inzetten voor het haten van mijn generatie die zo van de leegte vervuld is, iets wat ik nu al uitgebreid aan het doen ben. Maar misschien kan ik me beter bezighouden met de ondraaglijke nutteloosheid van het menselijk bestaan en historicus worden. Dan ga ik veilig in een ivoren toren zitten met gesloten deuren, bang voor alles en mijn schaduw, om neer te kijken op de krioelende idioten daarbuiten met wie ik geen tel hoef mee te leven. Mijn god, de gapende afgrond, dark and penguin-fringed, het dier dat zich mens noemt.
Hugo Maat.
Het is enkel en alleen dankzij een vreemde keuze betreffende de invulling van de verjaardagskalender die bij ons op het toilet hangt dat ik tot het eigenlijke besef kwam dat vandaag de 64ste verjaardag van de bom op Nagasaki is. Drie dagen terug was de sterfdag van Hiroshima, eergisteren zou de 86ste verjaardag van mijn opa zijn geweest, ware het niet dat hij uit de race ligt sinds hij de pijp uitging. (Nagasaki vond ik geen leuke keuze voor een atoombombardement, ik voel een ongegronde trots als het over die stad gaat omdat het me aan Decima doet denken en al die fijne VOC-mentaliteiten wakker schudt, een beetje gezond patriottisme jegens de Republiek in de Gouden Eeuw, toen we nog goed, of misschien genuanceerder: beter, bezig waren.) Eens zien. In vier dagen tijd twee atoombommen en de 22ste verjaardag van een Nederlandse man, zijn land net 'bevrijd' van het kwade keizerrijk in het oosten, Nazi-Germanije. Destijds had hij natuurlijk nog geen weet van het feit dat hij ooit naar de brievenbus zou lopen en niet terug zou lopen. Ook kon hij onmogelijk hebben vermoed dat zijn kleinzoon (dat alleen al) er later over zou schrijven op een computer nota bene, die aangesloten zit op een wereldwijd netwerk tussen andere computers en nu ben ik teveel aan het afdwalen.
Ik weet niet precies hoe ik erop kwam, maar ik merk bij mezelf dat er enige openbaring optreedt bij mij rond deze feiten. Dat betreft het idee dat iedereen menselijk is, geen bijzondere opmerking of scherpzinnige observatie natuurlijk, maar wel iets waar ik zelden volledig bij stilsta. Het is misschien de moeite waard om te bedenken dat iedereen dingen denkt en ergens beelden van vormt, dat mensen niet alles weten of alles merken wat je doet en dat je voor hen iemand anders bent dan voor jezelf. Of zelfs helemaal los van jezelf, het idee dat andere mensen dingen meemaken en nog weer andere mensen kennen, dat ze eventueel over het leven nadenken, dat ze iets weten en iets kunnen. Dat mensen kunnen huilen om iets anders dan ernstige slappe lach of het snijden van uien. Het idee dat andere mensen gevoelens hebben, dat andere mensen niet alleen blij, moe of boos zijn, maar ook verward, bang en verdrietig, dat ze kunnen falen of kunnen worden gebroken, dat idee komt maar zelden in me op. En zelfs als dat gebeurt dan geldt het alleen voor een paar mensen, een kleine minderheid dicht in de buurt, die me dan ook gelijk shoqueren zodra blijkt dat ze inderdaad mensen zijn en niet de symbolische eenzijdige karakters in de derde akte van 'Crazy shit that happens before you die alone and unloved,' het toneelstuk gebaseerd op mijn autobiografie, nog in de maak. Meelezers en kritiek gewenst, svp.
Dat ik een zielloos schepsel dat met niemand meeleeft ben zal weinig mensen verbazen. De kwestie die ik wil bespreken komt pas aan bod als ik de tegenstelling bemerk tussen mijn eigen deductie over mijn persoonlijkheid en wat andere mensen over mij tegen mij gezegd hebben. Nu ben ik het vrijwel nooit eens met beschrijvingen van andere mensen over mijn karakter, haast uit principe. Noem dat gerust een rare instelling, maar bedenk dat één van die beschrijvingen, gemaakt door iemand waarvan ik haast zou verwachten dat diegene een gedegen karakterschets zou kunnen maken, mij typeert als zeer empatisch. Jawel, ik ben dus kennelijk uitstekend in staat om me in te leven in andere mensen en alles ja. Ik zit te twijfelen waar ik over door zal gaan zeuren, over het feit dat mensen allerlei beschrijvingen van mij de wereld in zouden kunnen helpen die redelijk onzin zijn of over het feit dat er werkelijk niets empatisch aan mij is. Ik begin even met de empathie. Mijn [sarcasm]wonderbaarlijke inlevingsvermogen[/sarcasm] eindigt bij de voordeur, of eerder nog als iemand besluit door die voordeur te stappen. Ik kan bij mijn eigen familie me nagenoeg nooit voorstellen hoe die zich voelen en wat zij willen of weten. Dan te bedenken dat alle Nagasaki slachtoffers ook kans hadden op bezit van gevoelens, tot ze door straling (en een grote explosie) geroosterd werden. Noodzakelijkerwijs hadden ze allemaal ouders, levend of dood. Die hadden misschien ook wel een persoonlijkheid. Ik kan me daar helemaal niets bij voorstellen, het betekent allemaal niets voor mij. En nee, dat is níét enkel en alleen omdat het Japanners zijn en ze mogelijk niet eens gevoelens kennen op dat eiland, dat is slechts een factor. Of misschien moet ik niet beginnen aan haat van alles dat niet keurig Hollands is, daar is het al te laat op de avond voor.
Ik wil graag een verzoek uit laten gaan aan de wereldbevolking om andere mensen niet te vertellen wat voor een type ik ben, tenzij die andere mensen heel aantrekkelijk zijn en die beschrijving dermate onjuist is dat de mensen in kwestie geïnteresseerd in me raken. Ik eis de exclusieve kans op het zaaien van ideeën die mensen over mij hebben voor mijzelf op. Mocht iemand heel graag willen weten wie ik ben, geef diegene dan een link van dit blog, gezien het feit dat ik mijn waarde als menselijk leven afmeet aan het aantal lezers van mijn blog waar ik mezelf niet bij opgeteld heb. Of misschien een beter idee, negeer alles wat ik zeg en laat mij in mijn sop gaarkoken met al mijn vreemde eisen, ideeën en suggesties tot ik al die dingen opgeef en in plaats daarvan besluit mijn leven en hoofd te vullen met het stichten van een gezin, het verdienen van geld en het bijdragen aan de maatschappij, om niet te spreken over de modelbootjes en treintjes die ik als hobby ga maken en onderhouden om niet te bedenken dat mijn leven tragisch en nutteloos is of de tweede auto en de dakkapel die ik aanschaf omdat tegen die tijd de economie misschien weer ergens anders heengaat dan de afgrond, of het dwingen mijn kinderen vroeg thuis te komen van sociale aangelegenheden waardoor ze niet goed met de groep mee kunnen komen wat in combinatie met hun genen leidt tot intellectualiteit zodat ze hun hersentjes kunnen inzetten voor het haten van mijn generatie die zo van de leegte vervuld is, iets wat ik nu al uitgebreid aan het doen ben. Maar misschien kan ik me beter bezighouden met de ondraaglijke nutteloosheid van het menselijk bestaan en historicus worden. Dan ga ik veilig in een ivoren toren zitten met gesloten deuren, bang voor alles en mijn schaduw, om neer te kijken op de krioelende idioten daarbuiten met wie ik geen tel hoef mee te leven. Mijn god, de gapende afgrond, dark and penguin-fringed, het dier dat zich mens noemt.
Hugo Maat.
7.8.09
Esnesnon 7-8-09
10.
Goedemorgen.
Gisteren schreef ik over mijn eigen ongeloof, een lijn die ik nog even door wil trekken vandaag. In plaats van het ongeloof van mijzelf naar buiten gericht, het scepsisme dat al mijn ervaringen en invoer van kennis reduceert tot een dieet ter ondersteuning van een specifiek wereldbeeld van zinloosheid en afwezigheid van spiritualiteit; in zekere zin een directe verandering van de wereld om mij heen, simpelweg door haar anders op te vatten en zo een nieuwe wereld te scheppen met niets meer dan de menselijke geest, ga ik het hebben over de relatie van ongeloof die de andere kant uit werkt; mijn inzet om mijzelf te veranderen ten opzichte van de wereld door een filter van informatiebeperking en interpretaties. In andere woorden, ik ga het proberen te hebben over mijn voorliefde voor leugens en daarmee het scheppen van een ander mens voor de wereld in plaats van een andere wereld voor de mens. Natuurlijk kunt u als lezer al snel het idee opvatten dat een verhandeling over de leugen en erger nog een verhandeling vanuit het oogpunt van een eventueel pathologisch leugenaar (een term die door mijzelf en een psycholoog gehanteerd is met betrekking op mij) hoogstwaarschijnlijk voor een deel zo niet geheel onwaar is. Ik voel me dan ook genoodzaakt te melden, een melding die mij zelf als een echo in de oren klinkt, zelfs als er geen ander geluid te horen is dan het monotone geratel van plastic toetsen: U moet niet alles geloven wat ik zeg.
De essentie van een leugen ligt in mijn visie bij de discrepantie tussen de kennis die een individu bezit en de informatie die hij overlevert. Geenszins heeft een leugen naar mijn mening iets te maken met het waarheidsgehalte van de uitspraak; leugens zijn net als waarheden in veel gevallen afhankelijk van mensen. Ik zou haast hier een korte verhandeling over waarheid aangaan, een verleiding die ik bijna niet kan weerstaan. Goed, waarheden zijn (net als leugens) direct verbonden met het begrip kennis. Een objectieve waarheid bestaat niet echt in dit geval omdat een waarheid zonder mensen die er kennis van nemen alleen een onderdeel van het bestaan is, die misschien wel altijd aan het werk is maar die zonder menselijke ratificatie ook altijd alleen datgene zal blijven. Zolang mensen zich er niet om bekommeren kan ergens niet van worden gezegd dat het waar is, niet waar of gelogen, toestanden die alleen van toepassing zijn in menselijke denkkaders. Stel ik bezig nu dat er een zonnebloempit in mijn zak zit. Voordat ik het gezegd had, voordat iemand het gezegd had, kon je over die uitspraak nog niet zeggen of die waar, niet waar of gelogen was, uitspraken die geen relevantie hebben aangezien de uitspraak waar het betrekking op hoort te hebben niet bestond. Want dat is het enige waar die criteria op functioneren: uitspraken. Probeer maar eens te verkondigen dat een voorwerp waar is.
Ik kom hiermee tot de stelling dat leugens en waarheden geen betrekking hebben op de wereld, maar alleen op de relatie tussen de wereld en de mens, een relatie ditmaal gevormd door uitspraken. Uitspraken vormen een verbinding tussen de mens en de rest die twee kanten op kan werken. Mensen kunnen de wereld beïnvloeden door uitspraken; ze kunnen iets waar of niet waar verklaren, kunnen een plek hun huis maken en twee mensen getrouwd. Ook kunnen uitspraken van de wereld naar mensen toe, net als feitelijk alles wat een mens kan horen, wat weer onder het rijtje ervaring valt. Maar het is meer dan dat. Kennis, menselijke kennis, is feitelijk geheel en al opgebouwd uit uitspraken die als waar worden beschouwd. Wiskunde is een verzameling uitspraken, die toegepast worden op de wereld buiten ons om die in te kunnen delen in een systeem. De gehele wetenschap maar ook huis- tuin- en keukenweetjes zijn uiteindelijk uitspraken over de wereld. Kennis vormt mensen, uitspraken vormen kennis, leugens kunnen uitspraken vormen, leugens kunnen kennis vormen en dus ook mensen. Leugens en waarheden hebben misschien geen betrekking, maar wel effect op mensen en de wereld. (De wereld wordt weer door leugens en waarheden beïnvloed door denkkaders te leveren voor mensen, die met de ordening van ervaringen en kennis hun eigen wereldbeeld en ook daardoor een eigen relatieve wereld scheppen.)
Kortom, het criterium van een leugen is dat het een uitspraak is en dat degene die de uitspraak doet (wat natuurlijk ook geschreven, geschilderd of wat dan ook kan zijn) zelf meent dat deze onwaar is. Leugens kunnen feitelijk waar zijn, maar objectieve waarheid is in de beschouwing van waarheid en leugen irrelevant. Bij subjectief ware uitspraken kan nog het onderscheid tussen 'waar' en 'niet waar' worden gemaakt, afhankelijk van objectieve waarheid. De essentie van de leugen wordt pas interessant op het moment dat de uitspraak in de wereld, bij andere mensen terecht komt. Mensen die een gelogen uitspraak ervaren kunnen namelijk de leugen aanzien als onwaarheid of als waarheid, in het eerste geval blijft de leugen een leugen in de wereld en in de mens, maar in het tweede geval verandert de leugen in een subjectieve waarheid maar een objectieve onwaarheid. Kennis vereist geen objectieve waarheid, in tegenstelling tot de bewering van Plato, het vereist subjectieve waarheid. Een leugen die geloofd wordt verandert in de kennis van een ander. Nog gecompliceerder is het vraagstuk van de leugenaar die tegen zichzelf probeert te liegen, een poging die volgens het criterium mogelijk is, maar weinig succeskans heeft. Per slot van rekening weet de leugenaar als geen ander wat zijn eigen leugens en zijn eigen waarheden zijn. Er is een scenario te bedenken waarin de leugenaar uiteindelijk zichzelf van zijn leugens weet te overtuigen, maar hoe meer de leugenaar dergelijke dingen uitdenkt hoe minder goed ze werken. Het liegen van een individu tegen zichzelf heeft meer te maken met toevallige omstandigheden.
Ik hou van leugens. Misschien is het de uitstap uit mijn eigen sceptische, lege wereldbeeld dat ik die leegte probeer te vullen met de poging de scepsis van anderen te omzeilen. Ik reageer het gebrek aan ruimte voor onwaarheid in mijn eigen beleving af door onwaarheid aan andere mensen te verkopen. Misschien schep ik een andere versie van mezelf om te presenteren aan de rest van de wereld, een neiging geboren uit haat voor het wezen dat ik geworden ben vanuit het extreem sceptische denken, misschien hou ik van de spanning die het oplevert om af te wachten of iemand me gelooft of niet, misschien heb ik een rijke fantasie en vind ik hetgeen ik verzin mooier dan wat echt is en besluit ik dat ook te delen, misschien heb ik teveel schijfruimte daarboven over en vul ik het met verwikkelingen terwijl normale mensen kruiswoordraadsels oplossen. Misschien ben ik gewend te liegen om te ontkomen aan werk en verplichting en is het gewoon een verslaving geworden. Geen van die verklaringen maken mij iets uit want ongeacht wat ik vertel, de lijnen tussen leugen en waarheid zijn al flinterdun geworden als het op mijn uitspraken aankomt. Mijn uitspraken hebben, als kennis, onwaar of niet, de neiging op elkaar in te grijpen en een coherent systeem te vormen zodat ze qua waarheid op elkaar stoelen; de keuze is tussen het vergelijken van mijn uitspraken met de wereld daarbuiten of met andere uitspraken van mij. Ik weet voor mij nog grotendeels wat waar is. Inmiddels is dat gedachtegoed ondeelbaar geworden.
Hugo Maat.
Goedemorgen.
Gisteren schreef ik over mijn eigen ongeloof, een lijn die ik nog even door wil trekken vandaag. In plaats van het ongeloof van mijzelf naar buiten gericht, het scepsisme dat al mijn ervaringen en invoer van kennis reduceert tot een dieet ter ondersteuning van een specifiek wereldbeeld van zinloosheid en afwezigheid van spiritualiteit; in zekere zin een directe verandering van de wereld om mij heen, simpelweg door haar anders op te vatten en zo een nieuwe wereld te scheppen met niets meer dan de menselijke geest, ga ik het hebben over de relatie van ongeloof die de andere kant uit werkt; mijn inzet om mijzelf te veranderen ten opzichte van de wereld door een filter van informatiebeperking en interpretaties. In andere woorden, ik ga het proberen te hebben over mijn voorliefde voor leugens en daarmee het scheppen van een ander mens voor de wereld in plaats van een andere wereld voor de mens. Natuurlijk kunt u als lezer al snel het idee opvatten dat een verhandeling over de leugen en erger nog een verhandeling vanuit het oogpunt van een eventueel pathologisch leugenaar (een term die door mijzelf en een psycholoog gehanteerd is met betrekking op mij) hoogstwaarschijnlijk voor een deel zo niet geheel onwaar is. Ik voel me dan ook genoodzaakt te melden, een melding die mij zelf als een echo in de oren klinkt, zelfs als er geen ander geluid te horen is dan het monotone geratel van plastic toetsen: U moet niet alles geloven wat ik zeg.
De essentie van een leugen ligt in mijn visie bij de discrepantie tussen de kennis die een individu bezit en de informatie die hij overlevert. Geenszins heeft een leugen naar mijn mening iets te maken met het waarheidsgehalte van de uitspraak; leugens zijn net als waarheden in veel gevallen afhankelijk van mensen. Ik zou haast hier een korte verhandeling over waarheid aangaan, een verleiding die ik bijna niet kan weerstaan. Goed, waarheden zijn (net als leugens) direct verbonden met het begrip kennis. Een objectieve waarheid bestaat niet echt in dit geval omdat een waarheid zonder mensen die er kennis van nemen alleen een onderdeel van het bestaan is, die misschien wel altijd aan het werk is maar die zonder menselijke ratificatie ook altijd alleen datgene zal blijven. Zolang mensen zich er niet om bekommeren kan ergens niet van worden gezegd dat het waar is, niet waar of gelogen, toestanden die alleen van toepassing zijn in menselijke denkkaders. Stel ik bezig nu dat er een zonnebloempit in mijn zak zit. Voordat ik het gezegd had, voordat iemand het gezegd had, kon je over die uitspraak nog niet zeggen of die waar, niet waar of gelogen was, uitspraken die geen relevantie hebben aangezien de uitspraak waar het betrekking op hoort te hebben niet bestond. Want dat is het enige waar die criteria op functioneren: uitspraken. Probeer maar eens te verkondigen dat een voorwerp waar is.
Ik kom hiermee tot de stelling dat leugens en waarheden geen betrekking hebben op de wereld, maar alleen op de relatie tussen de wereld en de mens, een relatie ditmaal gevormd door uitspraken. Uitspraken vormen een verbinding tussen de mens en de rest die twee kanten op kan werken. Mensen kunnen de wereld beïnvloeden door uitspraken; ze kunnen iets waar of niet waar verklaren, kunnen een plek hun huis maken en twee mensen getrouwd. Ook kunnen uitspraken van de wereld naar mensen toe, net als feitelijk alles wat een mens kan horen, wat weer onder het rijtje ervaring valt. Maar het is meer dan dat. Kennis, menselijke kennis, is feitelijk geheel en al opgebouwd uit uitspraken die als waar worden beschouwd. Wiskunde is een verzameling uitspraken, die toegepast worden op de wereld buiten ons om die in te kunnen delen in een systeem. De gehele wetenschap maar ook huis- tuin- en keukenweetjes zijn uiteindelijk uitspraken over de wereld. Kennis vormt mensen, uitspraken vormen kennis, leugens kunnen uitspraken vormen, leugens kunnen kennis vormen en dus ook mensen. Leugens en waarheden hebben misschien geen betrekking, maar wel effect op mensen en de wereld. (De wereld wordt weer door leugens en waarheden beïnvloed door denkkaders te leveren voor mensen, die met de ordening van ervaringen en kennis hun eigen wereldbeeld en ook daardoor een eigen relatieve wereld scheppen.)
Kortom, het criterium van een leugen is dat het een uitspraak is en dat degene die de uitspraak doet (wat natuurlijk ook geschreven, geschilderd of wat dan ook kan zijn) zelf meent dat deze onwaar is. Leugens kunnen feitelijk waar zijn, maar objectieve waarheid is in de beschouwing van waarheid en leugen irrelevant. Bij subjectief ware uitspraken kan nog het onderscheid tussen 'waar' en 'niet waar' worden gemaakt, afhankelijk van objectieve waarheid. De essentie van de leugen wordt pas interessant op het moment dat de uitspraak in de wereld, bij andere mensen terecht komt. Mensen die een gelogen uitspraak ervaren kunnen namelijk de leugen aanzien als onwaarheid of als waarheid, in het eerste geval blijft de leugen een leugen in de wereld en in de mens, maar in het tweede geval verandert de leugen in een subjectieve waarheid maar een objectieve onwaarheid. Kennis vereist geen objectieve waarheid, in tegenstelling tot de bewering van Plato, het vereist subjectieve waarheid. Een leugen die geloofd wordt verandert in de kennis van een ander. Nog gecompliceerder is het vraagstuk van de leugenaar die tegen zichzelf probeert te liegen, een poging die volgens het criterium mogelijk is, maar weinig succeskans heeft. Per slot van rekening weet de leugenaar als geen ander wat zijn eigen leugens en zijn eigen waarheden zijn. Er is een scenario te bedenken waarin de leugenaar uiteindelijk zichzelf van zijn leugens weet te overtuigen, maar hoe meer de leugenaar dergelijke dingen uitdenkt hoe minder goed ze werken. Het liegen van een individu tegen zichzelf heeft meer te maken met toevallige omstandigheden.
Ik hou van leugens. Misschien is het de uitstap uit mijn eigen sceptische, lege wereldbeeld dat ik die leegte probeer te vullen met de poging de scepsis van anderen te omzeilen. Ik reageer het gebrek aan ruimte voor onwaarheid in mijn eigen beleving af door onwaarheid aan andere mensen te verkopen. Misschien schep ik een andere versie van mezelf om te presenteren aan de rest van de wereld, een neiging geboren uit haat voor het wezen dat ik geworden ben vanuit het extreem sceptische denken, misschien hou ik van de spanning die het oplevert om af te wachten of iemand me gelooft of niet, misschien heb ik een rijke fantasie en vind ik hetgeen ik verzin mooier dan wat echt is en besluit ik dat ook te delen, misschien heb ik teveel schijfruimte daarboven over en vul ik het met verwikkelingen terwijl normale mensen kruiswoordraadsels oplossen. Misschien ben ik gewend te liegen om te ontkomen aan werk en verplichting en is het gewoon een verslaving geworden. Geen van die verklaringen maken mij iets uit want ongeacht wat ik vertel, de lijnen tussen leugen en waarheid zijn al flinterdun geworden als het op mijn uitspraken aankomt. Mijn uitspraken hebben, als kennis, onwaar of niet, de neiging op elkaar in te grijpen en een coherent systeem te vormen zodat ze qua waarheid op elkaar stoelen; de keuze is tussen het vergelijken van mijn uitspraken met de wereld daarbuiten of met andere uitspraken van mij. Ik weet voor mij nog grotendeels wat waar is. Inmiddels is dat gedachtegoed ondeelbaar geworden.
Hugo Maat.
6.8.09
Esnesnon 6-8-09
Goedemorgen.
Waar ik het in de paar uren die ik in deze dag heb voor ik an die Arbeit ga wil hebben is de reden dat mijn leven een poel van duisternis en waanzin is. Of eigenlijk doe ik dat maar niet, gezien het feit dat de complete route naar mijn gekte in de eerste plaats enorm lang en ingewikkeld is en daarom teveel tijd kost, maar ook omdat ik het zelf niet eens goed weet omdat ik het me niet precies kan herinneren en omdat ik wel iets voel voor de Freudiaanse veronderstelling van een onderbewustzijn dat het menselijk gedrag beïnvloedt waar het mens-ding in kwestie niet per se van op de hoogte is. Ook denk ik dat de toekomst van de mensheid in serieus gevaar zou komen als ik mijn gedachtegoed op andere mensen over zou kunnen brengen, maar nu heb ik genoeg aan zelfverheerlijking gedaan. Als ik zo geweldig ben kan ik het ook uitstekend bij me houden en zelf mijn waarde beseffen zonder dat andere mensen mij daarbij moeten helpen. Noteer gerust de slechts ondiep verborgen connectie als ik vervolgens vervolg met de opmerking dat deze post (misschien niet tot het einde echter) over mij gaat. Daar had ik namelijk zin in. De schrijver heeft zich over de inhoud van de rant midden in de alinea bedacht en gaat in plaats van een complete uitleg (yeah right, succes daarmee) gewoon een soort stukje eruit te halen, uit te rekken en tegen het licht te houden tot er gaten doorheen branden door de hitte van het vuur.
Ik ben geen mens voor religie. Dit is relevant voor het verklaren van de teerpoel waar de meeste mensen een ziel dan wel hart of wat dan ook hebben omdat religie een groot onderdeel van iemands identiteit vormt. In veel lijstjes die je kunt invullen om aan te geven wie je bent op die 'sociale' sites waar je vrienden kunt vinden etcetera, komt religie als onderdeel voor. Niet dat ik iets afweet van dat soort sites, die dingen zijn bij wijze van spreken nog doder van binnen dan ik. Het fenomeen religie leidt tot meer dan het vormen van een individueel, nadenkend en vrij mens tot een onderdeel van een conforme kudde, iets waar sommige mensen, inclusief mijn vroegere zelf, het arme heilige schaap nog wel eens van wilden betichten, het geeft ook de mogelijkheid voor een individu om zich los van de massa verder als persoon te ontplooien. Een menselijke persoonlijkheid heeft al meer smaakjes dan ijs bij de Mariola, met meer dan een factor tien, waarvan religie slechts een flinke dot half vloeibare chocola is die tussendoor sijpelt en zich met vanalles vermengt en aan het reeds ingewikkelde recept van individu een extra smaakje toevoegt. Om als mens geheel en al gevormd te worden door die ene smaak van religie moet je gewoonweg een erg smakeloos mens zijn, in meerdere betekenissen. Ik doe mijn best niet te beginnen over kannibalisme, hoewel ik zojuist mensen metaforisch als een enorm ijsje met veel smaken heb weergegeven.
Kortom, mijn oordeel over religie in het algemeen is nog niet eens zo heel erg negatief. Religie is niet (noodzakelijk) slecht, mensen zijn slecht. Ik vind persoonlijk dat de kwaliteit van de persoonlijkheden niet in direct verband staat met de aanwezigheid van religieuze topping, juist wegens die diversiteit in smaken. Dat plaatst de oorzaak van het zijn van een ellendeling ergens anders, namelijk in andere factoren van de persoonlijkheid. Vandaag zou ik religie doen dus ga ik daar mee door, maar laat het dan wel alvast gezegd zijn dat het maar een onderdeel is van wie ik ben. Een merkbaar, prevalent onderdeel, maar nog steeds een deel. Aristoteles zei bovendien nog: 'Het geheel is meer dan de som van de delen.' Dat zou nog impliceren dat er nog meer uitleg te geven valt. Maar terug naar het onderwerp. Mijn gebrek aan religie is aan twee dingen te wijten. Dit geeft mij de mogelijkheid om deze post wat meer overzicht te geven en iets gestructureerder te schrijven, wat eventueel nog wel eens een belangrijker argument voor mij zou kunnen zijn dan het helder verkondigen van de waarheid. Het einde van die zin kan ik overigens met moeite uitspreken zonder te moeten lachen.
Ten eerste, om maar even een makkelijk signaalwoord te geven voor al die stakkers die kotsmisselijk zijn van het lezen van moeilijke teksten van schrijvers die weigeren duidelijk aan te geven wat de structuur in het relaas is, geloof ik het allemaal niet. De afgelopen twaalf jaar or so hebben voor een flink deel in het teken gestaan voor het afkalven van alles dat onbekend, onberekenbaar, onbereikbaar en ondenkbaar is. De laatste echte klappen kwamen ongeveer drie jaar terug toen ik me aan filosofie wijdde en zo compleet afrekende met het idee dat dingen onkenbaar waren. Ik was een kind toen ik voor mezelf begon te besluiten dat God niet bestond en dat, volgens kinderlijke logica, bewees door het makkelijke deel van de tien geboden te overtreden, herhaaldelijk, zonder dat ook maar de kleinste repercussie optrad. Met vloeken kwam ik op ongeveer vijfhonderd per dag, om maar iets te noemen. Mijn leven werd er niet slechter op en ook niet beter. Toen kwam bijvoorbeeld het besef dat alles wat ik zie gewoon voorstellingen van mijn hersenen zijn die lichtstralen interpreteren die afketsen van constructies atomen en moleculen richting mijn ogen, dat alles, inclusief mijzelf en de lucht die ik inademde, gewoon een atomenmassa was, kleine pakketjes deeltjes die elkaar met Vanderwaalskrachten op hun plek hielden. Ik leerde dat mijn ouders en alle volwassenen mensen waren, met (flinke) gebreken. Ik besefte dat menselijk gedrag uiteindelijk stoelt op dierlijke functies en uitgebreide conditionering, dat iedere gebeurtenis onderdeel was van een eindeloze keten van onoverzienbare oorzaak- en gevolgrelaties. Het was het meta-denken dat het hem deed, de mogelijkheid een object niet te confronteren op zijn eigen terrein, maar na te gaan hoe het object ontstaan was en welke grote wetmatigheden erop van toepassing waren. Het was niet de kennis die tot onttovering leidde, het was de route. Een route die mij als het ware boven het universum plaatst als superieure intellectuele entiteit, boven goden, fantasieën, ware liefde en Sinterklaas. Voor mij is transcendentie dood. Ik heb het met de plastic staak van meta-redeneringen aan de boom van pijn gepind, waarna hij verdween omdat transcendentie niet meer bestaat zodra het aangeraakt kan worden. Dat is exact wat mij is overkomen. Ik ben niet religieus, ik kán niet religieus zijn, omdat het kernelement niet meer bestaat. Net patat zonder aardappel. It disappeared into a 'poof' of logic.
Daarnaast, wederom het signaalwoord in een wanhopige poging orde te scheppen in de rant, heb ik geen behoefte aan religie. Ik heb niets aan religie, er zit geen nut aan verbonden maar ook geen toepassing in mijn denkkader. Ik voel me gek genoeg gedreven om alweer te denken in een driedeling als het gaat om de functies van religie. Bij religie als verklaring voor van alles en nog wat is er volgens mij weinig uitleg nodig om aan te geven waarom het geen plaats vindt in mijn leven. Omdat ik lui ben: zie bovenstaande alinea. Religie als waarde en ervaring heb ik meer over te zeggen. Ik heb geen behoefte aan een ethische richtlijn voor mijn leven of een visie van hoe de wereld zou moeten zijn. Ethiek vind ik niets (voor mijzelf) omdat ik vrij wil zijn en mijn grillen wil volgen zonder dat ik ooit hoef te denken of iets goed is of niet. De enige reden die ik zou hebben om van bepaalde acties af te zien is omdat ik daardoor vervolgens een gebrek aan eten, drinken, onderdak, seks of lichamelijke gezondheid zou oplopen. Andere mensen mogen gerust ethiek erop nahouden, zolang dat hen ervan weerhoudt om mij te schaden vind ik het mooi. Maar dit ging over mij, ik ben echt geen relaas aan het houden dat aangeeft waarom mensen zonder religie zouden moeten leven. Religie als ervaring is voor mij ook niets omdat ik iedere ervaring gewoon indeel en verklaar met saaie materiële begrippen en denkkaders. Ik geloof niet in religie, dus daar ben ik snel klaar mee. Wat ik al helemaal niet hoef is structuur in mijn leven of conformiteit, dus daar gaat religie als praktijk. Ik som het even slordig aan het einde van deze alinea op, zonder een nieuwe te starten voor de conclusie, door te zeggen dat religie geen plaats heeft in mijn leven. Daarmee gaat wellicht een grote hoeveelheid respect, liefde voor mijn medemens, diepte in mijn leven, waardevolle dingen en wijsheden verloren. Maar ik ben het nou eenmaal.
Hugo Maat.
Ps: Eigenlijk is conformiteit nog niet eens zo slecht, maar dan moet die conformiteit mijn eigen identiteit zijn. Volgens mij is dat nog echt heel grappig ook.
Waar ik het in de paar uren die ik in deze dag heb voor ik an die Arbeit ga wil hebben is de reden dat mijn leven een poel van duisternis en waanzin is. Of eigenlijk doe ik dat maar niet, gezien het feit dat de complete route naar mijn gekte in de eerste plaats enorm lang en ingewikkeld is en daarom teveel tijd kost, maar ook omdat ik het zelf niet eens goed weet omdat ik het me niet precies kan herinneren en omdat ik wel iets voel voor de Freudiaanse veronderstelling van een onderbewustzijn dat het menselijk gedrag beïnvloedt waar het mens-ding in kwestie niet per se van op de hoogte is. Ook denk ik dat de toekomst van de mensheid in serieus gevaar zou komen als ik mijn gedachtegoed op andere mensen over zou kunnen brengen, maar nu heb ik genoeg aan zelfverheerlijking gedaan. Als ik zo geweldig ben kan ik het ook uitstekend bij me houden en zelf mijn waarde beseffen zonder dat andere mensen mij daarbij moeten helpen. Noteer gerust de slechts ondiep verborgen connectie als ik vervolgens vervolg met de opmerking dat deze post (misschien niet tot het einde echter) over mij gaat. Daar had ik namelijk zin in. De schrijver heeft zich over de inhoud van de rant midden in de alinea bedacht en gaat in plaats van een complete uitleg (yeah right, succes daarmee) gewoon een soort stukje eruit te halen, uit te rekken en tegen het licht te houden tot er gaten doorheen branden door de hitte van het vuur.
Ik ben geen mens voor religie. Dit is relevant voor het verklaren van de teerpoel waar de meeste mensen een ziel dan wel hart of wat dan ook hebben omdat religie een groot onderdeel van iemands identiteit vormt. In veel lijstjes die je kunt invullen om aan te geven wie je bent op die 'sociale' sites waar je vrienden kunt vinden etcetera, komt religie als onderdeel voor. Niet dat ik iets afweet van dat soort sites, die dingen zijn bij wijze van spreken nog doder van binnen dan ik. Het fenomeen religie leidt tot meer dan het vormen van een individueel, nadenkend en vrij mens tot een onderdeel van een conforme kudde, iets waar sommige mensen, inclusief mijn vroegere zelf, het arme heilige schaap nog wel eens van wilden betichten, het geeft ook de mogelijkheid voor een individu om zich los van de massa verder als persoon te ontplooien. Een menselijke persoonlijkheid heeft al meer smaakjes dan ijs bij de Mariola, met meer dan een factor tien, waarvan religie slechts een flinke dot half vloeibare chocola is die tussendoor sijpelt en zich met vanalles vermengt en aan het reeds ingewikkelde recept van individu een extra smaakje toevoegt. Om als mens geheel en al gevormd te worden door die ene smaak van religie moet je gewoonweg een erg smakeloos mens zijn, in meerdere betekenissen. Ik doe mijn best niet te beginnen over kannibalisme, hoewel ik zojuist mensen metaforisch als een enorm ijsje met veel smaken heb weergegeven.
Kortom, mijn oordeel over religie in het algemeen is nog niet eens zo heel erg negatief. Religie is niet (noodzakelijk) slecht, mensen zijn slecht. Ik vind persoonlijk dat de kwaliteit van de persoonlijkheden niet in direct verband staat met de aanwezigheid van religieuze topping, juist wegens die diversiteit in smaken. Dat plaatst de oorzaak van het zijn van een ellendeling ergens anders, namelijk in andere factoren van de persoonlijkheid. Vandaag zou ik religie doen dus ga ik daar mee door, maar laat het dan wel alvast gezegd zijn dat het maar een onderdeel is van wie ik ben. Een merkbaar, prevalent onderdeel, maar nog steeds een deel. Aristoteles zei bovendien nog: 'Het geheel is meer dan de som van de delen.' Dat zou nog impliceren dat er nog meer uitleg te geven valt. Maar terug naar het onderwerp. Mijn gebrek aan religie is aan twee dingen te wijten. Dit geeft mij de mogelijkheid om deze post wat meer overzicht te geven en iets gestructureerder te schrijven, wat eventueel nog wel eens een belangrijker argument voor mij zou kunnen zijn dan het helder verkondigen van de waarheid. Het einde van die zin kan ik overigens met moeite uitspreken zonder te moeten lachen.
Ten eerste, om maar even een makkelijk signaalwoord te geven voor al die stakkers die kotsmisselijk zijn van het lezen van moeilijke teksten van schrijvers die weigeren duidelijk aan te geven wat de structuur in het relaas is, geloof ik het allemaal niet. De afgelopen twaalf jaar or so hebben voor een flink deel in het teken gestaan voor het afkalven van alles dat onbekend, onberekenbaar, onbereikbaar en ondenkbaar is. De laatste echte klappen kwamen ongeveer drie jaar terug toen ik me aan filosofie wijdde en zo compleet afrekende met het idee dat dingen onkenbaar waren. Ik was een kind toen ik voor mezelf begon te besluiten dat God niet bestond en dat, volgens kinderlijke logica, bewees door het makkelijke deel van de tien geboden te overtreden, herhaaldelijk, zonder dat ook maar de kleinste repercussie optrad. Met vloeken kwam ik op ongeveer vijfhonderd per dag, om maar iets te noemen. Mijn leven werd er niet slechter op en ook niet beter. Toen kwam bijvoorbeeld het besef dat alles wat ik zie gewoon voorstellingen van mijn hersenen zijn die lichtstralen interpreteren die afketsen van constructies atomen en moleculen richting mijn ogen, dat alles, inclusief mijzelf en de lucht die ik inademde, gewoon een atomenmassa was, kleine pakketjes deeltjes die elkaar met Vanderwaalskrachten op hun plek hielden. Ik leerde dat mijn ouders en alle volwassenen mensen waren, met (flinke) gebreken. Ik besefte dat menselijk gedrag uiteindelijk stoelt op dierlijke functies en uitgebreide conditionering, dat iedere gebeurtenis onderdeel was van een eindeloze keten van onoverzienbare oorzaak- en gevolgrelaties. Het was het meta-denken dat het hem deed, de mogelijkheid een object niet te confronteren op zijn eigen terrein, maar na te gaan hoe het object ontstaan was en welke grote wetmatigheden erop van toepassing waren. Het was niet de kennis die tot onttovering leidde, het was de route. Een route die mij als het ware boven het universum plaatst als superieure intellectuele entiteit, boven goden, fantasieën, ware liefde en Sinterklaas. Voor mij is transcendentie dood. Ik heb het met de plastic staak van meta-redeneringen aan de boom van pijn gepind, waarna hij verdween omdat transcendentie niet meer bestaat zodra het aangeraakt kan worden. Dat is exact wat mij is overkomen. Ik ben niet religieus, ik kán niet religieus zijn, omdat het kernelement niet meer bestaat. Net patat zonder aardappel. It disappeared into a 'poof' of logic.
Daarnaast, wederom het signaalwoord in een wanhopige poging orde te scheppen in de rant, heb ik geen behoefte aan religie. Ik heb niets aan religie, er zit geen nut aan verbonden maar ook geen toepassing in mijn denkkader. Ik voel me gek genoeg gedreven om alweer te denken in een driedeling als het gaat om de functies van religie. Bij religie als verklaring voor van alles en nog wat is er volgens mij weinig uitleg nodig om aan te geven waarom het geen plaats vindt in mijn leven. Omdat ik lui ben: zie bovenstaande alinea. Religie als waarde en ervaring heb ik meer over te zeggen. Ik heb geen behoefte aan een ethische richtlijn voor mijn leven of een visie van hoe de wereld zou moeten zijn. Ethiek vind ik niets (voor mijzelf) omdat ik vrij wil zijn en mijn grillen wil volgen zonder dat ik ooit hoef te denken of iets goed is of niet. De enige reden die ik zou hebben om van bepaalde acties af te zien is omdat ik daardoor vervolgens een gebrek aan eten, drinken, onderdak, seks of lichamelijke gezondheid zou oplopen. Andere mensen mogen gerust ethiek erop nahouden, zolang dat hen ervan weerhoudt om mij te schaden vind ik het mooi. Maar dit ging over mij, ik ben echt geen relaas aan het houden dat aangeeft waarom mensen zonder religie zouden moeten leven. Religie als ervaring is voor mij ook niets omdat ik iedere ervaring gewoon indeel en verklaar met saaie materiële begrippen en denkkaders. Ik geloof niet in religie, dus daar ben ik snel klaar mee. Wat ik al helemaal niet hoef is structuur in mijn leven of conformiteit, dus daar gaat religie als praktijk. Ik som het even slordig aan het einde van deze alinea op, zonder een nieuwe te starten voor de conclusie, door te zeggen dat religie geen plaats heeft in mijn leven. Daarmee gaat wellicht een grote hoeveelheid respect, liefde voor mijn medemens, diepte in mijn leven, waardevolle dingen en wijsheden verloren. Maar ik ben het nou eenmaal.
Hugo Maat.
Ps: Eigenlijk is conformiteit nog niet eens zo slecht, maar dan moet die conformiteit mijn eigen identiteit zijn. Volgens mij is dat nog echt heel grappig ook.
Abonneren op:
Posts (Atom)