Goedenavond.
Het is enkel en alleen dankzij een vreemde keuze betreffende de invulling van de verjaardagskalender die bij ons op het toilet hangt dat ik tot het eigenlijke besef kwam dat vandaag de 64ste verjaardag van de bom op Nagasaki is. Drie dagen terug was de sterfdag van Hiroshima, eergisteren zou de 86ste verjaardag van mijn opa zijn geweest, ware het niet dat hij uit de race ligt sinds hij de pijp uitging. (Nagasaki vond ik geen leuke keuze voor een atoombombardement, ik voel een ongegronde trots als het over die stad gaat omdat het me aan Decima doet denken en al die fijne VOC-mentaliteiten wakker schudt, een beetje gezond patriottisme jegens de Republiek in de Gouden Eeuw, toen we nog goed, of misschien genuanceerder: beter, bezig waren.) Eens zien. In vier dagen tijd twee atoombommen en de 22ste verjaardag van een Nederlandse man, zijn land net 'bevrijd' van het kwade keizerrijk in het oosten, Nazi-Germanije. Destijds had hij natuurlijk nog geen weet van het feit dat hij ooit naar de brievenbus zou lopen en niet terug zou lopen. Ook kon hij onmogelijk hebben vermoed dat zijn kleinzoon (dat alleen al) er later over zou schrijven op een computer nota bene, die aangesloten zit op een wereldwijd netwerk tussen andere computers en nu ben ik teveel aan het afdwalen.
Ik weet niet precies hoe ik erop kwam, maar ik merk bij mezelf dat er enige openbaring optreedt bij mij rond deze feiten. Dat betreft het idee dat iedereen menselijk is, geen bijzondere opmerking of scherpzinnige observatie natuurlijk, maar wel iets waar ik zelden volledig bij stilsta. Het is misschien de moeite waard om te bedenken dat iedereen dingen denkt en ergens beelden van vormt, dat mensen niet alles weten of alles merken wat je doet en dat je voor hen iemand anders bent dan voor jezelf. Of zelfs helemaal los van jezelf, het idee dat andere mensen dingen meemaken en nog weer andere mensen kennen, dat ze eventueel over het leven nadenken, dat ze iets weten en iets kunnen. Dat mensen kunnen huilen om iets anders dan ernstige slappe lach of het snijden van uien. Het idee dat andere mensen gevoelens hebben, dat andere mensen niet alleen blij, moe of boos zijn, maar ook verward, bang en verdrietig, dat ze kunnen falen of kunnen worden gebroken, dat idee komt maar zelden in me op. En zelfs als dat gebeurt dan geldt het alleen voor een paar mensen, een kleine minderheid dicht in de buurt, die me dan ook gelijk shoqueren zodra blijkt dat ze inderdaad mensen zijn en niet de symbolische eenzijdige karakters in de derde akte van 'Crazy shit that happens before you die alone and unloved,' het toneelstuk gebaseerd op mijn autobiografie, nog in de maak. Meelezers en kritiek gewenst, svp.
Dat ik een zielloos schepsel dat met niemand meeleeft ben zal weinig mensen verbazen. De kwestie die ik wil bespreken komt pas aan bod als ik de tegenstelling bemerk tussen mijn eigen deductie over mijn persoonlijkheid en wat andere mensen over mij tegen mij gezegd hebben. Nu ben ik het vrijwel nooit eens met beschrijvingen van andere mensen over mijn karakter, haast uit principe. Noem dat gerust een rare instelling, maar bedenk dat één van die beschrijvingen, gemaakt door iemand waarvan ik haast zou verwachten dat diegene een gedegen karakterschets zou kunnen maken, mij typeert als zeer empatisch. Jawel, ik ben dus kennelijk uitstekend in staat om me in te leven in andere mensen en alles ja. Ik zit te twijfelen waar ik over door zal gaan zeuren, over het feit dat mensen allerlei beschrijvingen van mij de wereld in zouden kunnen helpen die redelijk onzin zijn of over het feit dat er werkelijk niets empatisch aan mij is. Ik begin even met de empathie. Mijn [sarcasm]wonderbaarlijke inlevingsvermogen[/sarcasm] eindigt bij de voordeur, of eerder nog als iemand besluit door die voordeur te stappen. Ik kan bij mijn eigen familie me nagenoeg nooit voorstellen hoe die zich voelen en wat zij willen of weten. Dan te bedenken dat alle Nagasaki slachtoffers ook kans hadden op bezit van gevoelens, tot ze door straling (en een grote explosie) geroosterd werden. Noodzakelijkerwijs hadden ze allemaal ouders, levend of dood. Die hadden misschien ook wel een persoonlijkheid. Ik kan me daar helemaal niets bij voorstellen, het betekent allemaal niets voor mij. En nee, dat is níét enkel en alleen omdat het Japanners zijn en ze mogelijk niet eens gevoelens kennen op dat eiland, dat is slechts een factor. Of misschien moet ik niet beginnen aan haat van alles dat niet keurig Hollands is, daar is het al te laat op de avond voor.
Ik wil graag een verzoek uit laten gaan aan de wereldbevolking om andere mensen niet te vertellen wat voor een type ik ben, tenzij die andere mensen heel aantrekkelijk zijn en die beschrijving dermate onjuist is dat de mensen in kwestie geïnteresseerd in me raken. Ik eis de exclusieve kans op het zaaien van ideeën die mensen over mij hebben voor mijzelf op. Mocht iemand heel graag willen weten wie ik ben, geef diegene dan een link van dit blog, gezien het feit dat ik mijn waarde als menselijk leven afmeet aan het aantal lezers van mijn blog waar ik mezelf niet bij opgeteld heb. Of misschien een beter idee, negeer alles wat ik zeg en laat mij in mijn sop gaarkoken met al mijn vreemde eisen, ideeën en suggesties tot ik al die dingen opgeef en in plaats daarvan besluit mijn leven en hoofd te vullen met het stichten van een gezin, het verdienen van geld en het bijdragen aan de maatschappij, om niet te spreken over de modelbootjes en treintjes die ik als hobby ga maken en onderhouden om niet te bedenken dat mijn leven tragisch en nutteloos is of de tweede auto en de dakkapel die ik aanschaf omdat tegen die tijd de economie misschien weer ergens anders heengaat dan de afgrond, of het dwingen mijn kinderen vroeg thuis te komen van sociale aangelegenheden waardoor ze niet goed met de groep mee kunnen komen wat in combinatie met hun genen leidt tot intellectualiteit zodat ze hun hersentjes kunnen inzetten voor het haten van mijn generatie die zo van de leegte vervuld is, iets wat ik nu al uitgebreid aan het doen ben. Maar misschien kan ik me beter bezighouden met de ondraaglijke nutteloosheid van het menselijk bestaan en historicus worden. Dan ga ik veilig in een ivoren toren zitten met gesloten deuren, bang voor alles en mijn schaduw, om neer te kijken op de krioelende idioten daarbuiten met wie ik geen tel hoef mee te leven. Mijn god, de gapende afgrond, dark and penguin-fringed, het dier dat zich mens noemt.
Hugo Maat.
9.8.09
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten