7.8.09

Esnesnon 7-8-09

10.

Goedemorgen.

Gisteren schreef ik over mijn eigen ongeloof, een lijn die ik nog even door wil trekken vandaag. In plaats van het ongeloof van mijzelf naar buiten gericht, het scepsisme dat al mijn ervaringen en invoer van kennis reduceert tot een dieet ter ondersteuning van een specifiek wereldbeeld van zinloosheid en afwezigheid van spiritualiteit; in zekere zin een directe verandering van de wereld om mij heen, simpelweg door haar anders op te vatten en zo een nieuwe wereld te scheppen met niets meer dan de menselijke geest, ga ik het hebben over de relatie van ongeloof die de andere kant uit werkt; mijn inzet om mijzelf te veranderen ten opzichte van de wereld door een filter van informatiebeperking en interpretaties. In andere woorden, ik ga het proberen te hebben over mijn voorliefde voor leugens en daarmee het scheppen van een ander mens voor de wereld in plaats van een andere wereld voor de mens. Natuurlijk kunt u als lezer al snel het idee opvatten dat een verhandeling over de leugen en erger nog een verhandeling vanuit het oogpunt van een eventueel pathologisch leugenaar (een term die door mijzelf en een psycholoog gehanteerd is met betrekking op mij) hoogstwaarschijnlijk voor een deel zo niet geheel onwaar is. Ik voel me dan ook genoodzaakt te melden, een melding die mij zelf als een echo in de oren klinkt, zelfs als er geen ander geluid te horen is dan het monotone geratel van plastic toetsen: U moet niet alles geloven wat ik zeg.

De essentie van een leugen ligt in mijn visie bij de discrepantie tussen de kennis die een individu bezit en de informatie die hij overlevert. Geenszins heeft een leugen naar mijn mening iets te maken met het waarheidsgehalte van de uitspraak; leugens zijn net als waarheden in veel gevallen afhankelijk van mensen. Ik zou haast hier een korte verhandeling over waarheid aangaan, een verleiding die ik bijna niet kan weerstaan. Goed, waarheden zijn (net als leugens) direct verbonden met het begrip kennis. Een objectieve waarheid bestaat niet echt in dit geval omdat een waarheid zonder mensen die er kennis van nemen alleen een onderdeel van het bestaan is, die misschien wel altijd aan het werk is maar die zonder menselijke ratificatie ook altijd alleen datgene zal blijven. Zolang mensen zich er niet om bekommeren kan ergens niet van worden gezegd dat het waar is, niet waar of gelogen, toestanden die alleen van toepassing zijn in menselijke denkkaders. Stel ik bezig nu dat er een zonnebloempit in mijn zak zit. Voordat ik het gezegd had, voordat iemand het gezegd had, kon je over die uitspraak nog niet zeggen of die waar, niet waar of gelogen was, uitspraken die geen relevantie hebben aangezien de uitspraak waar het betrekking op hoort te hebben niet bestond. Want dat is het enige waar die criteria op functioneren: uitspraken. Probeer maar eens te verkondigen dat een voorwerp waar is.

Ik kom hiermee tot de stelling dat leugens en waarheden geen betrekking hebben op de wereld, maar alleen op de relatie tussen de wereld en de mens, een relatie ditmaal gevormd door uitspraken. Uitspraken vormen een verbinding tussen de mens en de rest die twee kanten op kan werken. Mensen kunnen de wereld beïnvloeden door uitspraken; ze kunnen iets waar of niet waar verklaren, kunnen een plek hun huis maken en twee mensen getrouwd. Ook kunnen uitspraken van de wereld naar mensen toe, net als feitelijk alles wat een mens kan horen, wat weer onder het rijtje ervaring valt. Maar het is meer dan dat. Kennis, menselijke kennis, is feitelijk geheel en al opgebouwd uit uitspraken die als waar worden beschouwd. Wiskunde is een verzameling uitspraken, die toegepast worden op de wereld buiten ons om die in te kunnen delen in een systeem. De gehele wetenschap maar ook huis- tuin- en keukenweetjes zijn uiteindelijk uitspraken over de wereld. Kennis vormt mensen, uitspraken vormen kennis, leugens kunnen uitspraken vormen, leugens kunnen kennis vormen en dus ook mensen. Leugens en waarheden hebben misschien geen betrekking, maar wel effect op mensen en de wereld. (De wereld wordt weer door leugens en waarheden beïnvloed door denkkaders te leveren voor mensen, die met de ordening van ervaringen en kennis hun eigen wereldbeeld en ook daardoor een eigen relatieve wereld scheppen.)

Kortom, het criterium van een leugen is dat het een uitspraak is en dat degene die de uitspraak doet (wat natuurlijk ook geschreven, geschilderd of wat dan ook kan zijn) zelf meent dat deze onwaar is. Leugens kunnen feitelijk waar zijn, maar objectieve waarheid is in de beschouwing van waarheid en leugen irrelevant. Bij subjectief ware uitspraken kan nog het onderscheid tussen 'waar' en 'niet waar' worden gemaakt, afhankelijk van objectieve waarheid. De essentie van de leugen wordt pas interessant op het moment dat de uitspraak in de wereld, bij andere mensen terecht komt. Mensen die een gelogen uitspraak ervaren kunnen namelijk de leugen aanzien als onwaarheid of als waarheid, in het eerste geval blijft de leugen een leugen in de wereld en in de mens, maar in het tweede geval verandert de leugen in een subjectieve waarheid maar een objectieve onwaarheid. Kennis vereist geen objectieve waarheid, in tegenstelling tot de bewering van Plato, het vereist subjectieve waarheid. Een leugen die geloofd wordt verandert in de kennis van een ander. Nog gecompliceerder is het vraagstuk van de leugenaar die tegen zichzelf probeert te liegen, een poging die volgens het criterium mogelijk is, maar weinig succeskans heeft. Per slot van rekening weet de leugenaar als geen ander wat zijn eigen leugens en zijn eigen waarheden zijn. Er is een scenario te bedenken waarin de leugenaar uiteindelijk zichzelf van zijn leugens weet te overtuigen, maar hoe meer de leugenaar dergelijke dingen uitdenkt hoe minder goed ze werken. Het liegen van een individu tegen zichzelf heeft meer te maken met toevallige omstandigheden.

Ik hou van leugens. Misschien is het de uitstap uit mijn eigen sceptische, lege wereldbeeld dat ik die leegte probeer te vullen met de poging de scepsis van anderen te omzeilen. Ik reageer het gebrek aan ruimte voor onwaarheid in mijn eigen beleving af door onwaarheid aan andere mensen te verkopen. Misschien schep ik een andere versie van mezelf om te presenteren aan de rest van de wereld, een neiging geboren uit haat voor het wezen dat ik geworden ben vanuit het extreem sceptische denken, misschien hou ik van de spanning die het oplevert om af te wachten of iemand me gelooft of niet, misschien heb ik een rijke fantasie en vind ik hetgeen ik verzin mooier dan wat echt is en besluit ik dat ook te delen, misschien heb ik teveel schijfruimte daarboven over en vul ik het met verwikkelingen terwijl normale mensen kruiswoordraadsels oplossen. Misschien ben ik gewend te liegen om te ontkomen aan werk en verplichting en is het gewoon een verslaving geworden. Geen van die verklaringen maken mij iets uit want ongeacht wat ik vertel, de lijnen tussen leugen en waarheid zijn al flinterdun geworden als het op mijn uitspraken aankomt. Mijn uitspraken hebben, als kennis, onwaar of niet, de neiging op elkaar in te grijpen en een coherent systeem te vormen zodat ze qua waarheid op elkaar stoelen; de keuze is tussen het vergelijken van mijn uitspraken met de wereld daarbuiten of met andere uitspraken van mij. Ik weet voor mij nog grotendeels wat waar is. Inmiddels is dat gedachtegoed ondeelbaar geworden.

Hugo Maat.

Geen opmerkingen: