6.8.09

Esnesnon 6-8-09

Goedemorgen.

Waar ik het in de paar uren die ik in deze dag heb voor ik an die Arbeit ga wil hebben is de reden dat mijn leven een poel van duisternis en waanzin is. Of eigenlijk doe ik dat maar niet, gezien het feit dat de complete route naar mijn gekte in de eerste plaats enorm lang en ingewikkeld is en daarom teveel tijd kost, maar ook omdat ik het zelf niet eens goed weet omdat ik het me niet precies kan herinneren en omdat ik wel iets voel voor de Freudiaanse veronderstelling van een onderbewustzijn dat het menselijk gedrag beïnvloedt waar het mens-ding in kwestie niet per se van op de hoogte is. Ook denk ik dat de toekomst van de mensheid in serieus gevaar zou komen als ik mijn gedachtegoed op andere mensen over zou kunnen brengen, maar nu heb ik genoeg aan zelfverheerlijking gedaan. Als ik zo geweldig ben kan ik het ook uitstekend bij me houden en zelf mijn waarde beseffen zonder dat andere mensen mij daarbij moeten helpen. Noteer gerust de slechts ondiep verborgen connectie als ik vervolgens vervolg met de opmerking dat deze post (misschien niet tot het einde echter) over mij gaat. Daar had ik namelijk zin in. De schrijver heeft zich over de inhoud van de rant midden in de alinea bedacht en gaat in plaats van een complete uitleg (yeah right, succes daarmee) gewoon een soort stukje eruit te halen, uit te rekken en tegen het licht te houden tot er gaten doorheen branden door de hitte van het vuur.

Ik ben geen mens voor religie. Dit is relevant voor het verklaren van de teerpoel waar de meeste mensen een ziel dan wel hart of wat dan ook hebben omdat religie een groot onderdeel van iemands identiteit vormt. In veel lijstjes die je kunt invullen om aan te geven wie je bent op die 'sociale' sites waar je vrienden kunt vinden etcetera, komt religie als onderdeel voor. Niet dat ik iets afweet van dat soort sites, die dingen zijn bij wijze van spreken nog doder van binnen dan ik. Het fenomeen religie leidt tot meer dan het vormen van een individueel, nadenkend en vrij mens tot een onderdeel van een conforme kudde, iets waar sommige mensen, inclusief mijn vroegere zelf, het arme heilige schaap nog wel eens van wilden betichten, het geeft ook de mogelijkheid voor een individu om zich los van de massa verder als persoon te ontplooien. Een menselijke persoonlijkheid heeft al meer smaakjes dan ijs bij de Mariola, met meer dan een factor tien, waarvan religie slechts een flinke dot half vloeibare chocola is die tussendoor sijpelt en zich met vanalles vermengt en aan het reeds ingewikkelde recept van individu een extra smaakje toevoegt. Om als mens geheel en al gevormd te worden door die ene smaak van religie moet je gewoonweg een erg smakeloos mens zijn, in meerdere betekenissen. Ik doe mijn best niet te beginnen over kannibalisme, hoewel ik zojuist mensen metaforisch als een enorm ijsje met veel smaken heb weergegeven.

Kortom, mijn oordeel over religie in het algemeen is nog niet eens zo heel erg negatief. Religie is niet (noodzakelijk) slecht, mensen zijn slecht. Ik vind persoonlijk dat de kwaliteit van de persoonlijkheden niet in direct verband staat met de aanwezigheid van religieuze topping, juist wegens die diversiteit in smaken. Dat plaatst de oorzaak van het zijn van een ellendeling ergens anders, namelijk in andere factoren van de persoonlijkheid. Vandaag zou ik religie doen dus ga ik daar mee door, maar laat het dan wel alvast gezegd zijn dat het maar een onderdeel is van wie ik ben. Een merkbaar, prevalent onderdeel, maar nog steeds een deel. Aristoteles zei bovendien nog: 'Het geheel is meer dan de som van de delen.' Dat zou nog impliceren dat er nog meer uitleg te geven valt. Maar terug naar het onderwerp. Mijn gebrek aan religie is aan twee dingen te wijten. Dit geeft mij de mogelijkheid om deze post wat meer overzicht te geven en iets gestructureerder te schrijven, wat eventueel nog wel eens een belangrijker argument voor mij zou kunnen zijn dan het helder verkondigen van de waarheid. Het einde van die zin kan ik overigens met moeite uitspreken zonder te moeten lachen.

Ten eerste, om maar even een makkelijk signaalwoord te geven voor al die stakkers die kotsmisselijk zijn van het lezen van moeilijke teksten van schrijvers die weigeren duidelijk aan te geven wat de structuur in het relaas is, geloof ik het allemaal niet. De afgelopen twaalf jaar or so hebben voor een flink deel in het teken gestaan voor het afkalven van alles dat onbekend, onberekenbaar, onbereikbaar en ondenkbaar is. De laatste echte klappen kwamen ongeveer drie jaar terug toen ik me aan filosofie wijdde en zo compleet afrekende met het idee dat dingen onkenbaar waren. Ik was een kind toen ik voor mezelf begon te besluiten dat God niet bestond en dat, volgens kinderlijke logica, bewees door het makkelijke deel van de tien geboden te overtreden, herhaaldelijk, zonder dat ook maar de kleinste repercussie optrad. Met vloeken kwam ik op ongeveer vijfhonderd per dag, om maar iets te noemen. Mijn leven werd er niet slechter op en ook niet beter. Toen kwam bijvoorbeeld het besef dat alles wat ik zie gewoon voorstellingen van mijn hersenen zijn die lichtstralen interpreteren die afketsen van constructies atomen en moleculen richting mijn ogen, dat alles, inclusief mijzelf en de lucht die ik inademde, gewoon een atomenmassa was, kleine pakketjes deeltjes die elkaar met Vanderwaalskrachten op hun plek hielden. Ik leerde dat mijn ouders en alle volwassenen mensen waren, met (flinke) gebreken. Ik besefte dat menselijk gedrag uiteindelijk stoelt op dierlijke functies en uitgebreide conditionering, dat iedere gebeurtenis onderdeel was van een eindeloze keten van onoverzienbare oorzaak- en gevolgrelaties. Het was het meta-denken dat het hem deed, de mogelijkheid een object niet te confronteren op zijn eigen terrein, maar na te gaan hoe het object ontstaan was en welke grote wetmatigheden erop van toepassing waren. Het was niet de kennis die tot onttovering leidde, het was de route. Een route die mij als het ware boven het universum plaatst als superieure intellectuele entiteit, boven goden, fantasieën, ware liefde en Sinterklaas. Voor mij is transcendentie dood. Ik heb het met de plastic staak van meta-redeneringen aan de boom van pijn gepind, waarna hij verdween omdat transcendentie niet meer bestaat zodra het aangeraakt kan worden. Dat is exact wat mij is overkomen. Ik ben niet religieus, ik kán niet religieus zijn, omdat het kernelement niet meer bestaat. Net patat zonder aardappel. It disappeared into a 'poof' of logic.

Daarnaast, wederom het signaalwoord in een wanhopige poging orde te scheppen in de rant, heb ik geen behoefte aan religie. Ik heb niets aan religie, er zit geen nut aan verbonden maar ook geen toepassing in mijn denkkader. Ik voel me gek genoeg gedreven om alweer te denken in een driedeling als het gaat om de functies van religie. Bij religie als verklaring voor van alles en nog wat is er volgens mij weinig uitleg nodig om aan te geven waarom het geen plaats vindt in mijn leven. Omdat ik lui ben: zie bovenstaande alinea. Religie als waarde en ervaring heb ik meer over te zeggen. Ik heb geen behoefte aan een ethische richtlijn voor mijn leven of een visie van hoe de wereld zou moeten zijn. Ethiek vind ik niets (voor mijzelf) omdat ik vrij wil zijn en mijn grillen wil volgen zonder dat ik ooit hoef te denken of iets goed is of niet. De enige reden die ik zou hebben om van bepaalde acties af te zien is omdat ik daardoor vervolgens een gebrek aan eten, drinken, onderdak, seks of lichamelijke gezondheid zou oplopen. Andere mensen mogen gerust ethiek erop nahouden, zolang dat hen ervan weerhoudt om mij te schaden vind ik het mooi. Maar dit ging over mij, ik ben echt geen relaas aan het houden dat aangeeft waarom mensen zonder religie zouden moeten leven. Religie als ervaring is voor mij ook niets omdat ik iedere ervaring gewoon indeel en verklaar met saaie materiële begrippen en denkkaders. Ik geloof niet in religie, dus daar ben ik snel klaar mee. Wat ik al helemaal niet hoef is structuur in mijn leven of conformiteit, dus daar gaat religie als praktijk. Ik som het even slordig aan het einde van deze alinea op, zonder een nieuwe te starten voor de conclusie, door te zeggen dat religie geen plaats heeft in mijn leven. Daarmee gaat wellicht een grote hoeveelheid respect, liefde voor mijn medemens, diepte in mijn leven, waardevolle dingen en wijsheden verloren. Maar ik ben het nou eenmaal.

Hugo Maat.

Ps: Eigenlijk is conformiteit nog niet eens zo slecht, maar dan moet die conformiteit mijn eigen identiteit zijn. Volgens mij is dat nog echt heel grappig ook.

Geen opmerkingen: