22.8.09

Esnesnon 22-8-09

Goedenavond.

Geschiedenis: waarom het zo met mij strookt, de zoveelste reden. Van terugkijken maak ik nu verdorie mijn vak en dan mag ik er ook wel van houden. Juist ja. Het bestuderen van geschiedenis leidt voor de misantroop (of zoals ik zelf liever zeg, de homo correctus), ongeacht je oordeel over de mens van vroeger, tot een uiteindelijke haat en afschuw jegens de mensheid. Optie 1: De reactionair. Vroeger was alles beter, leuker, mooier en zo voorts. Uit die veronderstelling komt de gevolgtrekking dat we zijn afgezakt als mensheid naar een tijd van ellende, dat we het verprutst hebben en dat de grote, goede types van vroeger er niets aan hebben weten te doen, de sukkels. De negatieve, reactionaire instelling ziet al snel een neerwaartse spiraal, volgens Murphy de snelste weg van A naar B. Het gaat nu slechter, dus zal het morgen nog slechter gaan, de mensheid is ondankbaar voor zijn goede verleden en verdient het misschien ook wel te verzinken in diep zwarte (met een tintje groen en blauw) prut. Deze is het makkelijkst en ik kies ook vaak deze invalshoek. Optie 2: De vooruitgangfanaat. Vroeger was alles slechter, we leven langer, zijn gelukkiger en gezonder dan ooit, de mensheid zit op een stijgende lijn. Zelfs al zou je aannemen dat dit op de waarheid berust, dan kan je er nog een ontzettende mensenhaat aan ontlenen. Er loert namelijk een conclusie dat we nog niet kunnen bogen op vooruitgang, dat de poel van ellende nog maar kort achter ons ligt, dat de wortel van het kwaad nog altijd in ons sluimert, dat de tijd verschuift maar dat de mens nog altijd het onderkruipsel van gisteren is. Het is moeilijker om vanuit een principe van vooruitgang de mensheid af te kraken, eenvoudiger is het gewoon te zeggen dat we als mensen steeds verder zijn afgegleden sinds de industrialisatie en sinds de consumentenmaatschappij, hatsee, twee woorden met zeven lettergrepen in één zin. Optie 3, en hierna heb ik de conventionele richtingen zo ongeveer gehad, de constante van ellende. We gaan er maar even vanuit dat er in de geschiedenis geen vooruitgang maar alleen voortgang is, we worden er niet beter of slechter op. Dan komt de homo correctus tot de schokkende conclusie dat we geen haar zijn opgeschoten, dat we nooit van onze fouten leren en dat de geschiedenis met al zijn gruwelen gedoemd is zich te herhalen en te herhalen, als de stoomwals die over de knuffels die wij als kinderen koesterden en in bed hielden heenrijdt, dromen en jeugd verwoestend, begeleid door een kakofonie van knarsend metaal en het aroma van smeerolie. Oftewel, ik kan objectief (nou ja, doen alsof) de menselijke geschiedenis bestuderen en op grond van iedere willekeurige bevinding besluiten een grondigere hekel dan ooit te hebben aan ieder tweevoetig zoogdier dan ooit tevoren, zo mogelijk.

Vandaag heb ik drie keer het vreselijke liedje van The Sound of Music gespeeld, The Lonely Goatherd. Dat is het jodelliedje. Als je nog niet weet wat ik daarmee bedoel, heb ik wellicht grond om jaloers te zijn, mijn leven is beter af zonder dat liedeken. Dat is gelukkig maar een halve waarheid, want ik vind het wel leuk om te zingen zodat andere mensen eronder lijden en ik de vloek kan verspreiden. Ik kan me zo ontstellend vinden in die man die met een ernstige vorm van tubercolose een stel vliegreizen ging maken om zoveel mogelijk passagiers te besmetten, of misschien zelfs die vriendelijke, weldenkende en beschaafde heren die hun kornuiten Aids gaven door nota bene bloed bij de ander in te spuiten op cultureel verantwoorde gentlemen's evenings. Je hebt een vloek, je bent verdoemd, wat nu? Druk eenvoudigerwijs je haat tegen het onrechtvaardige universum en de meer fortuinlijke rest van de mensheid uit door je vloek uit te dragen, door het te delen. Ik begrijp de zombies die hun slachtoffers tot gelijken maken, strompelend en met doffe ogen, doch onhoudbaar. Ik begrijp de vampiers, die de mensheid door het daglicht zien huppelen, die kindertjes maken en knoflook in hun eten kunnen doen; alles wat hen ontnomen is door de fantasie van de schrijver. Ik begrijp de kindertjes die te horen hebben gekregen dat Sinterklaas helemaal niet bestaat, dat het eigenlijk oom Jan in een pak is, wat ze onmiddelijk aan hun jongere broertjes, zusjes, nichtjes en neefjes en buurkinderen doorkwekken. Ik begrijp leraren, verstokt door hun gemiste carrière, die kinderen vol kansen en mogelijkheden zien en besluiten zo bagger les te geven dat de kindertjes jaren achterstand oplopen en geen keus hebben ook een lerarenopleiding te volgen, het kaf. Mijn grootste vloek is dat ik sceptisch ben en een zwartkijker van het zuiverste water. Wat kan ik anders doen dan dat te delen... Ik doe geschiedenis omdat ik mensen haat, ik blog omdat ik mezelf haat.

Hugo Maat.

18.8.09

Esnesnon 18-8-09

Goedenavond.

Vandaag: Iemand zei dat ik er leuk uit zag met lang haar, iemand anders smeekte me het af te knippen. Je hoeft geen genie te zijn om te raden naar wie ik meer luisterde. Iedereen die mijn mening uitdraagt geniet voorkeur in mijn ogen, zelfs al is het misschien een idiote mening. In het Engels: 'Everyone is entitled to my opinion.' Iedereen die het met mij oneens is vergeef ik, omdat ik geloof dat vroeg of laat iedereen wel wijzer zal worden, het licht zal zien en het met mij eens zal worden. Alternatievelijk gaan ze dood en dan lach ik nog als laatst. Ik kan eventueel ook nog dood, maar dat hele sterfgebeuren is voor mij gewoon het punt waarop ik kan ophouden me zorgen te maken over van alles en nog wat. Als ik dood ben, dan heb ik eindelijk de schaapjes op het droge. Niets meer te bereiken, niets meer te verliezen. Ik verheerlijk de dood, al was het maar omdat ik me soms kan identificeren met Magere Hein. We hebben veel gemeen, nummer 13 en ik. Waar het hart vol van is loopt het blog van over; mijn gedachten worden momenteel gevuld door het idee van de dood, iets dat vaker gebeurd als ik een ergerlijke dag achter de rug heb. Laten we beginnen met de notie dat ik een beetje moe ben door de hitte en veel te veel gekonkel. Mensen zijn vreselijke wezens, continu moet ik rekening houden met hun vrijheden opdat ik ook in vrijheid kan leven, een proces dat ik als noodzakelijk doch onaangenaam beschouw.

Even abstraheren. (Er wordt eigenlijk al een beetje te veel abstract gedingest. Loesje.) Ik ga even voor het gemak uit van zes sociale kringen waar ik deel van uitmaak op in ieder geval maandelijkse basis. Ééntje bestaat al niet meer, dus daar begin ik niet over. In die vijf sociale cirkels heb ik een andere manier om me vrolijk te kunnen voelen, om het geluk te bereiken. De eerste is simpel als wat: daar bereik ik mijn geluk door alcohol, wat me laat vergeten dat ik een gruwelijke hekel heb aan de meeste mensen die ik tegen kom en mijn prioriteiten opnieuw rangschikt om gezelligheid, seks en meer drank bovenaan de lijst te kunnen plaatsen. Op het moment dat het alcoholpercentage in mijn bloed de algemeen sociale norm passeert voel ik me in die kringen opperbest. De tweede is ook eenvoudig, daar moet ik aan de wiet. Als ik dat doe verhoog ik de snelheid van mijn hersenen dermate dat ik me kapot kan amuseren zonder echt sociaal te zijn; ik voed mezelf met alle mogelijke aanknopingspunten en leg verbanden als de 'Arts van het Jaar.' Terwijl ik tegen die nietsvermoedende stumpers aanbrabbel in een voor mij coherent betoog voel ik me ook uitstekend. In de derde groep doe ik alles wat voor de hand ligt, ik drink, blow, verlaag me tot belachelijke aandachttrekkerij met vergezochte leugens of verwerpelijke seksueel getinte handelingen, of ik voel me ronduit ellendig. In de vierde groep moet er een sfeer zijn, moet er een opgezweepte groep zijn, een zekere mate van waanzin uit de mensen zelf en een unanieme verwerping van normen, waarden, goden en geboden, voordat ik me op mijn gemak voel en zelfs blij ben. In de vijfde groep vermaak ik me niet. Ik ben nog op zoek naar een nieuwe zesde.

Ik kan me in die groepen niet normaal vermaken, kan me geen normaal sociaal geluk, die befaamde gezelligheid, voorstellen omdat ik er altijd niet geheel uit vrije wil ben. Ik verkeer in die omgevingen omdat ik geen nee kan zeggen tegen een flinke hoeveelheid mensen. Dat leidt tot een schuldgevoel tegen mijn protesterende zelf, maar ik weet me er op dat moment alleen nog maar slapjes uit te kletsen, in plaats van dat ik werkelijk toegeef: 'Het spijt me allemaal, maar ik vind het helemaal niet leuk om hier te zijn.' Om eerlijk te zijn, ik kan me niet herinneren dat ooit tegen iemand te hebben gezegd. Ik kan me niet herinneren die zin ooit hardop te hebben uitgesproken. Nee, ik vermaak me altijd wel. Ik moet moeite doen maar ik kan me wel vermaken. Ik moet soms liegen, maar ja, ik vermaak me uitstekend. Van tijd tot tijd krijg ik het zelfs voor elkaar om het overtuigend te brengen, of overtuigend genoeg. Soms zelfs dat niet. Op dat moment ben ik niet alleen bezig mijn eigen humeur te verzieken met mijn aanwezigheid, maar ook dat van anderen en mag ik me nog schuldig gaan voelen ook. Ondanks dat alles weiger ik toe te geven dat ik het niet leuk vind, dat ik liever ergens anders ben. Zwak, eigenlijk.

Wat verder aan mijn gevoel van ellende en liefde voor de dood bijdraagt is het ellendige idee dat ik openhartiger ben en het gevoel heb openhartiger te kunnen zijn tegen mijn blog dan tegen ieder willekeurig menselijk wezen dat ik momenteel ken. Mijn beeldscherm is mijn klankbord, de vriend aan wie ik alles kan toevertrouwen, ondanks het feit dat ik maar al te goed weet dat mensen het gewoon kunnen lezen op het moment dat ik één keer klik. Gek eigenlijk. Ikzelf, bedoel ik dan voornamelijk. Welnu, ik weet precies waar ik naar op zoek ben tijdens de introductieweek van de opleiding Geschiedenis. 'Miserabele misantroop (17) met klein hartje en veel frustraties zoekt mede-medemensenhater om gezamelijk de wereld met ellende te kunnen vullen of in ieder geval elkaar. Geen voorkeur in geslacht of leeftijd. Voor reacties, neem contact op met...'

Het kost me waarschijnlijk ongeveer vijf minuten om het hele eerste jaar van de opleiding voor de rest van het jaar op een flinke afstand te houden. Privacy in de collegebanken. Het alternatief, als je het zo zou willen noemen, is angstaanjagender. Ik ben op zoek naar mijn gelijken en mijn beteren op de universiteit. Of ze nou naar mij op zoek zijn of niet is mij compleet egal.

Hugo Maat.

13.8.09

Esnesnon 13-8-09

Hallo.

Ik meen me te herinneren van 'Het Oneindige Verhaal,' door Michael Ende, waarmee ik absoluut niet op de film doel, wat in mijn ogen een klein hoopje bruinzwart verschrompeld aftreksel van slachtafval en moerasgas is, dat er ergens een Ivoren Toren in voor komt. Sterker nog, die Ivoren Toren staat in het midden van het grenzeloze Fantasia (hoe je in het midden van iets grenzeloos kan staan is een beetje een moeilijke kwestie) en is het hart en zenuwcentrum van die betoverde wereld. De Toren staat boven al het goed en kwaad, als de Kleine Keizerin die de toren bewoont ziek wordt komt ook heel Fantasia, zowel monsters als de goede wezens, haar onmiddelijk te hulp. De Ivoren Toren wordt beschreven (als ik me het goed herinner, mijn eigen Fantasia is er over de jaren misschien mee op de loop gegaan) als een hoge witte spiraal met bovenop een soort terras in de vorm van een bloeiende bloem, misschien een lelie of iets dergelijks. Als de Kleine Keizerin het wil is het paviljoen boven op de Toren ontoegankelijk en ik geloof dat de bloem zich dan ook sluit. Ergens in het boek doet een aanvallend leger een poging om de Toren te veroveren en heeft hier verrassend veel moeite mee. De Toren blijkt (het laatste stukje althans) onbeklimbaar. Ladders die ertegen worden gezet storten automatisch in, het glanzende ivoor kan niet beschadigd worden dus ze kunnen er geen treden in kerven en blijkbaar kan niemand in een land dat nota bene Fantasia heet vliegen. Uiteindelijk geven de aanvallers het op, niemand komt bovenin de Ivoren Toren.

Daar ben ik het niet helemaal niet mee eens. Daarmee bedoel ik niet dat het verhaal anders had moeten lopen, ik heb diep ontzag voor het boek en ik zal niet snel kritiek leveren, ik overdenk alleen maar de symboliek van de Ivoren Toren. Wat ik zelf bijvoorbeeld opmerkelijk vind is dat de Toren voor zover ik heb gemerkt niet wordt gebruikt in de gebruikelijke betekenis van slimmer of verstandiger zijn dan anderen, waardoor degene in de Toren anderen begrijpt zonder begrepen te worden. In het begin is de Toren zelfs vrij toegankelijk voor iedere bezoeker. De enige manier waarop het in die zin een Ivoren Toren is zou zijn dat de Kleine Keizerin boven iedereen staat, onaanraakbaar, maar ze heeft de arrogantie die de meeste Ivoren Toren-bewoners wel hebben niet. Wat ik in de Toren van Fantasia interessant vind is de onmogelijkheid om het van buitenaf te bereiken. De Toren kan niet langs de wanden worden beklommen, ongeacht de inzet of middelen. De enige weg naar boven ligt binnenin de Toren, zou ik zeggen. Alleen als je überhaupt in de Toren bent begonnen kun je het naar de top van de Ivoren Toren halen, anders kom je er niet. Dán wordt de onmogelijke beklimming van de Ivoren Toren, met enige verknipping van de oorspronkelijke boodschap van mijn kant, een metafoor van de sociale segregatie; 'intelligente' kinderen komen meestal uit intellectuele gezinnen, waar aan de eettafel de woordenschat wat uitgebreider is, waar de genen wat aan de betere kant zitten (een onderwerp waar ik me nu nog niet aan ga wijden omdat ik dan echt ga ranten) en de kinderen eerder leren lezen en naar hoger onderwijs gaan. Sta je aan de buitenkant van de Toren echter, dan kom je er niet zo gauw in. Pech.

Mocht je Het Oneindige Verhaal/The Neverending Story niet gelezen hebben, dan raad ik je aan om dat een keertje, tussen alle andere dingen die nog gelezen moeten worden, te lezen. Het is een fascinerend werk, dat ik vroeger voor kinderboek aanzag maar waar ik nu van denk dat het wegens alle extra lagen eventueel helemaal niet besteed is aan de kleintjes. Ik heb een mooie versie van het boek thuis dat ik bereid ben uit te lenen, maar het is vertaald en daardoor misschien heiligschennis. Beter is het om er gewoon voor naar de bibliotheek te gaan en even drie tot vijf daagjes leestijd ervoor uit te trekken. Ga niet de film kijken overigens, dat kreng gaat maar over helft van het verhaal, dunnetjes, zit vol slechte acteurs en matige special effects, plus het feit dat het hele 'Fantasia' een beetje een plastic en schuimrubberen wereldje wordt. Het geniet niet bepaald mijn voorkeur. Maar goed, dat geldt wel vaker voor films gebaseerd op boeken. Geen goed idee in vrijwel alle gevallen. Ja, er zijn ook dingen die ik wél goed vind, die zijn gewoon ernstig in de minderheid.

Hugo Maat.

10.8.09

Esnesnon 10-8-09

Goedenavond.

Naar het schijnt zijn mijn posts onleesbaar geworden. Dit is een redelijk ongegronde uitspraak, net zoals de meeste dingen die ik zeg, dus ik trek me er niets van aan en ik raad u, de lezer, aan u er ook niets van aan te trekken. Dat is toevallig precies de methode die ik gebruik om het dagelijks leven door te komen. Genoeg over mij, meer over andere dingen. Ik ben een paar weken terug naar een Harry Potter film in de bioscoop geweest, geen bijster goede film. Er zat naar mijn mening één goede scene in, het punt waarbij ik en mijn broertje allebei tegelijk "banshō issai kaijin to nase," naar het scherm konden schreeuwen zonder afspraak van tevoren. Maar goed, je moet ook wel een zekere basis van waanzin in je genen en opvoeding hebben voordat je dat soort dingen kan doen. Of niet. Ik hou niet van de Potter films en ik weiger er ook geld aan uit te geven sinds ik zo handig ben geweest om geld uit te geven aan het zevende boek met een uitgever als moeder. Toch heb ik het voor elkaar gekregen om vier van de zes films te zien zonder er een cent aan uit te geven. (Zijstap: ik herinner me nog dat in 2002 iedereen kritisch werd als je het woord 'cent' in de mond nam en dat mij werd verteld dat ik per se 'eurocent' moest zeggen, wat naar mijn weten geen hond meer doet onderhand.) Vervolgens heb ik die films ook allemaal afgekraakt, net als alle boeken en het hele wereldje van Potter, de Potterverse. Maar ik ga geen gezever over dat specifieke fictieve werk meer leveren, omdat ik het niet sportief vind om serieuze kritiek te gaan leveren op een uit de hand gelopen kinderboek dat gewoon zo dramatisch slecht is. Dus, geen negatief woord over Harry Potter van mij deze post. Wat ben ik vekeerd.

Wat ik overgehouden heb aan een paar jaar Latijn onderwijs en teveel nadenken over dingen die niet relevant zijn voor een man in de moderne maatschappij. (Dat wil zeggen, bier, voetbal, seks, geld, auto's, seks en allerlei seks-gerelateerde onderwerpen.) Latijn hoort daar natuurlijk niet bij, maar als niet-zelfrespecterende historicus in de dop met honderden zo niet duizenden verspilde lesuren in de buurt van een lesboek Latijn achter me kan ik het niet laten het over iets compleet zinloos en idioots te hebben met betrekking op (dat ook nog) Harry Potter. In de Potterwereld zijn vrijwel alle toverspreuken potjeslatijn, zoals sommige mensen misschien weten. Dat vindt de meerderheid van de idiote, krioelende mensheid niet erg, maar ik als elitair stuk vreten erger me dood aan de implicaties die bij Latijn als taal der toverspreuken horen. Om maar te zwijgen over de niet-Latijnse spreuken zoals Abra Kadabra. Als eerste zou bij een normaal, weldenkend mens (goed, ik weet dat er minder mensen aan mijn voorwaarden van weldenkend voldoen dan ik over het algemeen geloof, ellendig gepeupel) gelijk opvallen dat alles wat je zegt in Latijn, begeleid door een zwiepje met je toverstaf, die zin tot waarheid maakt. Diegene zou dan even Latijn gaan leren en nieuwe spreuken maken die meer schade doen dan één dode of een zwevend veertje. Toch is Latijn geen vak op Zweinstein, blijkbaar is niemand op het idee gekomen dat de taal die iedereen gebruikt om in te toveren misschien wel handig zou kunnen zijn voor toveronderwijs. Ook komt het niet in iemand op dat het gek is dat de Romeinen geen toverkunsten hadden maar wel de magische taal ontwikkelden, terwijl niemand enige referenties maakt naar de enige echte europese magiërs, zijnde de druïden. Volgens mij is het gewoon een symptoon van een boek dat niet bedoeld is om grootsheid te bereiken.

Hoe dan ook, ik zat specifiek na te denken over de spreuk 'sectumsempra,' een product van het zesde boek, waarbij alle spreuken waarschijnlijk iets beter overdacht zijn. Dit is, zoals veel spreuken bij Potter, een hele zin, wat niet bijster moeilijk is met die taal. Ik laat me even rustig ontvallen dat het een hele efficiënte taal is omdat alle zinnen erg kort kunnen worden opgeschreven en de meeste geschriften ook nog eens alles afkorten en achter elkaar door schreven. Waarschijnlijk is het aan de andere kant geen waanzinnig populaire taal uiteindelijk omdat het gewoon een verdraaid ingewikkelde is. Ik kan geen andere reden verzinnen, want ik vind het leuk klinken en de taalfoefjes die men ermee kan uithalen zijn briljant. Sectum sempra, want het zijn twee woorden, horen in een zin van drie woorden waarin ellips is opgetreden, wat wel vaker gebeurt bij het werkwoord 'esse,' zijn. In dit geval zal de uiteindelijke zin, het is namelijk een vervloeking, 'sectum sempra es' zijn. Sempra betekent normaliter 'altijd,' in dit geval kan het worden gelezen als permanent. 'Es' is een vervoeging van zijn en betekent 'jij bent.' Sectum is het meest interessante woord, een participium passivum perfectum ofwel ppp, een specifieke vervoeging van het werkwoord 'secere' wat ook wel snijden betekent. De ppp kan vaak worden vergeleken met het voltooid deelwoord. Vaak zal sectum worden vertaald als 'nadat het gesneden was,' maar eventueel kan het woord op zichzelf staan in betekenis waardoor het 'datgene wat gesneden is' wordt. In de zin 'sectum sempra' is datgene de slome duikelaar die aangesproken wordt en niet allang verhuisd is naar een betere setting. Vanaf dat punt is de zin redelijk makkelijk te vertalen en wordt het 'jij bent permanent gesneden' of iets van die strekking. Dat is toevallig genoeg ook precies wat die spreuk doet, wat het een pietsie flauw maakt. Geef mij dan eerder iets als: "Disintegrate, you black dog of Rondanini!! Look upon yourself with horror and then claw out your own throat!" Die spreuk doet tot mijn vreugd níét exact wat ze zegt te doen. Is het zo moeilijk orgineel te zijn?

Ik moet me niet zo opwinden over die dingen. Als ik het zulke slechte boeken vind moet ik zelf een beter werk schrijven en er nóg meer van verkopen, dan mag ik kritiek leveren. Zolang ik dat niet doe schuift de sceptische meta-mind al mijn opmerkingen over het bij elkaar gejatte ouvre van Rowling af op jaloezie dat zij succesvol en commercieel is en ik niet. In de tussentijd mag ik van de sociale censuur in mijn eigen brein geen dameskleding passen in dameskledingzaken, of het me nou staat of niet, wat ook weer iets stoms heeft. Daarnaast heb ik ook nog niet John Hale's meesterwerk van culturele geschiedenis niet uit hoewel ik het al weken lees, die informatieve eikel van een genie. Tenslotte begint mijn elitisme enorm uit de pan te rijzen, nu ik al geruime tijd me aan het voorbereiden ben op een studie en mijn geest begint te verschrompelen tot die van een cynische ouwe lul. Ik haat mijn toekomst en mijn verleden is niet veel beter. Walging omringt me en ik reageer het veel te weinig af, wat een hoop rommel gaat veroorzaken. Niet dat iemand zich zorgen hoeft te maken.

Hugo Maat.

9.8.09

Esnesnon 9-8-09

Goedenavond.

Het is enkel en alleen dankzij een vreemde keuze betreffende de invulling van de verjaardagskalender die bij ons op het toilet hangt dat ik tot het eigenlijke besef kwam dat vandaag de 64ste verjaardag van de bom op Nagasaki is. Drie dagen terug was de sterfdag van Hiroshima, eergisteren zou de 86ste verjaardag van mijn opa zijn geweest, ware het niet dat hij uit de race ligt sinds hij de pijp uitging. (Nagasaki vond ik geen leuke keuze voor een atoombombardement, ik voel een ongegronde trots als het over die stad gaat omdat het me aan Decima doet denken en al die fijne VOC-mentaliteiten wakker schudt, een beetje gezond patriottisme jegens de Republiek in de Gouden Eeuw, toen we nog goed, of misschien genuanceerder: beter, bezig waren.) Eens zien. In vier dagen tijd twee atoombommen en de 22ste verjaardag van een Nederlandse man, zijn land net 'bevrijd' van het kwade keizerrijk in het oosten, Nazi-Germanije. Destijds had hij natuurlijk nog geen weet van het feit dat hij ooit naar de brievenbus zou lopen en niet terug zou lopen. Ook kon hij onmogelijk hebben vermoed dat zijn kleinzoon (dat alleen al) er later over zou schrijven op een computer nota bene, die aangesloten zit op een wereldwijd netwerk tussen andere computers en nu ben ik teveel aan het afdwalen.

Ik weet niet precies hoe ik erop kwam, maar ik merk bij mezelf dat er enige openbaring optreedt bij mij rond deze feiten. Dat betreft het idee dat iedereen menselijk is, geen bijzondere opmerking of scherpzinnige observatie natuurlijk, maar wel iets waar ik zelden volledig bij stilsta. Het is misschien de moeite waard om te bedenken dat iedereen dingen denkt en ergens beelden van vormt, dat mensen niet alles weten of alles merken wat je doet en dat je voor hen iemand anders bent dan voor jezelf. Of zelfs helemaal los van jezelf, het idee dat andere mensen dingen meemaken en nog weer andere mensen kennen, dat ze eventueel over het leven nadenken, dat ze iets weten en iets kunnen. Dat mensen kunnen huilen om iets anders dan ernstige slappe lach of het snijden van uien. Het idee dat andere mensen gevoelens hebben, dat andere mensen niet alleen blij, moe of boos zijn, maar ook verward, bang en verdrietig, dat ze kunnen falen of kunnen worden gebroken, dat idee komt maar zelden in me op. En zelfs als dat gebeurt dan geldt het alleen voor een paar mensen, een kleine minderheid dicht in de buurt, die me dan ook gelijk shoqueren zodra blijkt dat ze inderdaad mensen zijn en niet de symbolische eenzijdige karakters in de derde akte van 'Crazy shit that happens before you die alone and unloved,' het toneelstuk gebaseerd op mijn autobiografie, nog in de maak. Meelezers en kritiek gewenst, svp.

Dat ik een zielloos schepsel dat met niemand meeleeft ben zal weinig mensen verbazen. De kwestie die ik wil bespreken komt pas aan bod als ik de tegenstelling bemerk tussen mijn eigen deductie over mijn persoonlijkheid en wat andere mensen over mij tegen mij gezegd hebben. Nu ben ik het vrijwel nooit eens met beschrijvingen van andere mensen over mijn karakter, haast uit principe. Noem dat gerust een rare instelling, maar bedenk dat één van die beschrijvingen, gemaakt door iemand waarvan ik haast zou verwachten dat diegene een gedegen karakterschets zou kunnen maken, mij typeert als zeer empatisch. Jawel, ik ben dus kennelijk uitstekend in staat om me in te leven in andere mensen en alles ja. Ik zit te twijfelen waar ik over door zal gaan zeuren, over het feit dat mensen allerlei beschrijvingen van mij de wereld in zouden kunnen helpen die redelijk onzin zijn of over het feit dat er werkelijk niets empatisch aan mij is. Ik begin even met de empathie. Mijn [sarcasm]wonderbaarlijke inlevingsvermogen[/sarcasm] eindigt bij de voordeur, of eerder nog als iemand besluit door die voordeur te stappen. Ik kan bij mijn eigen familie me nagenoeg nooit voorstellen hoe die zich voelen en wat zij willen of weten. Dan te bedenken dat alle Nagasaki slachtoffers ook kans hadden op bezit van gevoelens, tot ze door straling (en een grote explosie) geroosterd werden. Noodzakelijkerwijs hadden ze allemaal ouders, levend of dood. Die hadden misschien ook wel een persoonlijkheid. Ik kan me daar helemaal niets bij voorstellen, het betekent allemaal niets voor mij. En nee, dat is níét enkel en alleen omdat het Japanners zijn en ze mogelijk niet eens gevoelens kennen op dat eiland, dat is slechts een factor. Of misschien moet ik niet beginnen aan haat van alles dat niet keurig Hollands is, daar is het al te laat op de avond voor.

Ik wil graag een verzoek uit laten gaan aan de wereldbevolking om andere mensen niet te vertellen wat voor een type ik ben, tenzij die andere mensen heel aantrekkelijk zijn en die beschrijving dermate onjuist is dat de mensen in kwestie geïnteresseerd in me raken. Ik eis de exclusieve kans op het zaaien van ideeën die mensen over mij hebben voor mijzelf op. Mocht iemand heel graag willen weten wie ik ben, geef diegene dan een link van dit blog, gezien het feit dat ik mijn waarde als menselijk leven afmeet aan het aantal lezers van mijn blog waar ik mezelf niet bij opgeteld heb. Of misschien een beter idee, negeer alles wat ik zeg en laat mij in mijn sop gaarkoken met al mijn vreemde eisen, ideeën en suggesties tot ik al die dingen opgeef en in plaats daarvan besluit mijn leven en hoofd te vullen met het stichten van een gezin, het verdienen van geld en het bijdragen aan de maatschappij, om niet te spreken over de modelbootjes en treintjes die ik als hobby ga maken en onderhouden om niet te bedenken dat mijn leven tragisch en nutteloos is of de tweede auto en de dakkapel die ik aanschaf omdat tegen die tijd de economie misschien weer ergens anders heengaat dan de afgrond, of het dwingen mijn kinderen vroeg thuis te komen van sociale aangelegenheden waardoor ze niet goed met de groep mee kunnen komen wat in combinatie met hun genen leidt tot intellectualiteit zodat ze hun hersentjes kunnen inzetten voor het haten van mijn generatie die zo van de leegte vervuld is, iets wat ik nu al uitgebreid aan het doen ben. Maar misschien kan ik me beter bezighouden met de ondraaglijke nutteloosheid van het menselijk bestaan en historicus worden. Dan ga ik veilig in een ivoren toren zitten met gesloten deuren, bang voor alles en mijn schaduw, om neer te kijken op de krioelende idioten daarbuiten met wie ik geen tel hoef mee te leven. Mijn god, de gapende afgrond, dark and penguin-fringed, het dier dat zich mens noemt.

Hugo Maat.