Het woord van mijn week (bij gebrek aan pretentie om de week te bepalen voor andere mensen, zoals één of andere onduidelijke commissie die ook de week van de geschiedenis of de democratie verzonnen heeft doet, de idioten) is 'consumanderen.'
Ja, consumanderen. Het is de stap na 'consuminderen' wat een neologisme (wat feitelijk voor 'nieuw woord' staat) op basis van de woorden consumeren en minderen is. Consuminderen probeerde een komische draai te geven aan de poging een vorm van maatschappelijk bewustzijn op te dringen aan andere mensen. Het woord sloeg aan, de denkwijze voor zover ik kan zien niet echt. Dan ben je nog nergens. Praalzaam als ik ben met taalkundige foefjes (het archaïsche achtervoegsel -zaam heb ik sinds gisteren ook weer in gebruik genomen) neem ik de derde stap van de ontwikkeling over voor deze post met het idee in mijn achterhoofd dat het woord niet hoeft aan te slaan maar als het even kan de denkwijze wel.
Het woord is verzonnen door Zijne Hoogheid Prins Willem-Alexander, waaraan verder gerefereerd zal worden als 'Willempie' of 'de kroonprins.' De bedoeling van consumanderen is dat men consumindert, maar anders. (Of consumeert maar dan anders, maar daar hebben we prijzenoorlogen, kookboeken en fair trade voor.) Ik steel het woord en het zou heel goed kunnen dat ik er een hele andere betekenis aan verbind dan onze kroonprins. Mocht hij hier bezwaar tegen hebben dan mag hij contact met me opnemen en dan zal ik eens een babbeltje met Zijne Hoogheid houden. Lijkt me dolletjes.
Genoeg losse schoten: wat bedoel ik dan met consumanderen? Ik bedoel dat we minder consumeren, maar niet om de reden die men over het algemeen vermoedt. Mijn hart is teveel een verdroogd, zwart klompje fossiele teer om me zorgen te maken over de mensen in de wereld die het minder goed hebben dan de glorieuze Europeanen en ik denk dat we zat rijk zijn om uitvoerig te consuvermeerderen (de woorden worden steeds leuker). Ik pleit voor verconsumindering in het algemeen uit puur egoïstische motieven: men wordt er gelukkiger van. Laat me dat nog een keertje duidelijk opschrijven in de hoop dat ik de tweede keer niet verkeerd begrepen wordt: als men minder spullen gebruikt (en minder heeft, minder koopt, minder sloopt) is men gelukkiger.
Wat is namelijk geluk? Geluk betekent niet dat je alles hebt, het betekent dat je genoeg hebt. Je bent gelukkig als je hebt wat je wilt. Er is niet één correlatie aan te wijzen tussen bezit en geluk: geluk ligt op een snijpunt van twee lijnen die je voor een flink deel zelf kan bepalen. Aan de ene kant kun je ervoor zorgen dat je meer hebt (of meer consumeert, voor het pleidooi is het verschil onbelangrijk) en aan de andere kant kun je doelen stellen. De essentie van geluk is tevredenheid en tot op een flinke hoogte is die tevredenheid te scheppen. Volgens de principes van de moderne economie (vraag en aanbod) kun je altijd wel een behoefte vinden waar aan beantwoord kan worden als je maar genoeg geld betaalt, daar ligt geen natuurlijke grens. Aan de onderkant is er echter wel een grens; het bestaansminimum. Wie daarnaar streeft is het makkelijkst gelukkig te maken.
Ik zeg niet: 'Mensen die minder hebben zijn gelukkiger.' Ik zeg: 'Mensen die niet méér willen dan ze hebben zijn gelukkiger,' wat mogelijk is voor rijk en arm. Mijn pleidooi is dus niet tegen het consumeren op zich. Het kant zich tegen de drang tot consuvermeerderen of welke volgorde je dan ook in dat woord wilt zetten. Omdat ik consustabiliseren o.i.d. niet echt een sterke term vind kies ik voor consumanderen. "Anders consumeren, waarin niet het consumeren zelf maar eerder het consuvermeerderen tegengestreefd wordt." We hoeven niet eens per se terug, als we maar niet verder gaan. Je zou kunnen zeggen dat ik tevredenheid met het consumeren zoals het nu is aanraad (en tevredenheid is de spil waar alles hier om zou moeten draaien).
Vanuit mijn voorkeur voor de manicheïstische denkwijze vind ik het nóg beter om uiteindelijk toch naar een massale verconsumindering te gaan en al het menselijk geluk te baseren op geestelijke en intellectuele stimulanten, maar daar is de wereld nog niet klaar voor. Ik trouwens ook nog niet echt. Toch hoop ik dat we op een dag met zijn allen (hou je vast, ik heb nog één neologisme over) kunnen gaan nonsumeren.
Mijn dank aan Willempie voor het woord.
Hugo Maat.
23.2.10
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten