16.5.12

Esnesnon 16-5-12

Het is maar heel af en toe dat ik mezelf toespreek met een stem die niet de mijne is. Soms duikt een flard van vroeger op, een argument of standpunt dat zo sterk gebonden is aan de persoon die het aan me introduceerde, dat het in die stem moet. Het gaat om originaliteit en effect. Accuratesse is een minder grote zaak, want de exacte woorden hoef ik niet mee te nemen en het zou nog best wel eens kunnen dat ik tot gevolgtrekkingen ben gekomen die de bron van het idee niet zelf aan zou voeren. Het is niet anders dan een truc van het geheugen, een zoveelste vreemde eigenschap van mijn denken. Zo heel nu en dan voer ik een spreker op, alsof de gedachte en de denker één zijn, en alsof ik telepathisch in contact sta met een ander. Ik leg even nadruk op 'alsof,' want ik ben me er zeker van bewust dat ik niet werkelijk telepathisch ben.

De gedachte, en die gedachte is corrosief voor mij, is dat alles fictief is. Het ging oorspronkelijk over romantiek en het idee dat alle liefde zoals we het kennen uit boeken en andere vormen van fictie zou komen. Heel moeilijk te transponeren naar andere aspecten van het bestaan is het niet. Hoe zou ik moeten weten wat normaal is - hoe wordt iets überhaupt normaal - zonder cultuur en zonder de dragers van cultuur? De overstap van fictie naar werkelijkheid gebeurt vaak in de wereld van deze visie, en dit verbaast me. Ik ken zelf dat gebeuren van nabij en hoe langer hoe meer vind ik het vreemd dat het kan. En omdat ik het voorlopig niet zelf uit kan leggen, daar de gedachte nog niet tot wasdom is gekomen, is de voorlopige conclusie dat ik het zelf in ieder geval niet kan.

Na een jaartje of wat op contingentie te hebben gejaagd heeft deze Phaedrus een nieuw spook gevonden, meen ik. Jaag, jaag, denk, denk, en wis alle sporen in de sneeuw zodat ze je niet kunnen vinden.

Hugo Maat

2 opmerkingen:

Eduard zei

Ik zie niet waarom de relatie tussen fictie en werkelijkheid, en vooral de invloed van fictie naar werkelijkheid, "corrosief" zou uitwerken op je denken. Onze werkelijkheid is in grote mate het product van onze science-fiction. Het leven is één groot experiment om fictitionele hypothesen te toetsen. Het is de menselijke manier om de evolutie voort te zetten zonder dood en verderf (dat lukt helaas nog niet erg goed), en met een hoger tempo.
Het is zelfs zo dat onze huidige cultuur menselijke wezens voortbrengt die zeer ongeschikt zijn geworden om in de natuur te overleven (een groot percentage redt het al niet op een camping).
Het is daarom zaak goede fictie van slechte fictie te onderscheiden. Literatuurkritiek is de belangrijkste factor voor de overleving van de menselijke soort.
Huh? Zei ik dat?

Eduard zei

Citaat van de dag
Alles wat ik toon heeft echt ooit bestaan. Ik heb het ergens in de werkelijkheid gezien. Daar heb ik het snel weggeplukt, want wat is de werkelijkheid meer dan gewoon waar? Aan de waarheid heeft een mens niets. Die vervormt de dingen maar.
Arthur Japin - De droom van de leeuw