Als kortstondige onderbreking van het gebruikelijke programma van waanzin wil ik even een digressie schrijven. Het gaat over een bezigheid die mij op dagelijkse basis van het malen en dolen afhoudt: het lezen van Caesars 'Commentarii de bello Gallico', oftewel de Commentaren op de Gallische oorlog. Ik heb geenszins voor om dit werk in brede zin te bespreken, hoewel ik onderhand meen dit ten dele te kunnen. In plaats daarvan wil ik het klein, concreet en persoonlijk houden. Ik wil aanduiden wat ik leuk vind aan het lezen van een boek van tweeduizend jaar oud, aan de hand van één zin. Deze bespreking bestaat uit een grammaticale bespreking en vertaling van de zin, gevolgd door mijn eigenlijke uitleg. Misschien is het beter of leuker om de alinea's over de vertaling links te laten liggen. Ik zal proberen de twee onderdelen van elkaar gescheiden te houden.
"Cum finem oppugnandi nox fecisset, Iccius Remus, summa nobilitate et gratia inter suos, qui tum oppido praefuerat, unus ex his, qui legati de pace ad Caesarem venerant, nuntium ad eum mittit: nisi susidium sibi submittatur, sese diutius sustinere non posse." - Caesar, de bello Gallico. II.6.4
Al goed, here we go. De eerste vijf woorden zijn een bijzin, te zien aan de coniunctivus-vorm waarin het werkwoord 'fecisset' staat en het voegwoord 'cum' dat een stuk of tien betekenissen heeft. 'Finem' is een predicaatsaccusativus als je het mij vraagt, wat wil zeggen dat het voor grammaticale doeleinden aan het werkwoord verbonden is. Nox, een nominativus, is het onderwerp. Oppugnandi is een gerundium (omgevormde infinitief, zodat het werkwoord een meewerkend voorwerp kan worden). Geheel vertaald als "Toen de nacht een einde aan de belegering gemaakt had..."
Nu wordt het leuk. Iccius Remus, een naam, staat in de nominativus, de gebruikelijke vorm van het onderwerp. Dit is een deel van de hoofdzin. Volgens de regelen der kunst moet ik gelijk de rest van die zin zoeken, maar ik graaf even in de Latijnse zinsvolgorde verder.
Volgende deeltje is een stel ablativi die misschien grammaticaal gezien een weggelaten 'esse' verdienen. Het is een bijzin. (Wat is géén bijzin?) Er is vast een term voor de manier waarop de ablativus hier gebruikt wordt, iets als ablativus qualitatis misschien, maar dergelijke termen zijn niet per se nodig. Vertaald als "de meest edele en begenadigde onder hen..." Volgens mij is het technisch gezien 'onder de zijnen' maar dat bekt minder lekker.
'qui - praefuerat': een bijzin met een relativum, namelijk qui. Dit woord verwijst naar de naam die eerder passeerde. Het fungeert in deze bijzin als het onderwerp bij het predicaat praefuerat, een samengesteld werkwoord dat wegens het voorvoegsel 'prae' een dativus als complement nodig heeft, die we vinden in 'oppido.' Geheel vertaald als "die destijds de vesting aanvoerde..."
Nu 'unus - venerant'. Dit zijn twee bijzinnen, de één in de ander, waardoor we op een derde niveau van predicatie onder de hoofdzin zitten. Don't be alarmed, we kunnen theoretisch tien of meer niveau's onder de oorspronkelijke zin komen met dit taaltje. De woorden 'his' en 'qui' zijn een koppel, een 'dezen' 'die' combinatie. Het woord 'legati' is een nominativus die ditmaal niet als onderwerp maar als een verdere definitie van het onderwerp (qui) dient. 'Venerant' is een vervoeging van het beroemde 'veni' uit een andere uitspraak van Caesar. We zien hier trouwens ook de naam van Caesar vervoegd worden om aan te geven dat hij het doel van het voorzetsel 'ad' is. Vertaald als: 'één van hen, die als bemiddelaar voor vrede naar Caesar gekomen waren...'
En de hoofdzin! "(hij) zond een bode naar hem..." Vervolgens ook de inhoud van de boodschap, in de indirecte rede, met een bijzin en een nieuwe hoofdzin. Omdat het indirecte rede is staat het werkwoord van de hoofdzin in de infinitivus. "(de boodschap) dat, indien hij (Caesar) geen versterkingen zendt, zij het niet langer uithouden."
De zin in het Nederlands: "Toen de nacht een einde aan de belegering gemaakt had zond Iccius Remus, de meest edele en begenadigde onder hen, die destijds de vesting aanvoerde, één van hen, die als bemiddelaar voor vrede naar Caesar gekomen waren, een bode naar hem: dat, indien hij geen versterkingen zendt, zij het niet langer uithouden."
Waarom? Zelfs al slaat u het bovenstaande over omdat het volkomen ontoegankelijk is, in ieder geval voor mensen die nooit Latijn gehad hebben, en het zou kunnen dat zelfs met een paar jaar gymnasium dit nog steeds deels wartaal lijkt, dan moet het opvallen dat ik hier behoorlijk veel tijd, aandacht en moeite in heb zitten. Dit was één zin en ik heb het nog met enige achteloze vlugheid behandeld, deels omdat ik het inmiddels met een bepaalde snelheid lees en begrijp. Ik ben overigens ook niet begonnen in boek twee, hoofdstuk zeven, ik ben begonnen bij de eerste bladzijde en ik heb hier inmiddels een paar weken werk in zitten. Er zal dus haast wel een reden zijn voor al deze passie die ik hier aan de dag leg.
Ten eerste vind ik het mooi. Ik geniet ervan om te zien hoe deze taal werkt, hoe de delen naar elkaar verwijzen volgens een netwerk van regeltjes. De aha-erlebnis (daarover hieronder meer) die optreedt zodra alle stukjes op hun plaats vallen en er een logische zin uit komt rollen gaat gepaard met een soort bewondering voor de manier waarop deze andere taal werkt. Immanuel Kant onderscheidt een directe schoonheid en een contemplatieve schoonheid van een kunstwerk. Voor mij is het vertalen van Caesar van het tweede type: de taal als een soort enorm klassiek kunstwerk dat pas echt mooi wordt als je er lang over nadenkt.
Deze zin alleen al: de eigenlijke inhoud is dat een Gallische commandant Caesar om hulp vraagt. In een Nederlandse vertaling ben je door syntaxis gedwongen om die hoofdzin naar voren te halen omdat het geheel anders onbegrijpelijk wordt, maar in het Latijn mag er een oneindige hoeveelheid overige informatie naar de lezer worden geslingerd, omdat de woorden zelf vermelden hoeveel relevantie voor het eigenlijke verhaal ze hebben. Het leest logisch en stijlvol, en een schrijver kan veel beter controle uitoefenen op de snelheid van het verhaal en de manier waarop de zinnen lopen, zonder daarin gehinderd te worden door die regels qua volgorde in het Nederlands. Nee, ik zou eigenlijk wel Latijn willen kunnen en dan uitgebreide volzinnen schrijven. Prachtig.
Ten tweede is het interessant. En dit is van een andere orde dan de esthetische die ik net noemde. Voor mij is het belangrijk dat dingen interessant zijn omdat ik een voortdurende verliezende strijd lever tegen een soort doffe verveling die tot mijn eigen verwoesting leidt. Ik ben heel blij dat ik in Caesar een ongedwongen en aanhoudende interesse heb. De reden hiertoe is dat het een puzzel is die ik kan oplossen, in de eerste plaats omdat er een oplossing bestaat. Ik raak in de war zodra ik ergens zin uit moet maken terwijl het er misschien niet is, geloof ik. Bij het lezen van Latijn is er de vraag 'wat staat er', en die vraag is gecompliceerd, maar alle stukjes van de puzzel zijn te vinden met behulp van wat regels en creativiteit. Het houdt me bezig en ik weet voortdurend waar ik het moet zoeken. En elke zin levert een eureka op, het moment dat ik begrijp wat de beste man nou eigenlijk opgeschreven heeft.
Tenslotte geeft het me ook een vreemd gevoel van verdienste, wat leidt tot opschepperig vertoon van mijn vaardigheden zoals hierboven, is het leerzaam, is het ondanks mijn trage lezen nog best een spannend boek, en het helpt bij mijn voortdurende elitaire poging om mijzelf van de moderne wereld en mijn eigen generatie te vervreemden.
Hugo Maat
(Achtergrond bij de weergegeven zin: Caesar heeft een stel Gallische bondgenoten in zijn strijd tegen de zuidelijke Belgen. Ze zitten aan de Aisne in een fort, genaamd Bibrax, en worden plotseling aangevallen en belegerd door de Belgische troepen terwijl Caesar bij een brug standhoudt. Ik heb nog niet verder vertaald op dit moment, dus ik weet niet of de versterkingen op tijd komen en wat het lot van Iccius Remus is.)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten