12.9.09

Esnesnon 13-9-09

Goedenavond.

Ik kan heel slecht tegen dromen. De blije dromen zijn als zeepbellen: ze spatten uiteen als ze zo dichtbij zijn dat je ze kan ruiken, waardoor er zeep in je ogen komt en het zeker een uur van je dag met jeukende ogen oplevert. Nare dromen zijn als bokshandschoenen: je sleept je armen vreemd met je mee door het ongebruikelijke gewicht dat ineens toegevoegd wordt. Alles in de wereld komt minder aan met bokshandschoenen, je merkt het minder als je iets slaat, maar ook omdat het dragen van dergelijke lompe kussens aan je tengels je in een vechter verandert, het verandert de wereld in een knokpartij waarbij elke opeenvolgende klap minder doordringt. Gevechten verdoven, pas aan het einde, of je nou wint, verliest of gewoon ophoudt, begint het pijn te doen en zie je wat er gebeurd is. De kras over mijn onderarm vervaagt iets, het kraakbeen in mijn polsen heeft niet langer meer een hekel aan me, maar als ik mijn rug recht voelt het alsof ik aan een waslijn word gehangen. Ik kan in mijn gedachten al zien waar de knijpers zitten. Zolang ik een vod blijf, slordig terzijde geworpen over een stoelleuning of ergens op de grond, is er niets aan de hand. Ik weiger alleen een vod te zijn. Ik wil een smetteloos wit, uitgestreken overhemd met blinde sluiting en een corsage zijn, aan een hangertje in een linnenkast. Ik heb nog tot eind oktober, zou ik haast zeggen.

Zit recht. Je benen moeten redelijk symmetrisch staan. Knieën in een hoek van negentig graden, voeten ontspannen en recht vooruit. Vanaf de heupen recht omhoog tot aan de nek. Span de spieren midden in je rug om je schouders recht te zetten zonder je schouders te gebruiken. Hou je hoofd en je gehele armen ontspannen. Neem afstand om de lijnen te kunnen zien en volledig de klank te kunnen benutten. Span je benen, boven en onder, zonder je voeten, span je buik en je onderrug, maar hou je schouders en hoofd los en vrij. Span je handpalmen, hou je vingers actief; bol ze iets. Ondanks je spanning mag er geen kracht zijn, al je kracht moet uit gewicht komen, ontspannen energie. Ogen vooruit, oren open en helder. Adem gelijkstellen aan spanningsbogen. Hoofd iets naar achter. Voel de stilte en neem je eerstvolgende actie voor de geest. Je kan maar één keer iets voor het eerst doen en daarmee moet je gelijk goed zitten. Je moet de ruimte vullen en iedereen die luistert veroveren. Ga tot de bodem van de toets, hoor iedere noot, zie elke lijn en haal alles eruit. Laat je leiden door je gevoel en speel. Je droomt niet. Dit is een moment van beleving, van bewustzijn. Iedere vezel van je wezen participeert. Er is niets mooiers dan dat. Zweet parelt op je voorhoofd, je ademhaling wordt onregelmatig en je hoofd gonst. Maar het is pas op het einde, of je nou wint, verliest of gewoon ophoudt, dat je merkt wat het voor een tol op je heeft geëist. De leegte doet zijn intrede en alles vervaagt. De roes van het gevecht daalt neer en alles lijkt zachter. Na het hoogtepunt is alles minderwaardig en overbodig, stilte en rust worden verwelkomd. Rust. Normaal is het mijn hobby, maar op momenten als dit is het kunst. Ik ben zielsgelukkig dat ik het kan.

Over nare dromen gesproken: ik herinner me nog vaagjes een goed voorbeeld van de nare dingen die ik droom (dingen die vooral in mijn wakende leven terugkomen als ik niet goed geslapen heb). In de naarste droom die ik ken steek ik spelden onder mijn nagels. Precies op dat randje tussen de (bij mij afgebrokkelde) nagelranden en het roze vlees van mijn vingertoppen druk ik de punt naar binnen, zo scherp dat er geen bloed kan opwellen tot ik de naald verwijderd heb. Ik zie het glanzende metaal door de doorzichtige nagel heen tot deze finaal in het vlees van mijn vinger verdwijnt. Het doet pijn. Het voelt alsof het oneindig veel jeukt en steekt, van mijn vingertop tot aan mijn pols. Mijn eigen eerste reactie is om te krabben en vooral op te houden met de naald verder naar binnen te drukken, maar er komt niets van terecht in die droom. In plaats daarvan pak ik met mijn ongeschonden hand een volgende naald en begin ik met de volgende vinger. Tegen de tijd dat ik met de derde begin, een hele lange tijd later pas, trilt mijn doorstoken hand ontzettend. De vorige naalden zitten er nog, en nu beginnen mijn nagels bloedrood te kleuren, bloed dat zich razendsnel onder de nagel uitspreidt. Ik kan doorgaan en uiteindelijk zitten er vijf naalden onder de vijf nagels van mijn linkerhand. Kijk, zegt mijn droom-zelf tegen de wereld. Ik heb klauwen. Ik heb lange nagels, bedekt met bloed. De rest van mij wil nog steeds graag aan die ellendige hand krabben. Bloed druipt onder de nagels vandaan, langs de naalden totdat het druppeltjes begint te vormen. Op het moment dat ik niet veel meer kan hebben sla ik met mijn vingers naar voren hard op tafel, waardoor de naalden geheel naar binnen steken. Dat is het teken om wakker te voelen en een verpeste dag in te lopen. Volgens mijn oma zou er nog altijd een troost zijn: wat je droomt gebeurt niet. Alsof dat een geruststelling is. Het echte leven heeft nog honderden manieren om desnoods metaforische naalden onder je nagels te steken. Ik haat mensen.

Hugo Maat.

Geen opmerkingen: